Antony Flew gelovig? Ik geloof er geen barst van!

Those scientists who point to the Mind of God do not merely advance a series of arguments or a proces of syllogistic reasoning. Rather, they propound a vision of reality that emerges from the conceptual haeart of modern science and imposes itself on the rational mind. It si a vision that I personally find compelling an irrefutable. (112)

A. Flew & R.A Varghese, There is a God: How the World’s Most Notorious Atheist Changed His Mind. New York: HarperOne 2007. xxiv, 222 pp.


Mijn leermeesters in de godsdienstfilosofie, Andy Sanders en Luco van den Brom, hadden ontzag voor Antony Flew. Hij was iemand die met zijn doordringende argumenten een uitdaging vormde voor godsdienstfilosofen. Hij werd niet beschouwd als een tegenstander van het geloof, maar als iemand die net als gelovige godsdienstfilosofen argumenten voor geloof in God analyseert op houdbaarheid (ofschoon Flew natuurlijk als een atheïst te boek stond en dus van een andere kant argumenteerde dan gelovige godsdienstfilosofen).

Sinds 2004 echter, gaan er hardnekkige geruchten de ronde dat Flew zich van zijn voormalig atheïsme zou hebben afgekeerd en op grond van ‘Intelligent Design’-achtige argumenten tot een minimalistische vorm van geloof in God zou hebben bekeerd. Echter, het bleef bij geruchten. Flew zelf weigerde blijkbaar om de geruchten de wereld uit te helpen. Nergens verscheen een officieel statement. En zelfs met het verschijnen van een herdruk van zijn klassieker God & Philosophy bij Prometheus Press in 2005, blijft raadselachtig hoe Flew nu in het leven staat. Want hoewel Flew in zijn voorwoord van het boek schrijft dat een hedendaagse versie van zijn boek ook aandacht zou moeten besteden aan nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap – waarmee hij duidelijk ID-achtige argumenten op het oog heeft – doet hij in het voorwoord geen enkele uitspraak waarmee je zijn positie eenduidig kunt definiëren.

Vorig jaar werd al met veel bombarie aangekondigd dat er een definitief boek van Flew zat aan te komen, waarin hij voor eens en voor altijd duidelijk zou maken waar hij staat. Dat boek is er nu: "I have now been persuaded to present here what might be called my last will and testament. In brief, as the title says, I now believe there is a God!" (1). Let op het schreeuwerige uitroepteken.

Ik heb het boek gisteren binnengekregen en vandaag uitgelezen. Het leest namelijk als een trein. En alleen daarom al is het boek verdacht! Want andere boeken van Flew lezen veel trager. Het zijn doorwrochte filosofische boeken, vol moeilijke argumentaties. Dit boek echter is een mengeling van biografische elementen (eerste helft) en een uiteenzetting van de cluster van argumenten die Flew ertoe zou hebben aangezet geloof in een ontwerper-God aan te nemen.

In de eerste helft wordt beschreven hoe Flew op 15-jarige leeftijd zich bekende tot atheïsme en hoe hij dit atheïsme in zijn verdere filosofische loopbaan met behulp van argumenten verdiepte en onderbouwde. Zijn adagium was ontleend aan Plato: "We must follow the argument wherever it leads" (22). En dit betekende voor Flew niet alleen een filosofische exercitie, maar voor hem was filosofie ook een levenskunst. Het aannemen van bewijs is dus niet alleen for the sake of argument, maar was voor Flew ook een existentieel aannemen. In eerste instantie meende Flew dat het atheïsme de beste kaarten had. Maar, zo blijkt uit de tweede helft van het boek, sinds omstreeks 1998 heeft zijn denken een kentering gemaakt, en sinds 2004 meent hij dat de beste argumenten voor het bestaan van een ontwerper-God pleiten. Er zijn drie clusters van argumenten die Flew tot deze bekentenis hebben geleid: (1) de vraag waar de natuurwetten vandaan komen, (2) het ontstaan van leven uit dode materie, en (3) de oorzaak van het universum. Flew volgt wetenschappers als Paul Davies, John Barrow, en anderen, die – volgens Flew – concluderen dat de huidige wetenschap onherroepelijk leidt tot de erkenning van het bestaan van een ontwerper-God.

Op de omslag van het boek wordt het boek aangeprezen door John Polkinghorne, Francis Collins, Nicholas Wolterstorff, Richard Swinburne, en een heel aantal anderen. Deze hebben zich mijns inziens allen laten misleiden. Het boek is zeer omstreden, en ik denk terecht. Ik vermoed dat we hier te maken hebben met een afgrijselijk misbruik van de ergste – onchristelijke – soort. Vorige week verscheen in The New York Times een groot artikel over Flews bekering, van de hand van Mark Oppenheimer. Oppenheimer vroeg zich af hoe iemand die zich zijn leven lang zo fel atheïstisch heeft opgesteld, nu, op ruim 80-jarige leeftijd, nog laat overtuigen. Hij onderzocht de gegevens en ontdekte dat de naam van de Amerikaanse fysicus en christelijk apologeet Roy Abraham Varghese – de co-auteur van dit boek – voortdurend opdook. Door verder speurwerk werd Oppenheimer steeds argwanender. Uiteindelijk bezocht hij Flew zelf, in zijn woonplaats vlakbij London. Daar gaf Flew toe dat niet hij, maar Varghese het boek heeft geschreven. Flews ghostwriter Varghese gaf dit toe, maar verdedigde zich door te zeggen dat Flew aan de hele procedure en tekst zijn expliciete goedkeuring heeft verleend. Maar Oppenheimer liet ook zien dat daaraan vooraf een hele procedure ging, waarbij Varghese Flew behoorlijk heeft gemasseerd. Flew zelf komt – tot ontzetting van Oppenheimer zelf – over als een seniele oude man, die zijn vrienden niet meer herkent en geen flauw idee heeft waar dit boek over gaat!

Wie het boek leest, merkt gemakkelijk waarom. Ten eerste leest, zoals gezegd, het boek te makkelijk. Maar bovendien zijn er vele andere signalen die iemand aan het denken moet zetten. Flew schermt met religion & science voorstanders als Polkinghorne, Barrow, Davies en vele andere, alsof het hier filosofen betreft. Hij neemt hun mening over wetenschap als definitief aan. Hij spreekt zichzelf hier bovendien tegen, want hij zegt zelf op pag. 90 dat wetenschappers nooit een oordeel kunnen geven over de wetenschap als geheel; dat moet aan filosofen worden overgelaten. Toch citeert hij Barrow, Davies e.d. (vrijwel alleen uit hun Templeton-toespraken!) alsof de wetenschap leidt tot de erkenning van een ontwerper-God. Flew bedrijft, zo schrijft hij "zelf", natuurlijk theologie (93), een activiteit die hij in zijn God & Philosophy nog als zinloos heeft neergezet.

Verder citeert Flew voortdurend artikelen die van internet geplukt zijn – terwijl Oppenheimer heeft laten zien dat Flew geen internetverbinding thuis heeft en ook geen flauw idee heeft hoe het werkt. De meeste publicaties die Flew citeert zijn afkomstig uit de periode 2004-2006, en het lijkt alsof hij de meest recente wetenschappelijke ontdekkingen uit zijn broekzak kent.

Een ander tegenstrijdig feit is dat hij in het voorwoord (uit 2005) van God & Philosophy schrijft: "I am myself delighted to be assured by biological-scientist friends that protobiologists are now well able to produce theories of the evolution of the first living matter and that several of these theories are consistent with all the so-far-confirmed scientific evidence" (11). Maar in There is no God schr
ijft Flew dat wetenschappers nooit het ontstaan van leven uit niet-levende materie kunnen verklaren, dus precies het tegenovergestelde van wat hij in 2005 beweerde!

Oppenheimer laat in zijn artikel zien dat ook de uitgever (Harper Collins) zelf mee in het complot zit. De editor, Cynthia DiTiberio, geeft toe dat zij niet weet of Flew ze nog wel allemaal op een rijtje heeft: "I mean, it’s hard to tell at this point how much is him getting older. In my communications with him, there are times you ahave to say thigas a couple times. I’m not sure what that is. I wish I could tell you more… We were hindered by hte fact that he is older, but it would do the world a disservice not to have the book out there, regardless of how it was made".

Met name die laatste zinnen doen mijn haren te berge rijzen…

Bovendien blijkt dat zelfs Varghese, de eigenlijke schrijver van het boek, zelf nog een ghostwriter heeft gehad, die was ingehuurd door de uitgever. Er zitten hier zoveel lagen tussen Flew en het boek, dat echt fragwürdig wordt welk woord in dit boek echt van Flew zelf afkomstig is.

Mij lijkt het toe dat we hier van misbruik kunnen spreken. Flew, een man die te oud is om te beseffen wat er om hem heen gebeurt, wordt voor het karretje van christelijke apologeten gespannen om nu te verkondigen dat de beste wetenschappelijke argumenten vóór het bestaan van God pleiten. Weliswaar is Flews God een deïstische God en buigt hij nog niet zijn knieën in aanbidding – hoewel hij in het laatste hoofdstuk de bereidheid hiertoe aangeeft! – toch is de toon van het boek duidelijk: atheïsten zijn verblind voor de feiten die wijzen op een ontwerper-God, en ze laten zich misleiden door atheïstische goeroes als Richard Dawkins (die er in dit boek flink van langs krijgt).

Dit boek is bedrog van de bovenste plank in de naam van God. Een schande voor het christelijk geloof. En een schande voor de uitgeverswereld, die zich met dit boek openbaart als een roedel geldwolven die nietsontziend over (bijna) lijken gaan…


Verdere bronnen:

http://www.secweb.org/index.aspx?action=viewAsset&id=369

http://www.richardcarrier.blogspot.com/

, , , , , ,

  1. #1 door gert korthof op 11 november 2007 - 13:34

    Dat het auteurschap inderdaad verdacht is heb ik ook elders gelezen.

  2. #2 door Tjerk Muller op 11 november 2007 - 21:42

    Nu ja, voor christelijke apologeten is dit nog beter dan een bekering op het sterfbed natuurlijk. Maar niet minder vals.

  3. #3 door gert korthof op 13 november 2007 - 17:12

    taede, hier vindt je een kritische analyse van de zaak: http://www.talkreason.org/articles/flew.cfm.
    De auteur wijst er ondermeer op dat Flew een deist (‘deism’) is geworden (zou zijn geworden) wat zoals je weet bepaald geen monotheistische religie is zoals het christendom. Interessant. Dus deisme is geen steun voor het christelijke geloof. Dus al die propaganda door traditoneel christelijke gelovigen zoals Roy Varghese, Bob Hostetler, Gerald Schroeder (Joods) mist zijn doel.

  4. #4 door Rutger Schimmel op 14 november 2007 - 00:56

    Mij lijkt het dat Flew seniel is geworden… Hij heeft het in ieder geval niet meer allemaal op een rijtje. Jammer.
    Goed artikel, trouwens

  5. #5 door Henk Dikker Hupkes op 22 november 2007 - 00:20

    Wat een treurig verhaal over good old Flew, en uitgeverij HarperCollins. Mooie blog!

  6. #6 door Ruud Zwart op 7 januari 2008 - 22:45

    Ben toch benieuwd wat mijn leermeester Hubbeling er van had gevonden. Zijn adagium was: “Maak je tegenstander altijd zo sterk mogelijk”. Men neme daar nota van.
    Ruud Zwart, ex-theoloog

%d bloggers op de volgende wijze: