Van Ardenne en de Culture War

Maandag 28 februari stond er in NRC Handelsblad een artikel van minister Van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking over de cartoonrellen. Naar aanleiding van dat artikel schreef ik een stuk, wat ik naar de redactie van NRC Handelsblad heb gestuurd. Het was te lang – ze wilden graag een korter stuk met daarin ook opgenomen een reactie op de respons van Leon de Winter (van 2 maart). Dat kortere stuk is nu naar de redactie gestuurd. Dat laatste is een heel nieuw stuk geworden. Mijn oorspronkelijke reactie staat hieronder afgedrukt.

quote:
“Religie is weer in de laatste tijd, dat zie je bijvoorbeeld aan de recente cartoonrellen.” Dat zei Bert Bakker van D66 afgelopen dinsdag bij de presentatie van het tweede boek van Cees Dekker, Ronald Meester en René van Woudenberg in Nieuwspoort te Den Haag. Bakker, die op deze middag in debat ging met Tineke Huizinga van de Christenunie over de rol van religie in het publieke domein, lijkt gelijk te hebben: religie is een hot topic. Mijns inziens laat juist de huidige belangstelling voor, maar meer nog de discussies over religie zien dat culturele spanningen in de Nederlandse samenleving zich aan het opbouwen zijn.

Voorbeelden voor een smeulend cultureel conflict zijn momenteel dagelijks in de landelijke dagbladen te vinden. Zo grijpt minister Van Ardenne haar recente artikel (NRC Handelsblad, Opinie, 28 februari) de cartoonrellen aan om te protesteren tegen visies waarin religie wordt beschouwd “als een overblijfsel uit achterlijke tijden en oorden, en daarbij nog als iets dat van nature gevaarlijk zou zijn”. Zij schrijft deze houding ten aanzien van religie toe aan “fundamentalistische secularisten”. Ook Tineke Huizinga stelde afgelopen dinsdag bij de boekpresentatie niet alleen dat een seculiere levensbeschouwing in Nederland zo langzamerhand als gewoon wordt ervaren, maar bovendien dat de “atheïstisch-seculiere levensbeschouwing” zo langzamerhand fundamentalistische trekken begint te vertonen.

Spreekt Van Ardenne een zekere sympathie uit voor moslims die zich storen aan de cartoons? Ze heeft overduidelijk geen sympathie voor de geweldsuitbarstingen die plaats hadden, maar toch neigt haar betoog overduidelijk naar een sympathie voor religie. Ze lijkt het zowaar eens te zijn met de opwinding over de cartoons. Een dergelijke sympathie voor de gekrenktheid van moslims werd al eerder geuit door André Rouvoet van de Christenunie. Rouvoet noemde als christelijke pendant van de cartoons de Monty Python-film Life of Brian. En recentelijk schreef Coos Huijsen in Trouw (Podium, 22 februari) dat een overzicht van kerkbladen liet zien dat katholieken en protestanten zich herkennen in de opwinding van moslims over de cartoons.

Zo langzamerhand begint er in Nederland een polarisering op te treden tussen conservatieve (vaak religieuze) en liberaal-progressieve (vaak seculier-atheïstische) houdingen. Die polarisering overstijgt de grenzen van godsdienst of politieke gezindheid. Zo verdedigde Huizinga het conservatief-levensbeschouwelijke standpunt ten aanzien van het homohuwelijk met de woorden “ik spreek nu ook even namens de SGP” – daarmee tot uitdrukking brengend dat wat betreft conservatief-levensbeschouwelijke opvattingen, de Christenunie en de SGP veel (maar niet alles) gemeenschappelijk hebben. Bert Bakker, daarentegen, noemde zijn fractievoorzitter Lousewies van der Laan als een voorbeeld van iemand die het liberale Verlichtingsdenken zeer serieus neemt en prima met Ayaan Hirsi Ali door één deur kan, aangezien beide uitgesproken voorstanders zijn van de afschaffing van het bijzonder onderwijs. Bakker gaf daarmee aan dat dus visies over sommige liberale standpunten de partijgrenzen overstijgen. Bovendien zei Bakker dat de strijd over de afschaffing van het bijzonder onderwijs ook in zijn eigen partij nog woedde – daarmee aangevend dat de polarisatie tussen conservatievere en liberalere opvattingen ook binnen een partij plaatsvindt.

Die polarisering is bovendien terug te vinden in een aantal boeken die de laatste jaren verschenen zijn. Andreas Kinneging publiceerde een lijvig boekwerk waarin hij een bres opwerpt voor de christelijke normen en waarden als alternatief voor het Verlichtingsdenken. Daarvoor al was een boek van Ad Verbrugge verschenen, wat eenzelfde strekking had, hoewel Verbrugge zich niet zo duidelijk tot het Christendom lijkt te bekeren als Kinneging. En ook Geert Mak liet in twee pamfletten van zich spreken, waarin hij feitelijk het doorgeschoten Verlichtingsdenken van liberalen, met name van Ayaan Hirsi Ali, aan de kaak stelt. Drie heel verschillende auteurs die zich lijken te verenigen in een conservatieve houding ten aanzien van huidige maatschappelijke tendensen.

Aan de andere kant lijkt Ayaan Hirsi Ali zo langzamerhand symbool te worden voor alles wat er mis is met de Verlichting. Zij is het gezicht geworden van doorgeschoten Verlichtingsidealen. Zo beschreef Tineke Huizinga tijdens het debat met Bakker de houding van Hirsi Ali treffend als “wel van religie veranderd, maar niet van houding”. Daarmee doelde Huizinga op de ‘bekering’ van Hirsi Ali van een fundamentalistisch moslimgeloof tot een fundamentalistisch, atheïstisch-seculier Verlichtingsgeloof. Veel gelovige lijken elkaar, over de grenzen van denominaties en zelfs godsdiensten heen, te kunnen vinden in een verzet tegen het Verlichtingsfundamentalisme van Hirsi Ali. Christenen en moslims lijken één in hun verzet tegen een doorgeschoten seculier-atheïstisch Verlichtingsdenken.

Deze polarisatie is een smeulend vuur wat steeds heviger begint te branden. Nu Van Aartsen zijn onvoorwaardelijke steun voor Hirsi Ali heeft uitgesproken, is zijn partij, de VVD, het schoolvoorbeeld geworden van een seculiere en anti-religieuze levenshouding. Te verwachten valt dat het verzet tegen de VVD – maar met name gericht tegen datgene waar de VVD voor staat – van meer conservatief gerichte gelovigen en humanisten alleen maar zal toenemen. Dit zal des te meer opgaan, naarmate de VVD zich in toenemende mate als een radicale partij profileert – een tendens die nu door Hirsi Ali en Van Aartsen is ingezet.

Kortom, in Nederland ontstaat langzamerhand een echte culture war (naar een term van de Amerikaanse socioloog James Davison Hunter). In de Verenigde Staten is zo’n cultuurstrijd tussen conservatieven en liberalen al jaren aan de gang, veroorzaakt door het toenemende religieuze pluralisme wat vooral na de Tweede Wereldoorlog in de VS ontstond. Hunter beschrijft de cultuuroorlog dan ook als een zoektocht van een natie naar de normen en waarden die de identiteit van die natie weerspiegelen, het is een “struggle over national identity – over the meaning of America” (Hunter, Culture Wars: The Struggle to Define America, New York 1991).

We zien de rouw om cultuurverlies en de zoektochten naar het formuleren van de identiteit van de Nederlandse natie op allerlei manieren terug (zoals in de bovengenoemde boeken van Kinneging, Verbrugge en Mak). Toch geldt ook hier dat met name pluralisme de drijfveer is. Verdonks pleidooi voor een morele gedragscode past in dit patroon: cultureel pluralisme wordt hier verworpen en de morele gedragscode zou de Nederlandse identiteit met haar normen en waarden weerspiegelen en bevestigen. Ook de recente en nog altijd toenemende belangstelling voor Intelligent Design in Nederland is één van de symptomen van een heviger wordende cultuurstrijd. In de VS is ID een strategisch middel om een evangelicaal-fundamentalistisch invulling van het christelijk geloof een zekere intellectuele status te verlenen die haar toestaat om aan publieke debatten deel te nemen en zo haar uiterst orthodoxe normen en waarden aan de samenleving op te leggen. In Nederland gaat de strijd om ID nog niet zo ver, maar de recente belangstelling voor de interactie tussen religie en wetenschap kan een teken aan de wand zijn.

Ook op mondiaal niveau zien we zo’n cultuuroorlog woeden, of, zoals Huntington het noemde, een clash of civilizations. De cartoonrellen zijn hiervan het meest recente voorbeeld. De onderliggende dynamiek van polarisatie tussen conservatieve en progressieve krachten lijkt hier hetzelfde. Wat ontbreekt in de cultuurstrijd is de stem van het midden: de gematigde, genuanceerde positie – maar die is niet interessant genoeg.

De Nederlandse samenleving lijkt het kritische punt te naderen. De cartoonrellen lieten een butterfly-effect zien – kleine oorzaken met enorme gevolgen – die volgens chaoswiskundigen een uiting zijn van een kritische grens die overschreden wordt. Wanneer die tipping point in Nederland bereikt wordt, is onbekend – maar de tekenen wijzen erop dat ook in Nederland de strijd nog lang niet beslecht is.

Dr. Taede A. Smedes is godsdienstfilosoof en postdoc-onderzoeker aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich met name op de culturele dynamiek van discussies over geloof en wetenschap in de Verenigde Staten en Europa.

  1. #1 door Wim Kleisen op 9 maart 2006 - 16:12

    Goed artikel, Taede, helder geformuleerd met een duidelijk standpunt.
    Wim

  2. #2 door Taede A. Smedes op 14 maart 2006 - 15:34

    Hallo Wim,
    Ik heb mijn vorige reactie maar verwijderd, want vanmiddag kreeg ik een telefoontje van dhr. Weenink van de Opinie-redactie van NRC. Er waren intern wat foutjes gemaakt, ze vonden de reactie nog altijd zeer interessant. Dhr. Weenink heeft nu zelf het stuk ingekort en het zal waarschijnlijk deze week nog als zeer korte ingezonden brief worden geplaatst in NRC. Wel jammer dat alle detail van mijn betoog nu weg zijn, maar natuurlijk prima dat het zo opgelost kon worden en dat het alsnog geplaatst wordt. 8)

%d bloggers liken dit: