Het atheïstische moment van theologie (1) (column)

De Vlaamse filosofiehoogleraar Leo Apostel was atheïst, en toch een zeer religieus mens. Hij definieerde de basisovertuiging van zijn atheïstische levenshouding alsvolgt: “Er kan geen passend voorwerp van verering bestaan” (Atheïstische spiritualiteit, [Brussel 2013]  p. 67). Wat kan hij hiermee bedoeld hebben?

Apostels punt is dit:

Het passend voorwerp van verering zou een opperste en absolute waarde moeten bezitten: geen enkele perfectie zou eraan mogen ontbreken. Het zou alle perfecties moeten bezitten in een oneindige graad. (67)

Echter, zo stelde Apostel, aangezien niet alle perfecties compatibel zijn (sommige sluiten elkaar uit), kunnen we op logische gronden uitsluiten dat zo’n object van verering kan bestaan.

Als gelovige zie ik wel wat in het “basisidee” van Apostel. Als gelovige zou ik willen verdedigen dat ik God niet vereer, aangezien alle verering als handeling en als intentie altijd al gericht is op en gereguleerd wordt door een idee, door een voorstelling, ook als dit een negatieve zou zijn (zoals in het atheïsme). Met andere woorden: in de claim God te vereren zit impliciet altijd de claim dat een bepaalde, menselijke voorstelling van God het eigenlijke object van verering is.

God wordt vereerd omdat God bepaalde eigenschappen heeft, die echter aan God worden toegeschreven door mensen. Uiteindelijk draait het bij de verering van God dus om voorstellingen van mensen en dus om godsgeloof naar mensenmaat. En ik weiger voorstellingen te vereren omdat dit altijd menselijke voorstellingen zijn – en op grond van het verbod om geen gesneden beeld te maken en dit te vereren, zou ik iets dergelijks ook willen betogen dat dit slaat op religieuze voorstellingen van God.

Ik aanbid en vereer liever helemaal niets, dan dat ik menselijke voorstellingen vereer. Cornelis Verhoeven schreef: “Wie god beschrijft als de ganz Andere, is een atheïst omdat hij geen afgodendienaar wil zijn” (Rondom de leegte, 1966, 185). Uit eerbied voor Gods aanbiddenswaardigheid (niet opgevat als voorstelling, maar als regulatief idee) vereer ik God dus niet.

Aldus kan Apostels “atheïstische basisidee” adequaat als basisidee dienen voor een negatief-theologische oftewel apofatische en zelfs mystieke religiositeit, een godgelovigheid zonder God of godsvoorstelling – zoals overigens Apostel elders in zijn boek ook ruimhartig toegeeft.

Bij Apostel zien we dus opnieuw een voorbeeld van hoe atheïsme en godsgeloof elkaar niet uitsluiten, maar elkaar juist op een heel fundamenteel niveau als zielsverwanten kunnen aanvaarden, maar zonder dat de ene positie tot de andere gereduceerd kan worden.

Maar is dit alles wat er te zeggen valt?

(Wordt vervolgd.)

, , , , , , ,

  1. #1 door bosjananne op 3 oktober 2014 - 10:34

    het lijkt me dat in de zin ‘Echter, zo stelde Apostel, aangezien niet alle perfecties compatibel zijn (sommige sluiten elkaar uit), kunnen we op logische gronden uitsluiten dat zo’n object van verering niet kan bestaan.’ een keer ‘niet’ te veel staat. Kan dat?

  2. #2 door Taede Smedes op 3 oktober 2014 - 15:59

    Hallo Bosjananne,

    Je hebt gelijk, is veranderd. Dank voor het opmerkzame lezen!

  3. #3 door Egbert op 4 oktober 2014 - 01:29

    Teade schrijft: En ik weiger voorstellingen te vereren omdat dit altijd menselijke voorstellingen zijn – en op grond van het verbod om geen gesneden beeld te maken en dit te vereren, zou ik iets dergelijks ook willen betogen dat dit slaat op religieuze voorstellingen van God.

    Maar jij behoort ook niet bepaald tot de doorsnee gelovigen, die dat mechanisme waarschijnlijk niet eens goed doorzien, want wat voor waarde heeft nu dit alles als je er zelf helemaal niets bij ervaart.

    Of komt nu juist vroeg of laat de ervaring als je standvastig blijft navigeren op basis van blind geloof en vertrouwen, het blijft moeilijk.

  4. #4 door Trouwe Lezeres op 4 oktober 2014 - 13:24

    Zenmeester Sojun Ikkyu (in de 15-de eeuw):

    “Regen, hagel, sneeuw en ijs: allemaal verschillend,
    maar waar zij vallen worden zij hetzelfde water, als bergbeek.
    De manieren om de Geest te verkondigen zijn allemaal verschillend,
    maar dezelfde hemelse waarheid kan gezien worden in alles en iedereen”.

  5. #5 door Dennus op 5 oktober 2014 - 09:26

    @Trouwe Lezeres op 4 oktober 2014 – 13:24
    Sojun Ikkyu spreekt niet over een ‘hemelse waarheid’ in zijn haiku’s en gedichten hoor…
    De vertaling die jij gebruikt is wel heel erg ‘ge-christianiseerd’ om het maar zo te noemen. Een goede vertaling zou eerder zoiets zijn:

    Regen, hagel, sneeuw en ijs:
    Alllen verschillend,
    Maar na hun vallen
    Worden zij allen
    Als de bergstroom.

  6. #6 door Trouwe Lezeres op 5 oktober 2014 - 11:20

    @ Dennus,

    Je zou natuurlijk best gelijk kunnen hebben, ik kan zelf niet beoordelen welke vertaling het meest juist is.

    Wat wil hij er in jouw vertaling mee uitdrukken?

  7. #7 door Dennus op 5 oktober 2014 - 13:08

    @Trouwe Lezeres op 5 oktober 2014 – 11:20
    Je kunt er van alles in lezen, dat mensen alleen hetzelfde zijn in verschillende vormen, dat ons allemaal hetzelfde lot wacht, of misschien wil hij ons slechts laten verwonderen dat bergstroompjes samenkomen uit verschillende bronnen. Ik weet het niet, maar het is in ieder geval niet Sojun Ikkyu’s toevoeging dat de manieren om ‘de Geest te verkondigen’ allemaal verschillend zijn.😉 Dat is iemand anders zijn/ haar interpretatie.

  8. #8 door Egbert op 5 oktober 2014 - 13:22

    @Trouwe Lezeres, de term hemels wordt tevens in de Oosterse filosofie vaak gebruikt, ik zou nu niet direct geneigd zijn de door jou gehanteerde vertaling aan de Christelijke Leer te gaan relateren.

  9. #9 door Frank Cornelissen op 5 oktober 2014 - 13:37

    Het gaat in het Christendom, en vooral in het Jodendom niet om verering, maar toch om navolging? Christendom, “Imitatio Christi” ; Jodendom, ” Imitatio Dei”.

  10. #10 door Steven op 5 oktober 2014 - 19:55

    Taede,

    Ik ken het werk van Apostel (prachtige naam trouwens) niet, dus ik baseer me op wat jij erover schrijft. Het lijkt me wel vatbaar voor kritiek wat hij schrijft. Een paar dingen die bij me opkomen:

    1. De uitdrukking “alle perfecties in oneindige graad” vind ik onduidelijk. Hoeveel perfecties zijn er dan? En waarom zou een aanbiddenswaardig wezen ze allemaal moeten hebben? Is het niet genoeg dat zo’n wezen er een paar heeft? En wat is eigenlijk de “oneindige graad” van een “perfectie”. Is dat niet dubbelop, een perfectie in oneindige graad?
    2. Is dat echt onomstreden dat perfecties niet allemaal compatibel zijn? Intuïtief komt mij dat niet plausibel over, omdat je zou kunnen zeggen dat juist een wezen waarin alle perfecties zijn gerealiseerd werkelijk perfect is. M.a.w. sluit volmaaktheid in oneindige graad nu juist niet in dat alle perfecties per definitie zijn gerealiseerd?
    3. Maakt Apostel niet een fout door vanuit het feit (of de opvatting) dat niet alle perfecties compatibel zijn te krijgen in ons denkvermogen, vervolgens af te leiden dat een volmaakt, aanbiddenswaardig wezen niet kan bestaan? Ons denkvermogen is toch allesbehalve perfect? Ik kan mij God heel goed voorstellen als volkomen perfect, terwijl ik tegelijk volmondig toegeef dat ik mij maar een heel beperkte en niet-perfecte voorstelling daarvan kan maken. “Aanbidding” of “verering” is volgens mij nu juist een vorm van overgave aan een volmaaktheid waarvan we toegeven dat we die per definitie niet begrijpen. “Vereren” is een andere act dan “denken”.

    Jouw eigen afwijzing van godsverering lijkt me op een andere basis gestoeld dan het verhaal van Apostel, dus ik snap niet helemaal wat jouw verhaal te maken heeft met dat van Apostel. Jij lijkt het te baseren op het bijbelse beeldverbod. ‘Vereren’ houdt voor jou blijkbaar automatisch in: God vastleggen in een beeld. Daarvan lijkt mij inderdaad veel meer te zeggen, dus ik ben benieuwd naar deel 2 van je column.

  11. #11 door Trouwe Lezeres op 5 oktober 2014 - 23:29

    @ Dennus, Egbert,

    Ik ben niet zo thuis in Zen dat ik precies aan kan geven hoe het water in deze regels van Sojun Ikkyu bedoeld wordt. Ik kan me echter haast niet voorstellen dat een Zenmeester zomaar het beeld van die verschillende verschijningsvormen van water in een van zijn teksten of gedichten gebruikt zonder dat het een diepere, geestelijke betekenis heeft.
    Je zegt: ‘ik weet het niet, maar’……:-). Welnu, ik weet het ook niet, maar dat de betekenis ervan zou zijn dat de geestelijke Waarheid in veel vormen tot ons komt en we het desalniettemin als levengevend, stromend water kunnen drinken, tot ons kunnen nemen, spreekt me bijzonder aan. Ook als je het volgens jouw vertaling zegt verandert de kern ervan voor mij niet:
    ‘Maar na hun vallen
    Worden zij allen
    Als de bergstroom.’
    Hoe langer ik deze tekst in me om laat gaan, hoe rijker hij aan betekenis wordt. Er kunnen ongetwijfeld nog meer betekenissen aan gegeven worden.
    Ik vond dat mooi aansluiten op bij wat Taede zei: ‘En ik weiger voorstellingen te vereren omdat dit altijd menselijke voorstellingen zijn’……., etc. Het gaat altijd om de Waarheid die achter al die verschillende voorstellingen ligt.

  12. #12 door Egbert op 6 oktober 2014 - 13:51

    @Trouwe Lezeres,

    Ik heb ook het idee dat het de bedoeling is dat je inderdaad zelf gaat reflecteren over de betekenis van deze haiku (dichtvorm) en uiteindelijk tot een voor jou bevredigende interpretatie uitkomt.

    Wat Teade’s column betreft ben ik net als Steven ook wel benieuwd naar het vervolg deel 2, want over zijn bewering: “En ik weiger voorstellingen te vereren omdat dit altijd menselijke voorstellingen zijn”, heb ik toch wat ambivalente gevoelens, want meer smaken dan ons menselijke voorstellingsvermogen hebben we nu eenmaal niet, of je zou in staat moeten zijn tot een ander soort van kennen van God te moeten komen.

    Teade stelt in zijn column: Aldus kan Apostels “atheïstische basisidee” adequaat als basisidee dienen voor een negatief-theologische oftewel apofatische en zelfs mystieke religiositeit,

    Na wat zoeken vond ik een artikel over negatieve theologie (ik had eerst helemaal geen flauw benul van wat deze term nu precies inhield) hetgeen (m.i.) wel enigszins bij de redeneertrant van Teade aansloot.

    http://theovandekerkhof.nl/zolang-jij-spreekt-zwijgt-god/

  13. #13 door Trouwe Lezeres op 7 oktober 2014 - 13:08

    Egbert,

    Er staan inderdaad mooie dingen in dat stuk van Theo van de Kerkhof, over hoe we ons voorstellingsvermogen gebruiken en over die andersoortige kenbaarheid.

  14. #14 door Egbert op 7 oktober 2014 - 15:42

    @Trouwe Lezeres,

    Om de andersoortig kenbaarheid te kunnen ervaren heeft wel iets weg van het oplossen een Koan, een soort van raadsel wat men in het Boeddhisme hanteert om het inzicht in de leer te testen, een raadsel waarmee je je hersenen net zo lang kunt blijven pijnigen tot het rationeel denken er op een gegeven moment mee stopt, dus er de brui aangeeft en een intuïtief inzicht zou kunnen doorbreken, je leest ook in de link dat bij Dag Hammarskjöld “het besef daagt” van een ‘buitenperspectief’, dat zijn leven in een ‘open ruimte’ plaatst. Het kan dus ook een spontaan gebeuren betreffen.

  15. #15 door Trouwe Lezeres op 7 oktober 2014 - 20:58

    Egbert,

    Het kan zeker spontaan gebeuren! Zelfs dwars door ons (wel of niet inwendig) ‘gekakel’ heen!

%d bloggers op de volgende wijze: