Interview met Carlo Beenakker (2006): “Ik kom God niet tegen in mijn onderzoek”

In 2006 had ik het plan om een boek te schrijven over atheïsme, mede naar aanleiding van de toen net oplaaiende discussies over de "nieuwe atheïsten". Dat boek is er overigens nooit gekomen. In het kader van het boek wilde ik een aantal wetenschappers interviewen over hun (on)geloof. De enige wetenschapper die ik wel heb geïnterviewd, was de Leidse topfysicus Carlo Beenakker. Het interview vond plaats in 2006. Vandaag kwam ik dat interview nog eens tegen en vond het best aardig. Zonde dat daar verder niets mee gebeurt, bedacht ik zo. Vandaar dat ik  het interview, zoals ik het heb uitgewerkt als hoofdstuk voor het boek, nu maar op mijn weblog publiceer, eigenlijk veel te laat, maar beter laat dan nooit. 


"Ik kom God niet tegen in mijn onderzoek" – Een gesprek met fysicus Carlo Beenakker

1.

Show your style! brult Birgit Schuurman, onder begeleiding van de heerlijk bonkende beats van DJ Ferry Corsten.[i] Ik zet mijn MP3-speler nog wat harder. Ja, denk ik, ik hoop dat hij zich laat zien. Ik hoop dat hij mij verrast. Ik passeer het museum Naturalis en loop rustig door, in de richting van het Lorentz Instituut – dat eigenaardige gebouw van de Leidse universiteit dat bevroren lijkt in een proces van omvallen. Het is een mooie ochtend, de zon lijkt erdoor te willen komen. Het is te warm voor begin december. Ik ben benieuwd wat hij me te vertellen heeft.

Ik ben op weg naar een van de topwetenschappers in Nederland. Een topwetenschapper en gelovige – hoe uniek is die combinatie? Ik ben er trots op dat hij een gesprek met mij wil voeren over de relatie tussen geloof en wetenschap. Hij klonk zeer welwillend door de telefoon, wat ik niet verwacht had. Het is blijkbaar iemand die over zijn geloof durft te praten, die zich niet verschuilt, ook niet voor iemand die hij helemaal niet kent. Zelfs nu niet, nu in God geloven door alle recente atheïstische publicaties zo in diskrediet is gebracht.

Gelovigen zijn slechte natuurwetenschappers, dat lijkt de conclusie. Een non sequitur natuurlijk. De Nederlandse wetenschapper Cees Dekker is het eerste voorbeeld wat te binnen schiet om deze conclusie onderuit te halen. Maar toch… Zit er niet ergens een kern van waarheid in? Kijk eens naar de hype rond Intelligent Design. ID probeert God opnieuw in de wetenschap in te voeren door de onderliggende naturalistische methodologie de deur uit te doen en de mogelijkheid open te laten dat er dingen wetenschappelijk onverklaarbaar blijven.

“ID zegt: ‘Kijk, we weten dit en er zijn nog een hoop dingen die we niet kunnen verklaren, en dat is dan God’. Dat is lariekoek, volslagen onzinnig. Daarom heb ik zo’n hekel aan ID”, zegt Carlo Beenakker, hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Universiteit Leiden.

In zijn sobere, maar warm ingerichte werkkamer in het Lorentz-instituut, drinken we samen een kop koffie. Zijn deur blijft voortdurend open, uitnodigend. Beenakker is een denker, maar geeft ook sterk de indruk een doener te zijn. Zijn boekenkasten zijn slechts voor de helft gevuld, de meeste planken zijn leeg.

Hij zet zijn punt tegen ID nog eens kracht bij.

“Nee, echt, ID is onzin. Ik snap niet dat grote geleerden als Cees Dekker daar iets in zien. Als God er is, dan heeft Hij zichzelf vakkundig verborgen en dan zal Hij echt geen steken hebben laten vallen. Als de Schepper er is, dan heeft Hij de schepping zo gemaakt, dat die prachtig is en goed in elkaar zit, maar dat je Hem alleen impliciet kunt vinden. De wereld is geen kijkdoos, het is geen toneel. Bij toneel ziet alles er aan één kant goed uit. Als je erachter kijkt, dan zie je hoe alles in elkaar geflanst is. Ik ben er dus van overtuigd dat als God alles gemaakt heeft, Hij dat zo heeft gedaan, dat we hem er niet in zullen kunnen vinden. Want dat zou het hele plan verpesten. Dan zou God bewezen kunnen worden. Dan is het geloof weg.”

 

2.

Op het eerste gezicht is Carlo Beenakker een onopvallende man van halverwege de 40. Hij is niet iemand die je in allerlei tv-programma’s zult terugvinden. Toch is hij een van de bijzonderste wetenschappers van Nederland. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de weinige Star Trek experts van Nederland. Hij heeft meer dan 250 wetenschappelijke publicaties op zijn nam staan en won in 2006 maar liefst vijftigduizend euro voor zijn pionierswerk in de natuurkunde. Eerder sleepte hij al een prestigieuze Spinoza-premie in de wacht.

Maar naast topwetenschapper is Beenakker ook een katholiek die zijn geloof niet onder stoelen of banken steekt. Ik vraag me af hoe dat kan. Hoe kan een topwetenschapper als Beenakker gelovig zijn?

Hij haalt zijn schouders op. “Kijk, in mijn vak speelt geloof geen rol. Ik weet dat geloof een instrument is wat ik in mijn vak niet mag gebruiken. Stel dat iemand zegt: ‘kijk, ik heb hier een vergelijking en vannacht heb ik de uitkomst ervan gedroomd. Ik voel dat dit de uitkomst is.’ Ook dat is in de wetenschap niet toegestaan. Dat je inspiratie uit dromen haalt is prima. Inspiratie is een goddelijke ingeving, een intuïtie, dat mag best. Maar uiteindelijk moet je het kunnen uitleggen aan iemand die die intuïtie niet heeft. Net zo is geloven een methode die je niet mag gebruiken in de wetenschap. Vandaar dat ik niet echt een overlap zie tussen geloof en wetenschap.”

Beenakker lijkt dus de positie van een bioloog als Stephen J. Gould te onderstrepen: geloof en wetenschap zijn twee gescheiden en niet-overlappende domeinen. Maar hoe zit het dan met de uitspraken van wetenschappers als Dawkins en Plasterk?

Maakt wetenschap atheïstisch?

Tot mijn verrassing knikt Beenakker.

“Ja, ik denk dat dat in zijn algemeenheid wel klopt. Daar is ook wel onderzoek naar gedaan, onder Amerikaanse wetenschappers. Dan blijkt dat met name onder biologen veel atheïsme heerst. Naarmate je meer afweet van het leven, neemt blijkbaar het mysterie af en word je overgelaten aan het pure, rauwe geloof.”

Maar als die link tussen wetenschap en atheïsme er is, hoe kan het dan dat een topwetenschapper als Beenakker toch gelovig is?

“Ik zou de stap naar atheïsme kunnen zetten”, zegt hij ronduit. “Ik kom God niet tegen in mijn onderzoek. De schoonheid van de wereld is wetenschappelijk prima verklaarbaar. Bovendien zitten er veel defecten in de wereld. Dus het argument ‘kijk eens naar die schoonheid, daar moet wel een schepper achterzitten’, valt voor mij weg. Ik ervaar dat echter als een verrijking. Mijn geloof in God is een besluit: ik heb zowel de mogelijkheid van atheïsme als van geloof onder ogen gezien, en ik vind de mogelijkheid om te geloven aantrekkelijker. Het gaat om de vraag what is the best story? Dat er een God is, die een plan heeft, dat is voor mij the best story.”

“Ik vind ook dat als je atheïst wordt, dat je dan een deel van jezelf afsluit, namelijk je gevoel voor spiritualiteit. En dat lijkt me gewoon niet gezond. Net zoals je als mens ook aan sport moet blijven doen, moet blijven bewegen. Het is niet meer nodig, je kunt alles met de auto doen. Maar we weten: dat is niet goed voor je. Ook al heb je je lijf niet nodig, het is belangrijk dat je het in goeie vorm houdt. En zo is het ook met onze spiritualiteit: die moeten we voeden. Dat is ook wat ik met mijn studenten doe: ik wil ze niet bekeren tot dit of dat geloof, maar ik moedig ze wel aan die spirituele component te blijven voeden.”

Hoe reageren die studenten daarop?

Hij haalt zijn schouders op en even denk ik een zweem van teleurstelling over zijn gezicht te zien glijden. “Nauwelijks. De meesten reageren daar amper op. Er is veel desinteresse. Een enkele keer heb ik wel eens gesprekken erover en raak ik ook wel eens teleurgesteld. Zo had ik eens een studente die vertelde dat ze als kind een geloofservaring had gehad, maar dat ze daar overheen gegroeid was. En de manier waarop ze dat beschreef was: ik ben zo blij dat ik dat achter me heb gelaten! En dan denk ik: goh, wat jammer. Als je toch dat zintuig had, dat je heel sterk het gevoel had dat God bestaat, en dan tegen dat milieu van je ouders en de kerk vechten, ja, dan denk ik: goh, wat jammer.”

Maar was je geloof dan een rationeel besluit?

“Nee, zo was het natuurlijk niet. Ik ben bijvoorbeeld gelovig opgevoed. Geloofstwijfels kwamen pas later, vooral na het overlijden van mijn vader. Bestond dat eeuwig leven wel, dat mij was geleerd? Mijn vader [ook een Leids fysicus, T.S.] zei gewoon op zijn sterfbed: ‘Nou, ik ben wel benieuwd, we zullen wel zien.’ Prachtig! En toen dacht ik: het is eigenlijk wel goed zo. Ik heb de zekerheid die ik als kind had niet echt nodig. Ik besloot dat ik wilde leven vanuit het geloof dat God bestaat, hoewel ik geen manier weet om daarachter te komen.”

 

3.

“Ik heb geen godservaring, het gevoel dat mensen zich plotseling opgenomen voelen in iets groters. Ik zou dat best willen hebben, maar ik heb het niet. Ik zou best eens als Paulus in Damascus gegrepen willen worden: even alles in een grandioos licht zien, en dan mag het de rest van mijn leven duister zijn. Maar ik heb het niet. Ik ben het typje niet om me daarvoor open te stellen. Ik ben te rationeel. Daarom zal ik het wel nooit ervaren. Mijn vrouw heeft dat wel: een soort zintuig, een talent.”

Maar vanwaar dan toch dat geloof?

“Ik heb sterk het besef dat ik geleid word. Nu terugkijkend zie ik momenten in mijn leven waarop het zo verkeerd had kunnen aflopen. En toch ging het goed.”

Dan, na een ogenblik nadenken: “Maar misschien was het ook wel toeval, ik weet het niet.”

 

4.

Beenakker is enthousiast als hij spreekt over zijn geloof. Toch komt niet de aanwezigheid, maar vooral de afwezigheid van God ter sprake. Hij wil niet dat God bewezen wordt. God zou zich verborgen hebben. De wereld is geen kijkdoos.

Dus: hoe beter God zich weet te verbergen, hoe groter God is?

“Ja, hij zal zich niet laten ontdekken. Er is een prachtig middeleeuws traktaat: De Wolk van Niet-weten. Dat heeft me heel erg aangesproken. Dat idee dat we God wel even kunnen kennen, ja dat speelt vooral in de katholieke kerk heel sterk. Mensen weten alles. Allemaal onzin, volgens mij. Ik denk dat de meer sophisticated katholieken – en protestanten denk ik ook – dat ook best weten. De kwestie is simpelweg deze: de kerk heeft een boodschap voor iedereen. En dan kun je niet al te relativerend zijn. Je moet voor iedereen duidelijk zijn. Maar uiteindelijk zullen ook die meer sophisticated theologen het toegeven: we weten het niet. Nee, ik denk dat als God bestaat, Hij niet zomaar door te rekenen zal zijn. Het zal een worsteling zijn om er achter te komen.”

Ondanks zijn enthousiasme blijft Beenakker rationeel. Toch lijkt hij te beseffen dat de ratio maar zeer beperkt is. Komt zijn spiritualiteit dan wellicht voort uit het besef dat er grenzen zitten aan de ratio?

“Grenzen aan de verbeelding, dat zeker. Kijk, over het eeuwige leven, dat je bij Petrus aan de hemelpoort komt en zo” – hij lacht hardop – “dat is toch totale lariekoek. Kijk, er zal wel wat zijn, ik weet het niet. Maar hoe dat zal zijn… Geen idee. Ik weet dat er grenzen zijn aan mijn verbeelding. Neem alleen al het heelal – dat is zoveel groter dan ik me kan voorstellen. Dat heeft natuurlijk ook met mijn wetenschappelijke werk te maken. Als je kijkt naar hoe de afgelopen eeuw de wetenschap zich heeft ontwikkeld, dan denk ik dat we nog maar het tipje van de ijsberg zien. Onze verbeelding is erg beperkt door wat we om ons heen zien, dus ik denk dat we ons nog ontzettend kunnen laten verrassen.”

Zou het dan toch kunnen dat ID uiteindelijk gelijk heeft? Dat de wereld toch ontworpen is?

“Kijk, het zou kunnen. We denken bijvoorbeeld dat zoiets als leven ergens anders ook zal zijn, maar we weten het niet. Als we er op een gegeven moment achter zouden komen dat er echt nergens anders leven is, dat zou dan wel een heel sterk godsbewijs zijn. Er is dan kennelijk iets op aarde gebeurd, dat uniek is in het heelal. Maar dat is geen ID. Ik geloof dan eerder dat God het toeval een beetje naar zijn hand heeft gezet.”

 

5.

Het is ondertussen bewolkt geworden, merk ik als ik terug loop naar het station. Jammer. Weldra zal het zelfs gaan regenen. Ik voel me enigszins verward. Maakt wetenschap nu atheïstisch of niet? Beenakker zegt van wel, maar is zelf gelovig, dus…?

Zo het gesprek overdenkend, met de beats van Ferry Corsten nog altijd in mijn oordopjes, loop ik verder: I tried God, but God’s a fake… blah blah blah…[ii]


[i] F. Corsten, “Show Your Style”, feat. Birgit, track 11 van het album Right of Way (2003).

[ii] F. Corsten, “Whatever!”, track 2 van het album Right of Way (2003).

 

, , , , , ,

  1. #1 door nand braam op 31 mei 2011 - 15:29

    Prachtig interview. Bedankt. Gelovige natuurwetenschappers zijn er al niet veel en nog minder die voor hun geloof uit durven te komen.

  2. #2 door Jan Riemersma op 31 mei 2011 - 19:33

    Ik sluit me bij Nand aan. Hoe bestaat het dat dit interview zo lang op de plank heeft gelegen? Zeer de moeite waard! En waarom niet geprobeerd het alsnog te publiceren (Trouw?).

  3. #3 door Lucas Blijdschap op 31 mei 2011 - 20:42

    Mooi verhaal Taede!
    Als ik de eindredacteur was zou ik een ander kop kiezen, bijvoorbeeld:
    ‘Wie atheïst wordt, sluit zijn
    gevoel voor spiritualiteit af.’

  4. #4 door Theo s op 31 mei 2011 - 21:29

    Taede, een ideetje zou kunnen zijn om deze toegankelijke man in 2011 nog eens te vragen voor een gesprek, – is er wat veranderd, of niet -, of als je hem attent hebt gemaakt op deze publicatie op je blog, is hij misschien wel bereid er hier nog een paar woorden aan te wijden? Mij valt het vele ‘ik weet het niet’ op en je paragraafje 5.

  5. #5 door Theo s op 31 mei 2011 - 21:29

    Taede, een ideetje zou kunnen zijn om deze toegankelijke man in 2011 nog eens te vragen voor een gesprek, – is er wat veranderd, of niet -, of als je hem attent hebt gemaakt op deze publicatie op je blog, is hij misschien wel bereid er hier nog een paar woorden aan te wijden? Mij valt het vele ‘ik weet het niet’ op en je paragraafje 5.

  6. #6 door Theo s op 31 mei 2011 - 21:29

    Taede, een ideetje zou kunnen zijn om deze toegankelijke man in 2011 nog eens te vragen voor een gesprek, – is er wat veranderd, of niet -, of als je hem attent hebt gemaakt op deze publicatie op je blog, is hij misschien wel bereid er hier nog een paar woorden aan te wijden? Mij valt het vele ‘ik weet het niet’ op en je paragraafje 5.

  7. #7 door Theo s op 31 mei 2011 - 21:29

    Taede, een ideetje zou kunnen zijn om deze toegankelijke man in 2011 nog eens te vragen voor een gesprek, – is er wat veranderd, of niet -, of als je hem attent hebt gemaakt op deze publicatie op je blog, is hij misschien wel bereid er hier nog een paar woorden aan te wijden? Mij valt het vele ‘ik weet het niet’ op en je paragraafje 5.

  8. #8 door Theo s op 31 mei 2011 - 21:29

    Taede, een ideetje zou kunnen zijn om deze toegankelijke man in 2011 nog eens te vragen voor een gesprek, – is er wat veranderd, of niet -, of als je hem attent hebt gemaakt op deze publicatie op je blog, is hij misschien wel bereid er hier nog een paar woorden aan te wijden? Mij valt het vele ‘ik weet het niet’ op en je paragraafje 5.

  9. #9 door Theo s op 31 mei 2011 - 21:29

    Taede, een ideetje zou kunnen zijn om deze toegankelijke man in 2011 nog eens te vragen voor een gesprek, – is er wat veranderd, of niet -, of als je hem attent hebt gemaakt op deze publicatie op je blog, is hij misschien wel bereid er hier nog een paar woorden aan te wijden? Mij valt het vele ‘ik weet het niet’ op en je paragraafje 5.

  10. #10 door A. Atsou-Pier op 8 juni 2011 - 09:56

    Carlo Beenakker is niet de enige gelovige natuurwetenschapper. In NRC 07-06-11 noemt Heino Falcke, hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica en een van de winnaars van de Spinozapremie 2011, als zijn favoriete boeken : de Bijbel en Dinesh D’Souza, “Het christendom is zo gek nog niet”.

  11. #11 door dick op 9 juni 2011 - 10:11

    Toch een beetje teleurstellend, dit verhaal van Beenakker; gespleten, twee werelden. Vandaar dat vele ‘ik weet het niet’. Ik zou liever hebben dat iemand met zo’n grote wetenschappelijke drive als hij nu eens echt probeerde z’n eigen vragen te doordenken, tot op het bot, als een research question dus en niet rusten voor hij – neen, niet het antwoord gevonden, maar – de vraag juist zou hebben geformuleerd.

  12. #12 door K. de Vries op 18 juni 2011 - 09:50

    “Dan zou God bewezen kunnen worden. Dan is het geloof weg.”
    Ik proef hierin de wens: laten we toch vooral blijven geloven en daarom vooral niet God bewijzen. Geloven om het geloof dus, de inhoud van dat geloof speelt eigenlijk geen rol.
    Maar ja, er bestaan goden of er bestaan geen goden. En als ze bestaan, waarom zouden ze dan niet wetenschappelijk aantoonbaar zijn?
    Het mooiste citaat is dat van de studente die over een religieuze ervaring heen is gegroeid. Kunnen gelovigen wat van leren.

  13. #13 door Steven op 20 juni 2011 - 11:57

    @K. de Vries,
    Welke studente bedoel je? Ik miste het citaat.
    En waarom zouden gelovigen wat moeten leren van iemand die over een religieuze ervaring is heengegroeid?

%d bloggers op de volgende wijze: