Over What the Bleep, atheïsme en religie

N.B. Ik geef inleidingen bij voorstellingen van What the Bleep…? en leidt discussies over deze film – zie WWW.TASMEDES.NL voor contactinfo.


Lezing uitgesproken bij de vertoning van What the Bleep Do We Know? op woensdagavond 4 oktober 2006,

Bibliotheektheater Rotterdam

(1) Richard Dawkins: The God Delusion

Deze week ben ik begonnen te lezen in het nieuwe boek van Richard Dawkins. Dawkins is een Britse bioloog die af en toe ook over dingen schrijft die buiten zijn vakgebied vallen. Religie is één van die dingen. Dawkins is atheïst. Zijn nieuwste boek heeft als titel The God Delusion. Het is een prachtig geschreven boek, dat u zeker moet gaan lezen – of u nu gelovig bent, agnost, of atheïst. Het woordje delusion uit de titel laat zich echter niet zo gemakkelijk naar het Nederlands vertalen. Het is niet alleen te vertalen met ‘illusie’, maar ook met ‘bedrog’. In het geval van een illusion is er in zeker opzicht sprake van iets dat je overkomt; er zit een moment van passiviteit in. Wie wel eens naar tekeningen van Escher heeft gekeken, die ziet illusies: de ogen (of beter gezegd: de hersenen) worden bedrogen. Het duurt vaak even voordat je doorhebt dat het een illusie is. Bij een delusion is iets anders aan de hand. In dat geval laat je je voor de gek houden; er zit een actief moment in. Een film is een delusion: wie een film kijkt, weet dat het niet echt is, maar omdat het leuk is, laat je je vrijwillig meeslepen door het verhaal. Je laat toe dat je bedonderd wordt.

Welnu, Dawkins meent dat God ook zo’n delusion is: het is een vorm van bedrog. Als je in God gelooft, laat je je vrijwillig bedonderen. Je weet immers dat God niet bestaat, je kunt God niet zien, niet aanraken, niet horen, etc. – dus er zijn allerlei redenen om niet in God te geloven, en toch zijn er miljarden mensen op aarde die in God geloven. Die mensen laten zich dus voor de gek houden, aldus Dawkins. Want God bestaat niet. God is dus niet een illusion, maar een delusion.

Maar wie The God Delusion leest, wordt meteen, vanaf de eerste bladzijden, op het verkeerde been gezet. Het eerste hoofdstuk is namelijk getiteld “A Deeply Religious Non-Believer”. Een ongelovige die diep-religieus is? Wat kan daarmee bedoeld zijn? Dawkins schrijft: “Een quasi-mystieke houding ten aanzien van de de natuur en het heelal is heel gewoon onder wetenschappers en rationalisten. Het houdt geen enkel verband met bovennatuurlijk geloof” (11). Dawkins heeft het hier over bovennatuurlijk geloof. Daaronder schaart hij geloof in God, als de bovennatuurlijke schepper die het verdient om aanbeden te worden – die God is het mikpunt van spot in Dawkins’ boek. Maar wat bedoelt hij dan te zeggen met de hoofdstuktitel: “Een diepgelovige ongelovige”?

Dawkins maakt in dit hoofdstuk een onderscheid tussen wat hij noemt Einsteiniaanse reliositeit en bovennatuurlijke religiositeit. Het geloof in een bovennatuurlijke God is een voorbeeld van bovennatuurlijke religiositeit. Einsteiniaanse religiositeit is geïnspireerd op de uitspraken van Albert Einstein, de uitvinder van de relativiteitstheorieën. Einstein was geïnspireerd door het godsbeeld van de filosoof Spinoza. Spinoza schreef de beroemde woorden Deus sive natura: God, oftewel met andere woorden, de natuur. Voor Spinoza waren God en de natuur één. Einstein was hierdoor gefascineerd en schreef dat hij een diepgelovige ongelovige was. Daar komt de titel vandaan. Einstein geloofde niet in een bovennatuurlijke God, maar in de God van Spinoza: de God die één is met de natuur.

(2) Einstein en religie

Voor Einstein was religie: “Te voelen dat achter alles wat ervaren kan worden, iets schuilgaat dat we met onze geest niet kunnen vatten en waarvan de schoonheid en het sublieme ons slechts indirect bereikt en als een zwakke afspiegeling, dat is religiositeit. In die zin ben ik religieus.” En Dawkins schrijft daar direct achteraan: “En in die zin ben ik ook religieus. … Maar ik prefereer het om mezelf niet religieus te noemen, omdat ik dat misleidend vind” (19). Dawkins vindt het misleidend omdat hij de term ‘religie’ wil reserveren voor die vorm van geloof die vasthoudt aan het bestaan van een bovennatuurlijke God. En Dawkins noemt zichzelf atheïst omdat hij die vorm van bovennatuurlijke religiositeit bestrijdt als irrationeel en onzinnig.

De Einsteiniaanse religiositeit gaat terug op een diepe fascinatie voor de schoonheid van de natuur. Als ik Einsteins woorden serieus neem, dan lijkt hij te suggereren dat er achter de wereld zoals wij die waarnemen iets schuilgaat wat we niet kunnen bevatten. Iets wat we niet kunnen aanraken. Iets wat voor onze geest ontoegankelijk is, wat ons begrip te boven gaat. Achter de wereld van het ervaarbare ligt nog een andere werkelijkheid, waar we slechts af en toe een glimp van opvangen. Einstein heeft ook ergens gezegd dat voor hem het bedrijven van wetenschap een religieuze aangelegenheid was. Sommige mensen gaan naar de kerk, Einstein ging naar zijn laboratorium – bij wijze van spreken. Die wereld achter de alledaagse wereld, dat is ook de wereld waar What the Bleep over gaat.

Het is dan wel curieus dat Einstein de quantummechanica (waar What the Bleep uiteindelijk over gaat) niet serieus kon nemen. Einsteins geloof in de rationaliteit en geordendheid van de wereld liet hem niet toe te erkennen dat de wereld niet-deterministisch was. “God dobbelt niet”, zou hij ooit eens tegen een collega-wetenschapper hebben gezegd. Op zijn beurt zou die wetenschapper hebben gezegd: “Einstein, hou er nou eens mee op te zeggen wat God wel en niet mag doen!” Einstein kon prima leven met de gedachte dat we de werkelijkheid niet helemaal begrijpen. Wat hij niet kon verkroppen was dat de werkelijkheid misschien in zichzelf niet begrijpbaar is. Het indeterminisme en het fenomeen van entanglement waren voor Einstein wetenschappelijk ondeugdelijke ideeën. Entanglement – of interconnectedness, het idee dat alles met alles te maken heeft, en dat het draaien aan een foton aan deze kant van het heelal, een effect heeft aan het andere uiteinde van het heelal – noemde Einstein gekscherend spooky action at a distance.

(3) What the Bleep en religie

What the Bleep is uiterst kritisch over religie. De geïnstitutionaliseerde religies, en dan met name het christelijk geloof, is volgens de filmmakers een onderdrukkend geloof. Het bevrijdt niet, maar knevelt. Wetenschap bevrijdt – dat is de boodschap. Sterker nog, wij moeten onszelf bevrijden, uit de gedachtenkronkels en leefpatronen waar we onszelf in hebben opgesloten. Onthechting is het sleutelwoord. Dan wordt de werkelijkheid anders. We kunnen zelf onze werkelijkheid creëren, dat is de boodschap. Tot op zekere hoogte is dit waar. Het maakt veel uit of je leeft alsof het altijd regent, of dat je leeft alsof de zon schijnt. De wereld laat zich anders aan je zien, afhankelijk van je gesteldheid. En onze gesteldheid kunnen we beïnvloeden, bijvoorbeeld door naar muziek te luisteren of een feel-good film, zoals What the Bleep te gaan kijken. Daar word je vrolijk van, dan wordt de wereld anders. Maar dat ik ‘s ochtends wakker word, rechtop in bed ga zitten, mijn ogen sluit en (om met de filosoof Bassie te spreken) de wereld eens aan de binnenkant van mijn ogen bekijk, en deze vervolgens echt ga ontwerpen – nee, dat wil er bij mij niet in. Zo egoïstisch ben ik nu eenmaal niet. Dat zou betekenen dat jij als lezer een product bent van mijn scheppende fantasie.

Maar op een dieper niveau vind ik wat er in What the Bleep gebeurt fascinerend en fantastisch. Wetenschap wordt hier opnieuw een religieuze bezigheid. De wetenschappers in de film zijn als het ware de nieuwe hogepriesters en predikanten die ons vanaf hun kansels in hun witte toga’s vertellen hoe de wereld in elkaar zit. En ook h
oe wij moeten of kunnen leven. De boodschap van de film is ten diepste ethisch van aard: let goed op wat je doet, want jouw handelingen hebben meer effect dan je zelf denkt. Het draait om persoonlijke verantwoordelijkheid, niet alleen voor jezelf, maar uiteindelijk voor het hele universum waarmee je verbonden bent. Dat heeft ook Bijbelse connotaties – ook in de Bijbel wordt gesproken over de relatie tussen handelingen nu, die later op jezelf kunnen terugslaan ofwel in goede dan wel in kwade zin. What the Bleep is Einsteiniaanse religie ten top. Ik ben daar wel bevattelijk voor, voor die boodschap. Dat wij met heel het heelal verbonden zijn, dat is niet noodzakelijkerwijs tegengesteld aan de boodschap van het christelijk geloof. Er zijn momenteel veel theologen die zich bezighouden met het zogenaamde interdependentie-denken, die wijze van denken over en omgaan met de wereld die uitgaat van de onderlinge afhankelijkheid. En ook de procestheologie gaat uit van de entanglement van God, mens en wereld. Niets nieuws onder de zon dus.

Voor mij raakt What the Bleep aan wat ik als de kern van religie beschouw. Waar het voor mij als godsdienstfilosoof en theoloog ten diepste in het christelijk geloof gaat, is een houding van verwondering over de wereld en mezelf: Waarom is dit alles er? Waarom is het heelal zoals het is? Waarom ben ik er? Wat is mijn plaats in dit alles? Die vragen worden in het christelijk geloof in verband gebracht met spreken over God. Over God wordt echter heel verschillend gesproken, want uiteindelijk weet geen enkele theoloog hoe of wat God eigenlijk is. Sommigen spreken over God als de transcendente, degene die boven onze dagelijkse ervaring uitstijgt – die God is prima te verenigen met het wereldbeeld van What the Bleep. Anderen spreken over God als de oergrond van ons bestaan – en ook dat is prima te verenigen met het wereldbeeld van What the Bleep.

Kortom: deze film is voor mij een fantastisch voorbeeld van hoe wetenschap en geloof elkaar ontmoeten en omarmen in verwondering over de wereld om ons heen. En grappig genoeg kom ik door die film tot de ontdekking dat blijkbaar het atheïsme/Einstiinianisme van Dawkins en mijn eigen geloof niet eens zo heel ver uit elkaar liggen.

(c) Taede A. Smedes, 2006

Klik HIER om de lezing als PDF-file te downloaden.

%d bloggers op de volgende wijze: