Definitieve inhoud nieuwe boek

Ik heb al eerder aangegeven dat ik een nieuw boek in de maak heb. Ik heb gisteren het definitieve concept – want dat blijft het totdat het boek is uitgegeven – voltooid. De opzet van het boek is enigszins veranderd ten opzichte van de vorige, vandaar een nieuwe blog over de vernieuwde inhoudsopgave.

Het boek is geen theologisch boek geworden en al helemaal geen wetenschappelijk boek, maar het is meer een cultuurfilosofisch essay dat een bijdrage wil leveren aan de discussie over de rol van geloof en atheïsme in onze huidige samenleving. Het is een boek over de dood van God en wat daarna komt. Het is een controversieel boek, denk ik, en in ieder geval minder diplomatiek dan mijn God en de menselijke maat. Ik spreek me in dit boek meer uit, persoonlijker, ik neem geen blad voor de mond, maar zeg  waar ik denk dat het op staat. Daar hoeft niet iedereen het mee eens te zijn. We kunnen daarover discussiëren – dat is het doel van het boek, discussie aanwakkeren over wat ons heilig is.

De titel van het boek is: God, Iets, of Niets? Over de verleiding van het atheïsme. Een essay. De inhoudsopgave luidt:

Voorwoord

Proloog

Deel 1: De droom der rede

1. Het Aldi-geloof

2. Een beschaving van onwetendheid

3. Redelijkheid en religie

4. Schuivende fundamenten

Deel 2: De dolle mens

5. De dood van God

6. Gods begrafenis

7. In het sterfhuis van de theologie

8. Poging tot reanimatie

Deel 3: Andermaal de droom der rede

9. ‘Ik kom God niet tegen in mijn onderzoek’

10. De verleiding van het atheïsme

11. De rationaliteit van religie revisited 

Deel 4: Buiten de cirkel

12. De biologie van religie?

13. Afscheid van een meedogenloze God 

Epiloog: Voorbij sciëntisme en theologische dogma’s

Verantwoording

Het oorspronkelijke hoofdstuk 13 had als titel “Is spreken over een persoonlijke God irrationeel?” In dat hoofdstuk legde ik uit hoe ik de relatie tussen projectie (Fichte, Feuerbach, Freud, etc.) en de inhoud van geloof zie. Dat hoofdstuk heb ik eruit gelaten. Dat is het onderwerp van een volgend boek, waarvoor ik me nu bezig ben in te lezen.

In plaats daarvan heb ik een hoofdstuk geschreven over de meedogenloosheid van God in het Oude Testament en mijn worsteling met de implicaties van die gruwelijke daden die God daar doet. Het is een heel persoonlijk hoofdstuk geworden. Ik denk dat wat ik in dat hoofdstuk zeg behoorlijk confronterend is, met name voor een theoloog. Een citaat:

“Ik vind het simpelweg ongepast en zelfs oneerbiedig om op de wijze over God te spreken, waarop in de Bijbel over God gesproken wordt. De moraal van de Bijbel is niet de onze. Althans niet meer (godzijdank!). En dat moeten we hardop uitspreken. Het zijn mooie verhalen, maar hang er in godsnaam je geloof niet aan op! Het is een verwenselijke moraal die eruit spreekt. En als we die moraal serieus nemen – en dat is uiteindelijk wat fundamentalisten, evangelicalen, en orthodoxe christenen zo graag willen – dan sturen we de samenleving, die we met elkaar hebben opgebouwd, linea recta naar de verdommenis! Een theocratie op Bijbelse grondslag zou het einde betekenen van de Westerse beschaving.”

Waar gaat de rest van het boek over? Een hele korte samenvatting: 

Dit boek wordt een neerslag van een eigen fascinatie met het atheïsme. Ik voel me sterk aangetrokken tot atheïsme, maar kan er niet toe komen om echt atheïst te worden. Waarom niet? Dat is de vraag die ten grondslag ligt aan dit boek. Ik begin bij de ambivalente interesse voor religie die heerst in onze samenleving: enerzijds een hernieuwde hang naar religie, anderzijds een grote belangstelling voor atheïsme. Waar komt die ambivalentie vandaan? De ambivalentie komt voort uit de vraag of religie rationeel is of niet.

Ik schets vervolgens de geschiedenis van de verhouding tussen het christelijk geloof en rationaliteit, en concludeer dat de christelijke theologie een verkeerde afslag heeft genomen bij de natuurlijke theologie, als een manier om de rationaliteit van geloof en theologie te redden. Dat falen van de natuurlijke theologie werkt tot vandaag de dag door en is verantwoordelijk voor de moeilijke positie van theologie vandaag. Theologen, zo betoog ik, hebben dat probleem voor een groot deel aan zichzelf te wijten. Ook ga ik in op de ‘reanimatiepoging’ om de dode God van Paley weer tot leven te wekken: Intelligent Design. 

Uiteindelijk kom ik uit bij de vraag waarom ik toch geen atheïst word en waarom ik mezelf ‘gelovig’ blijf noemen. Ik zal daar hier niets over zeggen: lees het later maar na. Ook geef ik aan hoe atheïsten en theologen/gelovigen van elkaar kunnen leren. In de laatste hoofdstukken ga ik kort in op de vraag of voor gelovigen een biologische verklaring van religie acceptabel is. In de epiloog ga ik in op Kants scheiding tussen ‘weten’ en ‘geloof’ – een scheiding die vaak door atheïsten wordt aangegrepen om te betogen dat het geloof irrelevant is geworden. Dat lag mijns inziens niet in Kants bedoeling, en dat wil ik kort uiteen zetten in de epiloog.

Gezien de inhoudsopgave lijkt het een dik boek te worden. Dat is niet het geval. Ik vermoed dat – afhankelijk van de opmaak van het boek – het tussen de 120-150 pagina’s zal zijn. Hopelijk zelfs iets minder, want dan wordt het een boek wat je tenminste in een redelijke tijd in zijn geheel kunt lezen.

Advertisements
  1. #1 door Rutger Schimmel op 20 februari 2007 - 23:25

    Werkelijk, ik kijk reikhalzend uit naar dit boek! Ik ben vooral benieuwd naar hoe het atheïsme je verleid en waarom je geen atheïst wordt. Als atheïst kijk ik zeker uit naar een goede verdediging van het theïsme zonder al dat gebruikelijke gezwets (zonder God is er geen moraal, Intelligent Design, etc.).
    Het gevaar in de huidige discussie rond geloof/atheïsme en in het evolutiedebat is het ontstaan (of liever gezegd: vergroten) van de kloof tussen het theïsme en atheïsme. Aan de ene kant heb je figuren als Dawkins, Dennett en ‘onze’ Philipse, terwijl aan de andere kant wetenschappers als Dekker en Collins staan. Hopelijk kan je boek een soort overzicht of brug vormen. Vraag is echter of het publiek het wil. Geneticus Collins wekte al verbazing met zijn verdediging van de evolutie, hoe reageert men dan op een theoloog die in het atheïsme een sterke aantrekkingskracht ziet?
    Het is zeker goed om een genuanceerde mening vanuit de theïstische hoek te horen, hoewel ik mijn twijfels heb over het aantal pagina’s. Kun je echt je boodschap meegeven in zo weinig bladzijden?
    Anyway, succes met het verder opmaken en corrigeren van je boek.

  2. #2 door Simon op 21 februari 2007 - 12:11

    Ik kan je wel op een blaadje meegeven dat het boek van Smedes niet warm zal worden onthaald door de gevestigde christelijke orde. (Taede, na het constateren van theologisch afbraakwerk in ‘De menselijke maar’ zal R. Fransen (ND) nu wel helemaal klaar met je zijn!)
    Ik krijg het idee vanuit je opmerkingen, dat je nu ook het principe van ‘aanbiddenswaardig’ hebt losgelaten en in navolging van bijv. Jan Riemersma je hoop vestigt op een abstract idee dat geevolueert is uit het menselijke brein.
    Of is het menselijke brein nu aanbiddenswaardig? (Ik hoop het niet!)

  3. #3 door Wim Kleisen op 21 februari 2007 - 12:31

    Ik ben heel benieuwd, Taede!
    Wim Kleisen

  4. #4 door Taede A. Smedes op 21 februari 2007 - 15:58

    Hallo Simon,
    Nee, ik heb het principe van ‘aanbiddenswaardigheid’ niet losgelaten; sterker nog, mijn opmerkingen over de gewelddadige God van het Oude Testament komen daar juist uit voort. Juist omdat God aanbiddenswaardig is, kan ik niets meer met die wrede God uit het Oude Testament die leeft van de angst die hij zijn eigen volk aanjaagt. Het geloof van het Oude Testament is een geloof uit angst voor represailles. Dat wil niet zeggen dat ik God verwerp, ik verwerp de beschrijving van God zoals die in het OT naar voren komt. Ik kan daar niets meer mee, die God is niet aanbiddenswaardig. Ik geef dus atheïsten als Dawkins en Harris gelijk, als ze zeggen dat die God immoreel is. Ik denk bovendien dat veel theologen er zo over denken, maar het niet hardop durven te zeggen, waarschijnlijk in de angst gelovigen voor het hoofd te stoten.
    Ik besef heel goed dat ik daarmee de betrouwbaarheid van de Bijbel ter discussie stel, maar dat ik dat doe verbaast je waarschijnlijk niet (meer). Dat dit boek bij veel gelovigen niet in goede aarde zal vallen, vind ik geen probleem. Daar kunnen we dan een rationele discussie over voeren.
    En inderdaad, ik ben van mening dat de godsidee uit het menselijk brein geëvolueerd is. Maar dat impliceert niet dat daarom God een illusie is (dat is de foutieve conclusie die atheïsten als Dawkins trekken). Ook dat beargumenteer ik in het boek.
    Het boek is overigens geen doorwrocht theologisch werk; het heeft veel meer een essayistisch karakter, veel meer dan mijn “God en de menselijke maat”. Het is ook een persoonlijk boek geworden; het draait om mijn fascinatie voor en worsteling met atheïsme, en de vragen die ik stel bij en problemen die ik heb met traditionele wijzen van geloven. Hoewel ik theologische en filosofische kennis heb, treed ik in dit boek niet als expert op (zoals ik in zekere zin wel deed in “God en de menselijke maat”), maar als iemand die worstelt met bepaalde traditionele geloofsvoorstellingen. Ik wil dus niet een nieuwe Kuitert zijn (alsjeblieft zeg!).
    Ook ga ik in dit boek niet het christelijk geloof tot de grond toe afbranden. Hoewel ik een aantal ‘onorthodoxe’ dingen zeg, pleit ik in het boek juist voor een grotere betrokkenheid van theologen in het publieke debat. Want tijdens de vele discussies over de rol van religie in het publieke domein schitterden theologen – experts op het gebied van religie – door afwezigheid. Daar mag wel eens iets van gezegd worden, toch? Als theologen van mening zijn dat theologie nog enige relevantie heeft in onze samenleving, waarom laten ze dat dan niet zien?

  5. #5 door Simon op 21 februari 2007 - 20:39

    Taede, dank voor je reactie. Ik zie uit naar het lezen van je nieuwe boek. Ik denk dat weinig christenen nog “een geloof uit angst” hebben, maar wel angst hebben om de rationele discussie aan te gaan over de Bijbel als (betrouwbare) bron van spreken over God.
    Angst is een slechte raadgever en heilige huisjes moeten zo af en toe flink op de tocht worden gezet! Dus als veel theologen er zo als jij over denken, maar het niet hardop durven te zeggen, dan is je boek hard nodig.

  6. #6 door G. Korthof op 23 februari 2007 - 14:25

    Taede, Wanneer verschijnt het?

  7. #7 door Taede A. Smedes op 24 februari 2007 - 09:35

    Hoi Gert,
    Ik heb nog geen idee wanneer het boek verschijnt. Ik heb het boek afgelopen week naar een grote uitgeverij gestuurd, en het is nu afwachten. Het kan 2 tot 4 maanden duren voordat de uitgeverij tot een oordeel is gekomen. Als ze het accepteren, zal er nog wel aan het boek moeten worden geschaafd. Al met al ga ik er vanuit dat het minstens een half jaar duurt voordat het boek uit is. Maar als de uitgeverij meent dat het boek prioriteit verdient, vanwege de actualiteit o.i.d., dan kan het wellicht sneller.
    En ja, het risico bestaat natuurlijk dat de uitgeverij het niet wil uitgeven; in dat geval moet ik het bij een andere uitgeverij aanbieden, waarna de hele procedure opnieuw begint…
    Je zult dus nog effetjes geduld moeten hebben…

  8. #8 door COCON op 1 maart 2007 - 23:15

    De hier volgende ‘geloofsbelijdenis’ formuleerde ik na het zien van de uitzending van Tegenpolen aflevering 16 op zondag 18 februari 2007.
    Cees Dekker, hoogleraar Moleculaire Biofysica aan de TU in Delft zat tegenover Bas Haring, filosoof, schrijver en televisie-presentator bij de RVU, en hoogleraar aan Universiteit van Leiden. Ze gingen met elkaar in gesprek over de vraag of geloof en wetenschap te combineren zijn of elkaar juist uitsluiten.
    Ik neem aan op gezag van de wetenschap,
     dat energie en massa equivalent zijn. E=MC².
    Ik geloof,
     dat, analoog aan de relatie tussen energie en massa,
    er een relatie bestaat tussen geestkracht en energie;
     dat alle massa en energie in het universum
    de fysieke verschijningsvorm vertegenwoordigen van god;
     dat het wezen van god is: geestkracht,
    bewustzijn dat heel het universum behelst;
     dat de mens drager is van
    een vonkje van dat goddelijk bewustzijn;
     dat dit dragerschap van goddelijk bewustzijn,
    resulteert in alle godsdienstige uitingen van de mens;
     dat naast het zoeken naar god, als positieve pool,
    het streven naar macht de negatieve pool is van de mens;
     dat waar machtsuitoefening gepaard gaat met godsdienst,
    het kwaad in zijn meest afzichtelijke vorm zich manifesteert.
    Ik heb de vaste overtuiging
     dat zeker weten en geloven
    elkaar ten enenmale uitsluiten.
    Wat ik zeker weet, hoef ik niet te geloven.
    Wat ik geloof, kan ik onmogelijk zeker weten.
    Ik kan niet geloven, waar ik niet mag twijfelen.
    Het lijkt mij dat een wetenschappelijk debat schepping versus evolutie een absolute onmogelijkheid is. Wetenschap houdt zich bezig met het leveren van bewijzen voor zaken die tot dusver alleen maar vermoed werden. Verder mag de wetenschap, op basis van nieuwe bewezen inzichten, hypothesen formuleren door aan die inzichten enkele veronderstellingen toe te voegen. Deze veronderstellingen moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn. Verder wetenschappelijk denken en onderzoek kan zich dan richten op het bewijzen of ontkrachten van deze veronderstellingen. Ik heb het idee, dat wat betreft de evolutietheorie er een groot aantal bewezen feiten liggen. Zo ook een aantal veronderstellingen die op nader bewijs wachten, of op het moment van hun ontkrachting. Het scheppingskamp gaat uit van het bestaan van een godheid, die in alles een sturende hand heeft. Dit kamp voelt zich aangevallen in zijn godsbesef door de ideeën over de evolutie. Men probeert echter niet om de scheppingsgedachte te bewijzen. Men legt vooral de nadruk op de leemtes in de bewijsvoering voor de evolutie. Men stelt tegenover wetenschappelijke (deel)bewijzen een aantal onbewijsbare hypotheses. Deze hypotheses worden gelegitimeerd door de leemtes in het bewijs van de tegenstander aan te halen. Dit lijkt mij volstrekt onwetenschappelijk. Ik denk dat geen enkele wetenschapper, vanuit zijn wetenschap aan dit debat kan deelnemen zonder zich te blameren. Dit neemt echter niet weg, dat er wel een gedachtewisseling over deze zaken kan plaatsvinden, waaraan wetenschappers, vanuit hun gevoel of geloof zouden kunnen mee doen.
    Aan deze gedachtenwisseling wil ik hier wel mijn (totaal onwetenschappelijke) bijdrage leveren.
    In de natuur zit een bepaald patroon. De elementen zijn opgebouwd uit een kern waaromheen in verschillende schillen de elektronen draaien. Zonnestelsels bestaan uit een zon waaromheen de planeten draaien. Melkwegstelsels zijn opgebouwd uit zonnestelsels die zich om een kern wentelen. Het heelal bestaat uit een onvoorstelbaar groot aantal melkwegstelsels, en de grenzen van het heelal schuiven bij iedere nieuwe astronomische ontdekking verder weg.
    Zoals mijn lichaam opgebouwd is uit chemische elementen, zou zo het heelal niet het lichaam van god zijn. Als hiermee het verhaal rond zou zijn, dan zou god getypeerd zijn als een soort natuurverschijnsel. We kunnen dit verschijnsel misschien niet bevatten, maar we kunnen het in ieder geval bestuderen. Waarom zou je dit god noemen?
    Massa en energie zijn equivalent (E=mC²).
    Ik denk dat god niet alleen bestaat uit een lichaam dat alle massa en energie in het heelal in zich heeft. Zijn wezen is, dat hij de geest is die zich van dit alles bewust is, het overziet en begrijpt. Zoals massa equivalent is aan energie, zo zou energie equivalent kunnen zijn aan geest(kracht). Zo is het bewustzijn, de geest van god, de oorsprong en het einddoel van alle dingen.
    Of god, de universele geest, alles bedacht heeft zoals het is, dat weet ik niet en ik vind het ook niet zo belangrijk. Maar ik stel me het volgende voor. Zoals wij ons niet afvragen hoe onze darmen werken, zolang ze dat goed doen, zo houdt god zich niet zo direct bezig met de details waaruit hij bestaat.
    In principe is de evolutieleer absoluut niet strijdig aan deze gedachtegang. Een debat over evolutie versus schepping wordt zo echter volkomen irrelevant.
    Blijft natuurlijk toch nog de mens met al zijn pijn, die volgens deze redenering een fysiek deeltje van god is. In ieder geval is het dan zo, dat de pijn van de mensen ook de pijn van god is, de ziekte van de mensen is de ziekte van god. En het kwaad dat mensen elkaar aandoen is iets dat god direct in zijn wezen raakt. Het is heel menselijk, om achter het feit van zijn bestaan toch een speciale bedoeling te veronderstellen. En dat doe ik dan ook, maar dit valt buiten de strekking van dit betoog. Ik ben me bewust, dat ik zo toch in het kamp van de creationisten terecht kan komen, hoewel ik overtuigd ben van de evolutie.

  9. #9 door J.L. Jones op 22 januari 2008 - 19:18

    Knap als je zo’n boek kunt schrijven!

%d bloggers liken dit: