Brad Warners godloze, boeddhistische godsgeloof. (boekbespreking)

Je hoort vaak zeggen dat het boeddhisme een “atheïstische religie” is. Maar klopt dat ook? No way, zegt zenboeddhist Brad Warner in zijn boek There is no God and he is always with you dat recentelijk bij uitgeverij Asoka verscheen onder de (helaas veel minder sprekende) titel Een godloze kijk op God: Een zenboeddhist over God. Het klopt weliswaar, zegt Warner, dat het boeddhisme geen God aanbidt. Maar God speelt in het boeddhisme wel degelijk een rol. Sterker nog: Brad Warner geeft gewoon toe dat hij als zenmonnik in God gelooft. Hoe zit dat?

Een bespreking…

Onevenwichtig

Laat ik voor de verandering maar met het slechte nieuws beginnen. Volgens de achterflap van het boek is Brad Warner “naast soto-zenmonnik en leraar ook punkbassist, filmmaker en blogger”. Een origineel, maar ook tamelijk onevenwichtig geheel, als je het mij vraagt, en die onevenwichtigheid komt ook in dit boek tot uiting. De verschillende hoofdstukken springen van de hak op de tak, het boek kent geen echt herkenbare opbouw, en ook binnen de afzonderlijke hoofdstukken is het een warrig geheel. Warner is geen briljante stylist, hij is eigenlijk helemaal geen goede schrijver (en geeft dat overigens ook gewoon toe). In de Nederlandse vertaling komt daar nog eens bij dat er talloze taal- en typefouten in staan, evenals veel fout gespelde namen.

“God”

Allemaal heel jammer, want in potentie verdedigt Warner in dit boek een heel interessante stelling, namelijk dat in het boeddhisme God centraal staat.

Het is makkelijk om “God” op te vatten in christelijke zin, als een persoon-achtig, bovennatuurlijk wezen, maar dat zou een vergissing zijn. Nee, Warner neemt als uitgangspunt een passage van de Ierse theoloog Johannes Scotus Eriugena: “We weten niet wat God is. God weet zelf niet wat hij is want hij is niets. Letterlijk is God niets, want hij gaat voorbij aan het zijn” (25). Eriugena haalde zijn inspiratie weer van Pseudo-Dionysius (in het boek fout gespeld als “Pseudo-Dionysos”), die stelde “Het wezen van alle dingen is het opper-zijn van God” (25).

“God bestaat niet, zegt Eriugena”, zo schrijft Warner, “want hij [=God] gaat voorbij aan het bestaan zelf. Door te zeggen dat hij bestaat, maak je hem tegengesteld aan dat wat niet bestaat. Maar als God werkelijk bestaat, kan hij niet ingekaderd worden door begrippen als bestaan en niet-bestaan” (26). Eriugena en Pseudo-Dionysius waren voor Warner de oorspronkelijke inspiratie in zijn zoektocht naar het bestaan van God, waarna hij uiteindelijk uitkwam bij het zenboeddhisme, met name de school die beïnvloed werd door de Shobogenzo van de zenboeddhist Dogen Zenjie (1200-1253).

Dogen

Dogen schrijft in zijn Shobogenzo over het concept van “immo” (in het boek “inmo” genoemd), en dat in het Chinees een woord is dat “het”, “dat” of “wat” aan te duiden (in het Engels wordt het wel met thusness vertaald). Het gaat hierbij om een woord dat verwijst naar de waarheid of werkelijkheid, die volgens het boeddhisme onverklaarbaar is (70). En volgens Warner kun je daarmee “immo” of “inmo” zoals Dogen het gebruikt met “God” vertalen. Het gaat daarbij dan niet om een God die verheven op een troon in de hemel zit, dergelijke al te menselijke ideeën zijn volgens Warner waanbeelden. Maar helemaal helder wat God dan is, wordt het bij Warner nooit.

Pantheïsme

Warners godsidee komt nog het dichtst in de buurt bij een pantheïstische visie op God, zoals wanneer Warner schrijft: “Zoals ik al zei, voor mij is het leven zelf God. De echte, concrete ervaring van het leven hier op deze plaats en op dit moment, is God” (145), of uitgebreider,

Het leven dat we leiden is een manifestatie van God. Dat we leven is het bewijs dat God bestaat. Ik bedoel niet dat we bewijs moeten eisen dat God bestaat om ons bestaan hier en nu te kunnen verklaren. Ik heb het niet over God als oer-oorzaak van alles. Ik zeg dat het direct ervaren van het leven God is. Het leven is God die God ervaart, precies zoals Dogen zei toen hij zei dat wij de ogen en oren zijn die “het” [dus “immo”, T.S.] gebruikt om zichzelf te ervaren. (102)

Of:

Ik bedoel dat het universum, God, zich manifesteert waar het maar mogelijk is. Op oneindige manieren, voor eeuwig. We maken allemaal deel uit van deze eeuwigheid. We zijn allemaal oneindig. Niet in een toekomstig hiernamaals – maar nu. Wij als individu zijn niet het geheel, behalve in termen van hoe we deelnemen aan het geheel. (…) God is, volgens mij, niet alleen alom aanwezig en alwetend, hij is ook net zo dom en beperkt als ieder van zijn manifestaties. Dus ook al weet God precies wat hij wil, hij weet ook helemaal niet wat hij wil. En dat is precies wat hem alwetend maakt. Hij kent zelfs het gevoel van diepe onwetendheid in alle mogelijke manifestaties. (206-207)

Pantheïsme te simpel?

Toch verwerpt Warner de term “pantheïsme” (“Boeddhisme pantheïsme noemen is veel te simpel”, 42). Allereerst meent Warner dat de term pantheïsme impliceert dat we het geheel als een totaliteit kunnen begrijpen, en vervolgens dat pantheïsme speculatief en intellectueel is, dat gegrond is in concepten en ideeën, terwijl het boeddhisme gebaseerd is op directe ervaring (42). Ik ben eerlijk, ik begrijp beide argumenten tegen de term “pantheïsme”, zoals verwoord door Warner, niet. Ik zie niet in hoe pantheïsme impliceert dat we de totaliteit ook kunnen begrijpen. En ook het tweede bezwaar zie ik ook niet: pantheïsme is zelf inderdaad een concept of een idee, maar kan als zodanig ook prima gebaseerd zijn op ervaring. Mij dunkt dat Warner wellicht Spinoza nog maar eens moet lezen.

(Overigens, ik kan me voorstellen dat Warner gewoon een hekel heeft aan het concept “pantheïsme” omdat het een concept is, dus een hokje waar je je beleving in stopt. Hij geeft in zijn boek meermalen aan dat hij ook het concept “God” eigenlijk maar onzinnig of nutteloos vindt. Een dergelijk argument zou ik prima vinden, maar dat geeft hij in het geval van pantheïsme niet.)

Niet alleen is Warner geen goede schrijver, hij is helaas ook niet bepaalt een heldere filosoof of theoloog. Allereerst is er de inconsistentie dat hij weliswaar zegt dat God geen persoon is etc., maar anderzijds wel beschrijft dat God bepaalde dingen “wil” (“Dus ga je gang en doe het, en zoek uit wat God van je wil”, 208). En voor iemand die geïnspireerd is door de apofatische theologie, doet hij toch wel erg zijn best om te beschrijven hoe of wat God is. Maar wat hij beschrijft – ook de boeddhistische citaten – blijft hangen in vaagheid. Overigens heeft dat ook een voordeel: hij gaat voorbij aan allerlei metafysische kwesties.

Mijn grootste probleem met het boek en met Warners gebruik van de term “God” was: als God niets is, niet bestaat, niets doet (geen wonderen), wat is dan uiteindelijk de relevantie van God? Wat doet het bestaan van God ertoe? Ik vermoed dat Warner zou zeggen: “Uiteindelijk doet God er niet toe, hij maakt geen verschil.” Toch kan dat niet juist zijn, zoals ik aan het einde van deze bespreking zal beschrijven. God maakt volgens Warner een wereld van verschil.

Veel

Het boek gaat over nog heel veel meer dan over God – eigenlijk gaat het boek over van alles behalve over God (in die zin dat de term “God” veel voorkomt in het boek, zonder dat nu duidelijk wordt gemaakt wat ermee bedoeld wordt). Het boek gaat over religieuze intolerantie, over religieuze ervaring (uitgebreid beschrijft Warner zijn eigen religieuze ervaring, iets wat hij liever niet doet, omdat hij het beschrijven van iemands eigen religieuze ervaring een vorm van “verlichtingsporno” vindt), het gaat over meditatie opgevat als een beoefening van de dood, over de vraag of Boeddha God is (nee dus), over het feit dat Sam Harris volgens Warner in God gelooft (ja, heus!), over moraliteit en karma, al dan niet geloven in reïncarnatie, wondergeloof, zelfmoord in boeddhistisch perspectief, noem maar op. Hij omhelst Sam Harris, maar haalt flink uit naar Richard Dawkins en naar Deepak Chopra (die hij verdenkt van snel geld te willen verdienen).

Stilte en het al

Het laatste hoofdstuk heeft wellicht een aantal van de mooiste passages. God is stilte, zegt Warner. En dus zelf stil worden is de beste manier om God te ontmoeten (208). Mediteren dus. Maar uiteindelijk draait het allemaal om een ethische boodschap:

Als we God vergeten, is dat een grote vergissing, net als erop staan dat ons beeld van God het enige juiste is. Als we God vergeten, behandelen we elkaar en de wereld waarin we wonen als objecten. We kunnen dan niet inzien dat als we iemand kwaad doen, we onszelf kwaad doen [d.w.z. karma]. (…) Misschien als we geloven in – vertrouwen hebben, toegewijd zijn [dus geloof opgevat als pistis, zoals Warner elders in het boek stelt] – het universum waar we als God in leven, dat we dan samen de oplossingen kunnen vinden die zo verschrikkelijk hard nodig zijn. Het universum waarin we leven is, net als wij, de uitdrukking van het leven zelf. Als we dit eenmaal begrijpen, zullen we beter voor de wereld en voor elkaar zorgen. (212-213)

En zo is het maar net!

Brad Warner, Een godloze kijk op God: Een zenboeddhist over God.
Rotterdam: Asoka/Milinda Uitgevers 2014.
ISBN 9789056703295, 215 pp., € 19,90.

, , , , , , , , , ,

  1. #1 door Steven op 19 november 2014 - 19:47

    Eigenlijk dus een vrij knudde boekje, als ik je goed begrijp, Taede. Waarom zou je het dan bespreken?

  2. #2 door Egbert op 29 november 2014 - 01:53

    Misschien omdat je er altijd wel wat uit kunt halen, zie bijv de laatste passage.

%d bloggers op de volgende wijze: