Hobrinks plagiaat nog verder toegelicht

Hieronder staat een vervolg-gastbijdrage van Tjerk Muller over de ‘zaak Hobrink’. De vorige bijdrage van Muller is HIER te lezen.


Taede Smedes verzocht me met meer voorbeelden te komen van plagiaat in het werk van Ben Hobrink Moderne Wetenschap in de Bijbel (Gideon, 5e druk, 2006).

Hieronder vindt de lezer het voorbeeld dat me op het spoor zette van plagiaat. Ik wilde nagaan of Hobrinks gegevens klopten bij zijn bewering dat de besnijdenis beschermt tegen penis- en baarmoederhalskanker en dat het juist op de achtste dag het beste uitgevoerd kan worden omdat er dan de meeste stollingsfactor in het lichaam van de baby aanwezig is (Hobrink, 2006, 5e druk, 75-81). Tijdens het zoeken naar medische data stuitte ik op dit essay van de hand van S. I. McMillen, waarin deze exact dezelfde claims doet als Hobrink. Er ging een belletje rinkelen.

Vergelijk deze betooglijn over baarmoederhalskanker:   

McMillen

 

Hobrink

“In 1954, in a vast study of 86,214 women in Boston, it was observed that cancer of the cervix in non-Jewish women was eight and one half times more frequent than in Jewish women. (…)[*]

 

“Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwen van Joodse, dus besneden mannen 9 á 10 keer zo weinig baarmoederhalskanker krijgen als vrouwen van niet-besneden mannen.[*]

 

A number of recent studies have borne out the fact that freedom from cancer of the womb is not due to factors such as race or food or environment, but wholly to circumcision. Other convincing studies were made in India. (…)

 

 

Dat geldt niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in andere landen. Dit resultaat is niet afhankelijk van ras, voedsel of omgeving.

An editorial in the American Journal of Obstetrics and Gynecology, notes that both Jewish women and Indian Moslem women have a low incidence of cervical cancer, and observes that these two otherwise dissimilar people, have only one pertinent common denominator in their backgrounds-circumcision of the males. The editorial further records that in the Fiji Islands the cervical cancer rate is definitely lower among those people who practice circumcision.”

 

 

Ook bij vrouwen van moslims

 

 

of van besneden mannen op de Fuji eilanden komt 10 keer zo weinig baarmoeder-halskanker voor als normaal.”

 

 

 

[*]Beide auteurs verwijzen hier naar hetzelfde artikel: W. B. Ober, and L. Reiner, “Cancer of Cervix in Jewish Women,” New England Journal of Medicine. Alleen heeft McMillen hier op volgens: “(November 30, 1954, pp. 555-559)”; en Hobrink: “Vol. 251 (30 september 1954, blz. 556)”.

Dat is zonder bronverwijzing al dubieus, maar het gaat nog veel verder dan dat, zoals ik in een vorige bijdrage al liet zien: hele alinea’s worden door Hobrink bijna woord-voor-woord overgenomen. In Hobrink’s betoog waarom God de achtste dag uitkoos voor de besnijdenis (Hobrink, 2006, 5e druk, 77), volgt hij McMillen op de voet. Ik heb het betoog van beide auteurs hier in stukjes geknipt en per alinea onder elkaar gezet.

McMillen: “L. Emmett Holt and Rustin McIntosh report that a newborn infant has “peculiar susceptibility to bleeding between the second and fifth days of life….Hemorrhages at this time, though often inconsequential, are sometimes extensive; they may produce serious damage to internal organs, especially to the brain, and cause death from shock and exsanguination.”

Hobrink: “De bekende kinderarts L. E. Holt schrijft dat baby’s de eerste vier levensdagen bijzonder vatbaar zijn voor bloedingen: “Bloedingen in die tijd zijn soms zeer hevig; ze kunnen ernstige schade toebrengen aan de inwendige organen, speciaal aan de hersenen, en de dood veroorzaken door shock of leegbloeden.” Uit de verslagen van Holt blijkt dat de besnijdenis het beste kan plaatsvinden op de achtste dag.”

McMillen: “It is felt that the tendency to hemorrhage is due to the fact that the important blood-clotting element, vitamin K, is not formed in the normal amount until the fifth to the seventh day of life. If vitamin K is not manufactured in the baby’s intestinal tract until the fifth to the seventh day, it is clear that the first safe day to perform circumcision would be the eighth day, the very day that Jehovah commanded Abraham to circumcise Isaac. A second element which is also necessary for the normal clotting of blood is prothrombin. A chart based on data discussed in Holt Pediatrics reveals that on the third day of a baby’s life the available prothrombin is only thirty per cent of normal.”[**]

Hobrink: “Dat baby’s de eerste dagen zo gemakkelijk leegbloeden, komt doordat de belangrijke bloedstollingselementen pro-trombine en vitamine K niet voldoende aanwezig zijn. De hoeveelheid pro-trombine die de baby de eerste dagen heeft, is overgebleven van de moeder en is op de derde dag nog slechts dertig procent van normaal. En vitamine K is bijna helemaal afwezig. Dat komt omdat het lichaam van de baby geen vitamine K van de moeder heeft gekregen en het ook nog niet zelf heeft kunnen aanmaken. Vitamine K wordt namelijk door bacteriën in onze darmen aangemaakt, maar omdat een baby steriel wordt geboren duurt het enkele dagen voordat de bacteriewerking goed op gang komt en voldoende vitamine K wordt aangemaakt.”

McMillen: “Any surgical operation performed on a baby during that time would predispose to serious hemorrhage.”

Hobrink: “Daarom zal tussen de tweede en de vijfde dag elke operatie of verwonding de baby ernstig in gevaar
brengen. (…)”

McMillen: “From the chart we also see that the prothrombin skyrockets on the eighth day to a level even better than, normal – 110 per cent. It then levels off to 100 per cent. It appears that an eight-day-old baby has more available prothrombin than on any other day in its entire life.

Thus one observes that from a consideration of vitamin K and prothrombin determinations the perfect day to perform a circumcision is the eighth day.”

Hobrink: “Vanaf de derde dag vliegt de hoeveelheid bruikbare pro-trombine omhoog en bereikt op de achtste dag een bovennormaal niveau van 110 procent. Daarna daalt de hoeveelheid tot normaal en blijft gedurende het hele leven op de standaardwaarde van 100 procent. Op de achtste dat heeft een baby dus meer bruikbare pro-trombine dan op enige andere dag in zijn leven! Dat wil zeggen dat op de achtste dag een bloeding sneller stopt dan op enig ander moment in zijn bestaan. Met andere woorden: de perfecte dag voor de besnijdenis is de achtste dag.”

McMillen: “We should commend the many hundreds of workers who labored at great expense over a number of years to discover that the safest day to perform circumcision is the eighth. Yet, as we congratulate medical science for this recent finding, we can almost hear the leaves of the Bible rustling. They would like to remind us that four thousand years ago, when God initiated circumcision with Abraham, He said, “And he that is eight days old shall be circumcised. . . .Abraham did not pick the eighth day after many centuries of trial-and-error experiments. Neither he nor any of his company from the ancient city of Ur in the Chaldees had ever been circumcised. It was a day picked by the Creator of vitamin K.”

Hobrink: (…) “Na jaren van onderzoek is ontdekt waarom besnijdenis belangrijk is en op welke dag die het beste kan worden uitgevoerd. We willen de medische wetenschap daar hartelijk mee feliciteren, maar we kunnen bijna de bladzijden van de Bijbel horen ritselen. Zij roepen ons toe dat God al 4.000 jaar geleden de besnijdenis heeft ingesteld en meteen daarbij gezegd heeft op welke dag dat moest gebeuren (Genesis 17:12). Die feiten zijn niet door Abraham of Mozes ontdekt na een leven lang onderzoek, maar ze zijn vastgesteld door de Schepper van pro-trombine en vitamine K.”

[**] Hobrink heeft in navolging van McMillen het volgende statistiekje opgenomen, ontleend aan een werk van Holt & McIntosh. McMillen verwijst in ons essay echter naar: L. Emmett Holt, Jr. en and Rustin McIntosh, Holt Pediatrics, twelfth edition (New York, Appleton-Century-Crofts, Inc., 1953), pp. 125-126; Hobrink naar: L.E. Holt en R. McIntosh: Holt’s Diseases of Infancy and Childhood, 11th edition, Appleton-Century Co. New York, 1940, 102, 103. 

Het essay is te vinden op http://www.trosch.org/the/circumcision-cancer.pdf . Ik heb contact gezocht met de auteur van de website, father Trosch, om erachter te komen of dit hoofdstuk nu uit het hoofdwerk van McMillen komt (daar lijkt het op) of een bewerking daarvan is, en komt uit een werk van meerdere auteurs. Hoe het ook zij: duidelijk is wel dat iemand heeft zitten overschrijven, en aangezien McMillens werk teruggaat tot 1963 met een laatste druk in 2000, en dat van Hobrink in 2005 het licht heeft gezien, lijkt de richting van dat overschrijfwerk wel duidelijk.

Het gaat dus om beduidend meer dan een enkel zinnetje. De ideeën, argumenten en hele alinea’s in Moderne Wetenschap in de Bijbel zijn voor een flink deel overgenomen uit werk van anderen.


Tot zover Tjerk Muller – binnenkort volgt meer!!

, , ,

  1. #1 door Esther op 1 april 2008 - 19:36

    Hallo
    Ik vroeg me af waar het antwoordt op uw onderzoeksvraag stond. Ik heb rondgekeken, ik moet bekennen niet overal, maar ik zie hier geen direct antwoord op. Het maakt voor mij niet uit wat Hobrink heeft overgeschreven of wat niet, het gaat mij om de inhoud. Klopt het wetenschappelijk/medisch gezien wat Holbrink zegt? Bestrijd het kanker?

  2. #2 door Steven van Harn op 29 april 2008 - 00:21

    Re.: Het werkje van Ben Hobrink, Moderne wetenschap in de Bijbel.
    8e druk. Blz 266, een citaat:De woestijnreis
    vijfenzestig hoofdstukken van de vier wetboeken beschrijven hoe de Israëlieten etc.Het was geen willekeurige tocht door de wildernis, maar een nauwkeurige beschrijving van het Christelijk geloofsleven.
    Als toen al Christelijk geloofsleven aanwezig was….. Een wetenschappelijke prutser kan heel wat woestijnzand in de ogen strooien. Een echte wetenschappelijke Klaas Vaak.

%d bloggers op de volgende wijze: