Het puzzelboekje

Terwijl ze de deur openzwaaide, riep ze: “Jan! Ik ben thuis!”

“Jaja, ik hoor je. Ik ben in de keuken. Kom er zo aan.”

Ze zette kwiek de twee grote gevulde boodschappentassen in de gang, trok de sleutel uit de voordeur en sloot die vervolgens achter zich. Daarna draaide Marie de voordeur aan de binnenkant op slot. Je kon maar nooit weten. De wereld was niet meer als vroeger.

Ze hing haar jas aan de kapstok bij de deur. Daarna tilde ze de tassen vol boodschappen op en schuifelde door de gang, door de huiskamer en het hoekje om naar de keuken, waar ze Jan aantrof die staande aan de keukentafel de aardappels schilde. Snel ging het niet meer, viel haar op. Zijn handen waren oud, de huid gerimpeld, de gewrichten stram. Ze wilden niet meer. Oude man.

“Heb je het al gehoord?” zei ze, terwijl ze begon de tassen langzaam uit te pakken. Het brood, dat keurig bovenaan in de tas lag, ging in het vriesvak.

“Wat?” Hij keek niet op, maar schilde onverstoorbaar door.

“God is dood.”

“Echt?” Hij stopte pardoes met schillen en keek haar aan. “Weet je het zeker?”

“Ja, ik las het in de supermarkt, toen ik een puzzelboekje pakte. In een krant of tijdschrift. Je weet wel.”

Jan knikte. Daarna ging hij verder met schillen.

“Welke?”

“De onze, je weet wel. Niet die van de moslims of de joden.”

Jan stopte met schillen. “Nee, ik bedoelde: in welke krant of tijdschrift heb je dat gelezen?”

“Oh zo. Weet ik niet meer. Een opinietijdschrift of zo.”

“Dus geen roddelblad?”

Marie schudde haar hoofd. “Die lees ik toch niet?”

Jan schilde weer verder en zweeg.

Maar even later: “Wanneer is het gebeurd?”

“Dat stond er niet bij.”

“En hoe?”

“Stond er ook niet bij. Ik heb niet het hele artikel gelezen, dat duurde me te lang. En het was moeilijk geschreven.” Ze haalde twee flesjes bier uit de tassen, twee Duvels, Belgische juweeltjes voor Jans zaterdagavond.

“Maar het schijnt dat mensen hem hebben vermoord”, zei ze terwijl ze de twee flesjes in de koelkast zette.

“Goh”, zei Jan, zijn onderlip geïmponeerd vooruitstekend. “Stond er ook hoe?”

Marie schudde haar hoofd.

“Heb je de twee biertjes meegenomen die ik je had gezegd?”

“Heb ik net in de koelkast gezet”, zei ze. “Nog geen twee twee tellen geleden.”

“Oh. Dank je.”

Zwijgen.

“Hoe oud is hij geworden?”

“Stond er ook niet bij. Maar oud, neem ik aan. Hij gaat al een tijdje mee.”

Opnieuw zwijgen. Alleen het zachte raspen van een mesje door de aardappelschil.

“En weten ze al wat ze met hem gaan doen?”, vroeg Jan plotseling. “Gaan ze hem begraven? Of cremeren?”

“Geen idee. Zal wel begraven worden. Dat doen ze toch met al die hoge pieten?”

“Wat denk je, zullen ze een tombe voor hem maken? Of bijzetten in een kerk of zo?”

“Hij is toch geen lid van het koninklijk huis, toch?”

“Volgens mij niet.”

Marie haalde haar schouders op, terwijl ze het laatste pak melk in de koelkast zette. “Dan heb ik geen idee.”

“Had hij nog familie?”

“Ja, een zoon, schijnt het.”

“Ah”, Jan knikte en pakte de volgende aardappel.

“Maar daar schijnt ie al zo’n tweeduizend jaar al geen contact meer mee te hebben gehad”, ging Marie verder. “Die is gewoon verdwenen.”

“Sneu voor hem.”

Marie knikte. Ze was klaar met boodschappen doen en vouwde de tassen op. Ze liep naar de gang om de tassen in de trapkast op te bergen. Vanuit de keuken hoorde Jan haar zuchten: “Tsja, dat heb je, hé, als je ouder wordt. Dan vergeten zelfs je eigen kinderen je.”

Toen ze de keuken weer binnen kwam, zei ze snibbig: “Zeg, schiet het bij jou wat op?”

“Ja”, zei Jan. “Ben bijna klaar. Nog twee. En we krijgen worteltjes.”

“En het vlees?”

“Gehaktballen. Twee stuks. Voor ons ieder eentje. Zitten al in de pan, maar ik moet ze nog bakken.”

“Doe je een uitje in de jus?”

“Doe ik.”

Ze knikte (wat hij niet zag) en liep de keuken uit. In de huiskamer liet ze zich zakken op een stoel, en terwijl in de keuken Jan zich verder met het eten bemoeide, maakte zij ontspannen de laatste kruiswoordpuzzel uit haar boekje. Ook die puzzel was bijna klaar. Het nieuwe boekje lag al klaar. Toch raakte ze nog net even in de knoop. Over een cruciale naam.

“Duitse filosoof, negen letters, eerste letter ‘n’, tweede letter ‘i’, laatste letter ‘e’”, mompelde ze, om vervolgens te concluderen: “Ik heb geen idee.”

, ,

%d bloggers op de volgende wijze: