Ap Dijksterhuis: Het slimme onbewuste

Ap Dijksterhuis, Het slimme onbewuste: Denken met gevoel. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker 2007, 239 pp. ISBN 9789035129689, € 17,95


Een van mijn bijvakken tijdens mijn studie theologie was godsdienstpsychologie. Dit vak werd gegeven door de Belg Patrick Vandermeersch, een Freudiaan die zelf – als een van de laatsten in Nederland en België, zo zei hij zelf – in analyse was geweest. Iemand die Freuds idee van een ‘onderbewustzijn’ als een ontologisch gegeven in de psyche van de mens serieus nam, inclusief Freuds hyperseksuele verklaringen van menselijk gedrag en menselijke gedragsstoornissen. Het was superspannend allemaal. In een tijd waarin alles geseksualiseerd lijkt, schenen Freuds seksuele verklaringen me ontzettend plausibel toe. Bovendien kon je op ieder feestje de blits maken door gedrag van anderen te analyseren in termen van anale fascinatie of – in het geval van mooie meisjes die zo arrogant om zich heen keken dat het gewoon lachwekkend was – schrijnende penisnijd.

Pas toen ik me meer ging verdiepen in evolutionair-psychologische verklaringen van menselijk gedrag, begon mijn geloof in het onderbewustzijn te wankelen. Bestond het onderbewustzijn wel? En zo ja, hoeveel macht had het dan? Hoe kun je er natuurwetenschappelijk grip op krijgen?

Ja, mijn geloof wankelde – tot vorige week. Nu is dat geloof weer steviger dan ooit, dankzij het briljante boek van de psycholoog Ap Dijksterhuis. Het slimme onbewuste leek me een leuk boek, maar toen ik het boek in Den Haag kocht, bevroedde ik niet dat het zo verslavend was dat ik het in twee leessessies van een paar uur heb verslonden. Het boek las zo snel, dat ik niet eens de tijd nam om potloodaantekeningen in de kantlijn te maken. Ik moet het boek nu nog een keer lezen, dit keer met een potlood in de hand…

Een Fundgrube van wetenschappelijk onderzoek

Dijksterhuis schrijft met zeer veel humor en zelfspot – hij schrijft met liefde over whisky en met ironie over zijn voormalige rookverslaving, en Freud zou aan hem een stevige kluif hebben om Dijksterhuis’ tussen-neus-en-lippen-door-opmerkingen over vrouwen en seks te analyseren. Het is een kostelijk boek, wat bol staat van de wetenschappelijke experimenten. Een lange lijst met noten vol literatuur (inclusief vermelding van nog niet gepubliceerde artikelen) maakt het een Fundgrube van contemporaine wetenschappelijke research op het gebied van ‘het onbewuste’: “alle psychologische processen waarvan we ons niet bewust zijn, maar die ons gedrag (of ons denken, of onze emoties) wel beïnvloeden”(40). Het is geen zelfhulpboek, maar een populair-wetenschappelijk boek van een expert, een wetenschapper, die verdomd goed schrijft zonder te verzanden in Bas Harings Jip-en-Janneke-stijl. Het is een boek wat je kijk op de mens verandert. En daarmee is het ook een filosofisch boek, want behalve dat Dijksterhuis experimenten beschrijft, reflecteert hij ook over de consequenties van die experimenten.

De voorkant van het boek is prachtig: een ijsberg van de zijkant gezien, waarvan slechts het topje boven water uitsteekt. Het is typerend voor de boodschap van Dijksterhuis’ boek: niet ons bewustzijn heeft de controle, hoewel het een vruchtbare illusie is van onze hersenen dat we dat wel denken, maar ons onbewuste is in control. Of, zoals Dijksterhuis schrijft (15):

“We denken dat het bewustzijn alles aanstuurt en dat ons gedrag begint met bewust genomen beslissingen. Dit is niet zo. Zoals uit latere hoofdstukken zal blijken, speelt bij verreweg het grootste deel van ons gedrag ons bewustzijn geen enkele rol. … Het is wel belangrijk te onderkennen dat we onbewuste processen schromelijk onderschatten en het belang van bewuste processen enorm overschatten.”

De ‘cartesiaanse catastrofe’

De overschatting van het bewustzijn, die overwegend is in onze gehele Westerse samenleving, noemt Dijksterhuis (in navolging van Arthur Koestler) “de cartesiaanse catastrofe”. Descartes heeft het bewustzijn op een voetstuk geplaatst, waar Dijksterhuis het moedwillig vanaf schraapt. Dat doet hij in hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 bespreekt hij moderne interpretaties van het onbewuste. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat hij zeer gecharmeerd is van Freud, want hoewel er veel kritiek op Freuds klinische werk is gekomen, is volgens Dijksterhuis zijn theoretische werk “zo gek nog niet” (35). Freud heeft een “verrassend moderne visie” (35) op het onbewuste. Toch plaatst Dijksterhuis wel kanttekeningen bij Freuds visie.

In hoofdstuk 3 bespreekt Dijksterhuis hoe wij onbewust waarnemen. We nemen bewust slechts een heel klein deel van de werkelijkheid waar, maar ons onbewuste ziet meer. En van dat ‘meer’ maken we onbewust gebruik in ons dagelijks leven. In hoofdstuk 4 bespreekt hij de rol van het onbewuste in onze vorming van meningen. We rationaliseren veel van de beslissingen die we nemen op grond van overtuigingen die we hebben. Maar die rationalisaties, zo betoogt Dijksterhuis, zijn constructies gecreëerd door ons bewustzijn. Onze eigenlijke drijfveren die ons tot gedrag hebben aangezet, zijn onbewust. Hoofdstuk 5 bespreekt vervolgens hoe mensen beslissingen nemen en de rol van intuïtie daarin. Uit dit hoofdstuk blijkt dat bepaalde gut feelings betrouwbaar geacht moeten worden, omdat we die intuïtieve gevoelens of reacties niet kunnen verwoorden en ze dus uit het onbewuste voortkomen. Het blijkt dat die vaak zeer betrouwbaar zijn. Hetzelfde geldt overigens voor het beantwoorden van vragen: het verklaart waarom onze eerste antwoorden meestal goed zijn, en waarom het mis gaat wanneer we onszelf beginnen te verbeteren (nog zeer bekend van de middelbare schoolexamens).

Hoofdstuk 6 gaat over creativiteit. Wat maakt een genie tot genie? Incubatie van ideeën wordt besproken. Fascinerend! Het is niet het bewustzijn dat iemand tot genie maakt, maar juist het eigen-aardige onbewuste. Hoofdstukken 7 en 8 vormen een soort van eenheid, omdat het gaat over menselijk gedrag, waaronder ook sociaal gedrag. In hoofdstuk 7 gaat het over onze onbewuste neiging tot aanpassingsgedrag in de sociale omgang met andere mensen en de rol van bijvoorbeeld lichaamstaal. Hoofdstuk 8 abstraheert enigszins en bespreekt het besef van ‘vrije wil’, o.a. aan de hand van de beroemde Libet-experimenten. Onze vrije wil, zo zegt Dijksterhuis in navolging van Wegner, is een illlusie gecreëerd door ons bewustzijn. Het is wel een nuttige illusie, omdat het bewustzijn een soort van coördinerende en controlerende functie heeft: alle draden van het onbewuste komen in het bewustzijn bij elkaar. Dijksterhuis baseert zich daarmee op de bewustzijns-idee van Bernhard Baars (de ‘theater’-voorstelling van bewustzijn).

Hoofdstuk 9 is een soort samenvatting en conclusie – een schokkende conclusie:

“We hebben gezien dat onbewuste waarneming meer kan zijn dan bewuste waarneming, dat onbewuste meningen belangrijker zijn dan bewuste meningen, en dat beslissingen vaak beter zijn als ze het resultaat zijn van onbewuste in plaats van bewuste arbeid. Ook hebben we gezien dat creativiteit en genialiteit veel meer het gevolg zijn van onbewuste processen dan van bewuste processen en dat bewustzijn niet of nauwelijks een rol speelt in ons gedrag. Het lijkt hoogstens een soort podium waarop onbewuste processen (soms) met elkaar communiceren. Het bewustzijn maakt de indruk van een mooi maar nutteloos versiersel dat de evolutie ooit aan ons psychologische apparaat gehangen heeft” (215/216).

Toch vindt ook Dijksterhuis deze conclusie – hoewel juist – te mager. En de reden waarom formuleert hij in de laatste zinnen van het boek (217/218):

“Ik eindig met een vraag. De vraag.

Stelt u zich eens voor, ik bied u alles wat u maar wilt. U krijgt ongelimiteerde rijkdom en kunt kopen wat u maar wilt. U krijgt het meest perfecte liefdes- en seksleven dat u zich maar kan wensen. U hebt een immer blakende gezondheid en u veroudert nauwelijks. Uw leven is werkelijk perfect.

Er is wel één voorwaarde aan al dat prachtigs verbonden. U moet wel eerst uw bewustzijn inleveren.

Zou u dat doen?

[witregel]

Ik ook niet.”

Besluit

Dit boek zet aan tot diepe gedachten. Ergens knaagt het: alles wat ik doe en denk is het resultaat van het onbewuste, zelfs de gedachten aan het onbewuste. Dat mensen het onbewuste onderzoeken lijkt daarmee een kwestie van zelfreferentie geworden te zijn: het onbewuste wil zichzelf blijkbaar leren kennen. Immers, ook wetenschap is dan een uiting van gedrag gestuurd door het onbewuste. Dijksterhuis spreekt in dit boek niet over religie – tussen neus en lippen door slechts enkele opmerkingen die suggereren dat hij atheïst is – maar ook hier is dus blijkbaar sprake van onbewust gestuurd gedrag, zoals ook evolutionaire psychologen al betoogd hebben. Ons bewustzijn blijkt dan een illusie, gecreëerd door het brein en in stand gehouden door het onbewuste, maar daarmee ook onze rationaliteit. Zoals Dijksterhuis al zegt, ons bewustzijn wordt vaak gelijkgesteld met ‘rede’ en verstand (28). Dat is prima, maar we gedragen ons blijkbaar niet redelijk. Redelijkheid en verstandigheid zijn illusies gecreëerd door ons brein en in stand gehouden door het onbewuste.

Wat is de mens? Een steen in de lucht, die voorzien is van een besef van vrije wil, en die denkt dat de baan die hij door de lucht beschrijft, door hemzelf gekozen is… (Aldus het citaat van Tom Wolfe, waarmee het boek begint.)

Een fantastisch boek!


Bekijk ook het gesprek met Dijksterhuis in het programma VPRO-boeken online.


Nog een humoristisch grapje tot slot:

In zijn boek beschrijft Dijksterhuis de onbewuste invloed van onze naamletters op beslissingen die we nemen (pag. 90vv.). Zo wonen in de Amerikaanse staat Virginia meer mensen die Virginia heten, net zoals in Louisiana meer mensen wonen die Louise heten. Statistisch significant is ook dat mannen met de naam Erik vaak op vrouwen vallen die Erica heten. En zo zijn er meer van dergelijke invloeden te noemen. Dijksterhuis geeft weliswaar toe dat deze invloeden weliswaar statistisch significant zijn, maar ook zeer klein. En toch… Ik heet Taede en ben van beroep theoloog… Heb ik mijn beroep bewust gekozen?

, , , , ,

  1. #1 door gert korthof op 8 november 2007 - 16:37

    “bewustzijn: een mooi maar nutteloos versiersel dat de evolutie ooit aan ons psychologische apparaat gehangen heeft” staat lijnrecht tegenover de idee dat bewustzijn een evolutionair voordeel heeft. Anders zou de evolutietheorie bewustzijn van de mens niet echt kunnen verklaren. Ik denk dat je het eventuele evolutionaire voordeel van bewustzijn serieus moet onderzoeken en er in ieder geval voor open moet staan. Het is een te opvallende eigenschap om het zomaar af te doen als versiersel!

  2. #2 door Simon op 9 november 2007 - 09:29

    Taede, na het lezen van je recensie komen een aantal vragen bij mij naar boven:
    1) klopt het beeld van de ijsberg ook voor zover het de connectie tussen onderbewustzijn en bewustzijn betreft: in feite 1 fenomeen, maar gescheiden door een medium of een soort onzichtbare grens? Gaat Dijksterhuis daarop in?
    2) “alle psychologische processen waarvan we ons niet bewust zijn, maar die ons gedrag (of ons denken, of onze emoties) wel beïnvloeden”. Dit lijkt mij een vrij veilige en nietszeggende definitie! Want wat zijn ‘psychologische processen’? Zijn dat fysieke neurologische processen in de hersenen? ‘Waarvan we ons niet bewust zijn’ – nogal wiedes! Maar ik ben me ook niet bewust van de processen in mijn lever en dergelijke. Ik kan mij voorstellen dat mijn spijsverteringsproces ook invloed heeft op mijn gedrag? En allerlei onbewuste stofwisselingen hebben toch invloed op mijn emoties?
    3) in veel religies (ook de mijne) kun je de onbewuste aanleidingen van gedrag en emotie door bijv. meditatie ontdekken en sturen. Ik weet dat daar ook onderzoek naar is gedaan bij Tibetaanse monniken (op National Geographic gezien). Gaat Dijksterhuis in op deze bewustwordingprocessen?
    4) Al met al krijg ik niet bepaald de indruk dat Dijksterhuis iets nieuws vertelt. Het feit dat intuïtieve kennis vaak ware kennis is roep ik al jaren en nu staat het ook in zijn boek. Wat kan ik leren van dit boek?
    Ik vind zijn slot eerlijk gezegd helemaal niet zo indrukwekkend (DE vraag?); zo’n vraag stellen is hem beantwoorden. De vraag zou inderdaad moeten zijn (zoals Gert Korthof ook aanstipt): Waarom zijn wij ons bewust van ons gedrag, al is het achteraf? Welke (evolutionaire) voordelen heeft een bewustzijn boven het onderbewustzijn? De voorgestelde oplossing dat het een versiersel is, vind ik aanmatigend. Het voor ons belangrijkste fenomeen in het heelal, het bewustzijn / de menselijke geest, verdient beter dan de typering van een vlaggetje op een bitterbal!
    Ik weet dat ik erg negatief ben voor iemand die het boek (nog) niet gelezen heeft, maar er worden dan ook veel te veel boeken geschreven! Ik wordt er helemaal tureluurs van! Worden bovenstaande vragen bevredigend behandeld in het boek? Zo ja: dan koop ik hem direct.

  3. #3 door Arend op 3 december 2007 - 13:35

    Als ik alles wat over het bewustzijn en het onbewuste geschreven wordt, op me in laat werken, kan ik mijn lachspieren niet meer onder controle houden. Ze gaan hun eigen (?) weg…..
    Ik heb het vermoeden dat dat komt door de geschiedenis van de psychologie. De mens als wezen is blijkbaar zo complex, dat men hem eerst helemaal uit elkaar moest rafelen om er enigszins vat op te krijgen: lichaam, ziel, geest, bewuste, onbewuste, onderbewuste, noem het maar op. Voor het gemak noem ik dat maar even ‘het oude denken’. Ik zie Dijksterhuis’ boek als één van de vele uitingen daarvan. Tegenwoordig zie je steeds meer bewegingen in de psychologie, maar ook in andere wetenschappen, waarbij er inzicht ontstaat in de fascinerende eenheid van ‘zijn’. De splitsing van ‘zijn’ heeft de wetenschap eeuwenlang op het verkeerde been gehouden. En juist nu we op ‘het goede been’ komen te staan, verschijnt een boek als dat van Dijksterhuis. Dat is terug naar af. Alleen: Dijksterhuis is zich dat tot op dit moment blijkbaar niet gewaar geworden. Voor mensen die zich niet bewust zijn van de eenheid van ‘zijn’, is de splitsing in bewuste en onbewuste een noodzakelijkheid. Zij hebben immers geen zicht op hun héle zijn; zij constateren slechts datgene dat ‘naar boven komt drijven’. Maar voor mensen die één zijn, is splitsing van hun wezen letterlijk wezensvreemd. Iedereen die dat wil (!) heeft volledige zeggenschap over wat men dan noemt ‘het onbewuste’. De mens zou zich in zijn ontwikkeling dáárop moeten richten. En bij die ontwikkeling kunnen we boeken als van Dijksterhuis missen als kiespijn.

  4. #4 door M.Riemersma-Meckmann op 20 augustus 2010 - 01:11

    Ik hoop dat U er inmiddels van op de hoogte bent dat Patrick Vandermeersch geneigd is
    Misschien zoudt U zich eens willen verdiepen in de analytische psychologie van C.G.Jung, voor een theoloog meer ter zake dan de psychologie van Freud. Neemt U dan echter geen voorbeeld aan Uw leermeester Vandermeersch die volkomen gespeend van wetenschappelijke integriteit en zelfs van de geringste mate van verantwoordelijkheid tov zijn studenten,niet wist hoe snel hij zich uit de voeten moest maken toen hij het resultaat van een analytisch-psychotherapeutische behandeling onder ogen kreeg. De man is, zoals alle R.K. theologen volkomen onbetrouwbaar, gaat U alstublieft door zelf alle dingen te onderzoeken en slechts het goede te behouden.

%d bloggers op de volgende wijze: