Bespreking van "Nieuwe dieren" van Bart Braun

Bespreking van: Bart Braun, Nieuwe dieren.
(Diemen: Veen Magazines 2008. 206 pp. ISBN 978-90-8571-167-4.)

Bijna iedereen heeft wel eens van het schaap Dolly gehoord, of van Herman de Stier. Maar wie kent Andi het Resusaapje, de “brainbow”, Oncomouse ®, Glofish of the spinnengeit? Allemaal voorbeelden van omstreden biotechnologie: dieren die genetisch veranderd zijn door de mens. In feite was Dolly net zo “nep” als de borsten van de Amerikaanse country-zangeres waarnaar het schaap vernoemd was.

In dit schitterend uitgegeven boek geeft de bioloog en wetenschapsjournalist Bart Braun talloze voorbeelden van dergelijke “nieuwe” dieren – dieren die in de natuur zo niet voorkomen, maar die expres door de mens zo gemaakt zijn. Braun laat zien wat de biotechnologie momenteel kan en (nog) niet kan, wat misschien in de toekomst mogelijk wordt, en hij geeft de aanzet tot een breder debat over de wenselijkheid of onwenselijkheid van biotechnologie. Het boek veroordeelt biotechnologie niet, maar bejubelt het ook niet. Wel lijkt de boodschap te zijn dat biotechnologie nu eenmaal doorgaat, of we dat nu willen of niet: als iets kan, zal er ook altijd iemand zijn die het doet.

Bovendien laat Braun in dit boek zien dat het genetisch veranderen van dieren eigenlijk helemaal niet zo nieuw is. In het eerste hoofdstuk gaat hij in op o.a. het fokken van honden, katten, koeien, paarden en ezels. Zo zijn bijvoorbeeld de meeste honderassen zijn pas in de 19de eeuw ontstaan. Niemand lijkt van deze dieren meer wakker te liggen; toch zijn ze allen voorbeelden van onnatuurlijke selectie door de mens, van een vroege vorm van biotechnologie.

Hoofdstuk 2 geeft een kijkje in de onderliggende processen en technieken van genetische verandering. Hoewel de biologische materie uiteraard zeer ingewikkeld is, houdt Braun het zeer eenvoudig en helder. Hoofdstuk 3 geeft voorbeelden van genetisch veranderde dieren die bedoeld zijn voor wetenschappelijke kennisvergaring. Hoofdstuk 4 geeft voorbeelden van dieren die geld moeten opbrengen (wat, zo luidt de conclusie, nog niet zo haalbaar lijkt). Hoofdstuk 5 beschrijft de wil van sommige wetenschappers om “oude”, uitgestorven diersoorten via gentechnieken opnieuw tot leven te wekkken (en ja, ook Jurassic Park komt ter sprake). Ook kloneren komt aan de orde. Hoofdstuk 6 is een kort hoofdstukje over het ontstaan van leven in een laboratorium. Hoofdstuk 7, ten slotte, gaat in op een aantal ethische discussies rondom biotechnologie.

Het is een schitterend uitgevoerd boek, vol met prachtige illustraties en verhelderende tekstkadertjes, alles uitgevoerd op luxe, glossy papier. Braun schrijft erg goed en met veel humor of onderkoelde ironie; het boek is ook voor scholieren uitermate geschikt. De vele foto’s laten de genetisch veranderde dieren zien, waarbij de aaibaarheidsfactor behoorlijk hoog blijkt te zijn: zo monsterlijk als veel critici van biotechnologie ze voorstellen, blijken de beestjes toch niet te zijn. Er zijn echter uitzonderingen, zoals op pagina 120-121, waar het griezelig realistische kunstwerk The Young Family van Patricia Piccini is afgebeeld, en waarvan Braun terecht zegt dat het afschrikwekkend en vertederend tegelijk is. Niet al te lang naar kijken dus.

Ik ben dus (eigenlijk onverwacht) echt onder de indruk van het boek. Een aantal voorbeelden uit het boek kende ik al, maar Braun noemt nog zoveel meer, en geeft bovendien uitstekend aan wat de context van het onderzoek is, wat voor- en nadelen zijn, en wat de uiteindelijke resultaten waren. Daardoor wordt het denken over biotechnologie toch wel erg genuanceerd, want het ligt allemaal niet zo zwart-wit als veel (gelovige) mensen denken. Dit boek zet je sterk aan het denken, en dat is nooit verkeerd.

Toch zijn er wel een aantal schoonheidsfoutjes, die erop lijken te wijzen dat de uitgever niet heel grondig met het redactiewerk is geweest. Zo springen veel alinea’s niet in, terwijl dat wel de bedoeling lijkt te zijn. Ook lijkt er een hele sectie te ontbreken op pagina 137 en 139: de tekst wordt midden in een zin afgebroken op pagina 137, waar het gaat over Dolly, en op pagina 139 valt de lezer middenin een tekst waarin het gaat over het eventueel kloneren van mensen. Mij dunkt dat het een vrij cruciale sectie was, want in de rest van het boek wordt het genetisch veranderen van mensen slechts zijdelings besproken. Erg jammer dus.

Wie het boek aanschaft, moet vooral ook letten op hoe de prachtige omslag – een creatieve bewerking van een middeleeuws schilderij – de ambivalentie van het onderwerp van het boek op briljante wijze gestalte geeft.

  1. #1 door Koen Vervloesem op 2 augustus 2008 - 14:08

    “The Young Family” is inderdaad een heel bevreemdend kunstwerk. Toen ik het voor het eerst zag, kon ik er niet van wegkijken.

%d bloggers op de volgende wijze: