Waarom de vergelijking tussen God en Sinterklaas mank gaat

Wie op internet zoekt naar “God and Santa Claus” (kijk maar eens HIER), die zal zien dat deze vergelijking bijzonder populair is onder atheïsten. Ook Richard Dawkins, die claimt iets van de CSR af te weten, heeft in interviews meerdere malen deze vergelijking gemaakt, evenals Daniel Dennett.

In Nederland hoor je vaak de vergelijking dat geloof in God hetzelfde zou zijn als geloof in Sinterklaas: het is kinderachtig, je hoort het uiteindelijk te ontgroeien, je ziet dan in dat Sinterklaas/God niet bestaat, etcetera. Dat de CSR (cognitive science of religion) goede argumenten geeft waarom de vergelijking volledig de mist in gaat, dat weet bijna niemand…

Justin BarrettVan de psycholoog en CSR-onderzoeker Justin Barrett verscheen in 2008 een hoogst interessant artikel in het Journal of Cognition and Culture, met de titel Why Santa Claus is Not a God. Hij bekijkt dus de door atheïsten veelgemaakte vergelijking tussen de Kerstman en God, om te zien of die vergelijking opgaat. Immers, als de Kerstman (of Sinterklaas) met God te vergelijken is, dan betekent dit dat de Kerstman (of Sinterklaas) niets minder dan goddelijke trekken vertoont. De Kerstman en Sinterklaas zouden God kunnen zijn. Maar waarom zijn ze dat dan niet?

Barrett stelt dat het concept van de Kerstman heel dicht dat van een god benadert, maar er toch net niet bij komt. En hij analyseert vervolgens waarom dat het geval is. In zijn artikel beschrijft hij aan welke vijf eigenschappen of voorwaarden een god-concept moet voldoen. Een god-concept moet:

1. tegenintuïtief zijn (een technische term afkomstig van Pascal Boyer);

2. een intentionele actor beschrijven,

3. die beschikt over strategische informatie,

4. die in staat is om in de menselijke wereld te handelen op een wijze die detecteerbaar is,

5. en die een motivator is voor handelingen die geloof versterken.

De vraag is nu: voldoet de Kerstman of Sinterklaas aan deze voorwaarden om een cultureel succesvol god-concept te kunnen worden genoemd? Om dit te onderzoeken kijkt Barrett naar culturele representaties van de Kerstman om te onderzoek hoe in bijvoorbeeld films tegen de Kerstman wordt aangekeken. En wat blijkt?

To summarize, at least part of the reason that the Santa Claus concept is not as widely believed in as god concepts and does not qualify for a prominent role in a religious cult is that Santa does not fully meet the five criteria for being a god. He comes close, but does not quite make the grade. Santa is only sometimes represented as counterintuitive. Santa is an intentional agent. His information is marginally strategic at best. He does act in the real world, but only once each year. And Santa only minimally motivates behaviors (mostly during just one month each year) that might reinforce belief. Consequently, Santa Claus does not matter most of the year, he fails to possess rich inferential or explanatory potential, he does not demand attention or speculation, and he is not easily linked to moral or social concerns. In short, he makes for a poor god. (p. 158-159)

De argumenten die Barrett opsomt, kunnen vrijwel één op één worden overgenomen voor Sinterklaas. Sterker nog, Barrett zelf geeft een vergelijking ten aanzien van de vijf voorwaarden van Santa Claus, Mickey Mouse, de Tandenfee, en George Bush.

De vergelijking tussen Sinterklaas, de Kerstman en God gaat dus simpelweg niet op en de CSR geeft heel mooi aan waarom niet.

Voor de details van Barretts argumenten verwijs ik graag naar het originele artikel: http://www.ingentaconnect.com/content/brill/jocc/2008/00000008/F0020001/art00008 en hier: http://booksandjournals.brillonline.com/content/10.1163/156770908×289251.

(Het artikel is helaas niet vrij toegankelijk. Wie het artikel graag wil hebben, maar geen toegang heeft tot bijv. een universiteitsbibliotheek, stuur me even een mailtje: tasmedes (at) gmail punt com.)

De Vlaamse filosofe Helen De Cruz heeft eveneens een blogbijdrage over de vergelijking. Wie de moeite neemt om de opmerkingen op haar blog door te lezen (van top-CSR-onderzoekers zoals Ilkka Pyysiäinen en Justin Barrett), die zal eveneens veel argumenten vinden die aangeven waar de vergelijking mank gaat: http://www.cognitionandculture.net/home/blog/22-helen/338-is-saint-nicholas-a-god

Een artikel dat Barretts Santa Claus-artikel kritisch opneemt in een reflectie over wat de CSR zou moeten doen (ook gepubliceerd in het Journal of Cognition and Culture, is wel gratis online beschikbaar: http://coevolution.psych.ubc.ca/pdfs/gervais_henrich_Zeus.pdf

Barrett schrijft ook uitgebreid over de (manke) vergelijking in zijn recente boek Born Believers: The Science of Children’s Religious Belief, een boek dat ik kan aanraden voor een ieder die in de cognitive science of religion geïnteresseerd is.

, , , , , , , , ,

  1. #1 door Eelco op 21 september 2012 - 10:31

    Interessant !

    Ik begrijp alleen nummer 1 van het god-concept niet: waarom zou een god tegenintuitief moeten zijn ? Of begrijp ik deze ‘technische term’ in deze context niet ? Het lijkt me juist dat een god voor veel mensen intuitief is …

    Nummer 4 is natuurlijk erg interessant. Barrett zegt over Santa: “He does act in the real world, but only once each year. ”
    Dat is dan nog altijd meer dan de meeste goden, waarvan tot nu toe nog niets gedetecteerd is. Dus doet Santa het nog beter, wat dit punt betreft.

    Dat de vergelijking tussen een god en Sinterklaas mank gaat ben ik wel degelijk met je eens, maar het gaat in zo’n vergelijking wel meestal alleen maar om de bestaansvraag, en niet over de verschillende attributen die je aan een god of aan Sinterklaas toekent. Die zijn inderdaad duidelijk verschillend.

  2. #2 door Taede Smedes op 21 september 2012 - 10:41

    Hoi Eelco,

    Laat ik een citaat geven uit het boek van Van Elk, waarin hij uitlegt wat de (inderdaad) technische term “tegenintuïtieve concepten” behelst:

    Boyer heeft een onderscheid gemaakt tussen verschillende tegenintuïtieve elementen in religieuze verhalen. Een ‘man’ hoort bijvoorbeeld tot de categorie ‘persoon’ en deze categorie impliceert bepaalde eigenschappen, zoals: ‘is van vlees en bloed’ en ‘kan praten en denken’. ‘Lucht’ hoort tot een andere categorie en heeft eigenschappen als ‘is onzichtbaar’ en ‘kan ingeademd worden’. Tegenintuïtieve concepten ontstaan wanneer bepaalde kenmerken van de ene categorie toegepast worden op een andere categorie. Een ‘engel’ is bijvoorbeeld een tegenintuïtief concept, omdat het eigenschappen heeft van zowel de categorie ‘persoon’ (‘een engel kan denken en praten’) als van de categorie lucht (‘is onzichtbaar’).

    Minimaal tegenintuïtieve concepten schenden dus bepaalde typerende eigenschappen van de categorie waartoe het concept behoort, wat ook wel een domeinspecifieke schending wordt genoemd. Uit geheugenonderzoek blijkt dat concepten die één domeinspecifieke schending hebben (bijvoorbeeld ‘een man die door muren heen kan lopen’), beter onthouden worden dan concepten die voldoen aan alle kenmerken van de categorie (bijvoorbeeld ‘een blanke man’) of dan concepten die meerdere domeinspecifieke schendingen hebben (bijvoorbeeld ‘een man die door muren heen kan lopen en op drie plaatsen tegelijk aanwezig kan zijn’). Religieuze concepten voldoen precies aan de voorwaarden om succesvol te worden onthouden en vormen daardoor een cognitief optimum. (Van Elk, p. 144-145)

    Intuïtief wil hier zeggen dat de concepten onbewust en automatisch worden gekoppeld aan bepaalde eigenschappen. Denk aan een baksteen, en je veronderstelt automatisch (zonder hier bewust over na te denken) dat die baksteen slechts op één plaats in tijd en ruimte tegelijk is, dat die baksteen niet ruimtelijk samenvalt met een ander fysiek object, dat de baksteen stil blijft liggen tenzij hij door contact wordt bewogen, dat hij gewicht heeft, etc. Het gaat hier om denkcategorieën die universeel aanwezig zijn, in alle culturen. Soms wordt er ook naar verwezen als “folk psychology”, “folk physics”, etc.

  3. #3 door Eelco van Kampen op 21 september 2012 - 11:08

    Dank voor de toelichting, Taede. Dit is niet wat ik onder intuitief zou verstaan, maar als ‘tegenintuitief’ hier ‘domeinschendend’ betekent dan is het duidelijk hoe het hier te lezen.

    Erg interesssant dat één domeinschending beter onthouden lijkt te worden dan géén of meerdere !

    Een succesvol god-concept mag dan dus ook niet té tegenintuitief zijn, blijkbaar. Slechts één domein tegelijk schenden …

  4. #4 door dennisme2 op 21 september 2012 - 11:37

    Ha, leuk! Dus volgens Boyer zal Jezus meer succes hebben als hij bijvoorbeeld inderdaad is opgestaan, maar niet op water kon lopen of zieken kon genezen etc.
    Toch lijkt jezus het juist ‘beter te doen’ onder bevolkingsgroepen die alle wonderen accepteren (evangelicalen) waarmee hij niet langer minimaal tegenintuïtief wordt opgevat…

  5. #5 door Taede Smedes op 21 september 2012 - 12:58

    Dennisme2,

    Waar het bij minimaal tegenintuïtieve concepten om draait, is dat ze onthouden dienen te worden. Hoe minder tegenintuïtieve eigenschappen, hoe beter een concept te onthouden is (maar ook weer niet te weinig, want dan is het concept niet meer interessant). Maar er zijn wel manieren die ervoor zorgen dat meer tegenintuïtieve concepten toch onthouden worden, en verhalen zijn daar een onderdeel van. Als je in een cultuur zou opgroeien waarin je nog nooit van Jezus zou hebben gehoord, en je zou de klassieke bijbelverhalen één keer horen, dan zou je ze vermoedelijk niet onthouden, net zomin als de meeste Westerlingen die de Koran ooit één keer in zijn geheel hebben gelezen hier veel van onthouden. Met andere woorden, religieuze uitingen, zoals erediensten, leesroosters, etc. zorgen ervoor dat concepten die meerdere tegenintuïtieve eigenschappen hebben wel degelijk cultureel succesvol kunnen worden. Dat is precies wat je bij evangelicalen ziet gebeuren, die hebben meestal een behoorlijk gedegen bijbelkennis, en voor diegenen is alles wat Jezus in de evangeliën uitspookt dus helemaal niet zo tegenintuïtief. Door leren kun je je dus ook meer tegenintuïtieve concepten eigen maken, maar dat is minder vanzelfsprekend dan de minder tegenintuïtieve concepten.

  6. #6 door Taede Smedes op 21 september 2012 - 13:14

    Eelco,

    Je schrijft:

    Een succesvol god-concept mag dan dus ook niet té tegenintuitief zijn, blijkbaar. Slechts één domein tegelijk schenden …

    En dat klopt in principe. Echter, er speelt ook een culturele component mee. Binnen de theologie bijvoorbeeld speelt een maximaal tegenintuïtief godsconcept een centrale rol: God is almachtig, alwetend, alomtegenwoordig, drieëen, etc. Het punt is dat een dergelijk godsconcept alleen door theologen wordt gehuldigd, omdat het nogal wat jaren studie vergt om je deze eigenschappen eigen te maken. Met andere woorden (en ook hier in empirisch studie naar verricht, zie de publicaties van bijv. Barrett), de meeste “gewone” gelovigen hebben de neiging om een minimaal tegenintuïtief godsbeeld te koesteren, wat bovendien nogal antropomorf van aard is. Dit sluit beter aan bij hun natuurlijke cognitie. Theologen echter hebben de neiging om een maximaal tegenintuïtief godsbeeld te koesteren, dat ze na een aantal jaren theologische studie eigen hebben gemaakt. Dit godsbeeld sluit minder goed aan bij natuurlijke cognitie (bouwt er wel op voort), maar is een vorm van geleerde (Engels: practiced) natuurlijkheid. Om een analogie te gebruiken: lopen leert ieder kind onder normale omstandigheden redelijk automatisch, je hoeft het niet voor te doen, etc. Maar bij fietsen ligt het anders. Eens je kunt fietsen, kun je je niet meer voorstellen hoe onnatuurlijk het was om te leren fietsen; fietsen voelt dan natuurlijk aan, maar je moest wel veel moeite doen om het te leren, in tegenstelling tot bijvoorbeeld lopen of praten. Hetzelfde geldt voor het theologische godsconcept in vergelijking met het godsconcept dat de meeste “normale” gelovigen huldigen. (Het onderscheid tussen natural cognition and practiced natural cognition wat ik hier ongeveer beschrijf is afkomstig van de wetenschapsfilosoof en CSR-onderzoeker McCauley.)

    Dit zorgt dus nogal voor wat complexiteit ten aanzien van wat minimaal tegenintuïtief is…

  7. #7 door Steven op 21 september 2012 - 13:43

    Kerstman-argumenten e.d. zijn al veel eerder weerlegd. Afgezien van wat CSR erover te vertellen heeft, kloppen zulke argumenten filosofisch gewoon niet.
    Zie bijv. http://www.eskimo.com/~msharlow/philos/End_of_the_Teapot_Argument.pdf

    Ook andere artikelen op zijn website zijn erg interessant. Zie http://www.eskimo.com/~msharlow/

  8. #8 door Eelco van Kampen op 21 september 2012 - 14:34

    Taede, de uitkomst van de studie was dat één domeinschending beter onthouden lijkt te worden dan géén of meerdere. Er is geen conceptueel probleem met meerdere domeinschendingen, maar wel een praktische (het onthouden), en dus begrijp ik je reactie goed dat studie daarbij natuurlijk helpt.

    Dat geldt voor de natuur- en sterrenkunde net zo: bijvoorbeeld het denken in oneindig dimensionale complexe ruimtes (Hilbert ruimtes) is iets waar je aan moet wennen, en vergt tijd en studie. Maar het went uiteindelijk. Zelfde met de algemene relativiteitstheorie.

    Dus ik kan me goed vinden in je laatste reactie.

  9. #9 door Dennus op 21 september 2012 - 17:15

    Ik heb de slappe lach gekregen van die quote van Barrett…Zat echt 5 minuten in een lachstuip. (His information is marginally strategic at best deed het ‘em) Zal vast niet zijn bedoeling geweest zijn….Dus CRS onderzoeker en gerenommeerd psycholoog gaat de wereld wel even wetenschappelijk uitleggen waarom god niet de kerstman is. Soms moet je maar gewoon je hoofd schudden, lachen om de gekke dingen waar mensen hun brood mee verdienen en je klaar maken om zo eens een biertje te gaan doen. Goed weekend mensen!

  10. #10 door Jan Riemersma op 22 september 2012 - 09:52

    Dennus, ik kan me inderdaad bij mensen als jij ook niet veel anders voorstellen dan schaapachtig meesmuilen. Mensen die zogenaamd kritisch staan tegenover religie kunnen slechts het vogende verzinnen: (1) wat geen harde wetenschap is, deugt niet (uitleg ontbreekt; atheisme is geen harde wetenschap en deugt niet: daar ben ik het overigens mee eens); (2) als moet worden bewezen dat religie op een illusie berust, komt men zelf met een theorie op de proppen die thuishoort bij de pseudowetenschappen (memen-theorie) of ouderwetse freudiaanse ideen over vaderfiguren; en als tenslotte de eigen beweegredenen moeten worden verklaard, dan komt men met een sterk verouderd Verlichtingsideaal aanzetten: religie is de wortel van al het kwaad. Een ondeugdelijk en vals-sentimenteel concept.

    Atheisten weten niets anders te verzinnen dan het eindeloos recyclen van dit soort argumenten. Wordt het langzamerhand niet eens tijd om echt weer wat boeken uit de kast te halen, proberen om te begrijpen hoe de wereld echt in elkaar steekt en in ieder geval wat nieuwe argumenten te verzinnen?

    Tot die tijd valt er inderdaad niet meer te doen dan schaapachtig lachen: ga je gang, laat je door ons niet weerhouden…

  11. #11 door Helen De Cruz op 22 september 2012 - 16:08

    Hoi Taede, impliciet in die vergelijking is dat religieus geloof iets is dat je hoort te ontgroeien, iets primitiefs en eenvoudiger dan naturalistische verklaringen. Onderzoek in CSR toont overtuigend aan dat religieus geloof een belangrijke culturele component heeft. Er zijn diverse studies waaruit blijkt dat oudere kinderen en volwassenen meer religieuze verklaringen geven dan jongere kinderen zie e.g. hier: http://www.psy.utexas.edu/psy/faculty/woolley/pdf/Events.pdf
    En bovendien ook dat mensen bovennatuurlijke en natuurlijke verklaringen kunnen integreren: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22417318
    Ik denk dat aan geloof in God en geloof in de sint wel een aantal gemeenschappelijke cognitieve disposities ten oorsprong liggen. Maar cultureel ligt het helemaal anders: Santa is geen “live option”, die wordt endorsed door volwassenen, net zomin als het vliegende spaghetti monster. Dat is ook waar Henrich & Gervais op doelen in hun Zeus artikel. Wat dat laatste betreft, is het best mogelijk dat Zeus voor sommigen weer een live optie wordt (neo-pagans in Griekenland die nostalgisch terug naar de roots willen, en een soort henotheïsme aanhangen waarbij vooral Zeus, Athena en Poseidon populair zijn).

  12. #12 door Steven op 22 september 2012 - 20:53

    Helen, bijzonder interessant die links, waarvoor dank.

    Nog een aanvulling: mij zijn ook geen gevallen bekend van volwassenen die zich bekeren tot geloof in een van de atheïstische fabeldieren, Sinterklaas of de Kerstman. Tegelijk zijn er zelfs in het zeer seculiere Nederland jaarlijks enkele honderden mensen die zich bekeren tot geloof in God, vanuit een niet-gelovige achtergrond.
    Verder: ik ken geen gelovige ouders die hun kinderen niet op een zekere leeftijd vertellen dat Sinterklaas niet bestaat, dat er geen monsters onder het bed zitten, enz.

    Er zijn allerlei filosofische (en blijkbaar ook psychologische) redenen waarom geloof in God onvergelijkbaar is met geloof in FSM, kabouters enzomeer. Daarnaast blijkt uit bovenstaande en uit de gegevens die jij noemt dat die vergelijking bovendien beledigend is voor het gezond verstand van veel volwassen mensen.

    Zeus zou een live option kunnen zijn voor hedendaagse monotheïsten, dat weet ik niet. Maar een monotheïst hoeft niet per se het bestaan van andere goden te ontkennen. Dat is maar een versie van monotheïsme. Men kan zich simpelweg ook toewijden aan de Ene, zonder zich druk te maken over anderen (technisch gesproken: henotheïsme). Verering is primair.

  13. #13 door Dennus op 23 september 2012 - 12:03

    @Jan Riemersma
    U mad bro?
    http://knowyourmeme.com/memes/u-mad

  14. #14 door Kees de Vries op 28 september 2012 - 18:42

    Ach ja, ik ben ook maar zo’n simpele atheïst die alleen maar overeenkomsten ziet tussen God en Sinterklaas. Die vijf argumenten klinken wel gewichtig, maar ik kan er niet zoveel mee. Wat mij betreft wordt het christendom in zijn totaliteit samengevat in de woorden “Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.” Wie braaf in de Here gelooft en doet wat die van hem verlangt, gaat naar de hemel en wie dat niet doet, gaat naar de hel. Sinterklaas verzamelt gedurende het hele jaar van iedereen alle gevallen van stout gedrag en op 5 december maakt hij de balans op. Cadeautjes zijn de hemel, in de zak mee naar Spanje is de hel. En Sinterklaas ziet alles, net als God, meer nog dan Big Brother.
    Theologen blijven graag in God geloven, maar verdragen het niet dat de buitenwereld hen beschouwt als kinderlijk. Daarom leggen ze een rookgordijn van moeilijke kreten als ‘tegenintuïtief’, ‘intentionele actor’, ‘strategische informatie’, detecteerbaarheid en motivator. Dat klinkt geleerd en zo lijkt dat geloof toch nog wat. Terwijl het in Sinterklaasliedjes toch zoveel eenvoudiger en duidelijker wordt gezegd.

  15. #15 door Taede Smedes op 28 september 2012 - 19:18

    Beste Kees de Vries,

    Termen als “tegenintuïtief”, “intentionele actor”, “strategische informatie”, etc. zijn termen die door psychologen etc. worden gebruikt. Het zijn geen theologische termen. De rest van uw verhaal is uw mening, en daar ga ik verder niet op in.

  16. #16 door Kees de Vries op 29 september 2012 - 07:14

    @Taede
    Zo is dat. Met iemand die niet eens het theologisch jargon beheerst, die zo dom is dat hij het verschil niet ziet tussen theologisch en psychologisch jargon, daar komt een beetje theoloog niet voor uit zijn ivoren toren.
    Want heus, heus, Sinterklaas is echt iets heel anders dan God. God woont in de hemel, Sinterklaas in Spanje. Da’s toch bepaald niet hetzelfde. God heeft engelen en Sinterklaas heeft zwarte pieten. Ook een heel verschil. Gods Boek van het Leven uit Openbaring is ook al niet te vergelijken met het Grote Boek van Sinterklaas. Want de eerste is een boekrol en dat van Sint een gebonden boek. Gelovigen zondigen, kinderen zijn stout, da’s ook onvergelijkbaar. God verricht wonderen en engelen kunnen vliegen. Sinterklaas paradeert alleen maar met zijn paard over daken en Zwarte Pieten kruipen door de smalste schoorsteenpijpen. Geen enkele overeenkomst dus. En natuurlijk is de christelijke ethiek niet te vergelijken met hoe ouders lastige kinderen dreigen met zak en roe. Tja, en er is nog nooit een volwassene die zich tot Sinterklaas heeft bekeerd, het zijn alleen maar kinderen die in Sinterklaas geloven.
    Je ziet het, Taede, ook zonder theologisch of psychologisch jargon is best wel duidelijk te maken waarom God niet te vergelijken is met Sinterklaas.

  17. #17 door Frank Cornelissen op 9 oktober 2012 - 15:12

    Beste Kees de Vries,

    U schrijft; ““Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.” Wie braaf in de Here gelooft en doet wat die van hem verlangt, gaat naar de hemel en wie dat niet doet, gaat naar de hel.”

    Sorry, als kind had ik zelfs zulke opvattingen over geloof niet.
    Denkt u echt dat gelovigen zo naïef zijn ?? (Er zullen altijd nog steeds zeer behoudende ‘christenen’ zijn met zulke middeleeuwse opvattingen.
    Het verbaast mij telkens dat atheïsten, ook de eenvoudigen onder hen, zulke simpele plattitudes en cliché’s na houden en dit projecteren op alle gelovigen.

    Gelovigen staan op een bepaalde manier in het leven. Geloven is een manier van zijn; je bent of je leeft gelovig. Het gaat niet om orthodoxie, maar om orthopraxis.
    Gelovig zijn is dus tevens ook geheel iets anders dan maar een mening op na houden. En nog iets; geloven doe je niet zozeer in de kerk, maar op straat in het gewone alledaagse leven. En die God van mij is echt niet te vinden in het ‘diepst van mijn gedachten.’
    En als er een hel of een hemel bestaat, dan bestaat het in dit leven, hier op de Adama.
    En het is aan de mens, als beeld van God om hier in dit leven de hemel op aarde te realiseren.

  18. #18 door Kees de Vries op 14 oktober 2012 - 10:58

    @Frank. Dat het niet zou gaan om orthodoxie maar om orthopraxis, ga dat maar eens uitleggen in Rome.
    Er zijn best wel wat verschillen tussen christenen. Velen brengen de boodschap van ‘Wie zoet ik krijgt lekkers, wie stout is de roe’ in wat omslachtiger en minder kinderlijke bewoordingen. Paulus gebruikt bijvoorbeeld nogal eens wat omhaal van woorden, maar het komt er bij hem wel op neer dat alles draait om het geloven in Jezus en zijn opstanding en dat “werken” daaraan ondergeschikt zijn.
    Paulus is de grondlegger van het tegenwoordige christendom (niet Jezus). De kern van de christelijke boodschap is daarmee dus wel degelijk de orthodoxie en is dat voor de overgrote meerderheid van de gelovigen altijd geweest. Maar ja, zoals een volwassene zich kapot zou schamen als hij nog in Sinterklaas zou geloven, zoeken veel gelovigen naar uitvluchten. Ze generen zich om in de orthodoxie te geloven, kunnen ze ook niet meer, maar ze willen toch wel graag de pakjesavond.

  1. Is God een illusie als je het mechanisme achter geloof in God snapt? « vangodenenmensen
%d bloggers op de volgende wijze: