De preek van afgelopen zondag: Zijn wij alleen? Christelijk geloof en de mogelijkheid van buitenaards leven

Afgelopen zondag (22 september 2013) mocht ik voorgaan in de Grote Kerk te Drachten. Ik had een themadienst aangekondigd over de vraag naar buitenaards leven en de relatie tot het christelijk geloof, een vraagstuk waar ik de laatste tijd in toenemende mate in geïnteresseerd ben geraakt (mede doordat er met name in de Engelstalige theologie het aantal publicaties over deze problematiek snel toeneemt).

De kerk was goed gevuld. En al direct na de dienst kreeg ik van verschillende mensen de vraag of de tekst van de verkondiging op mijn weblog beschikbaar zou kunnen komen. Uiteraard geef ik aan die vraag graag gehoor. In onderstaande lange blogpost staat dan ook de integrale – en iets uitgewerkte – tekst van de verkondiging zoals ik die in de dienst heb uitgesproken.

Verkondiging, zondag 22 september 2013, Grote Kerk te Drachten

Thema: “Zijn we alleen?”

(Tekstlezing: Romeinen 5:12-19.)

“Waar is iedereen?”

Op een mooie dag in mei, in het jaar 1950, zat in het beroemde laboratorium van Los Alamos, in New Mexico – de plaats waar de atoombom was uitgevonden en getest – een wereldberoemde fysicus, en nobelprijswinnaar te lunchen met een aantal collega’s. In die tijd werd Amerika overspoeld met meldingen van ‘vliegende schotels’, of ‘ufo’s’ zoals ze later werden genoemd. Dat ging zelfs zover dat de grote kranten het fenomeen niet langer konden negeren en er openlijk over schreven. De vier geleerden waren door een cartoon in The New Yorker aan de praat geraakt over de mogelijkheid van buitenaards bezoek en de mogelijkheid van reizen met lichtsnelheid, toen de beroemde fysicus plotseling uitriep: ‘Waar is iedereen?’ De drie andere geleerden beseften direct dat dit niet zomaar een uitroep was, maar een vraag die typisch was voor deze geleerde, die erom bekend stond dat hij het hart van een heel complex probleem met simpele bewoordingen kon raken. Die fysicus was Enrico Fermi.

Het complexe probleem dat Fermi met zijn uitroep raakte had ermee te maken dat Fermi tijdens de lunch wat formules op een aantal kladblaadjes had getekend (die nooit gepubliceerd zijn), waarmee hij even snel als doeltreffend had berekend dat het in ons sterrenstelsel wel moest krioelen van buitenaardse beschavingen. Beschavingen die, gezien de ouderdom van sommige sterren, miljoenen jaren op ons vooruit moesten zijn. We zouden al lang van hun bestaan moeten afweten, en toch doen we dat niet. Waar zijn ze dan? Waar is iedereen? Dat is de kern van wat vandaag de dag de Fermi-paradox genoemd wordt.

In 1960, dus zo’n 10 jaar nadat Fermi zijn paradox op een lunchtafel in Los Alamos had gelegd, begint Project Ozma. Met Project Ozma begint het luisteren naar signalen van intelligente beschavingen uit de ruimte met behulp van grote radiotelescopen op aarde. Het is het begin van een langdurig project dat we nu kennen onder de afkorting SETI: de Search for Extraterrestrial Intelligence. Het huidige SETI draait feitelijk rond één veronderstelling: als er andere intelligente wezens bestaan, dan zullen die vermoedelijk ook signalen de ruimte in sturen, net zoals wij mensen dat doen met radio- en televisiesignalen. De veronderstelling onder SETI is dus feitelijk dat intelligente buitenaardse wezens ongeveer zo denken als wij dat doen, en ook zullen handelen zoals wij dat zouden doen. Is die veronderstelling naïef? We weten het niet. Maar zoals Frank Drake, een pionier van SETI-onderzoek het ongeveer formuleerde, het is het proberen waard: de wetenschappers van SETI weten niet precies waarnaar ze moeten zoeken, maar als ze helemaal niet zoeken, dan vinden ze natuurlijk nooit wat.

Voor zover we nu weten, is ET nog altijd niet gevonden. De aardse telescopen hebben in de loop der jaren talloze signalen uit de ruimte ontvangen. Toch lijkt een signaal van ET er nog niet tussen te zitten. Maar morgen kan het zomaar anders zijn.

Aardeachtige planeten

Want we worden sinds een aantal jaren bijna dagelijks gebombardeerd met berichten over nieuw ontdekte exoplaneten, planeten buiten ons eigen zonnestelsel. Er worden momenteel zelfs zoveel nieuwe planeten gevonden, dat de kranten er al niet eens meer over berichten. Het lijkt erop dat de meeste sterren in ons sterrenstelsel planeten hebben. Sterrenkundigen zijn echter vooral geïnteresseerd in planeten die op de aarde lijken. Daarvoor lijken drie voorwaarden cruciaal. Allereerst moet de ster waaromheen de planeet draait vergelijkbaar zijn met onze zon. Dus niet te groot en te heet, maar ook niet te klein en te koud. Daarnaast moet de planeet ongeveer dezelfde grootte hebben als de aarde. En de planeet moet op een bepaalde afstand van zon staan, zodanig dat er water in vloeibare vorm kan bestaan. Want water lijkt één van de basisvoorwaarden te zijn voor een omgeving waar leven goed kan gedijen.

Momenteel is het nog erg moeilijk om aardeachtige planeten waar te nemen, maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd. Eén van de planeten die de afgelopen jaren is gevonden en het nieuws heeft gehaald, is de planeet Gliese 581g, die vanaf de aarde gezien in het sterrenbeeld Weegschaal te vinden is op 20 lichtjaren afstand, dus relatief dichtbij. Gliese 581g is de vierde planeet vanaf de moederster. Het is er niet te warm en niet te koud, de zwaartekracht is er zodanig dat er een stabiele atmosfeer zou kunnen zijn. Het is een planeet waarvan sterrenkundigen vermoeden dat die bewoonbaar zou kunnen zijn. Het is een planeet die tot de verbeelding spreekt. Eén van de ontdekkers ervan vond de naam “581g” dan ook veel te klinisch klinken voor zo’n “beeldschone planeet” en stelde voor om de planeet “Zarmina’s Wereld” te noemen, de naam van zijn vrouw.

Of er op Gliese 581g of “Zarmina’s Wereld” ook werkelijk leven is, dat weten wetenschappers niet. Ze hebben nog niet de apparatuur om leven op verre planeten te detecteren, maar ook dat lijkt een kwestie van tijd en geld. Wetenschappers verwachten dat het binnen zo’n tien jaar mogelijk is om met nieuwe telescopen niet alleen aardeachtige planeten waar te nemen, maar ook de atmosfeer van aardeachtige planeten te analyseren, zodat bekeken kan worden of daar leven voorkomt.

De bouwstenen van het leven verspreid door het heelal

Want dat de bouwstenen van het leven door het heelal verspreid liggen, dat is nu wel bekend. Let wel, hoe het leven op aarde ontstaan is, weten wetenschappers nog altijd niet. Wel weten wetenschappers dat koolstof de basis is van het leven op aarde, en dat koolstof in sterren wordt gemaakt. Koolstof is dus alom aanwezig in het heelal. En uit vondsten van meteorieten blijkt dat de andere moleculaire bouwstenen van het leven – zoals aminozuren – overal in het heelal voorkomen. Aminozuren zijn belangrijk, omdat ze ketenen kunnen vormen die proteïnen worden genoemd, en die de essentiële componenten zijn van levende cellen. Met andere woorden, ook al weet men nog niet hoe het leven op aarde ontstaan is, wetenschappers weten wel dat de bouwstenen voor het leven door ons melkwegstelsel en vermoedelijk door het hele universum verspreid liggen.

Maar dan is er nog de vraag naar intelligent leven. Want de ontdekking van microscopisch leven op een exoplaneet zou natuurlijk op zich al een ongelooflijke ontdekking zijn, maar wij mensen zijn natuurlijk het meest geïnteresseerd in intelligent leven – wezens waarover we kunnen fantaseren en verhalen kunnen vertellen, en waarmee we wellicht kunnen communiceren. Of er elders in het heelal intelligent leven voorkomt, is ook nog altijd een vraag. Maar toch: hoe waarschijnlijker het wordt dat er elders in het heelal leven voorkomt, des te waarschijnlijker wordt het dat er ergens ook intelligent leven ontwikkeld is. Misschien zijn er zelfs wel talloze intelligente beschavingen die, net als wij, met geavanceerde instrumenten op zoek zijn naar andere intelligente beschavingen elders in het heelal. Wie weet. Het heelal is oud genoeg om intelligente beschavingen te herbergen. Naar kosmische maatstaven gemeten is het leven op aarde relatief jong, en in theorie is het dan ook mogelijk dat er miljoenen jaren oude beschavingen in het melkwegstelsel bestaan die onze intelligentie ver overstijgen. We weten immers dat er op aarde intelligent leven is ontstaan. Waarom zou zo’n evolutie dan elders niet kunnen hebben plaatsgevonden?

Verdraagt christelijk geloof buitenaards leven?

Het is nog niet zo lang geleden dat wetenschappers dachten dat het leven op aarde uniek was in het heelal. Vandaag de dag zijn steeds meer sterrenkundigen van mening dat de kans vrij groot is dat leven alomtegenwoordig is in het heelal en dat het slechts een kwestie van tijd is voordat we dat leven zullen ontdekken. Met andere woorden, ondanks de ijzingwekkende stilte die het heelal daarbuiten nog altijd is, lijken de meeste sterrenkundigen het met Fermi eens te zijn: op basis van wat we weten van hoe het heelal eruit ziet en van de bouwstenen van leven, wordt het steeds waarschijnlijker dat het heelal krioelt van leven. Het probleem daarbij is dat de afstanden zodanig zijn dat het heel moeilijk is om over dat leven iets te weten te komen, en vandaar dat het zo stil blijft.

De wetenschap is daarmee op een punt beland waarbij we die mogelijkheid niet langer kunnen negeren. We worden er in de krant, op tv en op internet vrijwel dagelijks mee geconfronteerd. En dat betekent dan ook dat gelovigen en theologen zich met de problematiek van buitenaards leven uiteen moeten zetten. Sommigen doen dat al. Bij de ontdekking van Gliese 581g, meldde de jezuïet en astronoom van het Vaticaanse observatorium José Gabriel Funes, dat katholieken geen problemen hebben met buitenaards leven. Immers, zo redeneerde Funes, net zoals op aarde een veelheid van levensvormen bestaat die we Gods schepselen noemen, zo zouden ook buitenaardse wezens Gods schepselen zijn. Een andere Vaticaanse astronoom zei dat hij er geen enkel probleem mee zou hebben de bewoners van Gliese 581g te dopen, maar dan moesten ze daar wel zelf om vragen.

Er zijn ook gelovigen die wél grote problemen hebben met buitenaards leven. Een van hen, Ken Ham, een creationist en de grondlegger van het beruchte Amerikaanse creationistenmuseum in Kentucky, wist te melden dat buitenaardse wezens nooit de Bijbel zouden kunnen begrijpen, omdat het zondaars zijn. De Bijbel, aldus Ham, maakt duidelijk dat de zonde van Adam het hele universum besmet heeft. Echter, anders dan op aarde is er voor bewoners van Gliese 581g geen redding mogelijk. Volgens de Bijbel is God in Jezus van Nazareth mens geworden. Het heil is daarmee gereserveerd voor mensen, en buitenaardsen vallen buiten de boot van redding van de zonde. De mens is in de ogen van Ken Ham uniek, daarover is de Bijbel volgens hem duidelijk, en daarover is geen discussie mogelijk. Buitenaardsen zijn verdoemd.

Het lijkt alsof Ken Ham hier duidt op Romeinen 5:12, waar staat dat door één mens de zonde in de wereld is gekomen. In de Griekse grondtekst wordt voor ‘wereld’ het woord kosmos gebruikt. Het gaat dus om een universele claim die Paulus doet. Toch staat in de grondtekst bij vers 19 niet dat de redding door Jezus alleen voor mensen bestemd is. De herziene Statenvertaling blijft dichter bij de grondtekst dan de NBV, en vertaalt: ‘Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden.’ De ambivalentie van de grondtekst geeft dus meer ruimte ten aanzien van voor wie de redding bestemd is. Bovendien als door Adams zonde het hele universum in disharmonie is geraakt, waarom zou Jezus dan de harmonie van de kosmos en haar bewoners herstellen? Heeft de zonde van Adam meer macht dan de redding door Jezus? De creationistische visie van Ken Ham is dus te reductionistisch. De Bijbel laat meer mogelijkheden open dan Ham lijkt te zien. Bovendien, of het heil voor alleen mensen bestemd is of ook voor buitenaardsen, die beslissing is aan God en niet aan Ken Ham.

De uniciteit van de mens

Toch wordt de kern van Ken Hams probleem met buitenaardsen door meerdere mensen gedeeld. Immers, de mogelijkheid dat er nog elders in het heelal intelligent leven bestaat tast de uniciteit van de mens aan. Wordt van mensen in Genesis niet gezegd dat ze geschapen zijn naar het beeld Gods? Als er nu andere intelligente wezens in het heelal bestaan, doet dat dan niet af aan de uniciteit van de mens? Of zijn buitenaardsen ook geschapen naar het beeld Gods?

Ik denk dat er geen reden is om voor de uniciteit van de mens te vrezen. Laat ik beginnen met te zeggen dat mensen weliswaar uitzonderlijke wezens zijn in velerlei opzichten, maar dat we wellicht niet zo uniek zijn wat betreft intelligentie in het heelal. Als er buitenaardse beschavingen bestaan, dan zullen die wellicht miljoenen jaren ouder zijn dan de menselijke beschaving. In dat geval zullen we moeten erkennen dat zo’n beschaving het menselijk intellect in de schaduw stelt. Maar toch heeft de mens een eigen geschiedenis. Een eigen evolutionaire geschiedenis, maar ook een eigen culturele geschiedenis. De geschiedenis van de mens ligt bovendien vanuit het christelijk geloof ingebed in de geschiedenis van Gods handelen met en in deze wereld en met en in de kosmos. Die eigen geschiedenis van de mens is volstrekt uniek. Toch mag die uniciteit nooit een reden zijn om ons superieur te voelen. En superioriteitsgevoelens zitten vaak verborgen achter of onder het spreken over de uniciteit van de mens.

Het theologische punt dat ik wil maken is dat God met onze aarde en met haar schepselen een unieke relatie is aangegaan, maar die relatie is niet exclusief. Het is mogelijk dat God op evenzeer unieke wijze met andere intelligente wezens in het heelal een relatie is aangegaan, net zoals een vader met zijn kinderen unieke maar niet exclusieve relaties aangaat. Ikzelf heb een dochtertje en een zoontje. Met mijn dochtertje heb ik een unieke relatie, en met mijn zoontje heb ik een andere, maar evenzeer unieke relatie. Maar de uniciteit van die relaties impliceert niet dat die relaties exclusief zijn. Mijn zoontje en dochtertje hebben immers ook nog allerlei relaties met andere mensen, met hun moeder, klasgenootjes, juffen, etc. Over God wordt in de Bijbel ook regelmatig gesproken als een vader, en over mensen als Gods kinderen. Zou God niet met ieder mens een unieke relatie hebben? Een relatie die uniek is, maar niet exclusief? En zou dat niet evenzeer kunnen gelden voor buitenaardse beschavingen?

De mens is en blijft toch beelddrager Gods

Kortom: de geschiedenis van de mens op aarde is uniek in het heelal. Ook is Gods relatie met de mens – met ieder mens – en met deze aarde een unieke. Als er buitenaardse intelligente wezens bestaan, dan hebben die hun eigen unieke evolutionaire geschiedenis, en kunnen die theologisch gesproken op hun eigen wijze een unieke relatie hebben tot God, een wijze die op geen enkele wijze ten koste gaat van de uniciteit van de mens. Ook als er buitenaards leven bestaat, blijft de mens een uniek wezen, dat een thuis heeft op de aarde, en een heel eigen geschiedenis. Gods relatie met mensen is speciaal en zelfs uniek zonder dat daarmee wordt ontkend dat God liefdevolle relaties aangaat met andere intelligente wezens. Dus ook als er intelligent buitenaards leven bestaat, doet dat niets af aan het bijbelse dictum dat de mens is geschapen naar het beeld van God.

Gods menswording in Jezus van Nazareth is daarbij het zichtbare teken van Gods liefde voor de mens. Een liefde die universeel is, voor alle mensen, en die grenzen van racisme, nationalisme en seksisme doorbreekt. en wellicht de grenzen van ruimte en tijd overstijgt. Hoe de menswording van God in Jezus zich verhoudt tot eventueel andere werelden, dat weten we niet. Daarover laat de Bijbel zich niet uit.

Hoe dan ook, de mens staat niet in het centrum van het heelal. Niet alles draait om ons mensen. Sterker nog, het is juist dat geloof en die houding dat de mens de spil is waarom alles draait, die in de Bijbel met “zonde” wordt aangeduid. Het leidt tot een arrogante omgang met de rest van de schepping en de verstoring van allerlei relaties, ook van relaties tussen mensen onderling. Nee, we mogen geloven dat God het centrum van alle dingen is, en dat wij schepselen ons zijn en onze identiteit uit genade uit Gods liefde krijgen. Al het leven – waar ook in het heelal – is er tot eer en glorie van God, en niet tot onze eer en glorie.

De Rooms-Katholieke theoloog en voormalige president van de beroemde universiteit van Notre Dame in de Verenigde Staten, Theodore M. Hesburgh, zei over de zoektocht naar buitenaards leven het volgende:

Het is precies omdat ik theologisch geloof dat er een wezen is dat we God noemen, en dat Hij oneindig is qua intelligentie, vrijheid en macht, dat ik mezelf er niet toe kan brengen om grenzen te stellen aan wat Hij gedaan zou hebben. Misschien had God voor ogen, toen hij de oerknal gemaakt had, dat het heelal in miljarden richtingen uiteen zou gaan terwijl het zich ontwikkelde, inclusief miljarden levensvormen en miljarden soorten intelligente wezens. Als theoloog zou ik zeggen dat de zoektocht naar buitenaardse intelligentie (SETI) ook een zoektocht is om God te leren kennen en Hem te verstaan door Zijn werken, vooral die werken waarin Hij het meest tot uitdrukking komt. En het vinden van anderen dan wijzelf zou dan betekenen dat we God beter leren kennen.

Op die wijze woorden van de theoloog Hesburgh kan ik alleen maar bevestigend antwoorden met: Amen

© Taede A. Smedes, 2013

 

Bibliografie

Voor de voorbereiding van de preek heb ik onder andere de volgende literatuur gebruikt:

· Willem B. Drees, Heelal, mens en God: Vragen en gedachten. Kampen: Kok 1996.

· Karl W. Giberson, The Wonder of the Universe: Hints of God in Our Fine-Tuned World. Downers Grove: InterVarsity Press 2012.

· Seth Shostak & Alex Barnett, Cosmic Company: The Search for Life in the Universe. Cambridge: Cambridge University Press 2003.

· David Wilkinson, Science, Religion, and the Search for Extraterrestrial Intelligence. Oxford: Oxford University Press 2013.

, , , , , , , ,

  1. #1 door Steven op 24 september 2013 - 09:12

    Hoi Taede,

    Boeiend verhaal. Heb je leuke respons gekregen? Wat betreft de kosmische impact van Jezus’ werk, zou je ook nog Kolossenzen 1 hebben kunnen noemen (contra Ken Ham).

  2. #2 door Eelco van Kampen op 24 september 2013 - 09:16

    Taede: “… op basis van wat we weten van hoe het heelal eruit ziet en van de bouwstenen van leven, wordt het steeds waarschijnlijker dat het heelal krioelt van leven. Het probleem daarbij is dat de afstanden zodanig zijn dat het heel moeilijk is om over dat leven iets te weten te komen, en vandaar dat het zo stil blijft. ”

    Perfect verwoord !

  3. #3 door Taede Smedes op 24 september 2013 - 09:16

    Ja, superleuke reacties gekregen. De meeste mensen hadden over deze kwestie amper nagedacht ofschoon ze natuurlijk wel de krantenberichten hadden gelezen. Het was, zo hoorde ik, van een aantal echt een eye-opener. En dat was ook de bedoeling. En bedankt voor de tip van Kolossenzen!

  4. #4 door Cor op 24 september 2013 - 09:39

    Taede, mooie preek/betoog.

    Is deze kwestie trouwens niet te vergelijken met hoe te kijken naar andere religies? Dat God in verschillende religies – en ook daarbuitenom – unieke relaties aan gaat met mensen, die niet exclusief zijn?

    Je lijkt te veronderstellen dat het heil in Christus noodzakelijk zou zijn voor buitenaards leven. Doe je dit for the sake of the argument, of denk je dat we evangelisatiemissies naar andere planeten zouden moeten sturen?🙂

  5. #5 door dennisme2 op 24 september 2013 - 10:12

    Cor, je neemt me de woorden uit de mond! Ik zag ook een opvallende parallel tussen onze houding als Christenen ten opzichte van anders gelovigen en (voorlopig vooronderstelde) buitenaardsen.
    Taede, mooi verhaal, zeer belangrijk punt, dat alles draait om God (niet al te letterlijk natuurlijk, Copernicus hebben we al gehad tenslotte) en niet om de mens.

  6. #6 door Ab op 24 september 2013 - 11:10

    Mooi verhaal, Taede,

    Er bestaat ook een christelijke traditie waarin juist religieus-filosofische overwgingen, m.n. het ‘principle of plenitude’ (volheid), leiden tot overtuiging dat buitenaards leven wijdverbreid is. Zie daarvoor bijv. publicaties van MIchael Crowe. Ik schreef er een keer heel kort columnpje over: http://www.few.vu.nl/~flipse/columns/Flipse_ColumnBeweging2008-3.pdf (PDF)

  7. #7 door Dennus op 24 september 2013 - 18:44

    Nu ben ik vast erg cynisch als ik er vooral een zoveelste vangnet in zie, om wát we ook mogen ontdekken en of uitvinden over ons en het heelal, (het) Geloof zal wel blijven staan.
    Het is precies hetzelfde als alle honderdduizenden voorgaande ‘theologische’ wijzigingen, alle ‘onjuistheden’ over god(en), die steeds zo geleidelijk verandert en ingepast werden, dat religies zich steeds konden/kunnen aanpassen. God vind slavernij tof, toch weer niet, God zegt ons dat de aarde plat is, nee toch niet. God rijdt over de wolken en maakt de bliksem en de donder, toch niet. En mocht een ons ver in intelligentie overstijgend buitenaards wezen op aarde landen en ons de oorsprong van het leven uitleggen, bijvoorbeeld dat het ‘slechts’ een chemische reactie is, zoals een vuurtje brand, dan is het wonder dat wij daar uit gekomen zijn, nog altijd niet groot genoeg voor veel religieuzen vermoed ik.
    Dan wordt het buitenaardse wezen gewoon niet geloofd, god heeft immers ons naar Zijn beeld geschapen…
    Op welk punt zeggen religieuze mensen, “oké, nu is genoeg genoeg, waarschijnlijk waren al die verhalen uit de oudheid voor het grootste gedeelte fictie, en alles wat daar op heeft voortgeborduurd, ook”.
    Dit artikel lijkt mij juist te zeggen, “dit punt bereik ik nooit, ik zal nooit de logische conclusie trekken, er is geen genoeg is genoeg punt, ik geloof, en ik heb schijt aan wat voor bewijs, van wie ook, mij gegeven wordt, nu, of in de toekomst, en kijk eens wat voor goed vangnet ik al heb om de uniciteit van de Mens te redden mocht dit gebeuren.”
    En begrijp me niet verkeerd, iedereen is hier vrij in, dit mag je doen, maar als je geen ‘genoeg is genoeg’ punt hébt, dan kun je dat zowel uitleggen als een goed ‘christen/moslim/ hindoe’ zijn, of als fundamentalisme. Zorg dat je in ieder geval een ‘genoeg is genoeg’ punt hébt. Sta een fractie van rede toe binnen je geloof.

  8. #8 door Frank op 26 september 2013 - 20:11

    Ook een interessante vraag zou zijn hoe zij óns beschouwen. Fermi liet zien dat de afstanden in ruimte meer dan gecompenseerd worden door de lange levensduur van het heelal en de oudste beschavingen erin – ze hebben meer dan genoeg tijd gehad om ons via proliferatie scenario’s te bereiken (de crux van de paradox).
    De ‘afstand’ in tijd blijft echter. Hoe kijkt een beschaving die miljoenen jaren ouder is dan de onze naar onze soort? Is die kloof wel overbrugbaar?

  9. #9 door Taede Smedes op 26 september 2013 - 20:21

    Frank,

    Buitengewoon interessante vraag! Het schijnt dat dolfijnen bijzonder intelligente dieren zijn die zelfs taal hebben, etc. Toch zijn we niet in staat om dolfijnen te begrijpen. Dat maakt inderdaad de vraag pertinent of een buitenaardse beschaving die (a) een volstrekt andere evolutionaire geschiedenis heeft als wij, en (b) ons miljoenen jaren vooruit is, in staat is om ons te begrijpen. Misschien zijn wij voor hen wel net zo onbegrijpelijk als dolfijnen voor ons zijn. We denken immers vaak heel antropocentrisch (zie: Star Trek), namelijk dat onze intelligentie de maat is, en dat andere andere intelligenties zich daaraan zullen aanpassen. Maar dat is nog maar de vraag.

    Anderzijds, als Fermi gelijk heeft, zou het ook mogelijk zijn – Paul Davies neemt dit scenario heel serieus – dat buitenaardse intelligente beschavingen die de grenzen van ruimte en tijd al hebben weten te overbruggen en hier al lang zijn. (En dan denk ik niet aan ufo’s o.i.d.) Ik vermoed dat een zeer intelligente beschaving voor ons zo goed als onzichtbaar zal zijn en zich alleen zal vertonen als ze zelf wil. Misschien worden we zelfs inderdaad al lang bestudeerd (de Zoo-hypothese). Wie weet? Heel spannende speculaties, die één inherente grens hebben: het zijn de speculaties van mensen…

  10. #10 door Eelco van Kampen op 26 september 2013 - 21:13

    De Fermi paradox is … een paradox – geen wet of bewijs. Een paradox is niets meer dan een schijnbare tegenstelling. Geen échte tegenstelling.

    Een aantal mogelijke oplossingen van de paradox:
    http://www.fermisparadox.com/Possible-answers-to-fermi-paradox.htm

  11. #11 door Frank op 27 september 2013 - 19:07

    “Anderzijds, als Fermi gelijk heeft, zou het ook mogelijk zijn – Paul Davies neemt dit scenario heel serieus – dat buitenaardse intelligente beschavingen die de grenzen van ruimte en tijd al hebben weten te overbruggen en hier al lang zijn.”

    Die gedachte wordt ook aangehangen door Jacques Vallee. Hij heeft hierover een interessant boek geschreven waarin hij – net als bij jouw treffende voorbeeld met de dolfijnen – schetst hoe dit soort wezens wel eens zó van ons kan verschillen dat hun gedrag ons als compleet bizar en onbegrijpelijk voorkomt. Hij speculeert dat ze wel eens aan de wortel zouden kunnen staan van zowel oude folkloristische verhalen als moderne UFO verhalen, en gaat op zoek naar raakvlakken tussen die twee.

    Het boek staat online als pdf: http://www.bibliotecapleyades.net/archivos_pdf/passportmagonia.pdf

  12. #12 door Taede Smedes op 27 september 2013 - 20:20

    Hallo Frank,

    Ik heb net een tijdje terug Vallée’s Passport to Magonia gelezen. (Zie mijn review van het boek hier: https://www.goodreads.com/review/show/719244642.) Erg interessant. Maar anders dan jij schrijft, laat Vallée zich überhaupt niet uit over “dit soort wezens”. Hij oppert in dat boek het idee – wat hij in latere boeken verder heeft uitgewerkt – dat ufo-sightings de moderne pendant zijn van vroegere ontmoetingen met folkloristische wezens als elfen, dwergen, maar ook religieuze ontmoetingen zoals met engelen of met Maria. Hij stelt vervolgens dat juist het subjectieve karakter van dergelijke ontmoetingen – vroeger waren het elfen en dwergen, nu zijn het buitenaardsen – niets afdoet aan de realiteit ervan (er zijn fysieke sporen), maar dat ze er dus een soort wisselwerking plaatsvindt tussen de menselijke geest en iets objectiefs. Wat voor objectiefs, daarover kan Vallée verder niets zeggen. Hij meent dat er wellicht sprake is van een “controlemechanisme” dat via bizarre ervaringen werkt. Want de verhalen die ontstaan door die bizarre ontmoetingen hebben een effect op de samenleving, oefenen dus een zekere invloed uit (kijk maar naar de hedendaagse films!). Maar wat de bron is van dat controlemechanisme, daarover laat Vallée zich helemaal niet uit. Met andere woorden: hij laat open of het om buitenaardse invloed gaat, maar neigt wel tot een zeker scepticisme ten aanzien van de “buitenaardse hypothese” en meent dat er wellicht groepen mensen of overheden achter zitten. Het is een erg interessante theorie die Vallée oppert, een “psychosociale” theorie zoals die wel wordt genoemd, ook omdat het voor een deel de subjectiviteit van ufo-meldingen verklaart, maar tegelijkertijd is zijn theorie ook uiterst speculatief – wat Valléé als wetenschapper zelf direct toegeeft: hij zegt in dat boek zelfs min of meer dat zijn theorie niets verklaart, omdat ze tot op heden niet toetsbaar is en ook niet duidelijk is hoe ze toetsbaar gemaakt kan worden.

  13. #13 door Theo op 28 september 2013 - 09:48

    Je vergeet één belangrijk aspect,
    namelijk de vraag hoelang een intelligente beschaving gemiddeld stand houdt.
    Als je stelt dat een beschaving miljoenen jaren oud kan zijn, moet dat evolutionair
    een belangrijke sprong zijn geweest. Men moet al zijn destructieve neigingen – en wapenwedloop hebben overwonnen, de vraag is dan ook van belang hoelang de eigen beschaving – van de mens – zal standhouden.

  14. #14 door Taede Smedes op 28 september 2013 - 10:01

    Theo,

    Je schrijft:

    Als je stelt dat een beschaving miljoenen jaren oud kan zijn, moet dat evolutionair
    een belangrijke sprong zijn geweest. Men moet al zijn destructieve neigingen – en wapenwedloop hebben overwonnen, de vraag is dan ook van belang hoelang de eigen beschaving – van de mens – zal standhouden.

    De vraag hoe lang de menselijke beschaving zal standhouden, is een goede, waar geen antwoord op te geven valt. En het lijkt momenteel ook tamelijk absurd dat de mens ooit zijn destructieve neiging zal hebben overwonnen. Die destructieve neigingen hebben echter een evolutionaire geschiedenis die heeft plaatsgevonden op aarde. (Ik ga er daarbij vanuit dat ook een culturele ontwikkeling onderdeel is van de biologische evolutie, zonder dat ik overigens die culturele evolutie tot biologie wil reduceren.) Als er zich elders intelligent leven heeft ontwikkeld, zal die een andere evolutionaire geschiedenis hebben, namelijk een die is ingebed in de geschiedenis van de planeet en van het leven aldaar. Het zou dus best kunnen dat dergelijk intelligent leven veel minder moeite heeft om destructieve neigingen te overwinnen dan de mens. Ik weet dat veel evolutiebiologen menen dat het evolutionaire proces op aarde een soort blauwdruk is voor hoe ook op andere planeten leven zich zou kunnen ontwikkelen, maar ik vind dat veel te antropomorf en antropocentrisch gedacht. Het zou kunnen dat op andere planeten, onder andere condities volledig andere evolutionaire wetten werkzaam zijn. Dat Darwins evolutietheorie vanuit kosmisch perspectief een universeel principe zou zijn, is niet uit te sluiten, maar ervan uit te gaan dat het zo is, lijkt me tamelijk voorbarig.

  15. #15 door Frank op 28 september 2013 - 11:43

    Je toevoegingen op Vallee kloppen helemaal, Taede. Hij laat zich inderdaad niet uit over de aard van dit ‘iets’. Wat mij betreft schiet hij wat door met zijn speculaties dat er sprake is van jarenlange doelgerichte manipulatie door dit ‘iets’, maar zijn hypothese is desondanks erg boeiend.

    Theo, ik vergelijk Fermi’s paradox wel eens met de snelle verspreiding van de mens over de Aarde. Het heeft lang geduurd voordat de mens ergens ten tonele verscheen, maar zodra hij zich over de Aarde begon te verspreiden was dit ‘in een oogwenk’ gebeurd (althans op geologische tijdschaal).

    Hiermee was meteen het risico van zelfvernietiging verminderd – lokale stammen konden elkaar wellicht uitmoorden of zichzelf ten gronde richten door de (lokale) natuurlijke bronnen uit te putten (neem Paaseiland bijvoorbeeld), maar er waren genoeg andere stammen om de overleving van de mens als soort veilig te stellen. Pas nu staan we weer op een punt dat we onszelf weer in één keer kunnen wegvagen, maar de vraag is hoe lang deze periode duurt.

    Denk een paar 100.000 jaar verder dan ‘Mars one’ en zelfs een nucleaire oorlog of kosmische ramp kan de mensheid als geheel niet langer vernietigen – we zijn té veel verspreid over diverse sterrenstelsels. Na een relatief korte periode van ‘kans op totale zelfvernietiging’ volgt dus een soort van ‘point of no return’ waarbij de proliferatie dusdanig groot is dat de overlevingskansen van een beschaving bijna 100% zijn. In de afgelopen 10 miljard jaar hoeft er maar één beschaving geweest te zijn die dat ‘point of no return’ is gepasseerd.

    Dan denk ik even aan die fascinerende plaatjes in Taede’s andere blog van het aantal potentieel bewoonbare planeten, en de Fermi Paradox wordt pijnlijk duidelijk …

  16. #16 door Dennus op 28 september 2013 - 11:51

    Dat Darwins evolutietheorie vanuit kosmisch perspectief een universeel principe zou zijn, is niet uit te sluiten, maar ervan uit te gaan dat het zo is, lijkt me tamelijk voorbarig.

    Interessant punt, de mens probeert ook al de ‘evolutie’ te omzeilen. Doodgaan is een essentieel onderdeel van evolutie, zonder ‘de dood’, zou leven uitsterven, paradoxaal klinkend (maar is het niet) genoeg. (Leven dat niet ‘doodgaat’, als in: dat zo goed als onsterfelijk zou zijn, en dus weinig tot geen belang zou stellen in nageslacht krijgen, kan zich ook niet (snel genoeg) aanpassen aan veranderende situaties, en zou zo dus alsnog uitsterven. Mensen zouden best eens slim genoeg kunnen worden om dit soort ‘onsterfelijkheid’ wel te bewerkstelligen (wij zijn niet langer afhankelijk van biologische aanpassingen, maar van technologische aanpassingen), en zo evolutie kunnen ‘omzeilen’ denk ik. En dan is het uiteraard nóg de vraag of je deze bewerkstelliging niet ook als deel van evolutie moet beschouwen).
    Dit is trouwens wel de enige manier waarop je ‘evolutie’ zou kunnen omzeilen die ik kan bedenken. Bij elke andere vorm kom ik niet tot ‘intelligent’ leven. Tenzij er een scheppende entiteit bestaat uiteraard (maar jullie kennen mijn standpunt daarin haha), maar evolutie (de ‘noodzaak’ om te blijven veranderen, of überhaupt te veranderen) lijkt me een vereiste voor (om tot) intelligent(er) leven (te komen).

  17. #17 door Taede Smedes op 28 september 2013 - 15:13

    Dennus,

    evolutie (de ‘noodzaak’ om te blijven veranderen, of überhaupt te veranderen) lijkt me een vereiste voor (om tot) intelligent(er) leven (te komen)

    Je gebruikt hier het woord “evolutie” in de zin van: verandering, ontwikkeling. Mij dunkt dat het een open deur is om te zeggen dat verandering of ontwikkeling nodig is om tot intelligent leven te komen (vanuit minder intelligente levensvormen). Ik bedoel in mijn reactie met “evolutie” echt specifiek de biologische, Darwiniaanse evolutietheorie, dus met “random mutation” en “natural selection”. Die theorie heeft betrekking op het leven op aarde, maar we weten natuurlijk niet of die theorie betrekking heeft op eventueel buitenaards leven. Dat was mijn punt.

  18. #18 door Dennus op 30 september 2013 - 17:05

    @Taede

    Oké, en ik zei dat ik het een interessant punt vond, niet dat ik het ermee oneens ben. Het was gewoon wat filosofisch gespeel in de zandbak, ik probeerde me een voorstelling te maken van hoe intelligentie anders zou kunnen (zonder evolutie, of zonder “random mutation” en “natural selection” zo je wilt) ontstaan. En het is moeilijker om iets (een manier) te verzinnen waarop intelligentie kan ontstaan, dan het op het eerste gezicht lijkt. Zeggen ‘alles zou zomaar mogelijk kunnen zijn in het oneindige universum’ omdat het het universum betaamt, lijkt me dan weer te kort door de bocht, ik ga er dus gemakshalve vanuit dat de natuur- scheikundige wetten overal in het universum gelden. Als je een theorie hebt hoe intelligentie kan ontstaan zonder evolutie (en zonder schepper), ben ik er oprecht benieuwd naar.

  19. #19 door Taede Smedes op 30 september 2013 - 21:01

    Een mooi stukje op de site van Geloof & Wetenschap (met dank aan René Fransen): http://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/nieuws/item/439-zijn-wij-alleen?-en-maakt-dat-uit%3F.html

  20. #20 door Anoniem op 4 oktober 2013 - 16:29

    Bestaan buitenaardse wezens of UFO’s?

    http://www.gotquestions.org/Nederlands/buitenaardse-wezens.html

  21. #21 door Christen op 8 november 2013 - 18:46

    Als buitenaards leven bestaat. Stierf Jezus dan ook voor de zonden van die wezens?

  22. #22 door Taede Smedes op 8 november 2013 - 18:55

    “Christen”,

    Je vraag suggereert dat je de tekst niet gelezen hebt…

%d bloggers op de volgende wijze: