Neurochirurg Eben Alexander biedt troostrijke boodschap voor de levenden. (boekbespreking)

Eerder al besprak ik met de nodige scepsis het boek van Eben Alexander Proof of Heaven (dat niet lang daarna in het Nederlands verscheen als Na dit leven). Ik was onder de indruk van het verhaal dat Alexander – een Amerikaanse neurochirurg die een bijna-doodervaring had – in dat boek vertelt, maar ik vond het ook een Amerikaans verhaal, vlot verteld, maar met weinig inhoud. Ik was redelijk kritisch.

Nu is Alexander terug, met een nieuw boek (dat hij – zoals ook het eerste boek, zo geeft hij toe – met Ptolemy Tompkins geschreven heeft), dat een pretentieuze titel draagt die mij bij voorbaat sceptisch maakte. Toch heb ik ook dit boek gelezen, ik was toch nieuwsgierig, en ik moet bekennen: ik ben over dit boek heel wat positiever over dan het eerste. Niet zonder kanttekeningen, maar toch. Een bespreking…

Ingrijpende ervaring

Ik weet niet of bijna-doodervaringen ook echt ervaringen zijn van een “leven” na de dood. Ik ben agnostisch wat betreft de oorzaak. Het punt is: zelfs als een BDE een materiële, mentale component zou hebben, wil dit nog niet zeggen dat de ervaring niet echt is. Wat ik in ieder geval wel weet, is dat mensen die dergelijke ervaringen hebben, vaak ingrijpend veranderen door een dergelijke ervaring. Dat was ook bij de neurochirurg Eben Alexander het geval. In 2008 kreeg hij een bacteriële infectie van de hersenstam die ervoor zorgde dat hij op het randje van de dood balanceerde. Tijdens de coma waarin hij verkeerde, terwijl de bacteriële infectie zijn hersenfuncties aantastte (en zijn neocortex vernietigde), had hij een ervaring waarin hij uitgebreid vertelt in Proof of Heaven. Nadat Alexander uit zijn coma ontwaakte, werd hij van scepticus en atheïst ineens een gelovige.

In dit nieuwe boek, dat de niet weinig pretentieuze titel De hemel in kaart draagt (Engels: The Map of Heaven) gaat Alexander dieper in op het mysterie van de hemel. Het boek gaat verder waar Proof of Heaven stopt, niet in de zin dat het verhaal verder gaat, maar dat het voortbouwt op de ervaringen van Alexander. Het verhaal van Proof wordt in een paar alinea’s verteld. Ik was al bang dat er uitgebreide samenvattingen van het vorige boek zouden volgen, maar dat blijkt gelukkig niet het geval. De hemel in kaart is daarmee echt een nieuw boek geworden. Bovendien is dit boek filosofischer dan het vorige, dat veel verhalender van aard was.

Bizarre gebeurtenissen

Zoals wel verwacht mocht worden van zo’n toch typisch Amerikaans boek is het vlot geschreven. Beschouwingen van Alexander worden afgewisseld door fragmenten van brieven die Alexander na het verschijnen van zijn Proof of Heaven ontving. In die fragmenten beschrijven de briefschrijvers vaak bizarre gebeurtenissen die de briefschrijvers in het licht van de dood (de eigen dood of die van een bekende) meemaakten. Het zijn ieder op zich indrukwekkende beschrijvingen die, als ze authentiek zijn, niet heel makkelijk te verklaren lijken (tenzij je al van sceptische vooronderstellingen uitgaat, wat ik niet echt wetenschappelijk vind).

Mysteriegodsdiensten

Een bijna-doodervaring wordt door Alexander in dit boek beschreven analoog aan een inwijdingsritueel uit de oude mysteriegodsdiensten, die ook in het teken van de eigen dood en de opstanding stonden. Volgens Alexander hadden die mysteriegodsdiensten al een idee dat de werkelijkheid groter en dieper is dan het oog kan waarnemen, de hand kan voelen of het oor kan horen. Dat steeds meer mensen ervoor uitkomen dat ze soortgelijke ervaringen hebben gehad, betekent voor Alexander dat er een soort van bewustwordingsproces gaande is, een transformatie van het menselijk bewustzijn, die echter heel langzaam en met veel tegenwerking verloopt. Dit zijn uiteraard ideeën die verder niet te verifiëren zijn. Toch vond ik de analogie met mysteriegodsdiensten prikkelend en interessant.

Filter

Uiteindelijk is het beeld dat Alexander naar voren brengt dat van een hiërarchisch universum dat vele werelden omvat, van de laagste, materiële werkelijkheid die wij bewonen, tot de allerhoogste geestelijke werkelijkheid van God (of “Om” zoals Alexander die noemt). De ideeën die Alexander heeft over hoe hersenen en bewustzijn zich tot elkaar verhouden, liggen in het verlengde van ideeën die Fechner en James hadden, en waarbij de menselijke hersenen niet het bewustzijn creëren, maar de ontvanger en filter van het bewustzijn zijn:

We ervaren het leven door middel van de hersenen terwijl we in ons lichaam zitten. De hersenen zijn het schakelstation tussen ‘hier’ (het lichaam) en ‘daar’ (de enorme werelden buiten ons lichaam). Maar dat betekent niet dat de hersenen de oorzaak zijn van onze bewuste ervaring. Wat er werkelijk gebeurt is veel complexer. Er is sprake van een voortdurende heen-en-weerbeweging tussen onze hersenen en ons bewustzijn, waarbij de hersenen ons heldhaftig in leven en buiten gevaar proberen te houden, in een poging de volledige controle te houden en niet te worden afgeleid door de werkelijke input die van buiten de fysieke wereld komt. (134)

Ik heb al eerder geschreven over de ideeën van William James, die ik interessant vind en zelfs plausibel (ofschoon ik toegeef dat dat oordeel eerder intuïtief van aard is dan gebaseerd op argumenten), zie HIER en HIER.

Een sluier

Hoe ziet de wereld “daarboven” eruit? Alexander schrijft dat de hogere werelden eruit zien zoals onze materiële wereld: er zijn bomen, planten, rivieren, dieren, mensen, onweersbuien.

Kort gezegd, daarboven is alles er nog steeds. Het is alleen echter. Minder compact, maar tegelijkertijd intenser, meer… aanwezig. De voorwerpen, landschappen, mensen en dieren barsten van leven en kleur. De wereld hierboven is op verschillende plekken net zo uitgestrekt, divers, bevolkt en anders als op deze wereld, en oneindig meer. (…) Daarboven staat niets op zichzelf. Niets is vervreemd. Niets is gescheiden. Alles is één, maar het is geen eenheid die op gelijksoortigheid duidt. (149)

Alles daar is “ultra-echt”, of in de woorden van Alexander:

Die wereld is veel werkelijker dan deze sombere, onwezenlijk materiële wereld. De sluier die er volgens mij tussenin hangt, is knap geconstrueerd door een intelligentie die oneindig veel groter is dan die van ons, en hij hangt er niet voor niets. In mijn ogen is onze aanwezigheid in dit aardse rijk bedoeld om de lessen te leren van onvoorwaardelijke liefde, compassie, vergiffenis en acceptatie. (151-152)

Troost

Wat dit boek vooral te bieden heeft, is troost.

Het enige wat we kennen van de aarde en wat daarboven ook aanwezig is, is liefde. God is liefde, en wij eveneens, op ons diepste niveau. Geen abstracte liefde; die bestaat niet. Deze liefde is harder dan steen, luider dan een orkest, dynamischer dan een onweersstorm, zo breekbaar en ontroerend als het zwakste en onschuldigste wezen en zo sterk als duizend zonnen. Dat is geen waarheid waar we ons een beeld van kunnen vormen, maar het is wel een waarheid die we allemaal zullen ervaren. (153-154)

Troost dus, voor mensen die hier en nu met pijn en in verdrukking leven, die rouwen om een overleden naaste. Dat is ook de waarde van dit boek. Ik besef prima dat je heel cynisch op een boek als dit kunt reageren, als een soort zoethoudertje. Ik heb het zo niet gelezen, ofschoon ik toegeef dat ik sceptisch was toen ik het boek in eerste instantie oppakte.

Uiteindelijk, bedacht ik na lezing van dit boek, is dit een boek dat vooral lessen voor de levenden inhoudt. Het is geen boek dat een hooghartig “Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw” verkondigt, maar dat vooral zin wil geven aan wat er hier en nu gebeurt, het idee dat wie en hoe wij zijn is opgenomen in een groter, alomvattend en zinvol geheel dat onze individuele levens overstijgt en waar we via het denken of door wetenschappelijk onderzoek geen grip op kunnen krijgen. Het boek ademt de sfeer van vertrouwen: vertrouwen in het zijn, dat het goed is dat het universum er is, vertrouwen dat we ieder individueel en allen tezamen worden vastgehouden, ook als we zelf geen houvast meer voelen of het gevoel hebben dat de grond onder onze voeten wegzakt.

Een gevoel

Sommige lezers zouden wellicht wensen dat ik wat sceptischer zou zijn. Let wel: ik bén sceptisch. Maar ik blijf ook redelijk. Als filosoof denk ik dat wat Alexander in dit boek beschrijft geen enkel recht op kennis kan claimen. Maar dat betekent niet dat je kunt zeggen dat het allemaal onzin is.

Ik blijf sceptisch maar sta ook open voor de mogelijkheid dat er werkelijk meer is, dat de werkelijkheid groter en dieper is dan ons denkvermogen – dat immers altijd van onze materiële hersenen gebruik maakt – kan vatten. Dat is een intuïtie, een diepe, existentiële overtuiging, misschien zelfs een soort van gevoel, niet gebaseerd op argumenten. Het is niets minder dan geloof. Ik kan dan ook uiteindelijk niet anders dan erkennen dat ik – ondanks alle twijfel over de inhoud die ik óók heb – De hemel in kaart gewoon een heel mooi boek vond. Daarover twisten is – toegegeven – een kwestie van smaak.

Eben Alexander (met Ptolemy Tompkins), De hemel in kaart: Een neurochirurg onderzoekt de mysteries van het hiernamaals.
Amsterdam: Lev/Bruna Uitgevers 2014.
ISBN 9789400504080, 223 pp., € 18,95

, , , , , ,

  1. #1 door Lex Voorhoeve op 4 november 2014 - 18:04

    Eigenlijk is het omgekeerd. Als Taede zegt “Ik blijf sceptisch maar sta ook open voor de mogelijkheid dat er werkelijk meer is…” dan gaat hij uit van een materiele realiteit. Maar als je “Tresspassing on EInstein’s lawn” hebt gelezen, dan weet je dat juist die materiele realiteit een fictie is en dat er inderdaa meer is, hoewel Anita Gefter zich niet op dat terrein waagt.
    Lessie

  2. #2 door Theo Smit op 5 november 2014 - 00:29

    Beste Taede,

    dit stukje boekbespreking geeft wel weer een ‘inkijkje’ in je ‘eigen’ ziel: “Het zijn ieder op zich indrukwekkende beschrijvingen die, als ze authentiek zijn, niet heel makkelijk te verklaren lijken (tenzij je al van sceptische vooronderstellingen uitgaat, wat ik niet echt wetenschappelijk vind).”

    Tja, de scepticus in je mag hier niet verder ‘versagen’, om er dan anders een loterij van te maken, imho. Die, als ze authentiek zijn…. tja, een sleutelwoord, authentiek.

    Een ander mens, die een verhaal vertelt het zo ‘zat’ te zijn om de hele jeugd ‘verplicht’ te zijn geweest te ‘zorgen’ voor een gehandicapt broertje in een rolstoel, verandert ter plekke in een skelet in de waarneming van een van de ‘aanhoorders’ van het verhaal (het verslag van gebeurtenissen van de persoon met de gehandicapte mens op een ‘hot seat’.)

    Ik begrijp intussen dat het ‘toelaten’ van de ‘eigen ervaring’ geen ‘probleem’ is in de filosofie (op zoek naar waarheid/ wijsheid) getuige dit van jou: “(tenzij je al van sceptische vooronderstellingen uitgaat, wat ik niet echt wetenschappelijk vind)” . Pardon: wetenschap is toch identiek aan scepsis!?

    Het ‘ik’ doet niet ter zake in de echte wetenschap, en de ‘gehoorde’ ‘ervaringen’ van Alexander ( de kleine Grote) worden breed uitgemeten in ‘taal’ van ‘lijken’ waar ‘blijken’ het sleutelwoord zou moeten zijn. Gelukkig hou jij het op lijken. (Voor de wetenschapper is er geen mooier woord.)

    Maar een columnist moet ‘vinden’ : Alexander ‘babbelt’ of heeft ‘het licht’ gezien. Dat laatste lijkt zo, maar ‘blijkt’ nergens uit: lieve God van mijn trio’ JR,TS,ER : bespaar me de hemel en ook de hel: hou me vast in het vagevuur voor eeuwig, En dat moet toch wel een ‘wijze’ vondst zijn geweest in het geweten, in dat ‘geweten’ van ook de nadenkers die het vagevuur bedachten. (Vast de agnosten!, een ‘doelgroep’ van niks in omvang.)

    Niet heel makkelijk te verklaren. Lijken en blijken, en de man die die die woorden uiteen weet te houden moet snel aan het echte werk in Nederland. Lijken is overigens een voorzichtiger of bedeesder woord dan ze vaak blijkt te zijn. Ze dwaalt dwarrelings uit laden en kasten in blijken over te gaan, .

    Horror, het hiernamaals uit ‘ervaring’! Lijkt of blijkt, niet heel makkelijk!

    Lieve groet, en gewoon iets predikant-achtigs gaan doen, veel beter als ‘doelstelling, jongeling, hoewel, je kunt je ook nog omscholen tot imam, als ‘de macht der geschriften’ in de zevende eeuw na de andere profeet ….

    We hebben geestelijk leiders nodig, die boeken bespreken, die maar blijven kroelen rond het Rode Boekje, den Bijbel, en den Koran, of de ‘Wijsheidsboeken’, waar alles al in ‘geschreven’ stond.

    Kijken naar de lijken die blijken, een hoogst empirische instelling lijkt me je niet vreemd.

    Groet.

  3. #3 door Theo op 5 november 2014 - 13:54

    @ Theo Smit,
    je meent . “Pardon: wetenschap is toch identiek aan scepsis!?”
    De hoofdtaak van sceptici is sceptisch en afwijzend zijn, de hoofdtaak van wetenschap
    schijnt mij (bereidheid tot) onderzoeken. Dat is niet hetzelfde. Het in stand wensen te houden van een zeker wereldbeeld is verschillend van de bereidheid om ook dat wereldbeeld te onderzoeken (sceptisch te betrachten.) Misschien een vooroordeel van mij, sceptici schijnen nooit te twijfelen aan het eigen wereldbeeld.

    Ik kom bij Eben Alexander geen helle-ervaring tegen,
    of beschrijft hij zoiets wel Taede?
    In het verlengde is ook het onderzoek wel interessant van Roger Penrose en Stuard Hameroff,
    dat uitgaat van non-lokaal functioneren van bewustzijn. (De wetenschap daarachter is nogal complex, daar waag ik me niet aan.)

  4. #4 door Egbert op 5 november 2014 - 23:53

    @Theo schrijft: Ik kom bij Eben Alexander geen helle-ervaring tegen,
    of beschrijft hij zoiets wel Taede?

    Maar er zijn wel mensen die een “angstige” bijna dood ervaring hebben ondergaan, ook wel benoemd als een z.g. helle ervaring, daar kun je niet omheen.

    http://www.bijnadoodervaring.nl/angstig-bijna-dood-ervaring/

    En dat roept tevens de vraag op waarom de meeste mensen in levensbedreigende situaties helemaal niets ervaren, bovendien de wilde speculatieve beschouwingen waarmee deze extatische spirituele ervaringen vaak ingekaderd worden zou je ook weer je vraagtekens bij kunnen zetten, soms kan het zelfs trekjes aan gaan nemen van een soort van escapisme uit het vaak routinematig verlopen van het dagelijkse leven.

    Waarmee ik overigens beslist niet wil stellen dat er veel meer aan de hand is dan dat we ooit zouden kunnen vermoeden, we staan als mens tegenover een enorm groot mysterie, maar of dat toegankelijk zou zijn voor onze geëvalueerde apenhersenen is weer een ander verhaal…..

  5. #5 door Taede Smedes op 6 november 2014 - 08:59

    Theo,

    Eben Alexander beschrijft inderdaad geen helle-ervaring, en ook de briefschrijvers in zijn boek refereren daar niet aan, maar toch sluit hij de hel niet uit. Hij beschrijft de hel als de situatie waarin de mens volledig alleen is, waarin de mens geen liefde en dus ook geen verbondenheid met de anderen voelt, terwijl de hemel, zoals hij die ervaren heeft, juist een volledige opgenomenheid in liefde en verbondenheid met al wat is betekent.

  6. #6 door Theo op 6 november 2014 - 12:10

    Egbert,
    ik heb vaker zulke helle-ervaringen beluisterd, als je even verder kijkt zitten daar doorgaans (Amerikaanse) evangelisten achter die deze ervaringen gebruiken om de bijbel te verspreiden.

    Het is niet uitgesloten dat mensen -die op de rand van leven en dood balanceren- allerlei religieuze voorstellingen projecteren in zulke ervaringen. Maar bepaalde ervaringen kun je v.m. niet verbeelden, zoals het soort liefde of eenheid, het sterk transcendente (boven zichzelf uit geheven.)
    Zoals Eben Alexander ‘de hel’ beschrijft, is in elk geval beter voorstelbaar dan het christelijk idee van eeuwig brandend vuur.

  7. #7 door Egbert op 6 november 2014 - 14:30

    @Theo schrijft: is in elk geval beter voorstelbaar dan het christelijk idee van eeuwig brandend vuur.

    Het eeuwig brandend vuur staat natuurlijk symbool voor iets, ik meende de permanente gevolgen van het afgescheiden zijn van God, zoals de Bijbel vol met moeilijk te doorgronden symboliek staat, wat je natuurlijk niet allemaal letterlijk zou moeten opvatten. Het is niet eenvoudig om deze symboliek te proberen te verklaren. Daarover zijn de theologen zelf ook nog vaak in discussie.

    Maar Teade kan je daar wel meer over vertellen veronderstel ik.

    Maar afgezien daarvan valt mensen die helemaal niets met religie ophebben ook dergelijke ervaringen ten deel, soms van gelukzalige aard, maar het kan ook veel minder prettig uitpakken, zelf ben ik de mening toegedaan dat de oorzaak ligt in het feit dat het precaire evenwicht in de chemie van het brein door een sterk fysiek trauma even tijdelijk verstoord is geweest, een dergelijk fenomeen kan ook spontaan plaats manifesteren, je zou in wezen zelfde effect kunnen bereiken als je een bepaald pilletje slikt (zie onderstaande link), pakt het verkeerd uit dan beland je in een bad trip, zoals dat destijds benoemd werd, dus een z.g. helle ervaring.

    Ergo het zit (m.i.) allemaal slechts tussen de oren, waardoor de ervaring op zich natuurlijk niets aan zeggingskracht hoeft in te boeten, mits het van prettige aard was.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Dimethyltryptamine

  8. #8 door Egbert op 6 november 2014 - 14:36

    Oops foutje, ik schreef: een dergelijk fenomeen kan ook spontaan plaats manifesteren

    Dat behoort natuurlijk te zijn: Een dergelijk fenomeen kan zich ook spontaan manifesteren.

  9. #9 door Hans van Niekerk op 11 november 2014 - 03:10

    Taede,

    Ook Michael Shermer heeft een bijdrage aan de discussie over het boek van Eben Alexander op de BBC volgens zijn twitteraccount :https://twitter.com/michaelshermer/status/523479540237369345

    Het meest interessante aan de paus der sceptici is zijn eigen recente ‘anomalous experience’ zo open en- raar genoeg – kwestbaar opgetekent in een bijdrage aan de Scientific American van 16 september.

    http://www.scientificamerican.com/article/anomalous-events-that-can-shake-one-s-skepticism-to-the-core/

%d bloggers op de volgende wijze: