De zure poes van Stine Jensen

Even een waarschuwing vooraf: dit is een zure en behoorlijk uitgesproken blogbijdrage. Maar tegelijkertijd een noodkreet. Want voor wie het gemist heeft (en dat is heel goed mogelijk en wellicht zelfs wenselijk): april is de zogenaamde “Maand van de Filosofie”. De betere boekhandels hebben deze maand allerlei aanbiedingen en organiseren activiteiten rondom filosofische boeken. Veel lezingen en nog meer feestjes. Ik ben geen fan van de Maand van de Filosofie – met de uitzondering dat sommige uitgevers deze maand de gelegenheid nemen om een aantal interessante boeken te publiceren (zoals binnenkort een nieuwe vertaling van Levinas’ Totaliteit en Oneindigheid bij Boom), en ik zal uitleggen waarom.

Zoals ieder jaar verschijnt er in het kader van de Maand van de Filosofie ook dit jaar een essay dat je voor de schappelijk prijsje van €4,95 kunt aanschaffen. Dit jaar is dat essay geschreven door Stine Jensen en het is getiteld Echte vrienden. Ik heb  het essay de afgelopen dagen gelezen, en ik ben erdoor ontgoocheld geraakt.

Vorige week stond er al een kleine voorpublicatie in De Volkskrant, als opiniebijdrage, en daarin vond ik Jensen al een sourpuss. Het stuk had een zeurderig toontje, alsof met Facebook, Hyves, Twitter en allerlei andere sociale media het einde van de wereld en vooral van onze persoonlijke privacy was aangebroken. Lieve Stine: mensen hebben geen privacy meer. De overheid weet alles van je, zodra je een bankrekening opent, en een bankpasje of een creditcard aanschaft. Maar waar het Jensen in haar essay Echte vrienden om gaat, is wat zij noemt “intiem kapitaal”, oftewel “alles wat betrekking heeft op waardevolle persoonlijke informatie” (14) die macht en invloed geeft. Intieme informatie is informatie die je normaliter niet met Jan en alleman wilt delen, maar die niettemin volgens Jensen klakkeloos op Facebook etc. worden gedumpt. Wie het essay echter leest, zal uiteindelijk verward achterblijven. Want hoewel Jensen fel van leer trekt tegen Facebook en zelfs behoorlijk moraliserend bezig is, blijkt ze er uiteindelijk niet negatief, maar tamelijk ambivalent tegenover te staan. Ze heeft er immers wel haar man (en dus indirect haar kind) aan te danken. Is alles dus negatief aan sociale media? Ze beschrijft het in haar boekje wel zo, maar toch blijkt dat dus uiteindelijk niet zo te zijn. En toch: aan het slot van het boekje blijkt ze haar Facebook-account te hebben opgeheven (overigens heb ik haar nu wel weer op Facebook gevonden). Dus hoe zit het nu? Of is de oplossing werkelijk zo makkelijk als zij uiteindelijk beschrijft: privacy bestaat uit wat iemand zelf besluit niet met anderen te willen delen? Dus je kunt Facebooken, als je maar in control blijft? Is het zo simpel? Waarom dan toch maar dat hele account opheffen (zelfs tegen de uitdrukkelijke wens van de uitgever in)?

Mijn punt is hier niet een bespreking te geven van het essay. Dat leest lekker weg, is op zich fijn geschreven, heel populair, met af en toe wat humor. En natuurlijk is het goed om af en toe stil te staan bij de grenzen van internet, zoals Jensen doet. Het gaat me om wat anders. Het is namelijk zo’n oppervlakkig boekje! Is het boekje dat Jensen schreef werkelijk nog filosofie?, heb ik me afgevraagd. Wat maakt Jensens boekje tot een filosofisch essay? Jensen noemt in haar boekje wat filosofen als Bourdieu, Schopenhauer en Habermas. Maar maakt het noemen van filosofen een essay tot een filosofisch essay? Het is allemaal van dat handige hap-snapwerk, alsof er flink is gegrasduind in het Groot Filosofisch Citatenboek. Het essay leest verder als een lang opiniestuk dat ook in De Volkskrant of in NRC Handelsblad had kunnen staan. En dan toch liefst in die laatste krant, want Jensen laat er geen twijfel over bestaan dat NRC haar lievelingskrant is. Het essay bestaat voornamelijk uit reacties op of citaten uit NRC-artikelen, alsof ze hevig door die krant gesponsord wordt. Af en toe komt ze als een echte venijnige sourpuss om de hoek kijken, zoals wanneer ze een uitgebreide klaagzang aanheft op de in het boekje met naam en toenaam genoemde redacteur van de universiteitskrant Ad Valvas van de VU, Peter Breedveld, die nogal geobsedeerd blijkt door Jensens lichaam (onvoorstelbaar). Dat ze over haar gedoe met Breedveld schrijft, levert sappige literatuur op (sowieso heeft Jensen in dit boekje weinig moeite met obsceen taalgebruik). Je verkneukelt je als lezer dat ze die griezel zo te kijk zet. Maar is het toch ook niet een beetje machtsmisbruik dat je als auteur van een boekje iemand zo te kakken zet? Is dat filosofie of wraakliteratuur?

Let wel, ik ben niet tegen populariseren (ik doe er zelf hard aan mee!), maar ik wil toch wel verdedigen dat uiteindelijk filosofie (net als theologie overigens) een enigszins elitaire bezigheid is. En dat moet wat mij betreft vooral zo blijven. Filosofie heeft weliswaar te maken met ons dagelijks leven, maar filosoferen gebeurt op een uiterst abstracte manier (denk aan Heideggers af en toe bijna ondoorgrondelijke analyse van het menselijk bestaan in termen van Dasein). Is dat relevant? Ja, dat is uiterst relevant omdat het allerlei nieuwe perspectieven opent, maar om die relevantie in te zien, moet je je toch echt eerst verdiept hebben in filosofie. En dat is moeilijk – filosofie doet pijn en kost moeite en tijd (net als het leren van iedere andere wetenschap). Maar je léért er uiteindelijk wat van. En dat gebeurt dus niet door je in oppervlakkige schrijfsels als dit boekje van Stine Jensen te verdiepen (behalve wellicht als handleiding “how to bluff your way into philosophy”).

Met andere woorden, mijn werkelijke onvrede zit hier: de Maand van de Filosofie is hard op weg om filosofie te bagatelliseren tot slechts helder en kritisch nadenken. Maar dat kan iedere manager of journalist ook wel, dat maakt het wat mij betreft nog niet tot filosofie. Filosofie lijkt gereduceerd te worden tot wat er in Filosofie Magazine staat, leuke stukjes, niet te lang en vooral niet te moeilijk. Filosofie gaat over filosofen, terwijl hoe langer hoe meer populaire filosofen laten blijken de klassieke filosofische werken amper gelezen te hebben (tsja, echte filosofen schrijven moeilijk, je moet er de tijd voor nemen). Plotseling kan iedereen filosoferen. En iedereen die aardig kan schrijven is plotseling een filosoof (denk aan Arnon Grunberg). Dit is overigens niet slechts een Nederlands verschijnsel: de Britse filosoof A.C. Grayling beklaagde zich onlangs in een interview over Alan de Botton, door Grayling een quasi-filosoof genoemd. (Jensen citeert overigens De Botton als een filosofische autoriteit.)

Achterop de cover van het essay staat dat Jensen in 2004 door Vrij Nederland is uitgeroepen tot een van de acht beste jonge filosofen in Nederland. Wat mij betreft geeft dit slechts aan hoe bar en boos het met de filosofie in Nederland is gesteld. Het is jammer, maar Jensen doet met haar boekje hard mee met het uithollen van filosofie tot een opgehemelde vorm van chicklit (kijk maar eens goed naar de voorkant van het boekje evenals de rest van haar oeuvre!). Er is al een boekje getiteld Filosofie voor in bed, op het toilet of in bad. Jensens essay zal het op die genoemde plaatsen ook prima doen – vooral als het toiletpapier schaars wordt, want de letters geven niet af en het papier is dik genoeg om lekker zuinig één vel per keer te gebruiken…

, , , ,

  1. #1 door Jan Riemersma op 9 april 2011 - 19:07

    Het valt wel mee met het zuurgehalte: de kritiek lijkt me terecht. Het is inderdaad zeer onduidelijk waarom elk goed geschreven betoog tot de filosofie moet worden gerekend. Filosofie-light doet het goed in Nederland. Het is een letterkundig genre dat op zijn best beoogt mensen van praktische wenken te voorzien.
    Wat is filosofie? Rekenkunde met argumenten. Filosofen geven argumenten en ‘vinden’ niets. -Toen Philipse tijdens zijn colleges even technisch dreigde te worden begon het publiek (achteraf) te klagen. Jensen, Simon en Haring moeten hun boeken verkopen, dus al te moeilijk mag het niet worden. En daarom is de maand van de filosofie eigenlijk de maand van het ‘essay’.

  2. #2 door Lucas Blijdschap op 10 april 2011 - 20:49

    @Taede Filosofie heeft weliswaar te maken met ons dagelijks leven, maar filosoferen gebeurt op een uiterst abstracte manier (denk aan Heideggers af en toe bijna ondoorgrondelijke analyse van het menselijk bestaan in termen van Dasein). Is dat relevant? Ja, dat is uiterst relevant omdat het allerlei nieuwe perspectieven opent, maar om die relevantie in te zien, moet je je toch echt eerst verdiept hebben in filosofie.
    Taede, het verbaast me dat je Heidegger weer relevant vindt, want een paar jaar geleden schreef je dat je hem in de ban wilde doen. Ben je van mening veranderd?
    http://tasmedes.web-log.nl/tasmedes/2009/07/heidegger-de-na.html

  3. #3 door Taede Smedes op 10 april 2011 - 22:07

    Lucas,
    Het is niet zozeer Heidegger die ik relevant vind (eerder ondoorgrondelijk, zodat de relevantie soms erg onduidelijk blijft), maar meer de abstractie van filosoferen. Over Heidegger ben ik nog net zo ambivalent als eerder.

%d bloggers op de volgende wijze: