Vierde KNAW-debat toont theologie op haar best

Vierde KNAW-debat toont theologie op haar best

Theoloog Van de Beek speelt sterk spel in debat met fysicus Sander Bais

Wat is waarheid? Dat was de vraag die dinsdagavond aan de orde was tijdens het vierde KNAW-debat in de Beurs van Berlage tussen de theoloog Bram van de Beek en de natuurkundige Sander Bais. Van de Beek had de taaiste lezing tot nu toe. Zijn betoog was complex, zijn toon vaak prekerig, maar uiteindelijk was Van de Beeks lezing meer dan alle voorgaande lezingen in de debatcyclus een KNAW-waardig betoog.

Door Taede Smedes

AMSTERDAM – Zowel in godsdienst als in natuurwetenschap wordt waarheid ons aangereikt, aldus VU-theoloog Van de Beek. “Waarheid wordt ons altijd gegeven. Maar waarheid is ook relatief: andere ervaringen leiden tot een andere werkelijkheidservaring, met daarbij een andere opvatting van waarheid. De traditie speelt daarbij zowel in wetenschap als in religie een niet onbelangrijke rol, omdat we altijd op de kennis en ervaring van anderen voortbouwen.”

Toch is ons waarheidsbegrip sinds de 17de eeuw behoorlijk veranderd. Van de Beek schetste de geschiedenis van de opkomst van de wetenschappen uit het slagveld van de godsdienstoorlogen. Niet langer waren unieke en particuliere ervaringen bepalend, maar juist de generaliseerbare en herhaalbare aspecten van het menselijk bestaan kwamen centraal te staan. Alleen datgene wat iedereen kon beleven werd van belang. De natuurwetenschappen waren de belichaming van dit ideaal.

Vandaag de dag bepalen de natuurwetenschappen nog altijd ons waarheidsbegrip. Tegelijkertijd vindt er een onderwaardering plaats van eenmalige en unieke ervaringen, omdat die binnen een wetenschappelijk kader geen plaats kunnen krijgen. Van de Beek merkte hier een spanning op: “als de natuurwetenschappen echt streven naar waarheid, dan moeten ze zich ook openstellen voor die unieke ervaringen die niet-generaliseerbaar zijn”. Volgens Van de Beek hebben de natuurwetenschappen een sterk reducerende kijk op de werkelijkheid die we niet mogen verwarren met de werkelijkheid zelf.

Veel gelovigen hebben volgens Van de Beek een andere opvatting van waarheid: “Vanuit een religieus perspectief is de werkelijkheid niet louter rationeel, maar wordt het grootste deel ervan door een irrationele macht bepaald. De wetenschappen worden daarmee een klein pionnetje in een veel bredere werkelijkheidsopvatting.”

Toch eindigde Van de Beek niet in een algeheel waarheidsrelativisme. In een plotselinge wending in zijn betoog werd Van de Beek persoonlijk en zei dat voor hem als christen Jezus van Nazareth de absolute waarheid was waarop alle andere waarheden georiënteerd zijn. “Over de absoluutheid van Jezus van Nazareth valt niet te discussiëren zonder het christelijk geloof op te geven.” Van de Beek verwees naar een foto in zijn werkkamer: een naakte Jezus aan een crucifix. “Dat is voor mij het toonbeeld van waarheid: de gekruisigde Jezus als de naakte waarheid.”

Sander Bais verloor zichzelf in een fladderend betoog waarin hij een ontwikkeling schetste van een mythisch wereldbeeld naar het huidige wetenschappelijke wereldbeeld. Het mythisch wereldbeeld wordt gekenmerkt door vooroordelen. Voor Bais was wetenschap de systematische bevrijding van het vooroordeel. De vragen van de wetenschap zijn echter wel geworteld in dat mythische wereldbeeld, zodat een zekere continuïteit blijft bestaan. In de discussie achteraf uitte Bais respect voor het relativistische uitgangspunt van Van de Beek, hoewel Bais moeite had met Christus als opnieuw de absolute factor. Bais zei zich meer thuis te voelen bij een uitspraak van de fysicus Richard Feynman, die in een interview had gezegd dat voor hem niet-weten en onzekerheid veel interessanter waren dan het hebben van zekerheden.

Tijdens de discussie met de zaal kwam wel naar voren dat het in Van de Beeks betoog ontbrak aan relativering van het eigen christelijke perspectief, met name in de dialoog met andere religies. Niettemin liet de avond als geheel goed zien dat de universitaire theologie op intellectueel niveau nog altijd sterk spel speelt wanneer het theoretische vragen omtrent waarheid en kennis betreft. Het is dan ook te betreuren dat theologen zich in dezen niet wat meer profileren en hun plaats in het debat opeisen.

(Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in het Friesch Dagblad van donderdag 16 november 2006.)

  1. #1 door Martin op 19 november 2006 - 20:10

    Taede, je schrijft: “Van de Beek merkte hier een spanning op: “als de natuurwetenschappen echt streven naar waarheid, dan moeten ze zich ook openstellen voor die unieke ervaringen die niet-generaliseerbaar zijn”. ”
    Wat bedoelde van de Beek hiermee? Ik vermoed, ervaringen die niet door anderen te verifieren zijn? B.v. zoals bij de Heilige Bernadette (als ik mij dat goed herinner), die na een dagje schapenhoeden meldt Maria, de Moeder Gods (niet sarcastisch bedoeld), te hebben gezien? Bedoelde hij dat?
    Als ik lees wat van de Beek blijkbaar gezegd heeft, dan verbaast het mij niet, dat de theologie een zo gemarginaliseerd bestaan leidt.
    Die houding van “ik ken de absolute waarheid” heeft in de geschiedenis van de mensheid tot gigantisch veel bloedvergieten geleid. Zet twee mensen met verschillende opvattingen over wat de “absolute waarheid” is, en ze slaan elkaar de hersens in.
    De wetenschappen, ihb. de natuurwetenschappen, hebben geleid tot het inzicht, dat absolute waarheden niet te bemachtigen zijn, en dat iedereen daarom bereid dient te zijn, zijn of haar opvattingen aan te passen als dat in het licht van de ervaringsfeiten als zijnde nodig beoordeeld wordt.
    Ik vraag mij af, of van de Beek zich wel realiseert, wat voor indruk dit soort dogmatisme op anderen maakt.

  2. #2 door Gert Korthof op 23 november 2006 - 09:12

    Taede, ik heb het betoog van theoloog Van de Beek geheel anders ervaren dan jij beschrijft. Van de Beek zei:
    “Waarheid wordt ons altijd gegeven” doelt waarschijnlijk op openbaringskennis, wat uit den boze is in de natuurwetenschap. Daarom deugt die vergelijking niet. In de natuurwetenschap gelden geen voor eeuwig geldende waarheden. Aristotles is vervangen door Newton, Newton is vervangen door Einstein, en Einstein zal vervangen
    door zoiets als Stringtheorie.
    Van de Beek zei:
    “De traditie speelt daarbij zowel in wetenschap als in religie een niet onbelangrijke rol, omdat we altijd op de kennis en ervaring van anderen voortbouwen.”
    Maar in de wetenschap gelden geen eeuwige waarheden die van generatie worden overgedragen.
    In de biologie is Aristotles vervangen door Darwin en misschien zal Darwin in de toekomst door iets anders vervangen worden.
    In de natuurwetenschap wordt uit effientie in de opleiding van een nieuwe generatie studenten de hoofdlijnen van geaccepteerde kennis van alle voorgaande eeuwen overgedragen.
    Maar studenten krijgen ook practica, waar ze geaccepteerde kennis met eigen ogen kunnen zien en doen experimenten waar ze resultaten van vroegere experimenten zelf kunnen verifieren.
    In principe kan ALLE overgeleverde kennis gereproduceerd worden. Dat is de essentie van overgeleverde reproduceerbare kennis. Dat heeft Van de Beek niet gezegd. Dat had hij behoren te zeggen. De door van Beek geconstateerde overeenkomst van theologie en natuurwetenschap, nl. dat ze allebei op overgeleverde kennis berusten, is dus oppervlakkig, tendentieus. Er waren nog meer van die misleidende kantjes aan zijn betoog.
    Het is waar dat het betoog van de theoloog Van de Beek er netjes uitzag en dat van Bais ‘fladerend’, maar Van de Beek heeft een onjuiste typering van de natuurwetenschappen gegeven (die in het voordeel van de theologie uitviel). Er zat iets wetenschapsvijandigs in zijn betoog.

  3. #3 door Taede A. Smedes op 23 november 2006 - 10:33

    Hallo Gert,
    Uit je reactie blijkt dat je het verhaal van Van de Beek al met een zekere argwaan hebt beluisterd, wat ik jammer vind. Opnieuw laat dit zien dat de theologie altijd per definitie op een achterstand staat: ze moet zichzelf altijd bewijzen, wil ze serieus genomen worden door natuurwetenschappers.
    Waarheid wordt ons altijd gegeven. Dit doelt niet op openbaringskennis, tenzij je ook wetenschappelijke kennis als geopenbaard wilt zien. Voor dat laatste is wat te zeggen, in die zin dat wetenschappers ervan uitgaan dat er iets buiten henzelf is (de ‘werkelijkheid’) die zich aan ons toont in wetenschappelijk onderzoek. Dan openbaart de werkelijkheid zich aan de wetenschapper. Lijkt mij niets mis mee. En dat is precies wat Van de Beek bedoelde. De andere optie is dat wij waarheid maken. In dat geval ben je een constructivist. Aan de reacties op de boeken van David Bloor en Bruno Latour is af te lezen dat veel wetenschappers absoluut niet als constructivist willen worden beschouwd.
    Van de Beek heeft het overigens niet gehad over “voor eeuwig geldende waarheden”, ook niet in de theologie. Integendeel, hij sprak over verschillende vormen of soorten van waarheid die in verschillende contexten en op verschillende tijden een rol spelen. De flogiston-theorie was op een bepaald moment waar, maar werd later als onwaar beschouwd. Veel van wat Aristoteles beschreven heeft (bijv. over logica) wordt nog altijd als waar en niet als achterhaald beschouwd.
    Wat Van de Beek bedoelde kun je mooi illustreren aan Newton en Einstein. Jij schrijft dat Newton door Einstein is vervangen en dat Einstein door de stringtheorie zal worden vervangen. Die uitspraak is echter onjuist.
    Newtons wetten gelden op het mesoniveau van onze werkelijkheid, bijvoorbeeld wanneer je kijkt naar ons zonnestelsel. Als NASA een raket naar de maan wil schieten, maken ze gebruik van Newtons wetten. Einsteins relativiteitstheorieën functioneren alleen op macroniveau, dus wanneer je naar het universum als geheel kijkt. Met Einsteins theorieën zou geen enkele raket de maan bereiken. De stringtheorie werkt alleen op microniveau. Op het niveau van het allerkleinste werken blijkbaar zowel Newtons als Einsteins theorieën niet meer. Dus alledrie de theorieën zijn waar, maar ieder in hun eigen bereik. Dat is exact wat Van de Beek bedoelde! Iets dergelijks geldt ook voor andere wetenschapsgebieden, die hanteren ieder hun eigen waarheidsbegrippen. Heeft niets te maken met voor eeuwig vaststaande waarheden of zo.
    Ik zag ook helemaal geen enkel probleem in Van de Beeks opmerkingen over tradities. Jij hebt maar een raar idee over wat een traditie inhoudt. Ook in religieuze tradities wordt de vanuit de traditie overgeleverde kennis voortdurend getoetst (bijv. de vraag hoe vandaag de dag met de Bijbel om te gaan). Daarmee verandert de traditie zelf. Traditie is niet statisch, maar dynamisch. Dat geldt zowel in religie als in wetenschap. Van de Beek had het dus wat mij betreft bij het rechte eind.
    Die wetenschapsvijandigheid van Van de Beek is een heel subjectieve reactie. Ik heb daar niets van gemerkt. En dat Van de Beek een wetenschapsbeeld heeft dat positief is voor de theologie, wat is daar erg aan? Theologie wordt aan universiteiten gedoceerd, net als letterkunde, economie en geschiedenis. Een natuurwetenschappelijk gedomineerd wetenschapsbeeld is veel te beperkend. En ik vond Bais’ verhaal fladderend, en daarin was ik niet de enige. Een paar dagen later heb ik in ander verband met een KNAW-lid gesproken, die uitgesproken positief was over Van de Beeks verhaal, maar ook zei dat uit Bais’ bijdrage weer eens bleek wat voor vloek Powerpoint voor presentaties van wetenschappers kon zijn. Hij had het verhaal van Bais buitengewoon zwak gevonden en doorspekt van stereotypen. “Je mag toch wel verwachten dat een man als Bais met zo’n ervaring wat meer door die stereotypen heenkijkt”, zei hij letterlijk.
    Let wel: ik ben geen fan van Van de Beek. Verre van dat! (In een van de stellingen van mijn proefschrift heb ik Van de Beeks boek over Israël zelfs ketters en goddeloos genoemd, en daar sta ik nog altijd achter.) Niettemin vond ik dat Van de Beek die avond een goed verhaal hield, dat stond als een huis en KNAW-waardig was.
    Groetjes,
    Taede

  4. #4 door Taede A. Smedes op 23 november 2006 - 10:46

    Hallo Martin,
    Jouw vermoeden is m.i. onjuist. Van de Beek had simpelweg alledaagse ervaringen op het oog. Stel je wordt verliefd op een cassière van de Albert Heyn. Wetenschappers kunnen nu jouw verliefdheid beschrijven in algemene termen, dus in termen van hormonen en chemische processen in je hersenen. Of biologisch, in termen van voortplantingsdrift, egoïstische genen, etc. Het punt is nu dat jouw verliefdheid wetenschappelijk alleen interessant is op een heel algemeen niveau. Jouw specifieke verliefdheid op die specifieke cassière valt buiten het bestek van wetenschap.
    Op zich is met zo’n reductionistische blik (want dat is het) niets mis, mits je maar in het oog houdt dat de werkelijkheid rijker en gelaagder is dan de wetenschappelijke beschrijvingen doen vermoeden. Als we de wetenschap zo serieus nemen dat die rijkdom en gelaagdheid verdwijnt, dan gaat er iets mis. Het is dat punt waar Van de Beek de vinger op legde, omdat dat een proces is wat in onze samenleving aan de gang is. Alles wat niet onder algemene noemer kan worden gebracht is blijkbaar niet interessant omdat de wetenschap er niets mee kan.
    Religieuze ervaringen zijn maar een soort van ervaringen die door het vangnet van de wetenschap vallen. Maar Van de Beek had mijns inziens veel meer particuliere en specifieke ervaringen op het oog.
    Net als bij Gert heerst ook bij jou een beetje zo’n idee dat theologie met absolute waarheidsclaims werkt. Dat geeft weer aan hoe sterk de vooroordelen (lees: ontbrekende kennis) over theologie aanwezig zijn onder wetenschappers. Van de Beek heeft juist betoogd dat dit niet opgaat voor de theologie. Waarheid is context-afhankelijk en nooit absoluut. Van de Beek gaf dus aan dat theologie (en religieuze tradities) net zo aan revisies onderhevig zijn, als de natuurwetenschappen. Prima standpunt, volgens mij.
    Groetjes,
    Taede

  5. #5 door Martin op 23 november 2006 - 13:48

    Dag Taede. Je schrijft: “Alles wat niet onder algemene noemer kan worden gebracht is blijkbaar niet interessant omdat de wetenschap er niets mee kan”. Natuurlijk zijn dingen die buiten de wetenschap vallen interessant. Wetenschappers zijn ook maar mensen, en ik ken vele wetenschappers, mijzelf niet uitgesloten, die hartstochtelijk van muziek, kunst, menselijke interactie, etc. genieten. Ik heb nog nooit een fysicus of wiskundige horen zeggen, dat iets flauwekul is alleen maar omdat hij het niet in een fysisch model kan vatten – dat zou natuurlijk gigantische onzin zijn. Dus specifieke persoonlijke ervaringen kunnen inderdaad een dimensie hebben, die buiten de wetenschappelijke modellen valt. Dat is wel vaker zo: met algemene hydrodynamica kunnen vele modelsituaties van golven en stromingen beschreven worden, maar een specifieke mooie brekende golf aan het strand laat zich natuurlijk niet exact beschrijven. En beauty lies in the eye of the beholder.
    Overigens vind ik “Waarheid is context-afhankelijk en nooit absoluut” wel wat ver gaan. Iedereen zijn eigen waarheid? Brrr.
    In de filosofie is kentheorie een bekend onderwerp. Hoe verkrijgen wij kennis over iets, hoe bepalen we de geloofwaardigheid van iets? Inderdaad, absolute, onbetwijfelbare waarheden zijn er niet (behalve dat we belasting moeten betalen en dood zullen gaan …). Maar er zijn wel degelijk gradaties in geloofwaardigheid van beweringen en hypothesen. Het is dus niet zo, dat wegens de afwezigheid van absolute waarheden, alles maar even geloofwaardig zou zijn.
    Dat is m.i. het probleem met theologie. Ik zie ook wel, dat theologie een menselijke behoefte vervult: het geven van een intellectueel kader aan geloof. En geloof is natuurlijk ook een maatschappelijk verschijnsel, dus sociologisch interessant. Alleen, wat heeft dat met de geloofwaardigheid van theologische “schilderingen” te maken?
    Als je schrijft “in zijn betoog werd Van de Beek persoonlijk en zei dat voor hem als christen Jezus van Nazareth de absolute waarheid was waarop alle andere waarheden georiënteerd zijn”, dan gun ik Van de Beek natuurlijk zijn ongetwijfeld oprechte emotie, alleen vind ik die uitspraak, indien letterlijk genomen, onbegrijpelijk.
    Ik wil hier niemand beledigen, maar godsdienst is toch wel (ook?) een roesmiddel, en het heeft ook veel mensen geweldig geinspireerd.

  6. #6 door Gert Korthof op 24 november 2006 - 13:44

    Taede, dank voor je uitgebreide reactie.
    (ik merk dat je weer terug bent uit de USA!)
    Taede schrijft: “Uit je reactie blijkt dat je het verhaal van Van de Beek al met een zekere argwaan hebt beluisterd”.
    Nee, dat is geen juiste conclusie! Ik ben daar gewoon gaan zitten en mijn oren opengezet. Eerst was ik tamelijk onder de indruk van een netjes opgebouwd betoog,
    pas later ben ik gaan nadenken over zijn betoog, ook naar aanleiding van 2 opmerkingen uit de zaal die ik beide terecht vond.
    Taede schrijft:
    “religieuze tradities wordt de vanuit de traditie overgeleverde kennis voortdurend getoetst”
    en:
    “Van de Beek heeft het overigens niet gehad over voor eeuwig geldende waarheden, ook niet in de theologie.”
    maar hoe zit het dan met: “Jezus van Nazareth de absolute waarheid was” : dat is toch een niet te onderhandelen eeuwige waarheid? Een committment?
    Taede schreef:
    “Die wetenschapsvijandigheid van Van de Beek is een heel subjectieve reactie. Ik heb daar niets van gemerkt”
    Het is geen subjectieve reactie, maar op uitspraken van vdB gebaseerd:
    1. Volgens Van de Beek hebben de natuurwetenschappen een sterk reducerende kijk op de werkelijkheid die we niet mogen verwarren met de werkelijkheid zelf.
    (=enigszins arrogante uitspraak. Sterk reducerend? Hij staat daarboven? Hij heeft een correct totaalbeeld? hoe doet hij dat? hoe komt hij daar aan?)
    2. “De wetenschappen worden daarmee een klein pionnetje in een veel bredere werkelijkheidsopvatting”
    (= enigszins neerbuigend, KLEINerend t.o.v. natuurwetenschap!)

%d bloggers liken dit: