God en de Menselijke Maat

Het probleem tussen
geloof en natuurwetenschap zit niet aan de kant van de
natuurwetenschappen, maar het zit in de manier waarop over God gesproken
en gedacht wordt. Daarom ben ik ook van mening dat veel theologen die
proberen toch Gods handelen met natuurwetenschappelijke theorieën te
verzoenen, onzinnig bezig zijn. Ze houden zich bezig met een probleem
dat helemaal niet bestaat. … ik denk dat veel benaderingen in
religion & science theologisch gezien bullshit zijn.

T.A. Smedes, God en de Menselijke Maat: Gods Handelen en het Natuurwetenschappelijk Wereldbeeld. Zoetermeer: Meinema 2006, 33.

, , , ,

  1. #1 door Gert Korthof op 30 september 2006 - 09:32

    Taede,
    Ik zie je proefschrift niet op je site staan, dus ik weet niet precies waar ik dit commentaar neer moet zetten. Ik heb een exemplaar te pakken gekregen (Avoiding Balaam’s Mistake).
    Hoewel wij totaal verschillende opleidingen hebben gehad en op verschillende manieren denken, zie ik toch iets wat we gemeenschappelijk hebben. Tot mijn verrassing zag ik dat je 2 paragrafen schreef over het probleem van het kwaad en het morele: 5.2.5 en 6.4.3. Verrassing omdat je in mijn blog geschreven had dat een goede theoloog zich verrre houdt van het probleem van het kwaad omdat het niet oplosbaar is. Op pagina 101 schrijf je “This latter consequence is in my view unacceptable for it trivializes people’s suffering. ‘Theories’ of evil, like Peacocke’s, do not take people’s suffering of their genuine personal experience of suffering seriously.” Ik ben blij dat jij het wel serieus neemt. Dat is de overeenkomst. Voorzover ik begrijp geef je geen betere theologische oplossing voor het probleem. Is dat de reden dat je zegt dat theologen zich er verre van moeten houden?

  2. #2 door Taede A. Smedes op 30 september 2006 - 10:19

    Hallo Gert,
    Volgens mij staat je reactie hier op een prima plek. Dus ik laat hem staan. Leuk dat je een exemplaar van mijn proefschrift hebt weten te bemachtigen; er zijn 200 exemplaren gedrukt, ik ben ze allemaal kwijt, en ik heb er geen idee van waar ze allemaal zijn gebleven.
    In ieder geval, je vraag naar het kwaad. Het citaat wat jij geeft, is inderdaad de reden waarom ik vind dat theologen zich verre moeten houden van pogingen om een soort ‘theorie’ van het kwaad op te zetten. De “free will defence” is zo’n theorie, maar er zijn vele andere geopperd. De kwestie is deze: een dergelijke theorie is een algemeenheid. Iedere persoonlijke ervaring van lijden en kwaad, die door middel van zo’n theorie geduid wordt, wordt in mijn ogen ontdaan van het unieke en particuliere van de persoonlijke ervaring van kwaad en lijden. Het is dan immers slechts een instantie van het fenomeen ‘kwaad’ wat door die theorie wordt beschreven.
    Ik heb wel eens een theoloog horen opperen (en ik geloof dat Kuitert ook ergens een dergelijke opmerking maakt), dat hij zo’n theorie natuurlijk uit pastorale overwegingen nooit tegen de ouders van een omgekomen kind zou vertellen. Dat vind ik een huichelachtige houding. Ik heb liever dat theologen zich dan geheel onthouden van een antwoord te geven op het theodicee-vraagstuk. Leef liever mee met het ongelooflijke leed dat die mensen is overkomen! Maar hou je bek over aan hoger doel of iets dergelijks van die gebeurtenis. Dat vind ik de meest integere reactie.
    Neemt uiteraard niet weg dat het best mogelijk is dat mensen die zelf kwaad is overkomen, dit kwaad achteraf een duiding weten te geven. “Door de dood van mijn man merkte ik plotseling dat ik veel meer in mijn mars heb dan ik ooit heb geweten toen hij nog leefde.” Een dergelijke reactie zegt niet “Mijn man moest doodgaan zodat ik die ontdekking kon doen” of iets in die trant. Nee, die opmerking geeft aan dat een vreselijke gebeurtenis een plaats in iemands leven en levensverhaal wordt gegeven. Dat is ook integer, daar mag niemand aankomen wat mij betreft.
    Ik hoop dat dit ongeveer je vraag beantwoord. (Hoewel ik daar weer eens veel woorden voor nodig had.)
    Groetjes,
    Taede

%d bloggers op de volgende wijze: