De samenvattingen van de bijdragen

Eerder al schreef ik over ons te verschijnen boek Evolutie, cultuur en religie: Perspectieven vanuit biologie en theologie. Hieronder geef ik kort de samenvattingen van de verschillende bijdragen, zoals ze in de inleiding van het boek te vinden zijn. Ik heb de tekst uit de drukproeven gekopieerd en geplakt, dus de opmaak is niet fantastisch. Maar het voldoet. Het boek is overigens gewoon bij de boekhandel te bestellen (het zal als het goed is eind november verschijnen.)

 

UIT DE INLEIDING:

In het kader van het Darwinjaar werd op 16 december 2009
door het Heyendaal Program on Theology and Science van de
Radboud Universiteit Nijmegen een symposium georganiseerd
met als titel ‘God én Darwin! Evolutiebiologie en scheppingstheologie
in evolutie’. Tijdens dit symposium werd gepoogd
om vanuit verschillende academische disciplines de
nuance die in veel discussies over geloof en evolutie node
gemist wordt, juist wel aan bod te laten komen. De opkomst
was groot: ruim tweehonderd bezoekers beluisterden en bediscussieerden
gezamenlijk vijf uitgebreide exposés waarin
genuanceerd werd nagedacht over Darwins evolutietheorie
en de verdere ontwikkeling daarvan, de evolutie van cultuur
en religie, de diversiteit aan bijbelse scheppingsverhalen, de
relatie tussen theologie en natuurwetenschap, en de vraag
naar Gods betrokkenheid bij een evolutionaire wereld. De
voor u liggende bundel maakt na een grondige herwerking
deze bijdragen publiek.

In de eerste – biologische – bijdrage van Gert Flik en
Palmyre Oomen
is de evolutietheorie van Darwin het onderwerp
van bespreking. De auteurs beginnen met kort het
eigene van Darwins theorie te schetsen. Vervolgens wordt
de evolutietheorie nader gepresenteerd zowel wat betreft het
door Darwin gevonden evolutiemechanisme, als wat betreft
het historisch verloop van het evolutieproces. De auteurs
besteden voorts uitgebreid aandacht aan de verdere evolutie
van de evolutietheorie, die deels goed in te passen is in Darwins
ideeën (en daarom vaak wordt omschreven als ‘neodarwinisme’),
maar heden ten dage ook stuit op inzichten
die het Darwiniaanse model te buiten gaan. De bijdrage sluit
af met een korte beschouwing over de evolutie van de mens.

De filosoof Chris Buskes betoogt in zijn bijdrage dat ook
cultuur en religie (als onderdeel van de cultuur) bestudeerd
en verhelderd kunnen worden in het licht van Darwins evolutietheorie.
Buskes laat allereerst zien wat de ‘formule’ van
Darwins evolutietheorie nu eigenlijk is en vervolgens hoe darwiniaanse
evolutie verschilt van de ontwikkeling van bijvoorbeeld
ons zonnestelsel. De cultuur kan ook darwiniaans
benaderd worden, zoals bijvoorbeeld gebeurt in de ‘memen’-
theorie die door Richard Dawkins en Daniel Dennett
wordt aangehangen, waarin de evolutie van cultuur analoog
aan biologische evolutie wordt gezien. Ook religie kan op die
manier benaderd worden. Buskes vergelijkt de darwiniaanse
verklaringen van religie van Dawkins en Dennett met die
van David Sloan Wilson, en laat zien dat er, zelfs bínnen dit
ene darwiniaanse perspectief, tegenovergestelde opvattingen
over religie kunnen bestaan.

De oud-testamentica Ellen van Wolde bespreekt in haar
bijdrage verschillende scheppingsverhalen en -motieven in
het Oude Testament. Creationisten leggen veelal de nadruk
op het scheppingsverhaal van Genesis 1. Van Wolde betoogt
allereerst dat deze mensen een verkeerde voorstelling van
het Genesis-verhaal geven. Daarnaast zijn er allerlei andere
teksten over ‘het begin’ in het Oude Testament te vinden,
die door middel van heel andere beelden en metaforen
Gods handelen ‘in den beginne’ beschrijven. Het Oude Testament
kent dus niet één beeld van de schepping, maar
toont een rijkdom aan verhaalkunst met vele verschillende
scheppingsbeelden en -motieven. Via een taalkundige, tekstuele
en comparatieve analyse van verschillende teksten
wordt door Van Wolde deze rijke verscheidenheid gepresenteerd.

De theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes gaat in
op het denken over de verhouding tussen geloof en wetenschap
in termen van een ‘constitutief verschil’ tussen beide.
Hij laat zien hoe creationisme een conflict tussen geloof en
wetenschap construeert, en hoezeer dat vreemd is aan de
Nederlandse situatie, waarin zowel protestantse als katholieke
theologen veelal het verschil tussen geloof en wetenschap
hebben benadrukt – een verschil, maar geen volstrekte
scheiding. Immers, zo betoogt Smedes, zowel geloof als
wetenschap gaan over onze wereld. Ergens moeten het gelovige
en wetenschappelijke perspectief elkaar daarom raken,
maar precies waar dat zou gebeuren belanden we op een
open plek, een plek die door gebrek aan een ‘derde taal’
onbenoembaar en ongrijpbaar is. Smedes gebruikt aan het
eind van zijn bijdrage het beeld van de dans om aan te geven
hoe geloof en wetenschap elkaar in een dynamiek kunnen
houden die nu eens een inniger dan weer een afstandelijker
relatie tussen beide partners kent.

De biologe, filosofe en theologe Palmyre Oomen gaat in
de laatste bijdrage in op de vraag hoe het weet hebben van
het biologische evolutiemechanisme de vraag naar God onder
spanning zet, maar ook diepgaand kan verrijken. Na
een schets van verschillende reacties van gelovigen en theologen
op Darwins theorie die te typeren zijn als conflict of
boedelscheiding, bepleit ze een weg ‘voorbij’ deze twee alternatieven
welke te karakteriseren is als ‘to distinguish in
order to relate’. Oomen laat hier zien dat de biologische evolutie
als zelforganiserend proces voor de theologie mogelijkheden
opent. Ze exploreert het idee van een ‘fitness-functie’
uit de evolutiebiologie als mogelijk model voor Gods immanente
werkzaamheid in de wereld, en geeft aan dat een dergelijk
beeld van God ‘als bron en object van verlangen’ de
autonomie van de wereld en van de wetenschappen recht
doet, en de mogelijkheid biedt niet alleen over God te denken
in termen van wetmatigheid en orde, maar ook in
termen van contingentie en wanorde, zorg en aandacht.

Advertisements
  1. #1 door K. de Vries op 23 oktober 2010 - 10:09

    Sorry voor de wat bitse reactie. Maar ik word altijd een beetje kriegel van de eindeloze pogingen om het lijk van God met telkens weer nieuwe ideetjes te reanimeren. Jezus mag dan zogenaamd uit de dood zijn opgestaan, voor God zelf zit dat er, naar ik vrees voor de dames en heren theologen, toch echt niet meer in.

  2. #2 door K. de Vries op 23 oktober 2010 - 15:35

    Is er iets waaruit ik kan opmaken dat hij nog leeft?
    Dat theologen van alles bedenken om hem te reanimeren zegt op zich al genoeg, lijkt me.
    Vergelijk God met een oude boerenkar, die kapot is en afgedankt ligt op een afvalberg achter de boerderij. De as is gebroken, de wielen missen spaken, de vloer is doorgerot, de riemen om een paard ervoor te spannen zijn zoekgeraakt. Een paar klappen ertegen en de restanten storten nog verder in elkaar. Wat theologen proberen is niet eens die kar restaureren, zodat die weer wordt zoals’ie was. Want ze willen die aloude boerenkar niet terug. Te ouderwets, achterhaald. Ze willen meer. Sommigen proberen van het wrak een supersonisch verkeersvliegtuig te maken, anderen een snel en wendbaar cruiseschip en weer anderen een race-auto voor de Formule 1. Maar ja, dat gaat nu eenmaal niet met een boerenkar.
    Anders gezegd: God is ooit bedacht als hulpmiddeltje voor machthebbers om mensen in hun gareel te krijgen en te houden. Een verzonnen wezen waarvan zij zeiden dat het werkelijk bestond. Het wezen verrichtte wonderen, noteerde al onze zonden, besliste of wij wel of niet naar de hemel gaan, schiep hemel en aarde en alle levende wezens etc. Dat alles om iedereen bang te maken en te laten doen wat de machthebbers wilden.
    De wetenschap en het nuchtere verstand hebben zo ongeveer alles omvergekegeld wat de machthebbers aan God toeschreven. Er bleef van God niets over, een wrak op een vuilnisbelt, afgeschreven, zeg maar dood.
    Theologen kunnen daar niet in berusten. Ze blijven bezig om de oude boeman op te lappen, er andere, nieuwe, ongekende eigenschappen aan toe te kennen, zodat God weer heel flitsend lijkt, geschikt om de oerknal te verklaren, heel anders dan die boeman, ja zelfs een vriend van mensen in plaats van een vijand. De boeman moet blijven voortleven, in welke vorm dan ook….

  3. #3 door gert korthof op 25 oktober 2010 - 10:30

    Voor alle geinteresseerden:
    ik ben verhuisd naar:
    http://korthof.blogspot.com.
    Mijn oude blog evolutie.blog.com blijft nog in de lucht, maar ik zal daar niet meer publiceren.

  4. #4 door K. de Vries op 3 november 2010 - 19:21

    Kijk eens naar de bijbel. De in de bijbel beschreven geschiedenis toont op vele plaatsen aan dat God een instrument was voor het verkrijgen van macht. Het ‘uitverkoren’ volk moet zich houden aan allerlei, vaak dwaze regeltjes. Een beetje hout sprokkelen op de sabbat betekent de doodstraf, trouwen met vrouwen van Kanaänitische volkeren mag niet (lees de hartverscheurende gebeurtenissen hieromtrent in Ezra), zelfs andere goden aanbidden is niet toegestaan (al is het vooral de joods/christelijk/islamitische die aan deze vorm van jaloezie lijdt). Als je een beeld van God maakt, dan wordt je achter-achterkleinkind zelfs nog gestraft. Wie wil dat zijn nakomelingen aandoen? Als ook maar één uitverkorene niet precies doet wat God zegt, dan wordt daarvoor het gehele volk gestraft. (zie bv. het verhaal over de verovering van Jericho en Ai), een wel heel slinks trucje om het volk in het gareel te krijgen. In orthodoxe kringen zijn ze zich er nog steeds goed van bewust dat God zo is: de overstromingen van New Orleans waren het gevolg van homoseksuelen. De recente toestand in Duisburg was een straf van God voor het bezoeken van een popconcert (aldus een katholieke prelaat, van de grootste christelijke stroming dus). In de hemel komen we alleen als we maar onvoorwaardelijk en met ons hele hart in Jezus geloven en doen wat’ie zegt. Anders gaan we naar de hel. Jezus wilde alle volkeren tot zijn discipelen maken. Macht. Macht. Macht.
    Moderne gelovigen kunnen maar moeilijk toegeven dat dit nu eenmaal de god is die zij vereren, de god van het christendom, en dat geldt ook voor theologen. Zo kan God niet zijn, de hel is ondenkbaar, God is liefde, vooral geen onrecht, wreedheid en onderdrukking meer. De bijbel moet je niet letterlijk lezen, maar symbolisch. Dan is het beschreven onrecht daarin niet meer zo erg (al knapt de ethische strekking van veel bijbelverhalen er niet echt van op), maar als je dat zegt, ontloop je wel het stempel ‘orthodox’. Het is erg moeilijk afscheid nemen van de Here. Soms heet het zelfs “geloof in een god die niet bestaat”. God bestaat dan niet, maar God ‘gebeurt’. En nu krijgt God dus weer ‘een fitness functie’.
    Het spijt me wel, ik zie dat als draaikonterij, vermijdingsgedrag om het onvermijdelijke niet onder ogen te hoeven zien. Maar goed, ik slaak niet meer dan krachtige kreten en heb van theologie geen kaas gegeten. Het is een vakgebied dat mij niet erg trekt. Een rookgordijn van geleerde taal en moeilijke woorden; als God niet bestaat dan valt de hele bodem eronder uit en gaat het nergens meer over. Dan ben je zoiets als stoker op een elektrische trein. Dan is theologie opgeklopte lucht, die je ook over Roodkapje of Sneeuwwitje kan verzinnen, want die zijn ook uit de dood opgestaan. Wat voor argumenten verwacht je verder eigenlijk?
    Deze reactie is niet persoonlijk bedoeld hoor! Meer algemeen. ‘God én Darwin’ vind ik een heel aardig boek, dat weinig heel laat van creationisme, ID en ook wel van theïstische evolutie. Wel plaatst het de mens op een voetstuk, we zijn toch bijzonder, waarvan ik mij afvraag of dat houdbaar is. En is verwondering over heelal en evolutie werkelijk religieus? Of slaat religie juist die verwondering plat?

  5. #5 door Steven op 8 november 2010 - 08:35

    @ K. de Vries,
    Met je metaforen is in elk geval niks mis 🙂
    Voor het overige: snap je dat mensen weinig zin hebben om in te gaan op je verhalen als je je standpunten zo geharnast verpakt, en als je zelf al toegeeft dat je je er niet in verdiept hebt? Ik weet ook niet of dat je bedoeling is. Misschien wil je gewoon eens lekker spuien. Dat mag.

  6. #6 door Theo op 8 november 2010 - 14:09

    Het opvallende bij de waslijst van K. de Vries is, dat hij een God afkeurt op allerlei door hemzelf bepaalde morele gronden. Op dezelfde gronden kun je als gelovige God afkeuren. Ik weet niet of de bijbelse God bestaat, maar ik ben niet afhankelijk van bijbelse beschrijvingen – of beschrijvingen uit welk geloof ook – om te geloven in God.
    @ Steven, sommige atheïsten spuien inderdaad maar wat, en het zijn altijd dezelfde argumenten. Volgens mij horen zulke argumenten alleen nog thuis in de kinderklas.

  7. #7 door K. de Vries op 11 november 2010 - 10:34

    @Theo
    U bent niet afhankelijk van bijbelse beschrijvingen om in God te geloven. Fijn voor u. Is dat net zoiets als dat iemand door hemzelf bepaalde morele gronden hanteert?
    Dat ongelovigen veel dezelfde argumenten gebruiken in discussies met gelovigen, is toch niet zo verwonderlijk? Zijn het niet telkens dezelfde sprookjes die de gelovigen verkondigen, zij het soms wat anders verpakt?
    En is het verder niet zo, dat als het om kinderklassen gaat, dat juist daar veel christelijk geloof verkondigd wordt?

  8. #8 door Theo op 11 november 2010 - 13:41

    @ K. de Vries,
    wat ik bedoel is, dat geloof reeds lang elk kinderlijk stadium is gepasseerd.
    De lijn tussen atheïsme en geloof is heel dun, u kunt net zo weinig de term atheïst collectief toepassen als de term gelovige. Een onderzoek wees uit, dat atheïsten (en agnosten) meer weten van het geloof, dan gelovigen zelf. Dit verbaast me niet. Een Amerikaans (sceptisch) bisschop zei een zin die me bijblijft ‘God is geen christen en geen jood of hindoe of moslim’. (John Shelby Spong.) Er bestaan allerlei stromingen binnen het geloof, bijbelse voorstellingen gaan voornamelijk uit van een God die antropomorf is (menselijke eigenschappen heeft.) Waarom zou dit zo zijn? Als God het per definitie ongekende is, dan kun je daar verder niks op invullen. Het Deïsme gelooft bv. dat God zich maar eenmaal heeft geopenbaard, aan het begin van alles, en daarna niet meer. Terwijl de agnost het zuiver in het midden laat, je kunt God noch in zijn voor of nadeel bewijzen. De atheïst meent dat er een grote waarschijnlijkheid bestaat voor het niet bestaan van God. Hoe bewijst hij die ‘grote waarschijnlijkheid’?

  9. #9 door K. de Vries op 12 november 2010 - 08:46

    @Theo
    Als ik u goed begrijp zijn moderne gelovigen/theologen inmiddels bijna-atheïsten? De moderne gelovige/theoloog (althans een beperkte voorhoede…) is nu zover naar het ongeloof opgeschoven dat zijn opvattingen vergelijkbaar zijn met deïsme of agnosticisme? U bevindt zich in de moeilijke (afscheids)fase zich aan de laatste restjes godsgeloof te ontworstelen? Mijn karakterisering dat moderne gelovigen/theologen een lijk proberen te reanimeren is dan toch zeker niet zo slecht gekozen? Je kunt goden per definitie niet (meer) kennen en je kunt er niets (meer) op invullen, maar toch zijn er nog stuiptrekkingen in de vorm van kreten als ‘God gebeurt’ of ‘fitness functie’. Nog een paar kleine stapjes en ook u bent volledig atheïst/humanist/vrijdenker.
    Wat betreft het bewijzen van de ‘grote onwaarschijnlijkheid’ van het bestaan van goden. Dat is net zo vruchteloos als de grote onwaarschijnlijkheid aantonen van het bestaan van heksen, feeën en elfen. Trouwens, moderne gelovigen/theologen zijn er toch al druk genoeg mee bezig?

  10. #10 door A. Atsou-Pier op 19 februari 2011 - 17:21

    In ND van 18-02-11 een recensie van René Fransen : “Alleen in de bijdragen van godsdienstfilosoof Taede Smedes en bioloog/theoloog Palmyre Oomen gaat het echt over geloof en wetenschap. Maar hun visies zijn te weinig concreet om een nieuw licht te werpen op de relatie tussen die twee. …. En theoloog Ellen ten Wolde probeert het conflict tussen geloof en wetenschap – zonder echt succes – te reduceren tot een vertaalprobleem.”
    Ik weet niet hoe het moet, maar als ik het zou kunnen zou ik bij die laatste zin een hele reeks smilende smileys zetten.

%d bloggers liken dit: