Jochemsen en De Vries nog een keer: Wat zijn mijn motieven in deze zaak?

Afgelopen zaterdag werd ik gebeld door een journalist van Trouw, die een artikel wilde schrijven over de dubieuze adviesfunctie van Jochemsen en De Vries bij de Stichting De Oude Wereld. Aanleiding was mijn blog van vorige week. Toen de journalist belde, wist ik al dat er deze week een balletje zou gaan rollen. Gisteren verscheen het artikel op de site van Trouw, en vandaag staat er ook een stuk in de gedrukte krant.

Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat de WUR een onderzoek zou gaan instellen (wat overigens gewoon neerkomt op: even een gesprek voeren). Ik verwacht overigens niet dat er consequenties zullen volgen. De Vries kan blijven zitten, de TU Delft lijkt het allemaal weinig te kunnen schelen. Met Jochemsen zal uiteindelijk ook weinig gebeuren, vermoed ik.

Maar wil ik dat er consequenties volgen? Ik kreeg via Twitter en Facebook allerlei vragen over wat ik er uiteindelijk mee win, met deze “heksenjacht” op “gelovige hoogleraren”. Ik had verwacht dat het wel duidelijk zou zijn. Maar niet dus. Ik zal dus nog een keer mijn best doen om het uit te leggen.

Creationisme

Mijn motivatie is uiteindelijk theologisch van aard, maar om dat duidelijk te maken, heb ik wel wat woorden nodig. Laat ik beginnen met het volgende: in tegenstelling tot wat velen denken, is creationisme niet inherent aan het christelijk geloof. Creationisten gaan er soms prat op dat zij het “orthodoxe geloof” vertegenwoordigen, maar niets is minder waar. Creationisme is een begin-twintigste-eeuwse uitvinding die stamt uit de Verenigde Staten en uiteindelijk (via evangelicale bewegingen en gepopulariseerd door de EO) pas in de jaren ’70 in Nederland echt voet aan wal kreeg. Daarvóór waren er wel denkers met denkbeelden die we nu creationistisch zouden noemen, maar dat was niet het creationisme zoals dat door de Stichting De Oude Wereld (hierna SDOW genoemd) wordt uitgedragen.

De SDOW is verwant aan een beweging binnen het Amerikaanse creationisme die scientific creationism wordt genoemd. Het is een beweging die in de jaren ’60 in de VS opkwam, en die – anders dan het creationisme daarvóór – niet in eerste instantie een beroep op de Bijbel deed, maar meende dat creationisme wetenschappelijk te verantwoorden was.[1] Het was de bedoeling, o.a. van Henry Morris, om wetenschappelijke instituten op te richten die de scheppingshypothese op wetenschappelijke wijze moesten onderzoeken. Al gauw bleek dat dit een doodlopende weg was, dat er geen wetenschappelijke argumenten waren om creationisme te staven.

Vervolgens werd de strategie veranderd in pogingen om gaten te schieten in de evolutietheorie. Wetenschappers werden beschuldigd informatie over de waarheid van de evolutietheorie achter te houden. Wetenschappers werden ideologen genoemd. De evolutietheorie was in de ogen van creationisten publiek bedrog.

Stichting De Oude Wereld

Dit zijn allemaal tactieken die nu terug te vinden zijn in de geschriften van de SDOW. De SDOW is niet zomaar een stichting, het is een dubieuze organisatie die een sterke, antiwetenschappelijke, maatschappijkritische ideologie. Het verbaast me eerlijk gezegd dat de SDOW zoveel krediet lijkt te hebben. Nederlanders geven daarbij blijk van een heel gering korte-termijn geheugen. Want de SDOW was in 2009 nog voorpaginanieuws, toen die organisatie huis-aan-huis een creationistische folder verspreidde. Wekenlang stonden de kranten er bol van, en tijdens tv-uitzendingen (o.a. van Rondom Tien) werd pijnlijk duidelijk hoe de SDOW redeneerde, en dus waar die stichting werkelijk voor stond. Het werd duidelijk dat SDOW een beweging is van opportunisten, die het helemaal niet gaat om een eerlijk, open debat, ondanks dat ze zich beroepen op het principe van fair science. (In de VS wordt gesproken over equal time: creationisme gedoceerd naast de evolutietheorie, alsof het hier om twee gelijkwaardige wetenschappelijke paradigma’s gaat.)

De SDOW is een ideologische beweging die het gelijk van de Bijbel denkt aan eigen kant te hebben, en die evolutiebiologen en andere wetenschappers neerzet als bedriegers en leugenaars. En deze club wordt nu (impliciet, maar toch) gesponsord door twee bijzonder hoogleraren, namelijk Henk Jochemsen van de WUR en Marc de Vries van de TU Delft. Waarom stoort mij dat?

Voor de kar gespannen

Allereerst is duidelijk dat de SDOW hoopt geloofwaardigheid en aanzien te ontlenen aan deze twee hoogleraren. Jochemsen en De Vries staan prominent vermeld als adviseurs op de site van de SDOW, inclusief hun titels. De twee heren worden dus voor de kar gespannen van de SDOW. Dat blijkt ook wel uit de reactie die Henk Jochemsen op mijn blog plaatste, en waarin hij stelt dat hij niet wist van het plan van de SDOW om een wetenschappelijke instituut op te richten. De adviseurs zijn blijkbaar niet geraadpleegd toen dit initiatief ontplooid werd. Dat zou toch te denken moeten geven. Ik vind het dus jammer dat twee hoogleraren voor de kar van een ideologische, antiwetenschappelijke beweging worden gespannen. En dat terwijl ze zelf vermoedelijk menen te goeder trouw en conform hun eigen religieuze principes en overtuigingen te handelen.

Wetenschappelijke zuiverheid

Dan is er het punt van wetenschappelijke zuiverheid. Een hoogleraar is in dienst van een universiteit, de plaats bij uitstek waar wetenschappelijke kennis vergaard wordt en het platform waar de houdbaarheid van die wetenschappelijke kennis bestudeerd wordt. Als er kritiek op de wetenschap is, dan moet dat binnen dat platform worden besproken, volgens de spelregels van de wetenschap – en uiteraard gebeurt dat ook. De wetenschap drijft op kritiek, op pogingen tot falsificatie. Kritiek bepaalt de dynamiek van de wetenschap, zoals Popper goed besefte.

En nu gaan twee bijzondere hoogleraren een initiatief steunen – bewust of onbewust – waarvan de doelstelling is om aan te tonen dat “reguliere wetenschap” bestaat uit leugens en samenzweringen en zo de wetenschappelijke status quo volledig om zeep te helpen. De SDOW accepteert de spelregels van de reguliere wetenschap niet, en wil zelf spelregels bepalen (waarvan de waarheid van het bijbelse scheppingsverhaal het onopgeefbare ijkpunt vormt).

Door de impliciete steun aan de SDOW in de vorm van een adviseurschap, geven de twee hoogleraren het signaal af dat de wetenschap inderdaad niet deugt, dat kritiek op wetenschap blijkbaar niet op het platform van de wetenschap zelf besproken kan worden. Dus hoogleraren die in dienst zijn van reguliere wetenschappelijke instituten, steunen een initiatief dat tot doel heeft die wetenschappelijke instituten in diskrediet te brengen.

Ergens schuurt dit, en dat heeft de universiteit van Wageningen ook gevoeld. De WUR stelt in het Trouw-artikel expliciet: Een bijzonder hoogleraar wordt uit een ander potje betaald en heeft dus iets meer speelruimte, maar van een gewoon hoogleraar zou een handeling als die van Jochemsen niet getolereerd worden. En dat vind ik wetenschappelijk zuiver. De vraag die vervolgens bij de WUR op tafel ligt, is: in hoeverre is dit gedrag wel tolerabel bij bijzonder hoogleraren? Waar ligt de grens? Een hele goede discussie. Die discussie aanzwengelen was ook precies de bedoeling van mijn oorspronkelijke blog.

Het gezag van de wetenschap

Dan is er nog een ander punt, namelijk dat van de aantasting van het gezag van de wetenschap. Geloof ligt momenteel in Nederland onder vuur, maar het gezag van de wetenschap evenzeer. De meeste Nederlanders hebben nog slechts weinig vertrouwen in experts. Daar heeft de wetenschap last van. Door zich in een ondersteunende rol te plaatsen voor een organisatie die er een heel ander idee van wetenschap op na houdt, een organisatie die parasiteert op de uitholling van het wetenschappelijk gezag, geven Jochemsen en De Vries het signaal af dat het juist is om de wetenschap te wantrouwen. Ik kan me voorstellen dat een universiteit als de WUR zich daarbij achter de oren gaat krabben.

Geen God in de natuurwetenschap

Dan het theologische punt: natuurwetenschappers doen er goed aan God te weren uit het natuurwetenschappelijk discours. Allereerst is God geen factor in de natuurwetenschap. God is geen onderdeel van de tastbare werkelijkheid, althans niet op een manier die wetenschappelijk te ontdekken zou zijn. De natuurwetenschappen werken volgens de richtlijn van een methodisch naturalisme, dat dus verklaringen louter stelt in termen van natuurlijke oorzaken. En dat is een goede richtlijn, die vruchtbaar is gebleken en ons veel kennis van de kosmos, haar structuur en geschiedenis heeft opgeleverd.

Methodisch naturalisme is iets anders dan metafysisch naturalisme, dat stelt dat er alléén maar natuurlijke oorzaken zijn, dat eventueel “niet-natuurlijke oorzaken” niet kunnen bestaan. Dat metafysisch naturalisme – dat door Dawkins en veel andere atheïsten wordt gehuldigd – is een interpretatie van wetenschap, maar is zelf geen wetenschappelijk standpunt. Jochemsen denkt dat de SDOW gelijk heeft dat veel wetenschappers metafysische conclusies trekken uit de wetenschap en dus levensbeschouwelijke uitspraken doen. Sommige wetenschappers doen dat inderdaad. Maar de oplossing van de SDOW is niet de juiste. De SDOW wil namelijk de wetenschap die in hun ogen aanleiding geeft tot metafysische of levensbeschouwelijke consequenties zoveel mogelijk uitroeien. Dat lijkt me het kind met het badwater weggooien. De meeste wetenschappers zijn zich heel goed bewust van dat onderscheid tussen methodisch en metafysisch naturalisme. En als ze grenzen overgaan, dan mogen mede-wetenschappers, maar ook filosofen en theologen hun op die grensoverschrijding wijzen. Maar een dergelijke kritiek impliceert geen aanval op de wetenschap zelf.

Het methodisch naturalisme is buitengewoon vruchtbaar gebleken. Niet alleen voor de wetenschap en technologie, maar ook voor de theologie. De filosoof Immanuel Kant zei het al: hij moest het weten opheffen om voor het geloof ruimte te scheppen. Vandaar zijn kritiek op de toenmalige metafysica, die pretendeerde dezelfde kennisclaims te kunnen doen als de toenmalige natuurwetenschappen. Kant had het theologisch volstrekt bij het juiste eind.

Geloof en natuurwetenschap: verschillende, niet te vermengen discoursen

Het christelijk geloof bedient zich van een heel ander discours dan het natuurwetenschappelijke. God is geen onderdeel van onze empirische werkelijkheid. Ook is de Bijbel geen natuurkundeboek of biologieboek. Het scheppingsverhaal wordt miskend als het gebruikt wordt als een blauwdruk van wetenschappelijke kennis. Creationisten maken van God een karikatuur – een karikatuur die door atheïsten als Dawkins en Harris terecht wordt aangevochten. Creationisten brengen God en de Bijbel in stelling tegen de natuurwetenschappen, in het bijzonder tegen de evolutietheorie. Er wordt een concurrentiestrijd tussen God en wereld gecreëerd. Alsof God door de wereld beperkt zou kunnen worden. Ze stellen de gelovige mens voor een dilemma: je moet kiezen tussen het Woord van God of het woord van wetenschappers. Er is geen tussenweg. En dat dilemma is een vals dilemma. Je hoeft niet te kiezen. De autonomie van de natuur sluit de immanentie en werkzaamheid van God niet uit.

(Voordat er vragen over dat laatste punt komen: ik heb in mijn boeken God en de menselijke maat: Gods handelen en het natuurwetenschappelijke wereldbeeld uit 2006 en in God én Darwin uit 2009 uitgebreid over dit valse dilemma geschreven.)

We moeten God dus buiten de natuurwetenschap houden, geen discoursen vermengen, ons niet laten verblinden door de schijnbare vanzelfsprekendheid en intellectuele luiheid van creationistische denkwijzen. Jochemsen en De Vries ondersteunen in hun adviesrol een initiatief dat wél dat discours tussen geloof en wetenschap wil vermengen. Ze denken wellicht dat ze het christelijk geloof daarmee een dienst bewijzen, misschien dat ze werkelijk geloven dat de SDOW tot doel heeft de wetenschap te zuiveren van ideologische elementen. Maar ze zien daarbij niet dat bij de SDOW de ene ideologie voor de andere wordt ingeruild.

Blij?

Ben ik nu dus blij dat de WUR Jochemsen lijkt “aan te pakken” op zijn acties? Nee, integendeel. Ik vind het juist diep triest. Met name voor het christelijk geloof, dat door die domme actie van twee gelovige hoogleraren opnieuw in diskrediet wordt gebracht. Want wéér wordt de indruk gewekt dat gelovigen geen goede wetenschappers kunnen zijn, wéér wordt de indruk gewekt dat alle gelovigen creationist zijn, dat het huichelaars zijn met een verborgen agenda, etc. Jochemsen en De Vries willen het christelijk geloof een dienst bewijzen, maar begrijpen niet dat ze alleen maar meer imagoschade toebrengen.

Besluit

Kortom: mijn problemen met de actie van Jochemsen en De Vries hebben enerzijds te maken met het bewaken van de zuiverheid van de wetenschap. Die zuiverheid moet bewaakt worden (a) omdat God geen onderdeel is van de empirische werkelijkheid, geen plek heeft binnen een natuurwetenschappelijk discours, en (b) omdat het verleden heeft laten zien dat iedere vermenging van dat discours op termijn rampzalige gevolgen heeft voor het christelijk geloof. De wetenschappelijke zuiverheid zorgt ervoor dat er ruimte ontstaat voor een religieus en theologisch discours.

Het is dus in het belang van het christelijk geloof en de christelijke theologie dat wetenschappers zich verzetten tegen iedere inmenging van gelovigen die menen dat God ergens in het natuurwetenschappelijke plaatje een plek moet hebben. Dat laatste wordt door veel atheïsten vaak beschouwd als een immuniseringsstrategie van het christelijk geloof. Feit is dat theologen doorheen de hele kerkgeschiedenis erop gehamerd hebben dat God geen onderdeel is van de werkelijkheid, dat God een mysterie is dat de werkelijkheid overstijgt én waarin God op mysterieuze en onnavolgbare wijze in aanwezig is.

Iedere wijze om God ergens in tijd of ruimte te lokaliseren is God reduceren tot de menselijke maat: tot datgene dat de mens kan begrijpen en dus kan controleren. De hoogmoed zit dus niet bij de evolutiebiologen, maar juist bij de creationisten die precies menen te weten hoe het zit en hoe het gegaan is. Als theoloog en godsdienstfilosoof verzet ik me daartegen. En dus verzet ik me tegen hoogleraren die creationistische initiatieven ondersteunen.

Coda

Tot zover mijn motivatie die mij ertoe bracht over de adviseursrol van Jochemsen en De Vries op mijn weblog te schrijven. Ik heb hierboven een aantal gedachten verwoord die ik veel uitgebreider in mijn andere wetenschappelijke publicaties en mijn boeken heb verwoord. Wie dus meer argumentatie wil, verwijs ik graag naar mijn overige publicaties.

Nog één laatste punt om af te sluiten. Dat de WUR nu Jochemsen wil ondervragen over zijn activiteiten heeft dus niets te maken met het feit dat hij gelovig is. Het is geen heksenjacht op gelovigen, zoals sommigen via Twitter hebben gesuggereerd, en al helemaal geen heksenjacht op gelovige wetenschappers. De WUR wil met Jochemsen praten niet omdat hij gelovig is, maar om te kijken in hoeverre zijn activiteiten antiwetenschappelijk zijn. En dat lijkt me, gezien de geschiedenis van de SDOW de laatste jaren, helemaal niet raar. Want de Stichting De Oude Wereld, daar wil je als universiteit op geen enkele manier mee geassocieerd worden.

Update, 17.04 uur: De WUR heeft gereageerd (precies zoals ik vanochtend al voorspeld had). Trouw heeft op de website de volgende update vermeld:

UPDATE 11 maart 10.45 uur: De Wageningen Universiteit laat weten dat ze Jochemsen heeft gesproken en dat ze geen problemen heeft met zijn activiteiten voor De Oude Wereld.

Update, 17.24 uur: Ook het Reformatorisch Dagblad brengt de reactie van de WUR als nieuws. In dit stuk stelt Jochemsen expliciet “zich op geloofsvlak” verwant te voelen met de Stichting De Oude Wereld. Hij stelt vervolgens wel dat men zich “aan de juiste wetenschappelijke methoden” moet houden.

(Bron illustratie: Trouw.nl.)


[1] Uiteindelijk was echter de doelstelling van het scientific creationism dezelfde als die van andere vormen van creationisme: aantonen dat de het leven op aarde geen natuurlijke oorzaak heeft, maar geschapen is, conform het scheppingsverhaal uit Genesis.

, , , , , , , , , , , , , ,

  1. #1 door jaklok op 11 maart 2014 - 10:24

    Verhelderend verhaal Taede, dit helpt me om je actie beter te begrijpen. Ik denk dat we wel wat verschillen over de status van wetenschap, daar zouden we het ergens in de toekomst eens over moeten hebben want ik ben erg benieuwd naar je mening daarover.

  2. #2 door Ahg Janssen op 11 maart 2014 - 10:36

    Het is simpel ben je gewoon werknemer dan moeten alle uren betaald zijn . Ben je hoogleraar dan durf niemand iets te zeggen. Je kunt gewoon klussen in de baas zijn tijd lekker dubbel vangen pf ben ik nu te bot te scherp of kan ik nu door de rookgordijnen van de ouwe mannenclub kijken wie weet.

  3. #3 door Arno Wouters op 11 maart 2014 - 16:51

    Goed stuk Taede! Een kleine correctie: volgens mij gaat het hier om buitengewoon hoogleraren die niet in dienst zijn van een universiteit, maar van de Stichting voor Christelijke Filosofie.

  4. #4 door Taede Smedes op 11 maart 2014 - 16:56

    Hoi Arno,

    Dat klopt, dat staat volgens mij ook in het stuk. Ze zijn formeel niet in dienst van de universiteit waar ze werkzaam zijn (formeel zijn ze in dienst van de Stichting voor Christelijke Filosofie), maar in de ogen van het publiek natuurlijk wel. En wat zij dus doen, straalt af op de universiteit waar ze gedetacheerd zijn. Vandaar dus mijn reactie…

  5. #5 door Taede Smedes op 11 maart 2014 - 16:59

    Wat vind je daarvan, Arno? Ik begrijp het eerlijk gezegd niet helemaal, ik ben nog bezig om de journalist die het stuk schreef te bereiken, maar dat is me nog niet gelukt. Ik vind de inconsistente antwoorden van de WUR fascinerend, maar ook verwarrend. Ik ben wel benieuwd naar jouw mening.

  6. #6 door Lex en Marjon op 11 maart 2014 - 19:15

    When you say: “Allereerst is God geen factor in de natuurwetenschap. God is geen onderdeel van de tastbare werkelijkheid, althans niet op een manier die wetenschappelijk te ontdekken zou zijn.” then, of course, the first question is what you mean with “God”. You might want to look into the book “Biocentrism” by Robert Lanza (2009) where he explicitly states that without a conscious observer there is no material reality. He puts Consciousness at the very base of All that Is – and then it is merely a question of language: God or Consciousness. But that consciousness is essential for observing the ”tastbare werkelijkheid’ is proven irrefutably, and it is most certainly a dominant factor in science. An interesting meeting with this super-scientist is

    http://pemanews.com/wordpress/scientists-claim-that-quantum-theory-proves-consciousness-moves-to-another-universe-at-death/

  7. #7 door Arno Wouters op 11 maart 2014 - 19:17

    Taede, mijn correctie had betrekking op je opmerking “hoogleraren die in dienst zijn van reguliere wetenschappelijke instituten, steunen een initiatief dat tot doel heeft die wetenschappelijke instituten in diskrediet te brengen”. Inderdaad zeg je daarna dat ze uit een ander potje betaald worden, dat was me ontschoten toen ik de reactie schreef (die ten dele ingegeven was door de reactie van Ahq Janssen die suggereert dat deze hoogleraar in door de universiteit betaalde uren bijklussen). Sorry.

  8. #8 door Arno Wouters op 11 maart 2014 - 19:51

    Wat de reactie van de Wageningse universiteit betreft, die vind ik op het eerste gezicht heel vreemd. Je zou toch zeggen dat er van een belangenconflict sprake is als een hoogleraar bij een wetenschappelijke instelling adviseur is van een anti-wetenschappelijke organisatie. Trouw meldt slechts dat deze universiteit tot de conclusie gekomen is dat ze geen problemen heeft met zijn activiteiten voor De Oude Wereld. Dat is heel summier. Ik neem aan dat de conclusie van de Wageningse Universiteit gebaseerd is op een gesprek met Jochemsen. Ik ben heel benieuwd wie dat gesprek gevoerd hebben en wat de overwegingen voor die conclusie zijn. Voorlopig ben ik het geheel eens wat Gerdien in haar kenmerkende stijl zo kort en krachtig zegt: “Als Jochemsen werkelijk denkt dat dit gedoe van de stichting De Oude Wereld iets met wetenschap van doen heeft wordt het inderdaad tijd dat hij hoogleraar af wordt. Als Jochemsen benadrukken wil dat zijn adviseurrol weinig voorstelt kan hij beter ophouden adviseur daar te zijn.”

  9. #9 door Arno Wouters op 11 maart 2014 - 20:53

    Ik zie nu net het stuk van RD waar je als update naar verwijst (ik lees je blog meestal via RSS en krijg daardoor geen meldingen van updates) dat er nooit sprake is geweest van een onderzoek naar of gesprek met Jochemsen. Trouw zou een persoonlijke mening van de voorlichter verkeerd geïnterpreteerd hebben. Nu maar hopen dat Jochemsen eigener beweging met veel kabaal zijn adviseurschap opzegt (ik stuurde daarover rond half 8 een reactie in, maar die ligt nog op goedkeuring te wachten).

  10. #10 door Arno Wouters op 11 maart 2014 - 21:23

    Overigens, ik heb de indruk dat de wetenschap in Nederland behoorlijk in de knel dreigt te komen (dit door de wijze waarop zij geïnstitutionaliseerd, gefinancierd en geëvalueerd wordt), maar met het gezag van de wetenschap valt het in Nederland (anders dan in de VS) wel mee toch? De wetenschapsquiz is zeer populair, alle kranten besteden minstens eenmaal per week minstens een pagina wetenschapsnieuws, vrijwel alle kranten hebben wekelijks een uitgebreide wetenschapsbijlage, wetenschappers treden geregeld op in actualiteitenprogramma’s en het maakt indruk als je hoogleraren in je adviesraad hebt zitten …..

  11. #11 door Taede Smedes op 11 maart 2014 - 22:13

    Arno,

    Ik kan je zeggen dat het stuk van Trouw betrouwbaar is, in ieder geval het uitgebreide stuk op de website (de papieren editie was wat korter door de bocht) en dat het overeenkomt met wat de woordvoerder tegen de journalist heeft gezegd, ook al meent hij nu verkeerd geïnterpreteerd te zijn…

  12. #12 door Taede Smedes op 11 maart 2014 - 22:14

    Arno,

    Het probleem is dat bij de elite in Nederland – dus krantenlezend Nederland – het gezag van experts en van wetenschap in algemene zin nog wel staat, maar dat duidelijk is dat “de massa”, het grote publiek dat vooral op Nu.nl grasduint, een veel groter probleem heeft met experts. Het falen van de politiek is daar ook deels debet aan (alles hangt met alles samen).

  13. #13 door Gijsbert van den Brink op 11 maart 2014 - 22:44

    Het lastige vind ik, Taede, dat je aangeeft dat je motivatie “uiteindelijk theologisch van aard” is. Daar is niks mis mee. Alleen waarom zou je anderen willen dwingen jouw vorm theologie over te nemen? Prachtige uiteenzettingen hoor (geheel conform je proefschrift ook), over de niet-te-vermengen-discoursen van geloof en wetenschap etc. – maar men mag hier toch ook anders over denken? (Barbour onderscheidde nog drie modellen, en er zijn er nog wel meer te bedenken). Ik meen dan ook dat de WUR een juiste beslissing genomen heeft door hier verder geen punt van te maken. Heeft ook iets te maken met vrijheid van meningsuiting. Een universiteit is geen kerk, en laat dat vooral zo blijven.

  14. #14 door Arno Wouters op 11 maart 2014 - 23:39

    Er schijnt toch iets mis gegaan met mijn reactie van ong. 19:30, vandaar de volgende reconstructie van wat ik toen schreef:

    Wat mij het meest verbaasd is de reactie van Jochemsen. Natuurlijk impliceert een adviseurschap voor een organisatie geen instemming met de activiteiten van die organisatie, maar het is toch wel heel vreemd om een organisatie toe te staan met je naam te pronken als je niet met de activiteiten van die organisatie instemt. Bovendien impliceert een adviseurschap naar mijn niet altijd even bescheiden mening wel degelijk daadwerkelijke samenwerking. Een adviseur die geen advies uitbrengt kan net zomin bestaan als een vader zonder kinderen. Als ik hoogleraar was en een organisatie die met mijn adviseurschap pronkt zou zonder mij om advies gevraagd te hebben aankondigen een wetenschappelijke instituut te gaan oprichten, zou ik er een openbare rel van maken en met veel kabaal mijn adviseurschap beëindigen. Ik hoop dat Jochemsen dat alsnog gaat doen.

  15. #15 door Simon op 22 maart 2014 - 19:22

    ‘(a) omdat God geen onderdeel is van de empirische werkelijkheid, geen plek heeft binnen een natuurwetenschappelijk discours, en (b) omdat het verleden heeft laten zien dat iedere vermenging van dat discours op termijn rampzalige gevolgen heeft voor het christelijk geloof.’

    ‘Feit is dat theologen doorheen de hele kerkgeschiedenis erop gehamerd hebben dat God geen onderdeel is van de werkelijkheid, dat God een mysterie is dat de werkelijkheid overstijgt én waarin God op mysterieuze en onnavolgbare wijze in aanwezig is.’

    Volgens dit artikel ben ik blijkbaar een metafysisch naturalist (ik kan me overigens bepaald niet in alle standpunten van ‘het kamp Dawkins’ vinden). Volgens mij is er gewoon DE werkelijkheid, DE enige echte realiteit. Dat God, als hij echt bestaat, geen onderdeel zou uitmaken van de empirische realiteit vind ik dus echt grote onzin, hoe zouden we dan van zijn bestaan afweten? Daarbij komt nog dat God zich, als je de Bijbel of andere heilige boeken mag geloven, wel degelijk manifesteert of op z’n minst heeft gemanifesteerd in de natuurlijke wereld, en dus onderdeel is van de empirische werkelijkheid.

    Als je god als iets definieert als iets dat geen onderdeel is van de werkelijkheid (dat is dan dus m.i. een andere god dan die uit de Bijbel of Koran o.i.d.), waar hebben we het dan nog over? Dan is het toch per definitie iets dat niet bestaat, een mythe? Daar kan je je ook mee vermaken of je er goed bij voelen door net te doen of het wel bestaat, maar dat vind ik jezelf voor de gek houden, en daar heb ik dus helemaal niets mee. Ik wil weten wat echt is en wat niet, da’s nog niet zo makkelijk, maar ik ga geen werkelijkheid verzinnen waar ik me beter bij voel.

    Als het christelijk wereldbeeld niet overeenstemt met zaken die we in de realiteit aantreffen dan is dat wellicht rampzalig voor het christelijk geloof, maar dat is dan m.i. volkomen terecht.

%d bloggers op de volgende wijze: