André Comte-Sponville en atheïsme

“Het is niet het geloof dat tot moordpartijen aanzet. Het is het fanatisme, ongeacht of het religieus of politiek van aard is. Het is de onverdraagzaamheid. Het is de haat. In God geloven kan gevaarlijk zijn. Kijk naar de Bartholomeüsnacht, de kruistochten, de godsdienstoorlogen, de jihad, de aanslagen van 11 september 2001… Niet in hem geloven kan gevaarlijk zijn Kijk naar Stalin, Mao Zedong en Pol Pot… Wie zal van beide zijden de som opmaken, en wat zou daarvan de betekenis kunnen zijn? De gruwel is ontelbaar, met of zonder God. Dat leert ons helaas meer over de mensheid dan over de religie.

Voorts zijn er ook, bij de gelovigen minstens net zo talrijk als bij de ongelovigen, bewonderenswaardige helden, geniale kunstenaars en denkers en ontroerende mensen. We zouden hen miskennen als dat waarin ze hebben geloofd en bloc zouden veroordelen. Ik heb te veel bewondering voor Pascal en Leibiz, Bach en Tolstoj – om maar niet te spreken van Gandhi, Etty Hillesum en Martin Luther King – om het geloof waarop ze zich beriepen te kunnen minachten. En te veel genegenheid voor verscheidene gelovigen, onder mijn naasten, om hen in welk opzicht dan ook te kwetsen. Verschil van mening kan – tussen vrienden – heilzaam, stimulerend en vrolijk zijn. Neerbuigendheid en minachting niet.”

André Comte-Sponville, De geest van het atheïsme: Kunnen we het zonder godsdienst stellen? Amsterdam: Atlas 2008, ISBN 978-90-450-0698-5, p. 76.

, ,

  1. #1 door Peter Bogaerts op 19 augustus 2008 - 07:01

    Bedankt voor het mooie citaat. Groet, Peter.

%d bloggers op de volgende wijze: