Een religieuze wormenkuur

Sam Harris’ in zijn morele kruistocht tegen religie:

“We bouwen een beschaving van onwetendheid.”

Taede A. Smedes

“Deze brief is het product van falen – het falen van de vele briljante aanvallen op religie die eraan vooraf gingen.” Zo eindigt de filosoof Sam Harris’ zijn atheïstisch manifest, Letter to a Christian Nation in mineur, verbijsterd door de hordes moslims en christenen die maar blijven kleven aan een verzonnen God. “Deze brief is een uiting van die verbijstering – en misschien van een beetje hoop.”

Harris publiceerde in 2004 The End of Faith: Religion, Terror, and the Future of Reason. Op dat boek ontving Harris naar eigen zeggen “duizenden brieven” met vooral verontwaardigde reacties. Letters is Harris’ antwoord aan het Amerikaanse publiek. Het boekje stond wekenlang in de toptien van Amazon.com, zij aan zij met Richard Dawkins’ The God Delusion. En daarmee is atheïsme plotseling een hype geworden. Waarschijnlijk is dit vanwege de curiositeitswaarde ervan in het overwegend christelijke Amerika, maar dan wel een met een keerzijde. Want Harris geeft meermalen aan dat hij zich als atheïst in de Amerikaanse samenleving gemarginaliseerd voelt. De amper honderd pagina’s zijn daarmee niet alleen een indringende kritiek van iedere vorm van religie, maar vormen de stem van een roepende in een levensbeschouwelijke woestenij.

Harris ageert met passie. In zijn brief richt hij zich direct tot de Amerikaanse fundamentalisten die de Bijbel als het letterlijke woord van God beschouwen. Waar andere atheïsten zich in naam der wetenschap richten tegen fundamentalistische gelovigen, zo doet Harris dat maar liefst in naam van de Westerse beschaving. Want voor hem is religie de grootste bedreiging van de Westerse wereld. “We bouwen een beschaving van onwetendheid” verwijt hij het Amerikaanse volk. Niet alleen schendt religieus fundamentalisme en creationisme de integriteit van natuurwetenschappelijk onderzoek, maar vooral legt Harris de zere vinger met name op de immorele en inhumane consequenties van religieuze waarheidsclaims. Krijgen atheïsten vaak het verwijt dat ze immoreel zijn, Harris slaat met woorden keihard terug: hij wijst op de barbaarsheid van de Bijbel en op Gods onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden.

 Daarbij schuwt Harris iedere nuance. “Het is tijd dat we onder ogen zien hoe beschamend het is voor overlevenden van een catastrofe wanneer ze geloven dat ze gespaard werden door een liefhebbende God, terwijl diezelfde God baby’s in hun wiegjes verdronk.” Gelovigen die tsunamis en orkanen als straf van God beschouwen, geloven in een verwerpelijke God die willekeur tot speeltje heeft gemaakt. De Bijbel als bron van morele criteria is waardeloos. Slavernij (nog altijd een heikel punt in Amerika) wordt door de Bijbel direct gelegitimeerd. Martin Luther Kings prediking van geweldloosheid was helemaal niet op de Bijbel geënt, maar geïnspireerd door Gandhi. En moeder Theresa heeft weliswaar veel goed werk verricht, maar in moreel opzicht was het een wrak: ze dankte God voor lijden en armoede en het speerpunt van haar beroemde Nobelprijs-rede was abortus, wat ze de grootste vijand van vrede noemde. “Als je bezorgd bent over menselijk lijden, zou abortus wel erg laag op je prioriteitenlijstje moeten staan”, geeft Harris als bijtend commentaar.

Harris’ boodschap is duidelijk en werkt. Zijn verontwaardiging komt niet zozeer voort uit het negeren van natuurwetenschap (dat óók), maar vooral uit verbijstering over het irrationele en inhumane karakter van religie. Uiteindelijk draait het om bezorgdheid over de toekomst van de Westerse beschaving, die wordt geblokkeerd door religieus dogmatisme en bewust gegenereerde onwetendheid. Voor veel gelovigen zal dit boek een bittere pil zijn, maar als theoloog kan ik deze religieuze wormenkuur niet anders dan dringend aanbevelen. Niet alleen is het boekje, hoe schokkend ook, een feest om te lezen, mede door de blijvend luchtige toon en de bombastische retoriek. Maar erger nog: Harris heeft envoudigweg te vaak gelijk.

Sam Harris, Letter to a Christian Nation.

New York: Alfred A. Knopf 2006. xii, 98 pagina’s. ISBN 0307265773.

(Deze tekst is oorspronkelijk in verkorte vorm geschreven in het kader van cursus wetenschapsjournalistiek aan Hogeschool Utrecht.)

, , , , ,

  1. #1 door mel op 22 november 2006 - 15:54

    slavernij was in bijbelse tijden normaal maar er wordt benadrukt dat men goed voor een slaaf moet zorgen. en dat alle gelovigen broeders en zusters zijn en dus gelijk. er waren christenen die de bijbel gebruikten om slavernij te rechtvaardigen, maar uiteindelijk waren er meer die inzagen dat het verkeerd was.

%d bloggers op de volgende wijze: