Spraakverwarring (column)

Ik zit aan de keukentafel met mijn bijna 3-jarige zoontje Melvin. We gaan lunchen. De volgende dialoog ontspint zich.

“Wat wil je eten?”, vraag ik.

“Een rijstnafel”, zegt Melvin. Hij klinkt zeker van zijn zaak. “Met pindakaas.”

“Een rijstnafel met pindakaas?”

“Nee, geen rijstnafel!” zegt hij verontwaardigd, “maar een rijstnafel!

“Oh”, zegt ik, alsof het muntje eindelijk is gevallen, “een rijstnafel!”

“Nee”, zijn woede neemt toe, zijn wenkbrauwen zijn naar zijn neus gezakt, “geen rijstnafel, maar een rijstnafel!

“Een rijstwafel?”

Hij knikt. “Ja. Met pindakaas.”

“Oké, dus een rijstnafel met pindakaas.”

“NEE!” Hij is nu echt boos. “Geen rijstnafel, maar een RIJSTNAFEL!

Zijn stem slaat ervan over.

“Ja ja”, zeg ik lachend, “met pindakaas”.

“Ja”, zegt hij. “Een rijstnafel met pindakaas.”

Ik smeer zijn rijstwafel.

“Ziezo. Een rijstwafel met pindakaas voor het mannetje.”

“Ik ben geen mannetje”, zegt hij, “ik ben Melvin.”

“Tuurlijk”, zeg ik glimlachend, en schuif hem het bord toe.

We kunnen eten.

Advertisements

4 gedachten over “Spraakverwarring (column)

  1. Zoiets als…….niet aan MIJN woordenschat komen papa.

    Knuffel voor dat kleine mannetje, oh sorry, die kleine Melvin.

    Mooi, zo’n waardevol momentje hier te mogen mee lezen.

    ( Wetenschap aan de keukentafel ) 😉

Reacties zijn gesloten.