Als wetenschap niet de basis is voor geloof, wat dan wel?

Vandaag staat er in het Reformatorisch Dagblad een artikel waarin de Delftse filosoof Marc J. de Vries theologen waarschuwt om niet al te stellige uitspraken te doen over bijvoorbeeld de evolutie. Wetenschap is veranderlijk, en het is gevaarlijk om daar je geloofs op te bouwen. Helemaal mee eens. Maar toch, vervolgens lijkt er bij De Vries’ betoog toch was mis te gaan. Draait het bij geloof wel om zekerheid? Of zou vertrouwen centraal moeten staan? En vertrouwen waarin? Een paar reflecties uit de losse pols…

De Delftse filosoof prof.dr. Marc J. de Vries waarschuwt vandaag in het Reformatorisch Dagblad tegen al te stellige stellingnamen van theologen over wetenschappelijke theorieën, zoals bijvoorbeeld de evolutietheorie. Ik ga maar niet in op al te onzinnige uitspraken, zoals deze:

De Delftse filosoof, lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk, gaat in dit verband ook in op de toenemende acceptatie van de evolutietheorie onder reformatorische theologen. „Dan denk ik: „Mensen, besef je wat voor uitverkoop je aan het houden bent? En ter wille waarvan? Om in het reine te komen met aanvechtbare theorieën van de natuurwetenschap?” Ik lees soms dingen waarvan de haren me te berge rijzen, en waardoor gemeenteleden en christenstudenten aan het twijfelen worden gebracht.” Zijn advies: „Weet wat je zegt, en heb eens wat meer respect voor je eigen discipline.”

Met een dergelijke anti-wetenschappelijke houding vraag ik me af wat de Delftse universiteit in haar hoofd heeft gekregen toen ze deze man hoogleraar maakten. Een hoogleraar aan een universiteit met een dergelijke anti-wetenschappelijke houding is al net zo’n wandelend anachronisme als de “atheïstische dominee” Klaas Hendrikse. Maar goed, laat ik hier verder geen woorden aan vuil maken. Want het gaat mij ergens anders om.

Wat mij raakte, was het volgende citaat:

„Zo betrekkelijk is wetenschap dus”, constateert prof. De Vries. „Als je daar je geloof op baseert, kun je het ineens weer kwijt zijn. Je hebt er een andere, onwankelbare basis voor nodig.”

Vorige week werd ik geïnterviewd in de uitzending van Groot Nieuws Radio. Tijdens het interview raakten we ook op het spoor van geloof en onwankelbare zekerheid. De (evangelicale) presentatrice refereerde naar een catechismus waarin werd gerept over zekerheid en vertrouwen. Het valt me nu pas op dat dit blijkbaar sleuteltermen zijn in evangelicale en reformatorische kringen. Maar er is iets raars met hoe met die termen wordt omgesprongen.

Het lijkt erop alsof De Vries suggereert dat de mens zijn/haar geloof op een bepaalde zekerheid moet bouwen. Geloofszekerheid is dus iets dat door de mens wordt gemaakt. De Vries lijkt te suggereren dat sommige theologen hun geloofszekerheid op de wetenschap bouwen, en dat dit een bouwen op drijfzand is. Daar ben ik het helemaal mee eens. De geschiedenis van het argument from design heeft laten zien dat geloof bouwen op wetenschappelijke kennis vraagt om problemen. Darwins godsmoord was niets minder dan een lethale aanslag op Paley’s ingenieur-God.

Maar dan de daarop volgende zin: “Je hebt er [= voor geloof] een andere, onwankelbare basis … nodig”. Hoe bedoelt De Vries dat? Is geloofszekerheid iets dat de mens zelf kan maken? Is het iets waar de mens naar moet zoeken? En waar blijft dan het vertrouwen? Of is het vertrouwen bedoelt als een vertrouwen in de zekerheid die gevonden is – een vertrouwen dat het eigen oordeel klopt?

Wat me bij evangelicale en reformatorische gelovigen telkens weer opvalt, is het zoeken naar die geloofszekerheid, en dan met name de menselijke hang en drang naar die zekerheid. Ik vraag mij dan als theoloog af in hoeverre hier nog werkelijk sprake is van geloof. Wordt geloof hier niet een constructie? Is de geloofszekerheid die sommige evangelicale en reformatorische gelovigen zoeken niet een illusie, precies omdat het een eigen menselijk maaksel is?

Mij dunkt dat het aspect van vertrouwen toe is aan een herijking. Voor mij is religieus geloof een ter discussie stellen van alle menselijke zekerheden. Geloof is het voortdurend openhouden van opties, zelfs als vanuit onze menselijke optiek de verzameling opties uitgeput is. Het besef van transcendentie is immers niets meer of minder dan ervan uitgaan dat onze werkelijkheid geen gesloten werkelijkheid is. Geloof hoeft niet te blijven stilstaan bij het wetenschappelijk uitgangspunt van een causaal gesloten werkelijkheid, ofschoon het onzinnig is om vervolgens wetenschappelijke argumenten te gaan zoeken om te argumenteren voor “gaten” in wetenschappelijke theorieën. Zelfs als onze werkelijkheid causaal gesloten is, is ze nog open naar God toe, net zoals een tweedimensionale werkelijkheid gesloten lijkt, behalve vanuit een driedimensionale werkelijkheid. (M.a.w. ik twijfel hier niet aan de natuurwetenschappen, maar wel aan sommige metafysisch-sciëntistische interpretaties van de natuurwetenschappen.)

Waar wil ik dan naar toe? Naar een pleidooi voor een “grondeloos vertrouwen”. Mij dunkt dat religieus vertrouwen niet een vertrouwen is in de betrouwbaarheid van het eigen, menselijk oordeelsvermogen, maar dat het duidt op een existentiële overgave: ik vertrouw erop dat ik word vastgehouden, ook als ikzelf geen houvast meer heb. Als alle illusies ontmaskerd zijn als menselijke denksels en maaksels, dan nog mag ik vertrouwen dat er Iets of Iemand is die mij vasthoudt. Ik vertrouw erop dat er Iets of Iemand is die weet hoe het zit, ook als ik het zelf niet meer weet. Gelovig vertrouwen is dus het opgeven van de hegemonie van het ik, het loslaten van alle pretentie tot(zeker) weten.

Vertrouwen staat dus wat mij betreft in bepaald opzicht tegenover zekerheid, omdat het gaat om het loslaten van zekerheid, het opgeven ervan, in de hoop en het vertrouwen dat als ik loslaat, ik niettemin word opgevangen of vastgehouden.

Ik denk bovendien dat het centraal stellen van vertrouwen sterkere bijbelse papieren heeft dan het centraal stellen van (geloofs)zekerheid. Terwijl De Vries dus de beschuldigende vinger wijst in de richting van de theologen, durf ik als theoloog te stellen dat De Vries theologisch twijfelachtige ideeën heeft over wat religieus geloven zou inhouden.

Juist bij een gebrek aan een dergelijk vertrouwen, gaan mensen op zoek naar zekerheden. Sommigen zoeken die zekerheid in de wetenschap, anderen in een zelf geconstrueerd geloof. Beide keren zoektochten die uitlopen op de zekerheid van schijnzekerheid. Maar wie vertrouwen heeft, valt niet ten prooi aan de wanhoop wanneer alle zekerheid wegvalt.

Advertisements

, , , , , ,

  1. #1 door Bart Klink op 8 november 2011 - 22:38

    Taede, je bent ongetwijfeld bekend met de beroemde tekst waar het idee vandaan komt dat geloof zekerheid is: ” Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet” (Heb. 11:1)

    In het Johannesevangelie is ook volgens Jezus het geloven zonder te zien een deugd: “Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven.” (20:28)

    Deze overtuiging leeft inderdaad vooral bij evangelicalen sterk; twijfel en kritiek wordt in die kringen dan ook vaak niet op prijs gesteld.

    De Hebreeuwse woorden die gebruikt worden voor ‘geloof’ kun je ook vertalen met vertrouwen, het soort vertrouwen dat je in iemand hebt, niet een epistemische zekerheid.

  2. #2 door Jan op 9 november 2011 - 07:19

    @ Taede en Bart,

    Vergeet ook niet de Heidelbergse Cathechismus Zondag 7 vraag 21. Wat is een waar geloof?

  3. #3 door Jan op 9 november 2011 - 07:19

    typo:

    Cathechismus moet zijn Catechismus

  4. #4 door Lucas Blijdschap op 9 november 2011 - 15:02

    Waar wil ik dan naar toe? Naar een pleidooi voor een “grondeloos vertrouwen”. Mij dunkt dat religieus vertrouwen niet een vertrouwen is in de betrouwbaarheid van het eigen, menselijk oordeelsvermogen, maar dat het duidt op een existentiële overgave: ik vertrouw erop dat ik word vastgehouden, ook als ikzelf geen houvast meer heb. Als alle illusies ontmaskerd zijn als menselijke denksels en maaksels, dan nog mag ik vertrouwen dat er Iets of Iemand is die mij vasthoudt. Ik vertrouw erop dat er Iets of Iemand is die weet hoe het zit, ook als ik het zelf niet meer weet. Gelovig vertrouwen is dus het opgeven van de hegemonie van het ik, het loslaten van alle pretentie tot(zeker) weten.

    Mooi gezegd Taede, maar zou die meneer niet ongeveer hetzelfde bedoelen?

  5. #5 door Taede Smedes op 9 november 2011 - 15:30

    Ik lees/hoor hem dat niet zeggen, jij wel? Eruit spreekt wel weer een vanuit gelovig perspectief neerbuigend doen over wetenschap.

  6. #6 door Lucas Blijdschap op 9 november 2011 - 16:57

    Hij zegt dat je om te geloven een, anders dan wetenschappelijke, onwankelbare, basis nodig hebt. Dat is toch bijna zoiets als een grondeloos vertrouwen.

  7. #7 door Taede Smedes op 9 november 2011 - 17:14

    Nee, hij zegt dat je daar een andere, namelijk onwankelbare basis voor nodig hebt. Ik stel dat je überhaupt geen basis nodig hebt om je geloof op te bouwen. Hij wil een “grond” hebben om als gelovige op te staan. Ik stel dat je helemaal geen grond nodig hebt, maar slechts de hoop of het vertrouwen dat je wordt vastgehouden ook als de grond je onder de voeten wegzakt.

    Het punt is dat De Vries, net als veel andere orthodoxe gelovigen, een idee hebben van geloof als een piramide, met een hechte, zekere fundering van kennis die de eeuwen kan doorstaan. Het is een idee dat tijdens de Verlichting is opgekomen, mede onder invloed van de opkomst van de natuurwetenschappen. Mijn punt is nu dat een dergelijk “epistemologisch vloertje” onmogelijk is. Je moet van religie geen semi- of pseudo-wetenschap willen maken. Geloof draait om heel wat anders.

%d bloggers liken dit: