Eppo Bruins’ mening, en de verantwoordelijkheid van wetenschapsjournalisten

Op de website van Geloofenwetenschap.nl staat een interessante bijdrage van natuurkundige Eppo Bruins over een recent artikel in De Volkskrant over dinoveren die volgens de Volkskrant vooral voor pronken en seks bedoeld waren. Bruins heeft het oorspronkelijke Science-artikel er eens bijgepakt en komt tot een aantal relativerende opmerkingen. Het lukte mij niet om onderaan de pagina een reactie te plaatsen, dus ik plaats mijn reactie maar even als een blogje.

Bruins is wat mij betreft een beetje doorgeschoten in zijn kritiek op de manier van beschrijven. Hij lijkt met name te vallen over de wijze waarop het Volkskrant-artikel geschreven is, nogal antropomorf en met allerlei termen die doelmatigheid (teleologie) impliceren. Hij vindt dat als fysicus niet kunnen. Echter, dat de Volkskrant populariserend wil schrijven en daarbij tamelijk antropomorf en teleologisch taalgebruik hanteert vanwege de levendigheid van het betoog, lijkt me geen enkel probleem. Sterker nog, dat hoort bij wetenschapsjournalistiek, die wetenschap uit het lab moet vertalen naar het grote publiek.

Problematischer vind ik wel dat de Volkskrant-journalist tamelijk vergaande conclusies trekt die in het Science-artikel veel genuanceerder opgetekend staan. Ik denk wel dat dit artikel daarmee op het randje zit van wat ik journalistiek toelaatbaar zou achten. De wetenschapsjournalist stelt zich hier Roomser op dan de Paus en bepaalt blijkbaar wel even wat klopt en wat niet. Tentatieve hypothesen worden ineens keiharde conclusies. Daar heeft Bruins denk ik een goed punt.

En dat is ook een probleem dat ik zo langzamerhand meer bespeur bij wetenschapsjournalisten in Nederland (waarbij ik niet ontken dat er uitzonderingen zijn en dat ik niet wil generaliseren!), namelijk dat ze steeds minder kritisch worden jegens de wetenschap, maar vooral proberen om tussen de regels door sneren uit te delen in de richting van creationisten en (andere) pseudowetenschappers, die dan plotseling synoniem zijn met waar religieus geloof in het algemeen voor staat. 

Zo was er bijvoorbeeld nogal wat kritiek van een aantal VPRO-wetenschapsjournalisten op een uitzending van Zembla waarin gesuggereerd werd dat mobiele telefoons toch behoorlijk ongezond waren. De VPRO-wetenschapsjournalisten vonden dat Zembla hier aan pseudowetenschap deed en bijdroeg aan samenzweringstheorieën. De wetenschap had immers geen verband kunnen vinden tussen, etcetera. De hele discussie over UMTS-straling etcetera werd direct in een pseudowetenschappelijke, samenzweringstheorie-achtige hoek neergezet. Ik vind dat niet de taak van wetenschapsjournalisten om dat te doen; dat behoren wetenschappers zelf te doen. (TOEVOEGING: Na een reactie via Twitter van Elmar Veerman geef ik de link HIER en HIER naar de twee artikelen. Ik geef overigens toe dat dit grensgevallen zijn. Je kunt enerzijds de artikelen lezen als voorlichting ten aanzien van wat wetenschappers zeggen over de eventuele gevaren van mobieltjes; anderzijds kun je de artikelen ook lezen als propaganda voor het gebruik van mobieltjes waarbij ieder die toch twijfels houdt vanwege berichtgeving door andere (!) wetenschapsjournalisten eigenlijk irrationeel is. Ik zie het nut en wellicht zelfs noodzaak van de eerste leeswijze, maar juist door de schrijfstijl van de artikelen kan ik toch ook de smaak van de tweede leeswijze niet helemaal kwijtraken.)

Dit is slechts één voorbeeld, ik had ook het voorbeeld van de debatavond over het boek van Krauss kunnen noemen, die pretendeert dat de Big Bang theorie een creatio ex nihilo eens en voor altijd als onjuist bewijst. Herman Philipse werd opgetrommeld om nog eens daarover te reflecteren, en De Volkskrant besteedde via een groot interview met Krauss in de wetenschapsbijlage (als ik me goed herinner) hier veel aandacht aan. Ik vind dat journalistiek onzuiver, omdat Krauss’ positie geen wetenschappelijke is, maar een levensbeschouwelijke. Omdat Krauss een beroep doet op de Big Bang theorie en zelf kosmoloog is, wil nog niet zeggen dat wat hij beweert ook wetenschappelijk is, want dat is het niet. Ik vind het jammer dat de journalisten in kwestie hier geen enkel probleem in zagen. 

Discussies over het gelijk van de evolutietheorie of van de Big Bang theorie of van wat voor andere wetenschap dan ook horen niet thuis op de pagina’s wetenschap van een kwaliteitskrant als de Volkskrant. Let wel, ikzelf twijfel niet aan het gelijk van de evolutietheorie en vind creationisme pertinente onzin. Maar wetenschapsjournalisten horen zich m.i. niet in dat soort discussies te mengen, die moeten juist neutraal blijven, juist om de schijn te vermijden dat het beeld dat creationisten van wetenschap hebben klopt (nl. dat het een dichtgetimmerd bolwerk van meningen is die elkaar herhalen en niet op feiten zijn gebaseerd). Als ze een mening hebben over bepaalde zaken, dan moeten ze die op de opiniepagina’s van de krant waarvoor ze werken ventileren, maar niet via retoriek in stukken op de wetenschapspagina.

Wetenschapsjournalisten hebben een enorme verantwoordelijkheid als het aankomt op het communiceren van wetenschap naar een breder publiek en de taal die daarbij komt kijken. Daarbij komt dat wetenschapsjournalisten niet aan de leiband van wetenschap behoren lopen, en dat ze geen levensbeschouwelijke uitspraken behoren te doen. Helaas merk ik dat veel journalisten vaak niet eens doorhebben dát ze levensbeschouwelijke uitspraken doen – een heel kwalijke ontwikkeling.

, ,

  1. #1 door Gijsbert vd Brink op 1 november 2012 - 21:43

    Goed punt Taede!

  2. #2 door A. Atsou-Pier op 2 november 2012 - 15:30

    De NRC (Nienke Beintema) doet het ook teleologisch : “Veren zijn bij dinosaurussen niet ontstaan als hulpmiddel bij het vliegen, maar voor andere doeleinden.”
    Dit spraakgebruik is zo ingeburgerd dat ik mij niet kan voorstellen dat wij er ooit nog van af komen. Net als van de evolutionaire cirkelredenering die op het blog “Creationisme” ter sprake kwam.

  3. #3 door Steven op 6 november 2012 - 09:33

    Blijkbaar lijken wetenschapsjournalisten erg op sportjournalisten? Althans, je kunt (als Taede gelijk heeft) dezelfde verwijten maken aan beide soorten journalisten: te weinig afstand, teveel onkritisch doorgeefluik zijn, meningen van sporters/wetenschappers verheerlijken als ware het evangelie, enz.

  4. #4 door Steven op 10 november 2012 - 11:39

    Overigens heeft Maarten Keulemans (chef wetenschapsredactie) recentelijk in de Volkskrant Taedes punt uitbundig geïllustreerd. Over hoe je misbruik kunt maken van een wetenschappelijk rapport over moslims…

    Zie http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3344364/2012/11/08/Bedankt-meneer-Wilders-voor-uw-bijdrage-aan-de-islamisering-van-Nederland.dhtml

    Toegegeven, het is een column en geen artikel. Maar gezien Keulemans’ functie en zijn breedvoerig aanhalen van een wetenschappelijk rapport, is onduidelijk waar precies de grens ligt tussen wetenschapsjournalistiek of gewoon een grap die niemand serieus hoeft te nemen. Ik vermoed dat hij het toch vrij serieus bedoelt…

    Ergens snap ik het dilemma wel. Wetenschap staat vaak bol van de nuances, en voor een krant moet het ook een beetje scherp en helder zijn. Maar aan de andere kant: als journalisten keer op keer onaanvaardbaar vereenvoudigen en (vooral) al die resultaten ophangen aan een klip en klaar wereldbeeld (of aan politieke standpunten), zijn ze niet meer bezig met journalistiek.

%d bloggers op de volgende wijze: