De Maatschappij als Apenrots

De Maatschappij als Apenrots

Derde KNAW-debat over de bronnen van de moraal

In het derde KNAW-debat over geloof en wetenschap, dat afgelopen dinsdagavond in de Beurs van Berlage in Amsterdam plaatsvond, verkenden bioloog en schrijver Tijs Goldschmidt en cultureel antropoloog Wouter van Beek de rol van ethiek in biologie en religie. Theoloog Taede Smedes bezocht voor het Friesch Dagblad het debat.

Door Taede A. Smedes

Is moraal alleen bij mensen te vinden of ook bij dieren? En hoe verhouden zich religie en moraal tot elkaar? Die twee vragen stonden dinsdagavond centraal tijdens het derde van een serie debatten, georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) naar aanleiding van de discussie over Intelligent Design in 2005. Tijs Goldschmidt, bioloog en schrijver, en de Leidse cultureel antropoloog Wouter van Beek gingen ieder op eigen wijze in op deze problematiek.

Slim ontwerp als hocus pokus

Goldschmidt haalde in zijn oppervlakkige lezing fel uit naar “de slim-ontwerpbeweging”, zoals hij Intelligent Design aanduidde. Hij noemde deze beweging “hocus pokus” en “pertinente flauwekul”, maar gaf geen argumenten voor deze kwalificaties. Volgens Goldschmidt wordt ID vooral gevoed door de angst dat de evolutietheorie de mens van zijn voetstuk zou halen zodat de mens niet langer uniek is. Onderzoeken uitgevoerd door bijvoorbeeld de primatoloog Frans de Waal laten zien dat er tussen mens en dier slechts een gradueel verschil bestaat. Dit geldt ook voor moraal. Veel ID-aanhangers menen volgens Goldschmidt dat de mens het enige wezen is met moraal. Met een fragment uit de film Serengeti Symphony van de Nederlandse filmer Hugo van Lawick, waarin een buffel die door een groep leeuwen wordt aangevallen door zijn kudde wordt gered, liet Goldschmidt zien dat moreel gedrag niet alleen is voorbehouden aan de mens.

Religie is onethisch

De cultureel antropoloog Wouter van Beek stelde op indrukwekkende wijze de vraag naar de relatie tussen religie en moraal. Vaak is de veronderstelling, aldus Van Beek, dat religie en ethiek aan elkaar zijn gekoppeld of dat religie de bron van moraal is. Van Beek bestreed een dergelijke visie en stelde dat ethiek en religie “zoogzusters” zijn: zoals twee baby’s die geen verwanten zijn toch met dezelfde moedermelk grootgebracht kunnen worden, zo komen ook ethiek en religie voort uit dezelfde bron, zonder dat ze onderling verwant zijn. Ethiek komt dus volgens Van Beek niet voort uit religie, maar heeft een eigen oorsprong. Dat ethiek een eigen oorsprong heeft, is volgens Van Beek al in de Bijbel aantoonbaar. In het bijbelboek Job bijvoorbeeld wordt God gemeten naar ethische maatstaven. God is daar dus niet de bron van ethiek, maar Gods handelingen worden gemeten aan ethische normen die elders vandaan komen. Ook de oorsprongsmythen uit Genesis zijn volgens Van Beek onethisch: “Adam at van de verboden vrucht en kreeg daarmee kennis van goed en kwaad. De overtreding van Adam was dus dat hij ethisch werd.”

Nieuwe taken voor de theologie

Hoe komen we dan toch aan het idee dat religie en moraal nauw aan elkaar gekoppeld zijn of zelfs met elkaar geïdentificeerd kunnen worden? Van Beek stelde dat de oorzaken hiervan in Europa met name in de secularisering van de samenleving gelegen zijn. Door de secularisatie zijn kerken, die voor de Verlichting de samenleving bestuurden, veel macht en invloed kwijtgeraakt. Bijvoorbeeld het CDA heeft een punt gemaakt van de familie als hoeksteen van de samenleving. Van Beek ziet hierin een religieuze legitimering van een ethisch punt. Door een religieuze legitimering van ethische standpunten kunnen de kerken nog enige invloed uitoefenen op de samenleving. Dit geeft wel de foutieve indruk alsof ethiek het domein is van de religie.

Van Beek, die zichzelf gelovig noemde (hij is Mormoon), concludeerde dat de theologie door de toenemende biologische en sociaal-culturele kennis nieuwe taken krijgt. De evolutietheorie stelt dat mensen er slechts toevallig zijn. Dat is volgens Van Beek voor mensen een onverteerbaar gegeven, zodat mensen op zoek gaan naar zingeving. De theologie zou hierop moeten inspelen, niet door naar ID-achtige theorieën te grijpen, maar bijvoorbeeld door te zoeken naar religieuze oorsprongsverhalen die aansluiten bij de paleontologische kennis van het verleden van de mens. Theologen zouden bovendien de relativering van het mens-dier onderscheid serieus moeten nemen. Het wordt tijd, zo besloot Van Beek deze boeiende avond, dat theologen gaan zoeken naar een theologie van het dier.

Een ingekorte versie van dit artikel, met als titel “Ethiek en Religie zijn Zoogzusters” verscheen op 26 oktober in het Friesch Dagblad. De online-versie van dit artikel is hier te vinden: http://www.frieschdagblad.nl/artikel.asp?artID=31058. 


Slotopmerkingen:

Persoonlijk vond ik deze avond tot nu toe de interessantste van de serie tot nu toe. Ik vond Goldschmidts lezing interessant, maar niet boven een populariserend verhaaltje uitkomen. Maar bij Van Beek gebeurde echt iets. Ik heb bij verschillende aantekeningen uitroeptekens gezet, omdat Van Beek mij daar echt tot nieuwe ideeën aanzette. Helaas kwam hij niet aan alle sheets van zijn Powerpoint-presentatie toe, maar ik ben zeer nieuwsgierig of hij de rest nog eens uitwerkt tot een artikel.  

Een eveneens positieve bespreking van de avond door Gert Korthof is HIER te vinden.

  1. #1 door Gert Korthof op 30 oktober 2006 - 12:38

    Je schrijft: “Goldschmidt haalde in zijn oppervlakkige lezing…”
    Dit is erg negatief, denigrerend uitgedrukt.
    Je noemt zelf argumenten die Goldschmidt gebruikte, in je stukje.
    En ID: er is al zovaak aangetoond dat ID wetenschappelijke niet deugt.
    Zie: Young & Edis (2004) en vele andere op anti-creationism.

  2. #2 door Taede A. Smedes op 30 oktober 2006 - 12:57

    Hoi Gert,
    Je hebt gelijk – het is ook negatief bedoeld. Ik vond Goldschmidts verhaal aardig verteld, maar het kwam helaas niet boven een verzameling gemeenplaatsen uit. Het buffelvoorbeeld was mooi, maar Goldschmidt voegde niet veel toe aan wat iedereen in de zaal kon zien. Dat er ook moraliteit onder dieren bestaat, was voor vrijwel iedereen in de zaal een open deur. Ze hadden wat mij betreft beter iemand als Frans de Waal in kunnen huren, die zou een steviger verhaal hebben neergezet.
    Het verhaal van Van Beek was heel andere koek en werkelijk indrukwekkend. Van Beek had een verhaal van een veel hoger niveau en zei ook werkelijk nieuwe dingen.
    Niettemin vond ik deze avond de beste tot nog toe.
    Taede

%d bloggers liken dit: