Een bioloog met zijnsvertrouwen: Arjen Mulder, “Wat is leven?” (boekbespreking)

Wie over het leven schrijft, kan niet om de dood heen. Zo is het ook in het boek Wat is leven? van de bioloog en essayist Arjen Mulder. Het boek begint en eindigt met de dood. Het begint met de dood van zijn vader en het eindigt met de dood van zijn moeder. En daartussenin zindert de voortdurende spanning tussen leven en dood, de voortdurende dreiging van de dood, maar ook de volharding van het leven dat zich niet gauw gewonnen geeft en allerlei strategieën zoekt en vindt om zich te handhaven. Dat levert uiterst boeiende literatuur op.

De essays van Mulder die in dit boek verzameld zijn, gaan heel veel kanten op. Er zijn bespiegelingen over de dood naar aanleiding van het overlijden van zijn vader; over werkelijkheidsvertrouwen; over complexe levende systemen naar aanleiding van de fitnessclub; over Mulders keuze voor de studie biologie; er zijn essays over wetenschappers als Leo Frobenius, Raoul Francé en Jakob van Uexküll en schrijvers als Bep Vuyk en John Cowper Powys; Mulder verhaalt over een gesprek met Francisco Varela, en eindigt met een ontroerend essay over geloof naar aanleiding van de dood van zijn moeder.

De vraag wat nu leven is wordt in het boek niet beantwoord met een waterdichte definitie. En toch heb je na lezing van dit boek wel meer een idee waar leven nu over gaat. Via de lotgevallen van mensen, en via de schrijverijen van biologen en schrijvers krijg je een idee waar leven om draait: “Het doel van het leven is niet doodgaan, maar doorgaan, in telkens andere vormen. De metamorfose” (32).

Soms verslikt Mulder zich in tegenstrijdigheden. Zo schrijft hij op een pagina: “Het leven op aarde is het middel dat de kosmos heeft gevonden om zich van zichzelf bewust te worden. Dat gebeurt in ons” (15). Maar aan het einde van het boek lijkt hij die woorden sterk te relativeren of zelfs helemaal terug te nemen, als hij schrijft: “Binnen dat verhaal van veertien miljard jaar universum zijn wij niet meer dan een kortstondige, statisch verwaarloosbare oprisping. Vanuit kosmisch perspectief zijn we hooguit een interessant experiment” (220) en “Leven is wat ons waarde geeft in een totaal niet in ons geïnteresseerd universum” (223). Daar gaat het mis.

Maar toch valt er veel te genieten in dit boek. Een van de mooiste lessen die uit dit boek geleerd kan worden, gaat over het fundamentele zijnsvertrouwen dat ons mensen kenmerkt. Zo schrijft Mulder:

Wij aanvaarden de wereld zoals ze ons overkomt, inclusief onze verlangens om alles anders te maken of hetzelfde te houden. Wij vertrouwen erop dat de wereld niet zelf opeens raar gaat doen – dat je vader je plotseling een klap geeft, of in een weerwolf verandert en je in de armen van een monster blijkt te liggen. Of vertrouwen, dat is nog een te groot woord, we denken er niet aan. (40)

Maar toch, groot woord of niet, wetenschap, zo schrijft Mulder, draait toch om “het blinde geloof dat de buitenwereld bestaat, onafhankelijk van wat we over haar beweren” (47). Wetenschap berust op een zijnsvertrouwen in de werkelijkheid. En zo concludeert Mulder uiteindelijk:

Werkelijkheidsvertrouwen, dat is de oerbodem van alles. Mijn vader houdt me in zijn armen en vermoordt me niet. Hij verdwijnt ook niet opeens voor altijd. Zo houdt ook de wereld stand, de grotere samenhang. Er vallen geen gaten in de werkelijkheid waardoor je opeens in de leegte erachter wordt gezogen. Je kunt niet alles weten, maar je mag er wel van uitgaan dat alles bestaat, ook wat je nog niet hebt ontdekt. De wetenschap laat zich wiegen in de armen van de wereld en rekent erop dat de natuurwetten niet opeens ophouden of veranderen. Zonder die bodem van oervertrouwen zijn we nergens. (47-48)

Dat oervertrouwen komt bij Mulder uiteindelijk tegenover religieus geloof te staan – of althans, zo lijkt het. Het oervertrouwen blijkt tegenover een bepaalde vorm of interpretatie van religieus geloof te staan. Volgens het christelijk geloof dat Mulder van kindsaf aan werd voorgehouden, was het leven een tranendal. Maar dat wilde er bij Mulder niet in. Mulder verhaalt dan van een discussie met zijn moeder, waarin hij het volgende zegt:

Mijn bezwaar tegen het christendom was, legde ik uit [aan zijn moeder], dat het het leven als iets voorstelt wat in diepste wezen treurig is, een trieste en troosteloze bedoening waarin het alleen uit te houden is als je in God gelooft. Maar in mijn bijbel zegt Jezus ergens dat het koninkrijk der hemelen al op aarde aanwezig is, als je maar goed oplet. De christenen keken niet goed genoeg meer. Niet narigheid en ellende zijn echt, integendeel. De christelijke Kerk ontkent de kern van het geloof, de zekerheid dat het leven goed is en dus geen tranendal. (214)

Het christelijk geloof dat haar eigen kern verloren is, namelijk het zijnsvertrouwen in de goedheid van de werkelijkheid en van het leven. Ik denk dat Mulder hier – ook al is hij atheïst – de kern van het geloof raakt, zodat je ook hier merkt – net als bij zoveel andere “spirituele atheïsten” zoals Dworkin, Nagel, Goodenough, Apostel, etc. – dat geloof en ongeloof op een heel fundamenteel niveau met elkaar verbonden kunnen zijn en een dialoog kunnen aangaan. Atheïsme en godsgeloof zijn niet hetzelfde, maar in sommige vormen draaien ze wel degelijk rond dezelfde kern: de verwondering over het zijn, en vooral het vertrouwen in de goedheid van het zijn – inclusief alle ambivalentie die we in het dagelijks leven tegenkomen. En dat vertrouwen in de goedheid van het zijn, brengt Mulder in dit boek voortreffelijk onder woorden.

Het is een persoonlijk boek geworden, Mulder legt er voor een deel zijn ziel in bloot. Het is een boek dat over hemzelf gaat, over wat hem drijft en fascineert aan het leven, de doortastendheid van het leven om de dood iedere keer te slim af te zijn, maar toch ook het geraakt worden door die momenten waarin het leven het opgeeft en zich overgeeft aan de dood. De dood hoort bij het leven, en toch willen we daar maar niet aan, verzetten we ons tegen de dood, maken de dood zelfs verwijten dat hij er is. En dat moet ook, want het verzet tegen de dood is wat leven tot leven maakt. Dat alles en nog zoveel meer komt in dit rijke en lezenswaardige boek ter sprake.

Arjen Mulder,
Wat is leven? Queeste van een bioloog.
Amsterdam: Arbeiderspers 2014.
ISBN 9789029588485; 22,95 euro.

, , , , , , , , ,

  1. #1 door Eelco van Kampen op 2 september 2014 - 10:16

    Hmmm, klinkt als een boek wat op de stapel ‘te lezen’ terecht moet komen !

    Dank voor de tip – zo’n persoonlijk boek is weer eens wat anders dan de vakliteratuur🙂

  2. #2 door Jan Auke Riemersma op 2 september 2014 - 17:39

    Ja, de bespreking werkt aanstekelijk- lijkt me in ieder geval de moeite waard voor een aantal opstellen!

  3. #3 door Egbert op 3 september 2014 - 14:37

    Quote column: Maar in mijn bijbel zegt Jezus ergens dat het koninkrijk der hemelen al op aarde aanwezig is, als je maar goed oplet.

    Hele kleine flarden daarvan dan blijkbaar als je heel goed oplet, wat het koninkrijk der hemelen dan ook maar mag symboliseren, want ik zie, of ik het nu wil of niet, des te meer kommer en kwel, (ziekte, dood) in mijn onmiddellijke omgeving (dus op kleine schaal) en mondiaal, nou daar hoeven we het verder niet eens over te hebben.

  4. #4 door Trouwe Lezeres op 3 september 2014 - 17:26

    Egbert, je zegt: ……….’ want ik zie, of ik het nu wil of niet, des te meer kommer en kwel, (ziekte, dood) in mijn onmiddellijke omgeving (dus op kleine schaal) en mondiaal, nou daar hoeven we het verder niet eens over te hebben.’

    Misschien zoek je het (in eerste instantie) op de verkeerde plaats, nl. buiten je zelf. Als je het binnen jezelf (innerlijk dus) gevonden hebt, ervaar je het ook in de buitenwereld. Dwars door de kommer en kwel heen.

  5. #5 door Egbert op 3 september 2014 - 17:53

    Trouwe Lezeres, ik heb net weer een kennis van me verloren aan een terminale ziekte, iets boven de vijftig, hij had best nog wat langer willen leven maar dat zat er niet in, maar jij stelt dus als je het innerlijk gevonden hebt, heeft een dergelijk verlies niet zoveel impact meer in je wezen heeft.
    Moet ik het zo opvatten.

    Natuurlijk heeft wel leven ook zijn prettige kanten, daar valt best ook wel van te genieten, maar om sommige zaken kun je gewoonweg niet heen.

    En niet dat ik me alles zo aantrek, je krijgt op den duur als je veel mee hebt gemaakt toch ook wel wat eelt op je ziel en dat is ook wel nodig voor je eigen gemoedsrust, een soort van psychisch defensief mechanisme zeg maar, maar je zou je ogen er ook niet voor moeten sluiten. Dus dat het gevoel gaat afvlakken en je onverschillig wordt.

    En dat maakt me juist een beetje allergisch voor uitspraken zoals het koninkrijk der hemelen dat al op aarde aanwezig is, wat behelst dat, een permanente (onderhuidse) gelukzalige zijnstoestand o.i.d., wie het weet mag het zeggen. (lees verkondigen).

  6. #6 door nand braam op 3 september 2014 - 19:55

    “Maar in mijn bijbel zegt Jezus ergens dat het koninkrijk der hemelen al op aarde aanwezig is, als je maar goed oplet”

    Veel explicieter komt dit onderwerp aan de orde in logos 3 en 113 van het Evangelie van Thomas (Gilles Quispel, Uitgeverij In de Pelikaan, 2005).

    Logos 3
    Jezus zegt:

    Als jullie leidslieden tot jullie zeggen:
    Ziet, het Koninkrijk is in de hemel
    Dan zullen de vogelen des hemels jullie voor zijn.
    Als zij tot jullie zeggen: Het is onder de aarde
    Dan zullen de vissen van de zee jullie voor zijn.

    En (hij zegt):

    Het Koninkrijk van God
    Is binnen in jullie en het is buiten jullie.
    Iedereen, die zichzelf kent, zal het vinden.
    En wanneer jullie jezelf zult kennen,
    Zullen jullie beseffen, dat jullie zonen zijn van de Levende Vader.
    Maar als jullie jezelf niet zult kennen,
    Dan verkeren jullie in armoede
    En zíjn jullie de armoede.

    Logos 113

    Zijn leerlingen vroegen hem:
    Wanneer komt het Koninkrijk?
    Jezus zeide:
    De komst van het Koninkrijk is niet in de toekomst te verwachten:
    Zij zullen niet zeggen: “Kijk, hier is het”
    Of “Kijk, daar is het”
    Neen , het Koninkrijk is al uitgebreid op de aarde
    En de mensen zien het niet.

  7. #7 door Dennus op 4 september 2014 - 09:23

    ‘#En ze zien het niet’ gaat trending topic worden op twitter denk ik.

  8. #8 door Dennus op 4 september 2014 - 09:29

    Ik zie trouwens niet hoe dit een tegenstrijdigheid is?

    Soms verslikt Mulder zich in tegenstrijdigheden. Zo schrijft hij op een pagina: “Het leven op aarde is het middel dat de kosmos heeft gevonden om zich van zichzelf bewust te worden. Dat gebeurt in ons” (15). Maar aan het einde van het boek lijkt hij die woorden sterk te relativeren of zelfs helemaal terug te nemen, als hij schrijft: “Binnen dat verhaal van veertien miljard jaar universum zijn wij niet meer dan een kortstondige, statisch verwaarloosbare oprisping. Vanuit kosmisch perspectief zijn we hooguit een interessant experiment” (220) en “Leven is wat ons waarde geeft in een totaal niet in ons geïnteresseerd universum” (223). Daar gaat het mis.

    Dit lijken me geen óf, óf quotes. Vanuit ons opzicht, met ons bewustzijn en zover wij weten, het enige in het universum dat zich bewust is van dat universum, is het enorm speciaal.
    Voor de rest in het universum waar dat bewustzijn helemaal niet in zit zover wij weten, wordt er letterlijk ‘niets’ van gevonden…

  9. #9 door Trouwe Lezeres op 4 september 2014 - 12:51

    @ Nand: dank je wel!

    @ Egbert,

    Het is niet zo dat verdriet niet zoveel impact meer op je heeft, verdriet is verdriet en pijn is pijn! Toch is het ánders. Omdat je er ook (óók dus) ‘dwars doorheen’ kunt ‘kijken’, je wéét. Het is dus geen kwestie van een permanente gelukzaligheid maar je basis’gevoel’, je basis-wéten is voor altijd veranderd, je bewust-zijn van Datgene, Diegene, die Ene, die je grond is, die je Grond is, is veranderd. Je leeft vanuit een ander perspectief. Je hebt ervaren en gezien dat afgescheidenheid van de Bron er niet is (en dat geldt voor alles en iedereen), dat is onmogelijk. Wat er ook gebeurt, de (verbinding met) Liefde, innerlijke vrede en vreugde verlaat je niet meer, daarnaar keer je weer terug.
    Het leven (en de dood) is meer en ‘uitgebreider’ dan onze ‘alledaagse’ waarneming ons wil doen geloven. Maar het zien en ervaren daarvan is nu juist zo moeilijk om onder woorden te brengen. Dat heb ik zo nu en dan in verschillende posten (uitgebreider) geprobeerd. Maar let wel, het zijn en blijven maar woorden, en ook nog slechts mijn woorden.
    Er zijn velen die het ervaren hebben, het kan heel goed zijn dat een ander het verwoordt op een manier die je beter aanspreekt, er zal iemand zijn die je rechtstreeks in je hart raakt!

  10. #10 door Egbert op 4 september 2014 - 14:21

    @Trouwe Lezeres, met dank voor je reactie, de positieve impact die de transcendente ervaring op je leven heeft gehad, zoals jij het beschrijft is geweldig, maar dat maakt me tevens wel nieuwsgierig naar het feit, maar je hoeft hierop natuurlijk geen antwoord te geven, hoe je je bestaan ervoer, voordat je deze ervaring jou ten deel viel.

  11. #11 door Trouwe Lezeres op 4 september 2014 - 21:21

    Egbert,

    Hoe ik mijn bestaan ervoer is voor een belangrijk deel bepaald door mijn chr. opvoeding (Ned. Hervormd, ‘gewoon’ orthodox, dus geen biblebelt-achtig geloof), chr. normen en waarden. Wij moesten de Heidelbergse catechismus b.v. nog uit het hoofd leren, bepaalde zondagen dan. Ik begreep die antwoorden helemaal niet, gevoelsmatig niet en verstandelijk net zo min. Ik begreep vooral de God van het OT niet, ik kon met de dogma’s niet uit de voeten, het bleef allemaal maar wringen. Ergens ervoer ik voortdurend een bepaald gemis, al kon ik dat gevoel eigenlijk niet eens helder en duidelijk krijgen, vooral als kind natuurlijk niet. Vanuit dat gemis is mijn zoektocht eigenlijk begonnen. Na mijn ervaringen is er dat gemis weggevallen en het zoeken ook.

  12. #12 door Egbert op 5 september 2014 - 00:01

    Trouwe Lezeres, ik blijf toch met de vraag zitten waarom de éne mens dergelijke ervaringen wel ten deel vallen en anderen helemaal niet, hetzelfde geldt voor de BDE ervaring, de één ervaart het als prachtig, misschien ook nog mede door de interpretatie die eraan gegeven wordt, de ander krijgt zelfs weer een z.g. helle-ervaring (bestaat ook), maar de meeste mensen ervaren helemaal niets, het klinkt misschien wat klinisch maar zou genetisch aanleg hierbij ook een rol kunnen spelen.
    Of vind je dat een onzinnige veronderstelling.

  13. #13 door Taede Smedes op 7 september 2014 - 10:59

    Egbert en Trouwe Lezeres,

    Tot hier en niet verder. De discussie dreigt weer een zijpad in te slaan die ver weg drijft van de inhoud van de boekbespreking. Geen BDE-ervaringen etcetera meer.

  14. #14 door Egbert op 7 september 2014 - 12:56

    @Teade, okay, daarmee heb je inderdaad wel een punt.

    @Trouwe Lezeres, misschien dat je mijn vraag op een ander blog, waar we elkaar ook wel eens treffen beantwoorden kan.

%d bloggers op de volgende wijze: