Drewermann over God

Vandaag kwam ik een prachtige passage tegen van Eugen Drewermann over God:

Wat bedoelen wij als wij over God spreken? In feite toch alleen dat er een hand bestaat die ons omvat als een gewaad, die ons een schoonheid schenkt waarin wij uit het stof van de aarde tot de sterren opgroeien. Als deze achtergrondkennis van ons bestaan ons ontvalt, zijn  wij nog slechts stof en zo voor onszelf een reden tot schaamte.

(Uit: Eugen Drewermann, Over moed, mededogen en menselijkheid. Een bloemlezing van kernteksten. Samengesteld en ingeleid door Bert van der Woude. Zoetermeer: Meinema 2010, pag. 125-126. Oorspronkelijk uit: Eugen Drewermann, Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent: Overwegingen bij het boek Genesis. Zoetermeer: Meinema 1996.)

Het mooie aan dit citaat, is dat Drewermann hier weliswaar over God spreekt, maar al te antropomorf spreken vermijdt. Ik merk dat ikzelf steeds meer tot dit abstracte, bijna mystieke godsbeeld geneigd ben in plaats van de antropomorfe taal die in veel kerken gesproken wordt (ofschoon ik ook wel degelijk besef dat we antropomorf spreken nooit kunnen vermijden als het om God gaat).

Advertisements

, ,

  1. #1 door Jona op 31 oktober 2010 - 20:25

    Een hand die ons omvat als een gewaad…
    Als dat geen antropomorf denken is, weet ik het ook niet meer.

  2. #2 door Lucas Blijdschap op 1 november 2010 - 10:22

    Hier gebeurt iets heel interessants Taede. Jij meent een niet-antropomorf citaat te plaatsen ter illustratie van je veranderende steeds mystiekere godsbeeld en Jona wijst je er terecht op dat dat citaat nu juist heel antropomorf is. Ik ben benieuwd hoe je dat analyseert.

  3. #3 door Taede A. Smedes op 1 november 2010 - 10:33

    Jona & Lucas,
    Ik vind het citaat helemaal niet zo antropomorf. Drewermann combineert namelijk twee metaforen (een hand, een gewaad) waardoor een bepaalde mate van abstractie ontstaat. Want ik kan me weliswaar een voorstelling maken van een hand die als een gewaad iets/iemand omsluit, maar ik kan niet goed onder woorden brengen wat dat betekent zonder alle connotaties bij de metaforen van Drewermann te verliezenn. Een menselijke hand kan nooit als een stoffen gewaad iets omsluiten. Een gewaad zit namelijk als gegoten en past zich aan aan de vorm van het lichaam; dat zou een hand nooit kunnen. Drewermann zegt dus iets dat menselijkerwijs nooit zou kunnen. Tegelijkertijd heeft een hand inderdaad persoonlijke en menselijke connotaties. Het drukt iets geruststellends uit; God houdt vast en laat niet los, God is betrouwbaar, etc. Het citaat combineert dus onpersoonlijk en persoonlijk spreken over God wat uiteindelijk leidt tot een behoorlijk abstract godsbeeld.

  4. #4 door K. de Vries op 3 november 2010 - 21:30

    Prachtige, bloemrijke taal.
    Maar wat staat er? Staat er echt iets? Gaat het werkelijk ergens over?

  5. #5 door Theo op 6 november 2010 - 19:20

    @ meneer K. de Vries,
    wat er volgens mij staat, of waarover het gaat is, dat wanneer we het bestaan enkel zien als een langzaam opbrandende kaars, waar niets ‘voor of achter’ bestaat, dit kortstondig moment uit eeuwigheid, zijn zin nogal verliest. En dat iemand met een wijdere blik, die in staat is over grenzen heen te zien, zichzelf verbonden weet met iets dat onvergankelijk is. Dat is toch een verademende gedachtegang.
    ..

  6. #6 door Theo op 6 november 2010 - 19:20

    @ meneer K. de Vries,
    wat er volgens mij staat, of waarover het gaat is, dat wanneer we het bestaan enkel zien als een langzaam opbrandende kaars, waar niets ‘voor of achter’ bestaat, dit kortstondig moment uit eeuwigheid, zijn zin nogal verliest. En dat iemand met een wijdere blik, die in staat is over grenzen heen te zien, zichzelf verbonden weet met iets dat onvergankelijk is. Dat is toch een verademende gedachtegang.
    ..

  7. #7 door Steven op 8 november 2010 - 08:28

    @ Taede,
    Een combinatie van metaforen die niet allemaal tegelijk ‘waar’ kunnen zijn, is toch niet zo nieuw? Ik herinner me een studie over het boek Hosea (waar God van alles wordt genoemd, van ‘loerende panter’ tot ‘tedere minnaar’), waarin hetzelfde werd betoogd: pas op God vast te leggen op één beeld.
    Dit afgezien van de vraag of de specifieke metaforen van Drewermann je aanspreken. Maar positief geformuleerd zou je kunnen zeggen dat hij niet veel anders doet dan Hosea, alleen in min of meer natuurkundige taal van nu.

  8. #8 door Steven op 8 november 2010 - 08:28

    @ Taede,
    Een combinatie van metaforen die niet allemaal tegelijk ‘waar’ kunnen zijn, is toch niet zo nieuw? Ik herinner me een studie over het boek Hosea (waar God van alles wordt genoemd, van ‘loerende panter’ tot ‘tedere minnaar’), waarin hetzelfde werd betoogd: pas op God vast te leggen op één beeld.
    Dit afgezien van de vraag of de specifieke metaforen van Drewermann je aanspreken. Maar positief geformuleerd zou je kunnen zeggen dat hij niet veel anders doet dan Hosea, alleen in min of meer natuurkundige taal van nu.

  9. #9 door K. de Vries op 11 november 2010 - 10:18

    @Theo
    Wie zegt dat dit kortstondige moment uit de eeuwigheid zin heeft?
    Als je over de grenzen heenkijkt, zie je dan werkelijk wat, of projecteer je daar slechts wensbeelden?
    Het kan kennelijk een verademende gedachtengang zijn je verbonden te weten met iets onvergankelijks. Blijft de vraag of dat onvergankelijke iets er ook werkelijk is. Zo niet, dan doet uw stelling toch wel sterk denken aan uitspraken van Marx over volk en opium.

  10. #10 door michelin op 29 november 2010 - 17:08

    om een kader te scheppen: ik ben atheist, wat betekent dat ik geen enkele reden zie om aan te nemen dat god bestaat. dat betekent dus niet dat ik geloof dat god niet bestaat! ik kom hier niet om even snel mijn plasje te doen, maar ben oprecht geinteresseerd in jullie eventuele antwoorden. ik zal dus ook zeker terugkomen.
    wat me raakt aan de quote is niet de metafoor, maar de schijnbare obsessie met schaamte (en schuld) die zo vaak de kop opsteekt bij gelovigen.
    het stof waar mensen uit opgebouwd zijn, is inderdaad afkomstig uit de aarde. maar het stof van de aarde is op haar beurt weer afkomstig van ontplofte sterren (supernovae).
    ik voel me tegelijk onmetelijk klein en ontmetelijk groot door de wetenschap dat het stof waaruit mijn lichaam is opgebouwd, afkomstig is van sterren die miljarden jaren geleden op miljarden kilometers afstand stonden. er is geen enkele noodzaak om naar de sterren te groeien, de sterren zitten in mij.
    ik voel dan ook geen enkele schaamte voor wat ik ben: sterrenstof met (zelf)bewustzijn. dus als iemand me kan uitleggen waar drewermann het over heeft, graag.

  11. #11 door gert korthof op 3 december 2010 - 13:46

    “Ik merk dat ikzelf steeds meer tot dit abstracte, bijna mystieke godsbeeld geneigd ben”
    taede, kun je het begrip god maar eindeloos verdunnen zonder dat er ooit een moment komt dat je geen theist meer bent? maar agnost of atheist of deist? Of zijn theïsten alleen maar mensen die het woord god gebruiken?

  12. #12 door gert korthof op 3 december 2010 - 13:46

    “Ik merk dat ikzelf steeds meer tot dit abstracte, bijna mystieke godsbeeld geneigd ben”
    taede, kun je het begrip god maar eindeloos verdunnen zonder dat er ooit een moment komt dat je geen theist meer bent? maar agnost of atheist of deist? Of zijn theïsten alleen maar mensen die het woord god gebruiken?

  13. #13 door Taede Smedes op 3 december 2010 - 16:15

    Gert,
    Ik zou mijzelf nooit theïst, deïst of atheïst noemen. Of ik in één van deze categorieën (of in geen van allen) val, hangt af van welk perspectief je inneemt.
    In de ogen van mensen van Stichting de Oude Aarde zal ik vermoedelijk een atheïst zijn, ook in de ogen van atheïst Bart Klink ben ik een mede-atheïst (die echter nog niet uit de kast is gekomen).
    Vanuit het perspectief van een theïst (iemand die gelooft dat God bestaat in een modus die analoog is aan, maar dan perfecter dan, menselijke personen) zal ik wellicht eerder naar deïsme neigen.
    Een deïst (iemand die gelooft dat God wellicht de wereld geschapen heeft, maar vervolgens niet meer ingrijpt) zal me een theïst noemen, omdat ik wel ruimte openlaat voor Gods handelen.
    Een agnost is iemand die het allemaal niet zo weet. Dat komt wellicht nog het meest in de buurt, maar ik vind dat eigenlijk ook nog te vrijblijvend.
    Met andere woorden: zeg jij het maar. 🙂

  14. #14 door Taede Smedes op 3 december 2010 - 16:15

    Gert,
    Ik zou mijzelf nooit theïst, deïst of atheïst noemen. Of ik in één van deze categorieën (of in geen van allen) val, hangt af van welk perspectief je inneemt.
    In de ogen van mensen van Stichting de Oude Aarde zal ik vermoedelijk een atheïst zijn, ook in de ogen van atheïst Bart Klink ben ik een mede-atheïst (die echter nog niet uit de kast is gekomen).
    Vanuit het perspectief van een theïst (iemand die gelooft dat God bestaat in een modus die analoog is aan, maar dan perfecter dan, menselijke personen) zal ik wellicht eerder naar deïsme neigen.
    Een deïst (iemand die gelooft dat God wellicht de wereld geschapen heeft, maar vervolgens niet meer ingrijpt) zal me een theïst noemen, omdat ik wel ruimte openlaat voor Gods handelen.
    Een agnost is iemand die het allemaal niet zo weet. Dat komt wellicht nog het meest in de buurt, maar ik vind dat eigenlijk ook nog te vrijblijvend.
    Met andere woorden: zeg jij het maar. 🙂

  15. #15 door Jacob op 8 december 2010 - 12:36

    @Taede,
    Mag ik vragen wat je heeft doen besluiten om theoloog te worden? Als ik zo lees, wat je schrijft, zou je dan niet een zogenaamde “ietsist” zijn, je weet wel: “ik geloof wel dat er iets is, maar…” ? “Theologie” betekent, dacht ik, Godskennis. Was het je bedoeling om middels die studie God te leren kennen, en zo ja, ben je daarin teleurgesteld? Dat zijn vragen, die bij mij opkomen als ik lees over je opvattingen op internet; niet dat ik een boek van je gelezen heb.
    Vr,groeten, Jaap

  16. #16 door Jacob op 8 december 2010 - 12:36

    @Taede,
    Mag ik vragen wat je heeft doen besluiten om theoloog te worden? Als ik zo lees, wat je schrijft, zou je dan niet een zogenaamde “ietsist” zijn, je weet wel: “ik geloof wel dat er iets is, maar…” ? “Theologie” betekent, dacht ik, Godskennis. Was het je bedoeling om middels die studie God te leren kennen, en zo ja, ben je daarin teleurgesteld? Dat zijn vragen, die bij mij opkomen als ik lees over je opvattingen op internet; niet dat ik een boek van je gelezen heb.
    Vr,groeten, Jaap

%d bloggers liken dit: