Het misbaksel van Van Bendegem

Via het blog van de Lachende Theoloog kwam ik erachter dat de nominaties van de Socrates Wisselbeker 2009 bekend zijn. Op de site van Trouw staan de nominaties voor de shortlist. Een aantal boeken die wat mij betreft mogen winnen: René ten Bos en Jenny Slatman (dat laatste boek is echte een aanrader!). Achterhuis zal echter de beker in de wacht slepen, vermoed ik, vanwege zijn lange staat van dienst en de actualiteit van het onderwerp.

Maar ik schrok toen ik het boek van Jean Paul van Bendegem op de shortlist zag staan. Hoe komt de commissie er in godsnaam bij dat boek te nomineren? Als er de laatste jaren een onnozeler en dommer boek is verschenen, mag je me bellen. En ja, ik heb het gelezen (en nadien naar De Slegte gebracht). Vorig jaar heb ik het namelijk moeten recenseren voor de Belgische Leeswolf. Aangezien die recensie niet gepubliceerd werd, maar alleen voor intern gebruik was (en dus nergens te vinden is), geef ik de recensie hieronder integraal weer (en let op, vanwege het formele karakter van de recensie – o.a. voor bibliotheekgebruik – heb ik het nog netjes gehouden):

Jean Paul Van Bendegem, Over wat ik nog wil schrijven. Antwerpen/Apeldoorn: Garant 2008. 340 pp. ISBN 9789044121711.

Jean Paul Van Bendegem, filosoof aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Gent, heeft het moeilijk. Hij is de vijftig al ruim gepasseerd en heeft nog zoveel ideeën dat, zo zegt hij zelf, mocht hij tegen de tachtig jaar worden, hij nog al zijn boeken niet zal kunnen realiseren. Hij heeft dus besloten het anders aan te pakken. In dit dikke boek, toepasselijk getiteld Over wat ik nog wil schrijven, legt hij uit welke tien boeken hij nog zou willen schrijven en geeft hij alvast een voorzet in de vorm van samenvattingen en uittreksels.

Hij heeft een brede belangstelling, zoals blijkt ook uit de elf boeken (inclusief een “nulde boek” met de titel “Mijn rariteitenkabinet”) die hij zou willen schrijven. Hij zou over de verbanden tussen literatuur en wiskunde een boek willen schrijven, evenals over zijn “SKEPP-tisch zijn”, Vrijmetselarij, Sherlock Holmes, stripverhalen, een droomboek over wiskunde, muziek, architectuur, geloof en humor en over seks, erotiek en pornografie. Over wat ik nog wil schrijven is daarmee een boek geworden wat louter bestaat uit plannen voor andere boeken, toegelicht, soms met tekstfragmenten (veelal ongepubliceerde artikelen die Van Bendegem nog ergens had liggen). Het valt allemaal niet samen te vatten, en dat zou ook onwenselijk zijn, omdat niemand zit te wachten op een samenvatting van samenvattingen.

Het boek is geschreven op conversatietoon, gezellig, soms op het banale af. Het boek zit bovendien bomvol illustraties: foto’s, schilderijen, schema’s die hij in de trein op papier kriebelde, en fragmenten van stripverhalen. Wat daarbij overigens wel opvalt, is dat nergens in het boek een illustratieverantwoording staat afgedrukt. Ook ontbreken voetnoten, literatuurlijsten of een index. Wie wil weten wat dit boek herbergt, zal het dus van a tot z moeten lezen. En dat is met de vele rijkelijk gevulde bladzijden en zonder centraal punt, argumentatiestructuur of spanningsboog geen gemakkelijke opgave. Het enige wat de projecten met elkaar verbindt, zijn de onderlinge verbanden die Van Bendegem schijnbaar gaandeweg ontdekt.

Dit boek vergt gewoon doorbijten, want bij alle boeken die Van Bendegem zou willen schrijven, stelt hij nergens de cruciale vraag: Wat is het punt wat ik zou willen maken? Wat is de relevantie, het vernieuwende van het geplande boek? Waarom zou de lezer interesseren wat mij interesseert? Hij denkt dus meer aan zijn eigen publicatiedrang dan aan vragen of wensen van lezers. Gelukkig geeft hij zelf toe dat geen van de boeken er ooit zal komen.

De verlammende vraag die het hele project van Over wat ik nog wil schrijven ondermijnt, is echter: Waarom zou iemand dit boek willen lezen? Is het ego van Van Bendegem zo groot, dat hij denkt dat mensen dit boek automatisch interessant gaan vinden? En wat heeft de uitgever bewogen dit boek in luxe vorm op zwaar glossy papier in vierkleurendruk uit te geven? En wat te denken van die godsgruwelijk lelijke omslag: de uitnodigend geopende en rijkelijk bebaarde vulva van een vrouw zal menigeen weerhouden dit boek in de trein te gaan lezen. Ik zou er niet eens mee bij de kassa van de boekhandel durven aankomen.

Als Van Bendegems boek de Socrates Wisselbeker wint, geeft dit meteen weer hoe de stand van de filosofie in Nederland is. Maar dat zal niet gebeuren. Want Achterhuis wint toch, of had ik dat al gezegd?

, , ,

%d bloggers op de volgende wijze: