Tweede KNAW-debat, 3 oktober 2006

KNAW-debat 2: Doodgaan of doorgaan

Knutselen aan de grenzen – grenzen aan het knutselen?

Prof.dr.ir. H. Jochemsen versus Prof.dr. R. Plasterk

Henk Jochemsen had wetenschappelijk het beste verhaal, Ronald Plasterk het leukste. Zo kan de rolverdeling van het tweede KNAW-debat in de Beurs van Berlage op dinsdagavond 3 oktober het beste gekarakteriseerd worden. Het onderwerp van de avond was Knutselen aan de grenzen – grenzen aan het knutselen? Het zou gaan over wetenschap die knutselt aan het leven.

Henk Jochemsen, ethicus en directeur van het Lindeboom Instituut in Ede, hield een warm en sympathiek betoog waarin hij voorbeelden gaf van hoe wordt gedacht over knutselen aan het leven: Peter Singer, Ian Wilmut, The Island (een science fiction film), maar ook visionairen als Aubrey de Grey (“mensen die 1000 jaar zullen worden bestaan al, het zijn de mensen van nu die jonger zijn dan 40 jaar”) en Ray Kurzweil – de uitvinder van de Kurzweil-synthesizer, maar ook de man die meent dat wetenschappers binnen enkele jaren tijd in staat zullen zijn onze ‘persoonlijkheid’ (in casu, onze herseninhoud) te uploaden naar een computer, waarna mensen vrij zullen zijn van de beperkingen die lichamen hun opleggen. Deze wetenschap roept sterke ethische vragen op, zei Jochemsen. De eerste vraag is: Wat voor mensen willen we? En de tweede: Wat willen we met de mens? Is de mens slechts een ‘lege essentie’ die zichzelf voortdurend construeert? Is alles historisch, cultureel en technisch bepaald?

Jochemsen meende dat er in wetenschappelijke debatten omtrent knutselen aan het leven twee grondhoudingen te ontwaren zijn. Geïnspireerd door de joodse denker Abraham Heschel omschreef Jochemsen de eerste grondhouding als manipulatie. In deze grondhouding gaat de mens vooraf aan alle ordening en betekenis en heeft de werkelijkheid alleen een toegekende waarde of betekenis. De techniek construeert de werkelijkheid volgens de menselijke wil en nut. Uiteindelijk gaat het bij deze houding om het transcenderen van de grenzen die nu aan het menselijk bestaan kleven. Volgens Jochemsen neigt deze grondhouding tot een utopisme waarin de lichamelijkheid wordt veracht. Bovendien dreigt het gevaar van uitsluiting voor diegenen die niet aan deze grondhouding kunnen beantwoorden. Tenslotte is er sprake van een reductie van werkelijkheid tot datgene wat bruikbaar is voor de mens.

Een andere grondhouding is die van de waardering. Hierin gaat betekenis en ordening vooraf aan de mens en heeft de werkelijkheid een eigen, intrinsieke betekenis en waarde naast de mens. De techniek respecteert de eigen waardigheid van de dingen. In deze grondhouding gaat het niet zozeer om het overstijgen van de menselijke begrensdheid, maar om verbetering van de menselijke leefomstandigheden, met erkenning van menselijke grenzen en de historische gesitueerdheid. Jochemsen maakte expliciet dat hijzelf naar deze tweede grondhouding neigde, ook omdat die het meest strookte met zijn christelijke geloofsovertuiging.

Jochemsen pleitte voor een antropologie met ruimte voor historische gesitueerdheid, eindigheid en kwetsbaarheid van de mens. In een dergelijke antropologie zouden alle mensen gelijkwaardig en beschermwaardige worden geacht. Ook zou er, in plaats van allerlei gepriegel aan stervende mensen om hun leven te rekken, opnieuw aandacht moeten komen voor de aloude stervenskunst. Jochemsen sloot af met te zeggen dat in het christelijk geloof aandacht voor het lichamelijk welzijn wordt gecombineerd met aanvaarding van het sterven. Lichamelijkheid is in het christelijk geloof belangrijk, immers, Jezus is lichamelijk opgestaan.

Jochemsens verhaal draaide dus grotendeels om de kwestie dat ook wetenschap haar grenzen moet kennen. Een van zijn stellingen was dat “zonder geloven er geen kennis bestaat”. Hiermee bedoelde hij, zo expliciteerde hij later, dat ook wetenschap onontkoombaar uitgaat van vooronderstellingen, die expliciet gemaakt moeten worden. Zijn eigen christelijk geloofsovertuiging maakte voor hem als ethicus deel uit van het referentiekader van waaruit hij werkte en had dus invloed op wat hij nog als ethisch betamelijk achtte.

Ronald Plasterk had een heel ander verhaal, wat eigenlijk niet aansloot bij het onderwerp van de avond. Zijn verhaal bestond uit een paar aantekeningen op een blaadje papier en af en toe was hij de draad van zijn verhaal kwijt en moest hij aan het publiek vragen welk punt hij zoëven had behandeld. Het werd niet meteen duidelijk dat Plasterk een boegbeeld van de KNAW is. Af en toe (met name in het begin van zijn verhaal) kwam hij sterk over als een cabaretier en was hij duidelijk uit op lachsalvo’s.

Plasterk begon met de serie KNAW-debatten in hun context te plaatsen: de discussie die door Maria van der Hoeven was opgeroepen in begin 2005. Plasterk gaf aan dat Intelligent Design wat naar de achtergrond was geraakt (“een keutel die is teruggetrokken”), maar dat hij niettemin de hernieuwde doordenking van de verhouding tussen geloof en natuurwetenschap, die door het ID-debat was opgeroepen, zeer de moeite waard vond.

Het hele verhaal van Plasterk draaide om een viertal categorieën van hoe geloof en wetenschap benaderd kunnen worden. Ten eerste, zei Plasterk, is er orthodox geloof. Hierin is de bijbeltekst normatief. Er is geen ruimte voor relativisme. Deze vorm van geloof heeft vaak problemen met het accepteren van wetenschap, omdat immers de Bijbel vaak iets anders zegt dan de huidige natuurwetenschappen. Vervolgens is er ietsisme. Hierin wordt gesteld “dat er iets is, want niets is ook zo weinig”. Plasterk kenschetste deze positie als totaal relatistisch, maar ook als sympathiek en tolerant. Er is hier geen strijdigheid met de wetenschap, “ietsisme luistert”, ze neemt aan wat wetenschappers zeggen over de wereld. Bovendien is er een onderscheid tussen de feiten (wetenschap) en zin (religie).

Plasterk rekende zichzelf tot de derde categorie, van nietsisme. Hij kenschetste deze positie als een zusje van het ietsisme, in die zin dat nietsisten erkennen dat er wetenschappelijk gesproken niets over God hardgemaakt kan worden. “Je kunt er niets over zeggen”. Echter, Plasterk zei ertoe te neigen om te erkennen dat de kans groot is dat er niets is. “Je moet eerst reden hebben om te geloven”. Bovendien is er het probleem van “de pijn”. Als God bestaat, waarom laat hij dan zoveel pijn toe?

De laatste categorie, waar Plasterk verrassend genoeg afstand van nam, was die van orthodox atheïsme. In Nederland was dit volgens hem een kleine categorie, waarvan de filosoof Herman Philipse een exponent was. (In Engeland is Richard Dawkins hier een proponent van, in Amerika Sam Harris.) Orthodox atheïsten menen dat wetenschap onomstotelijk heeft vastgesteld dat God niet bestaat. Plasterk nam hier afstand van, want “je kunt er geen zinnig woord over zeggen”. Niettemin meende hij wel dat de orthodoxe atheïst met de orthodoxe gelovige de mening deelde dat geloof en wetenschap met elkaar in strijd zijn.

Tijdens dit gesprek was Plasterk retorisch sterk. Maar Plasterk staat ook bekend als een verstokt atheïst. In een interview in het boek Leven Zonder God: Elf interviews over ongeloof onder redactie van Harm Visser (Amsterdam/Antwerpen: L.J. Veen, 2003), ontkende hij nog dat geloof en wetenschap kunnen samengaan. Een citaat (pag. 107):

Wat vindt u van het standpunt, zoals dit onlangs nog door de Amerikaanse paleontoloog Stephen J. Gould is uitgedragen, dat religie en wetenschap heel goed kunnen samengaan?

“Toen ik nog in Leiden studeerde, hadden we een docent theoretische biologie, professor pater Jeuken. Hij zei altijd dat evolutie een wetenschappelijke waarheid was en schepping een religieuze waarheid. Het waren verschillende, onverenigbare waarheidsdomeinen, dus kon er geen tegenspraak zijn. Maar dat is natuurlijk kletskoek. Dat is het wegdefiniëren van het probleem. Evenmin begrijp ik mensen die zeggen dat een en ander juist wel verenigbaar is. Dan krijg je
van die constructies dat de wetenschap dan wel mag hebben aangetoond dat er evolutie bestaat, maar dat er iemand op de achtergrond moet zijn die de evolutie stuurt, opdat er mensen konden ontstaan. Het is, in mijn ogen, een infantiel beeld. Alsof men niet wil of kan accepteren dat de evolutie vol willekeur zit en dat mensen daar een toevallige uitkomst van zijn.”

Uit wat hij deze avond zei, lijkt echter een verschuiving van zijn positie plaats te hebben gehad. Plasterk sloot zijn verhaal af met de oproep dat we moeten strijden tegen orthodoxieën die ons willen voorschrijven hoe we moeten denken. Tijdens de discussie met de zaal, kreeg Plasterk de vraag voorgeschoteld of dit dan ook geldt voor het orthodoxe atheïsme. Zijn antwoord was verrassend:

“Ik heb daar de afgelopen tijd daar regelmatig discussies mee gevoerd. Er onstond immers in de kring rond Hirsi Ali een hele beweging van staatsatheïsme. Ook het wetenschappelijk bureau van de VVD keert zich nu tegen het bijzonder onderwijs, want ze zeggen: Dat mag niet. Ze willen naar de laïcité, naar het Franse systeem, en zijn daar toch vrij doctrinair in. Ik vind dat dit toch wel heel dogmatisch atheïstisch wordt. Atheïsme wordt ook vrij vaak aangegrepen als de stok om de Islamitische hond mee te slaan. Als we het bijzonder onderwijs in Nederland onder druk gaan zetten, eigenlijk met de geheime agenda om de moslims te willen pesten, dan voel ik me daar helemaal niet bij thuis. En dat maakt dat ik inderdaad de laatste jaren wat milder over geloof ben geworden en denk: Wees blij dat we moslims hebben die niet met bommen gooien, wat 99,9 % van de moslims is, en wees bij met christenen die andere mensen hun geloof gunnen.”

En ook over Intelligent Design was Plasterk verrassend open: “Stel dat er bij Intelligent Design met een voorspelbare en toetsbare theorie zou komen, dan zou dit reuze interessant zijn. Het is door bijvoorbeeld Francis Crick [een van de ontdekkers van de DNA-structuur] ook wel eens gezegd dat wellicht het leven van een andere planeet komt. Als er dus wetenschappelijke aanwijzingen voor zijn, zou ik dat onmiddellijk willen onderzoeken.”

(c) Taede A. Smedes, 2006

Advertisements
  1. #1 door Martin op 4 oktober 2006 - 11:53

    Taede, je schrijft: “En ook over Intelligent Design was Plasterk verrassend open: “Stel dat er bij Intelligent Design met een voorspelbare en toetsbare theorie zou komen, dan zou dit reuze interessant zijn”. Ik vind dat niet verrassend open. In de wetenschap is iedere hypothese welkom, voor zover die hypothese empirisch “gecorroboreerd” kan worden, dwz. op niet triviale wijze licht werpt op de empirie. In het heelal zweven aminozuren rond, en nog wat meer organische moleculen, en er is daarvan zeker het een en ander neergevallen op Aarde. Dus als er feiten zouden zijn, die veel beter te begrijpen zijn met aanvoer van buitenaf dan met locale productie, dan zou daar niets mis mee zijn. Zo is het ook met ID: de hypothese “Schepping” is niet inconsistent met de feiten, maar dat is nog geen corroboratie. Daarom gebruikt Dekker – hij is niet gek – tegenwoordig het woord “rationeler”: het christelijk wereldbeeld (niet het islamitische, begrijp ik) zou rationeler zijn dan het naturalistische. Maar “rationeel” betekent alleen maar “met de ratio navolgbaar”, dwz. “denkbaar”, en is niet hetzelfde als “waarschijnlijk”. Er is zoveel denkbaar. B.v. dat ik ooit een wereldberoemd pianist wordt. Dream on. Dekker zegt “rationeel” in de hoop dat het plebs – niet hijzelf – dat met “waarschijnlijk” verbindt.

  2. #2 door Taede A. Smedes op 4 oktober 2006 - 12:00

    Hallo Martin,
    Je hebt helemaal gelijk – alleen had ik, gezien wat ik van Plasterk gelezen heb, een veel sterkere veroordeling van ID verwacht. De vraag (die overigens door mijzelf gesteld werd) was een beetje een plaagstootje, omdat hij “orthodoxieën” wilde bestrijden – en hij zei daar niet bij welke dat zijn. Ik had eigenlijk verwacht dat hij ID bij voorbaat zou uitsluiten als wetenschappelijk. In dat geval zou hij ook een soort van orthodoxe kant hebben want dan zou hij ook een bepaalde denkrichting willen afdwingen.
    Ik heb al eens gesprekken gehad met mensen (al eens eerder genoemd, de wetenschapsjournalist Joël de Ceulaer van Knack), die vonden dat ID wetenschappelijk volstrekt onbespreekbaar was. Je MOCHT daar niet over spreken. Ik had verwacht dat Plasterk die kant op zou gaan – en dat hij dat niet deed, maar een zekere openheid voor ID laat (hoewel ik vermoed dat er wetenschappelijk niets uitkomt, maar dat terzijde), siert hem.
    Hij is de afgelopen jaren duidelijk milder geworden in zijn standpunten over religie.
    Groetjes,
    Taede

  3. #3 door Gert Korthof op 4 oktober 2006 - 13:56

    Dank je voor dit helder geschreven en uitgebreid verslag! Toch:
    1. Jochemsen had het meest warrig verhaal, Plasterk het meest heldere.J hield zich teveel met science fiction bezig!
    2. “alle mensen gelijkwaardig en beschermwaardige worden geacht” dan ben ik benieuwd of dat ook geldt voor Hitler, waar J. van zei ‘dat het maar goed is dat mensen uberhaupt doodgaan en niet eeuwig leven’!!!
    Als je daarover nadenkt dan kom je tot de conslusie dat God mensen laat doodgaan omdat anders het kwaad te grote proporties aanneemt.
    3. “ook wetenschap onontkoombaar uitgaat van vooronderstellingen, die expliciet gemaakt moeten worden”: waarom maakte J. zelf dat niet expliciet? We horen al jaren geruchten over vooronderstellingen, maar krijgen geen concrete voorbeelden. “zonder geloven er geen kennis bestaat”: is typisch een uitspraak van een gelovige. Welke relevante vooronderstellingen liggen aan het feit ten grondslag dat een embryo in het 25-cellig stadium is of zijn hersenen beginnen te ontwikkelen? Dat zijn toch gewoon feiten? Natuurlijk doe je geen onethische wetenschappelijke experimenten. Maar wat heeft dat met geheimzinnige vooronderstellingen te maken? We hebben toch ethische commissies?
    4. “Stel dat er bij Intelligent Design met een voorspelbare en toetsbare theorie zou komen”: maar die is er niet en die komt er niet. Ik ben ervan overtuigd dat Plasterk dat ook vindt.
    Natuurlijk kan iedere toestbare hypothese interessant zijn. Maar ID is bovennatuurlijk en de buitenaardse intelligentie van Crick niet! Dat is het verschil.

  4. #4 door Taede A. Smedes op 5 oktober 2006 - 09:35

    Hallo Gert,
    Beetje venijnige reactie, deze keer. Ik zal proberen er adequaat op te reageren.
    1. Jochemsen had het meest warrig verhaal, Plasterk het meest heldere.J hield zich teveel met science fiction bezig!
    Jochemsen had geen warrig verhaal in mijn optiek, maar wel een verhaal wat voorkennis veronderstelt. Ik moet toevallig een boek over posthumanisme recenseren en was verrast zoveel dingen in Jochemsens verhaal te herkennen. Ook vond ik niet dat wat hij vertelde science fiction was. Toevallig ben ik momenteel een boek over posthumanisme aan het lezen voor een recensie en herkende veel in Jochemsens verhaal. Veel techniekfilosofen nemen de ideeën die Jochemsen als voorbeeld gaf zeer serieus. Het afdoen als science fiction vind ik kortzichtig. Konden jouw opa en oma toen zij 30 jaar waren voorspellen dat we nu computers en Internet hebben, dat we in 8 uur van A’dam naar New York vliegen, dat we op de maan zouden kunnen lopen en op Mars autootjes laten rondrijden, etc.? Nee, dat was voor hen science fiction. Tijdens een congres in Duitsland, waar recentelijk een boek van verschenen is, heb ik een aantal hersenonderzoekers hun resultaten over de interactie van hersenen (‘geest’) en computers horen presenteren. Dat komt al een heel eind in de richting van wat jij ‘science fiction’ noemt.
    2. “alle mensen gelijkwaardig en beschermwaardige worden geacht” dan ben ik benieuwd of dat ook geldt voor Hitler, waar J. van zei ‘dat het maar goed is dat mensen überhaupt doodgaan en niet eeuwig leven’!!!
    Als je daarover nadenkt dan kom je tot de conclusie dat God mensen laat doodgaan omdat anders het kwaad te grote proporties aanneemt.

    Ik durf niet Gods intenties in te schatten, dus daar ga ik niet op in. Maar wat Hitler betreft: het ging Jochemsen niet om een naïef idee dat alle mensen gelijk zijn of zo. Mensen zijn nu eenmaal verschillend, dat zal ook Jochemsen niet ontkennen. De morele keuzes die mensen maken in hun leven maken echter hun mens-zijn niet ongedaan, en daarmee moet je ze in principe gelijkwaardig en beschermwaardig achten. (Dit is ook verwoord in de universele grondrechten van de mens.) Het is zoiets als met democratie en vrije meningsuiting: je kunt die pedofielenpartij nog zo onmenselijk en ondemocratisch vinden, in een democratie heeft iedereen recht op vrijheid van meningsuiting. Daar kun je niet omheen zonder je eigen democratische beginselen te verloochenen. Iets analoogs geldt voor gelijkwaardigheid en beschermwaardigheid van mensen. Zonder onmenselijk te worden kun je die niet aantasten. Vandaar dat Jochemsen terecht zegt dat het goed is dat mensen niet het eeuwige leven hebben.
    3. “ook wetenschap onontkoombaar uitgaat van vooronderstellingen, die expliciet gemaakt moeten worden”: waarom maakte J. zelf dat niet expliciet? We horen al jaren geruchten over vooronderstellingen, maar krijgen geen concrete voorbeelden. “zonder geloven er geen kennis bestaat”: is typisch een uitspraak van een gelovige. Welke relevante vooronderstellingen liggen aan het feit ten grondslag dat een embryo in het 25-cellig stadium is of zijn hersenen beginnen te ontwikkelen? Dat zijn toch gewoon feiten? Natuurlijk doe je geen onethische wetenschappelijke experimenten. Maar wat heeft dat met geheimzinnige vooronderstellingen te maken? We hebben toch ethische commissies?
    Sorry dat ik het zo zeg, Gert, en ik bedoel het ook niet zo lelijk als het er nu uitkomt, maar ik vind dit wel een beetje een naïef antwoord, waaruit blijkt dat je je misschien nog eens in wetenschapsfilosofie moet verdiepen. (Ik kan je wel een lijstje van boeken e-mailen.) Wetenschap gaat altijd van vooronderstellingen uit – bijvoorbeeld dat het heelal geordend is in die zin dat wetten die vandaag werken, morgen nog zullen werken. Dat is niet te bewijzen, maar moet je in zekere zin “op geloof” aannemen. Ook een beroep op “feiten” helpt niet, want feiten bestaan niet.
    En dat heeft wel degelijk met ethiek te maken. Eén van de veronderstellingen van Descartes was bijvoorbeeld dat dieren robots waren. Dus waren er legio medici die dieren zonder verdoving opensneden. Immers, het gekrijs van honden die levend ontleed werden, was niets anders dan het knarsen van het raderwerk. Pijn lijden konden ze niet, en ook hadden ze geen gevoel. (Kijk maar in de boeken van Douw Draaisma voor voorbeelden van veronderstellingen in de wetenschap.)
    4. “Stel dat er bij Intelligent Design met een voorspelbare en toetsbare theorie zou komen”: maar die is er niet en die komt er niet. Ik ben ervan overtuigd dat Plasterk dat ook vindt.
    Natuurlijk kan iedere toestbare hypothese interessant zijn. Maar ID is bovennatuurlijk en de buitenaardse intelligentie van Crick niet! Dat is het verschil.

    Of Plasterk dat ook vindt dat die er komt interesseert me niet – dat is een mening. Het ging mij om de principiële houding. Bij veel wetenschappers is die houding principieel gesloten, wat ik onwetenschappelijk vind. Plasterk had juist een principieel open houding (wat hij er persoonlijk ook van mag vinden) en dat vond ik sympathiek.
    Groetjes,
    Taede

  5. #5 door Martin op 5 oktober 2006 - 20:22

    Als ik even punt 3 mag aanroeren: als Gert zegt dat je feitelijk kunt vaststellen of een embryo zich al dan niet in het 25-cellig stadium bevindt, en als jij, Taede, dan zegt dat feiten niet bestaan, dan volgt daaruit dat jij, Taede, het er niet mee eens bent dat je het aantal cellen in een embryo kunt tellen.
    Heel strikt genomen baseert elke conclusie inderdaad op een aanname. B.v. als Gert door een microscoop kijkt, dan neemt hij aan dat dat apparaat volgens de regels werkt. Maar ja, als we zo gaan beginnen …

  6. #6 door Taede A. Smedes op 6 oktober 2006 - 08:15

    Hallo Martin,
    Ik neem het wel degelijk als feit aan dat je het aantal cellen in een embryo kunt tellen. Als biologen mij vertellen dat dit mogelijk is, heb ik geen reden om daaraan te twijfelen. Maar ik besef terdege dat ik dit feit aanneem, omdat ik een heel aantal veronderstellingen van het huidige wetenschappelijke wereldbeeld deel. Zo ga ik ervan uit dat een embryo uit cellen bestaat, dat een embryo groeit door celdeling (even veel te simpel gezegd), dat een microscoop vergroot, etc.
    Dat lijkt allemaal triviaal, en dat is precies mijn punt: We denken er vaak niet bij na dat heel onze wetenschap gebaseerd is op veronderstellingen die ook kunnen veranderen. Als die veronderstellingen veranderen, is er sprake van een ‘paradigmawisseling’. Toen Galileo zijn telescoop gebruikte en mensen daar doorheen keken, dachten ze dat wat ze zagen een artifact was, een product van de telescoop zelf. Dat je met een telescoop planeten ‘dichterbij kon halen’ en dat rond planeten manen draaien, dat was (nog) geen onderdeel van de veronderstellingen van die tijd. Hetzelfde kun je zeggen van Darwins evolutietheorie. Het werd algemeen aangenomen dat leven door God ontworpen was (Darwin zelf was die veronderstelling toegedaan toen hij aan boord van de Beagle stapte). Nu denken we in termen van evolutie.
    Ons hele denken gaat uit van veronderstellingen. Dat trivialiseert de wetenschap niet – dat was niet de intentie van mijn opmerkingen. Toch vind ik dat wel belangrijk om in het achterhoofd te houden. Gert verwijt Jochemsen dat de uitspraak dat kennis zonder geloof niet mogelijk is, een uitspraak is van een gelovige. Ik vind dat onzin. Jochemsen verwoord wat wetenschapsfilosofen als Fleck, Popper, Kuhn, Lakatos, Polanyi, en vele andere voor hem al lang (met voorbeelden!) hebben duidelijk gemaakt.

  7. #7 door Martin op 6 oktober 2006 - 09:07

    Hallo Taede.
    Ik ken inderdaad die wetenschapsfilosofische achtergrond.
    Wat je misschien zou interesseren: http://www.inference.phy.cam.ac.uk/mackay/itila/book.html
    Dat is een wetenschappelijk boek (gratis download) over waarschijnlijkheid, ihb. over Bayesian inferencing. De regel van Bayes drukt precies uit wat jij hierboven zegt: every inference is based on an assumption. De evolutietheorie is, net als elke natuurwetenschappelijke theorie, een inference. Overigens zijn veel veronderstellingen van levensbelang: ik weet niet absoluut zeker, dat ik het niet overleef als ik mijn vingers in het stopcontact steek, maar toch doe ik het niet. Volgens mij is dat ook wat Meesters, een wiskundig statisticus, drijft: strikt wiskundig genomen weet je helemaal niets zeker over de werkelijkheid. Hij ziet evolutiebiologie als een goede hypothese, maar wil niet uitsluiten dat er nog andere hypotheses zijn, wat bij natuurwetenschappers dan weer op onbegrip stuit. In de natuurwetenschap gaat het om de beste hypothese; the winner takes all.

  8. #8 door Taede A. Smedes op 6 oktober 2006 - 09:17

    Hallo Martin,
    Bedankt voor die link! Ga ik zeker eens bekijken.
    Jij schreef: “Overigens zijn veel veronderstellingen van levensbelang…
    Ik ben het daar volledig mee eens; mijn opmerkingen over de veronderstellingen in de wetenschap waren ook niet bedoeld om de integriteit van wetenschap o.i.d. in twijfel te trekken, maar om simpelweg een kanttekening te maken: Ook wetenschap is mensenwerk.
    Niet alleen is het hebben van veronderstellingen in het dagelijks leven van levensbelang, maar ook voor wetenschap is het hebben van veronderstellingen onontbeerlijk. Ik heb elders al geschreven dat bijv. het naturalisme een cruciale en bijzonder belangrijke veronderstelling is van wetenschappelijk onderzoek. ID’ers willen ervan af; ik denk dat dit intellectuele zelfmoord is.

  9. #9 door Martin op 6 oktober 2006 - 15:50

    Taede, ik zou dat iets willen afzwakken: naturalisme is in de natuurwetenschappen cruciaal voor tenminste de onderwerpen die het voorwerp zijn van natuurwetenschappelijk onderzoek. Door de ID beweging, en ook door Dekker, wordt naturalisme geidentificeerd met atheisme, alleen maar om te kunnen concluderen dat een theistisch wereldbeeld “rationeler” zou zijn, en dat is volgens mij een sofistische truc.

%d bloggers liken dit: