Een atheïst in het bos…

Op een mooie zondagmiddag loopt er een atheïst door het bos te wandelen. Hij kijkt vol bewondering om zich heen en mompelt: “Schitterend, wat heeft de natuur die bomen toch mooi gemaakt, en die dieren – kijk eens dat eekhoorntje en hoor eens dat gekwetter van die vogeltjes…”

Maar dan plotseling hoort hij achter zich wat ritselen. Verschrikt draait de atheïst zich om en ziet een enorme Bruine Beer op zijn achterste poten brullend uit het struikgewas tevoorschijn komen. Zijn tanden blinken in de zomerzon en het kwijl loopt uit zijn bek en druipt langzaam op de grond. De atheïst bedenkt zich geen minuut, maar zet het op een lopen.

Struikelend en hijgend rent de atheïst door het bos, op de hielen gezeten door de uitgehongerde beer. Af en toe kijkt de atheïst om en ziet hoe de beer langzaam dichterbij komt. Dan, plotseling, is daar een kuil en met een gil valt de atheïst languit op de vloer. Hij draait zich om en ziet hoe de beer op zijn achterste poten gaat staan, klaar om de atheïst te verslinden.

En dan roept de atheïst wanhopig tot God!

De tijd stopt. De beer bevriest. Het bos is plotseling stil. Er schieten lichtstralen uit de lucht die de atheïst, die nog trillend op de grond ligt, in een heilig licht laten baden. En dan klinkt er plotseling een stem uit de hemel die de aarde doet trillen.

“Jij ontkent mijn bestaan al jaren! Je onderwijst anderen dat ik niet besta! Je beweert zelfs dat de schepping het resultaat is van louter toeval! En nu verwacht je van mij dat ik je uit je benarde positie bevrijd? Dat ik je plotseling als een gelovige ga behandelen?”

De atheïst voelt zich nog akeliger. Hij kijkt met knipperende ogen tegen het licht in en stottert: “Het zou inderdaad behoorlijk hypocriet van me zijn als ik nu ga vragen dat U me als een gelovige gaat behandelen. Maar zou U niet van de beer een gelovige kunnen maken?”

De stem uit de hemel zegt: “Hmmm… Ik blijf er moeite mee hebben, maar in mijn grenzeloze goedheid zal ik je wens inwilligen.”

Het licht dooft. Langzaam komt het bos opnieuw tot leven. En de atheïst ziet hoe de beer weer in beweging komt. Terwijl de atheïst nog trillend op de grond ligt, kijkt verbijsterd toe hoe de beer plotseling gaat zitten en zijn klauwen bij elkaar brengt, de ogen sluit en zijn kop eerbiedig buigt. Dan hoort de atheïst de beer mompelen:

“Heer, zegen deze spijze om Jezus’ wil. Amen!”

Advertisements
  1. #1 door JH op 6 maart 2007 - 20:17

    Hahahahah, leuk verhaal.
    Groetjes van De vVrolijke Atheist!

  2. #2 door Roderik op 5 november 2007 - 04:28

    En toen, en toen?

%d bloggers liken dit: