Geloof en wetenschap niet in conflict vóór 2004? Een persoonlijke toelichting op mijn Nieuwwij-interview

Afgelopen week verscheen een interview met mij op de website van Nieuwwij.nl. Aanleiding daarvoor was de constatering van de webmaster van Nieuwwij.nl dat er steeds vaker tamelijk agressieve anti-religieuze reacties op de website binnenkwamen, en de vraag was waar dat vandaan kwam. Ik heb in het interview proberen aan te geven dat de situatie tamelijk complex is. In het interview zei ik ook dat ik denk dat met name sinds 2004 de algemene opinie lijkt te zijn geworden dat religie irrationeel is, mede door de discussies die toen losbraken over creationisme en Intelligent Design. Ik heb op die laatste constatering veel reacties gekregen. Ik wil die in dit weblog iets verder toelichten. Het is een lang essay geworden, daarvoor alvast mijn excuses…

Ik geef direct toe dat de bewering een zekere subjectieve component bevat. En zoals ook Ab Flipse op Facebook opmerkte, zo’n opmerking vraagt om nader onderzoek. Ik juich dat van harte toe. Toch denk ik dat mijn opmerking feitelijk accuraat is en niet louter een subjectief gevoel. Ik denk echt dat de kentering ten aanzien van de Nederlandse publieke opinie ten aanzien van religie te dateren valt zo rond 2004. Laat ik dit wat toelichten.

Boedelscheiding

Tijdens mijn studie Theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (van 1992 tot 1998) raakte ik geïnteresseerd in discussies omtrent geloof en wetenschap, mede onder invloed van mijn toenmalige docent Godsdienstfilosofie Andy Sanders en de Systematisch Theoloog prof.dr. Luco van den Brom (laatstgenoemde zou later mijn promotor, de eerstgenoemde mijn co-promotor worden). Ik heb mij al tijdens mijn studie Theologie stevig verdiept in “geloof en wetenschap”. Wat me toen al opviel, was dat er in Nederland vrijwel geen literatuur over bestond. Het veld was in Nederland volstrekt onbekend. Welnu, literatuur verschijnt wanneer ergens een probleem gevonden wordt. Dat het veld van “geloof en wetenschap” in Nederland volstrekt onbekend of nieuw was, gaf m.i. aan dat de meeste gelovigen én wetenschappers de relatie tussen theologie, geloof en natuurwetenschap niet als problematisch ervaren.

In Engelstalige boeken bleek bovendien dat creationisme binnen de academische theologie behoorde tot het verleden. Het was een beweging die vanaf pakweg 1920 tot halverwege de jaren 1960 in de VS veel bombarie had veroorzaakt, maar de meeste Amerikaanse theologen en natuurwetenschappers gaven de indruk dat creationisme iets was dat grotendeels tot het verleden behoorde.

Sterker nog, in gesprekken met natuurwetenschappers én veel theologen werd mij duidelijk dat veel natuurwetenschappers én vrijwel alle theologen geen enkele spanning tussen theologie en natuurwetenschap voelden. Zelfs natuurwetenschappers die zelf niet gelovig waren, spraken toch met een zeker respect maar ook met distantie over geloof en theologie. Als ik doorvroeg, kreeg ik meestal een antwoord dat vrijwel niet anders dan in termen van een “boedelscheiding” tussen geloof en wetenschap uitgelegd kan worden. De taal van religieus geloof heeft geen plek in een natuurwetenschappelijke beschrijving. Let wel, dat was een constatering van zowel natuurwetenschappers als theologen.

Desinteresse

Om eerlijk te zijn vond ik die constatering hoogst irritant. Bij theologen kwam immers boedelscheidingsdenken neer op een totale desinteresse wat betreft het natuurwetenschappelijke wereldbeeld. In een tijd waarin de theologie steeds meer onder druk kwam te staan (denk bijvoorbeeld aan de publicatie van Het verschijnsel theologie: Over de wetenschappelijke status van de theologie door H.J. Adriaanse, H.A. Krop en L. Leertouwer uit 1987 dat, toen ik theologie studeerde, nog voor veel theologen tamelijk traumatische reacties veroorzaakte), zag ik het als noodzakelijk dat theologie kennis nam van en in gesprek ging met wat ik toen “het natuurwetenschappelijke wereldbeeld” noemde.

Mijn bijzondere interesse gold toen het concept van Gods handelen, en ik meende wel degelijk dat het idee van Gods handelen minder plausibel werd door het toenemende fysicalisme en sciëntisme van de natuurwetenschappen. Ik had toen al een sterk besef van de cultuurvormende invloed van de natuurwetenschappen, wat ik in mijn dissertatie uit 2004 “cultureel sciëntisme” zou noemen: het fysicalisme en reductionisme (kortom: naturalisme) dat vanuit de natuurwetenschappen ook steeds verder onze samenleving binnen sijpelde. Ofschoon er toen absoluut geen sprake was van een conflictidee van geloof en wetenschap, was mij al wel duidelijk dat het toenemende naturalisme van het culturele sciëntisme ervoor zorgde dat God en geloof steeds irrelevanter werden in publieke discussies.

Divine action

Gods handelen oftewel divine action was op dat moment ook het meest bediscussieerde onderwerp in het Engelstalige veld van geloof en wetenschap, met name door de vele scientist-theologians die zich in discussies omtrent dit onderwerp mengden. In de VS was dat met name Ian Barbour, in Engeland waren dat Arthur Peacocke en John Polkinghorne. (Ik geef direct toe dat er meer namen te noemen zijn, maar deze drie blijven ook vandaag de dag nog iconen van het debat over divine action.)

Barbour was van oorsprong kwantumfysicus, net als Polkinghorne; Peacocke was van oorsprong biochemicus. En dan waren er nog de talloze protestantse en katholieke theologen die weer op de geschriften van deze geleerden reageerden. Ik heb in mijn boekenkast nog de talloze bundels staan die over dat onderwerp verschenen. Met name kwantummechanica en evolutie waren de loci van Gods handelen. Polkinghorne en Peacocke gingen bovendien in discussie met ideeën omtrent zelforganisatie (“emergentie”) en chaostheorie – theorieën die ik na een lezing van de hoogleraar Wiskunde prof.dr. Henk Broer en de Duitse fysicus Heinz-Otto Peitgen machtig interessant vond. Ik zou in 2004 op het gebruik van die theorieën in theologische modelvorming promoveren.

Het interessante daarbij was dat bij Amerikaanse en Britse theologen evolutie totaal geaccepteerd was. Darwins evolutietheorie werd bij de meesten volstrekt geaccepteerd, de vraag was alleen of de constatering dat het hele proces “louter toeval” was ook werkelijk door de feiten werd ondersteund. Ofschoon de vraagstelling lijkt op die van Intelligent Design (beter gezegd: de vraagstelling is later door ID volstrekt gekaapt), waren de toenmalige theologen volstrekt niet geïnteresseerd in gaten in de evolutietheorie, maar keken ze vooral naar nieuwe theorieën zoals die van emergentie of zelforganisatie, die aangaven dat er meerdere verklaringsniveaus in de werkelijkheid zijn, die ieder hun eigen verklarend paradigma hebben.

Zo betoogde bijvoorbeeld Peacocke dat de menselijke cultuur emergent is ten opzichte van de biologie (waarbij de biologie weer emergent is ten opzichte van de fysica). De cultuur verklaren door middel van biologische of fysische verklaringen werd door hem een filosofische doodzonde geacht, en daar waren veel natuurwetenschappers het toen helemaal mee eens. Peacocke accepteerde dus wel dat menselijke cultuur in de biologie gegrondvest was, maar dat cultuur als zodanig ook een emergent fenomeen was, dat op haar eigen niveau moest worden beschreven en verklaard. (De Dennetts en Wilsons hebben sinds die tijd veel meer culturele impact gekregen.) Peacocke zag God als een culturele entiteit, God werkte door de menselijke cultuur, en dat betekent dat dus God kan handelen én dat de evolutietheorie waar kan zijn. Peacocke verwierp tot op zekere hoogte de toenmalige sociobiologische verklaringen.

Om terug te keren naar de Nederlandse situatie: in mijn ogen lieten de Amerikaanse en Britse discussies zien dat daar een levendig debat over geloof en wetenschap gaande was, en ik was van mening dat die discussies ook voor de Nederlandse context interessant waren. Creationisme en Intelligent Design waren op dat moment helemaal niet aan de orde. Ik wist wel dat er in de jaren ‘70 en ‘80 met name in EO-kringen hevig gedebatteerd was over “Adam of Aap?” maar ik wist ook dat deze discussies voor en door een heel specifiek publiek geïnitieerd waren.

Zoals gezegd, ik voerde veel gesprekken met natuurwetenschappers, theologen en “gewone” gelovigen – ik was toen tamelijk betrokken op het kerkwerk in Drachten, waar ik toen woonde, ik hielp mee met plaatselijke rommelmarkten, haalde oud papier op, bezocht veel leerhuizen en gaf zelfs een tijdje kindernevendienst. Uit die gesprekken bleek dat de meeste mensen zich gewoon niet druk maakten om geloof en wetenschap. Het waren voor hen twee gescheiden werelden die elkaar niet leken te raken. Pas als je doorvroeg naar bijvoorbeeld de evolutietheorie of hoe God in de wereld kan handelen als alles door natuurwetten geregeerd wordt, merkte je ongemakkelijkheid, die echter vaak door een beroep op het mysterie werd geneutraliseerd en dan ook meestal het einde van het gesprek betekende.

Na 2001

Die situatie veranderde ook niet toen op 11 september 2001 – ik werkte op dat moment hard aan mijn proefschrift – vliegtuigen de Twin Towers in New York binnenvlogen en het Pentagon in Washington. Natuurlijk kwam toen religieus extremisme enorm in het nieuws, Al Qaida was voor de meeste Nederlanders een volstrekt nieuw en onbekend fenomeen. Er gingen toen al wel stemmen op dat de Islam een gewelddadige godsdienst was, óók door christenen. Ik reageerde dan vaak door te zeggen dat dat gevaarlijke kritiek was omdat die zich ook gemakkelijk op het christelijk geloof gericht kan worden. Dat gebeurde dan ook, toen in 2004 Sam Harris zijn boek The End of Faith publiceerde, en vooral toen in 2006 The God Delusion van Richard Dawkins verscheen.

Intelligent Design

De bestsellerstatus van die boeken dreef echter op nog een kracht: de Nederlandse discussies omtrent Intelligent Design, zoals die sinds eind 2004 ook in Nederland gevoerd werden. Eind 2004 was de beruchte Doverzaak in Dover, Pennsylvanië, waar ID door de zeer conservatieve rechter Jones tot oplichterij verklaard werd. Er verschenen kleine stukjes over die zaak in kranten als Trouw, NRC Handelsblad en De Volkskrant. Die stukjes deden in Nederland nog weinig. Ik was toen echter al wel geïnteresseerd, ik verdiepte me wat in de Amerikaanse achtergronden, en begreep dan ook direct wat er gebeurde toen toenmalig minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven, in het voorjaar van 2005 in een interview met een grote krant zei dat ze tot de conclusie was gekomen dat moest worden gekeken of ook in Nederland intelligent design een plaats moest krijgen in het biologieonderwijs. Later bleek dat ze tot die conclusie gekomen was na een gesprek met Cees Dekker, die toen nog sterk ID propageerde (maar daar later afstand van nam).

Na dat interview met Van der Hoeven barstte de bom. De kranten stonden bol van opiniebijdragen, journalisten gingen ineens schrijven over de achtergronden van creationisme en ID in Amerika, en op dat moment begon er in Nederland een dynamiek te ontstaan die tot dan toe ongehoord was. Ik promoveerde op 18 maart 2004 in Groningen op een proefschrift waar creationisme en ID totaal niet in genoemd werden. Ik was toen echter al wel bezig met het manuscript van de meer populariserende spin-off die in 2006 als God en de menselijke maat: Gods handelen en het natuurwetenschappelijk wereldbeeld (Zoetermeer: Meinema) gepubliceerd zou worden. In dat boek heb ik wel een hoofdstuk over ID opgenomen, omdat op dat moment de discussie al zo ongelooflijk heftig was dat ik daar uiteraard niet meer omheen kon.

Gevoel van dreiging onder wetenschappers

Ik merkte tijdens gesprekken ook dat ineens natuurwetenschappers ineens de dreiging voelden van fundamentalistische religie, zoals die in de VS ook daadwerkelijk een dreiging is geworden. In de VS wordt veel wetenschapsgeld uit privémiddelen betaald, met als gevolg dat religieuze lobbies veel druk uitoefenen op geldschieters met alle gevolgen van dien. Ik merkte dat veel natuurwetenschappers, de biologen voorop, de dreiging van ID inzagen, en dat daardoor de mening omtrent geloof en wetenschap begon te kenteren van “boedelscheiding” naar “(potentieel) conflict”. Uitingen door wetenschappers dat religie een irrationeel fenomeen was, die voordien sporadisch hoorbaar waren, waren ineens aan de orde van de dag, bijvoorbeeld op de opiniepagina’s van Nederlandse kranten. Het creationisme in Nederland heeft zich sindsdien nog regelmatig stevig laten horen. Zo werd er onder veel mediabelangstelling “oersoep” geserveerd op het Binnenhof en staken Urker creationisten zich diep in de schulden door een creationistische folder bij de huis-aan-huisreclame te laten verspreiden, wat opnieuw tot zeer veel media-aandacht leidde.

De discussie over creationisme en ID begon halverwege 2005 echt goed op stoom te komen, met name tijdens de zomermaanden, toen er verder weinig nieuws was. Dat betekende dat de discussie zich in de loop van 2005 en 2006 langzaam begon te vermengen met nog een discussie, namelijk die over de irrationaliteit van religie en het gevaar van religie voor de samenleving. Die laatste discussie werd namelijk aangezwengeld door de nieuwe atheïsten, waarvan de boeken toen in het Nederlands verschenen en direct bestsellers werden. Daar kwam nog bij dat in 2004 de terroristische aanslagen in Madrid en Londen plaatsvonden en in november de moord op Theo van Gogh, zodat discussies over fundamentalistische islam er ook plotseling in betrokken werden. Dit alles zorgde ervoor dat in Nederland een situatie ontstond waarin religie door velen ineens irrationeel werd gezien, omdat religie zich verzet tegen wetenschap die op dat moment ook symbool stond voor alles waar wij in het Westen voor staan. (Herman Philipses Atheïstisch manifest werd in 2004 herdrukt en werd opnieuw een bestseller.) Maar religie werd door velen ook ineens gevaarlijk geacht voor de democratie.

Conclusie

Tot en met 2004 was het vooral de Islam geweest die in de ogen van atheïsten en christenen gewelddadig was en een bedreiging voor alles wat wij in onze moderne samenleving koesteren. Sinds de discussie over ID en creationisme in 2005 werd ook het christelijk geloof daar ineens in betrokken. Er zijn uiteraard veel meer factoren te noemen die ervoor gezorgd hebben dat in onze samenleving religie in de ogen van velen irrationeel en gevaarlijk is, zoals een aantal Paarse kabinetten die ervoor gezorgd hebben dat religie ook vanuit de politiek veel sterker teruggedrongen is naar de privésfeer.

Hoe dan ook, voor 2004 waren er ook wel schermutselingen over geloof en wetenschap, en waren er ook wel wetenschappers die zeiden dat religie irrationeel en potentieel staatsgevaarlijk was. Maar sinds 2004 is er een dynamiek ontstaan waarbij discussies over creationisme en ID zich mengden met discussies over de vermeende gewelddadigheid van de Islam en het nieuwe atheïsme, wat, zo concludeer ik dus, in Nederland uiteindelijk voor een vruchtbare voedingsbodem heeft gezorgd voor antireligieuze sentimenten. Mede door de verharding van de samenleving onder invloed van PVV-retoriek, zijn die antireligieuze sentimenten nu niet langer beperkt tot het anonieme internet, maar komen ze ook steeds vaker voor in de publieke sfeer.

Maar laat ik op dit punt niet het interview nog eens dunnetjes overdoen. Mijn betoog is al te lang geworden. Nogmaals, het laatste woord zal hierover niet gesproken zijn, en zullen sommigen het wellicht met mij oneens zijn. Ik hoop dan ook dat naar deze Nederlandse discussies ooit nog eens verder gedetailleerd onderzoek gedaan wordt.

, , , , , , , , , , , , , , ,

  1. #1 door gert korthof op 22 december 2015 - 11:35

    Taede, je vergeet de onthulling van de EO-censuur die een grote impact had in Nederland doordat er ontzettend veel over geschreven en gediscussieerd werd op websites, kranten, tijdschriten, radio, tv.
    Zie het blog ‘EO: Vals getuigenis’ van Gerdien de Jong op 27 juli 2007, hierin werd voor het eerst evolutie-censuur aangetoond in de documentaires van David Attenborough.
    Het werd toen duidelijk dat het geloof van een miljoen Nederlanders vereist dat evolutie ontkent moet worden, zelfs gecensureerd moet worden. Dat gaf een schokgolf door de Nederlandse media, die zelfs tot in het buitenland reikte.

  2. #2 door Joop Romeijn op 23 december 2015 - 07:50

    Zoals ik ook in NieuwWij is een tekortkoming in de geschiedschrijving dat te makkelijk kritiek op de Islam en passant ook gezien wordt als kritiek op het Christendom (ja, op alle religies)
    De Islam-kritiek, zonder feitenkennis, is gegroeid de laatste tien jaar. Maar verder lijkt me dat Smedes zich de sneeren van Amerikanen (en een Engelsman) zoals Dawkins teveel aantrekt, alsof dat ook een Nederlandse belangrijke atheïstische stroming is.

    Over dat ‘zich aantrekken’ het volgende
    Ik hoor bij de mensensoort waar de DSTS dol op is: met een dual belonging, in mijn geval tegelijk boeddhist en atheiïst zijn, een variant die nu juist niet de belangstelling heeft.
    Vanaf 2004 heb ik daarin steeds meer last van christenen die mij de maat nemen, de les leren etc.
    Maar neemt dat echt toe, vraag ik me dan in eerlijke introspectie af? Misschien ben ik er wel gevoeliger voor geworden en zijn dit type uitspraken van christenen niet toegenomen.

    Kortom: misschien signaleert Smedes eigenlijk een ander probleem: een toegenomen gevoel van slachtofferschap, ook bij christenen?

  3. #3 door Steven op 26 december 2015 - 10:24

    Taede,

    Voor zover dit soort culturele stemmingen überhaupt goed te onderzoeken zijn, denk ik dat je een factor vergeet. Vanaf de jaren zestig was het paradigma dominant dat religie z’n tijd zou hebben gehad. Dit secularisatieparadigma was achteraf gesproken blind voor de niet-westerse wereld en ook voor de blijvende vitaliteit van religie in het westen. Dit heeft in het nieuwe millennium een backlash veroorzaakt onder sommige westerse intellectuelen, in de richting van fundamentalistisch atheïsme. De mildheid waarover jij spreekt mbt de jaren tachtig en negentig was deels veroorzaakt door het idee dat religie eigenlijk sowieso geen rol meer zou spelen. De huidige situatie blijkt anders (cf. ook Habermas). Je kunt de door jou genoemde antireligieuze stemming dus prima verklaren als bijverschijnsel van de onverwacht grote vitaliteit van religie in deze laatmoderne tijd.

  4. #4 door Andries op 30 april 2016 - 21:58

    Ik denk dat het verzet tegen de irrationele aspecten van religie een gevolg is van de vrij plotseling sterk toenemende globalisering en beschikbaarheid van informatie. Mensen verplaatsen zich bovendien makkelijker en de Islam verspreidt zich nu waar het Christendom dat al veel eerder deed tijdens de dominantie van het westerse imperialisme. Door de spanningen die dit effect geeft komen de tekortkomingen van religies nu versneld bloot te liggen.

    Bij bijvoorbeeld Boeddhisme, Yoga, Tantra en meditatie in het algemeen zie je die spanningen niet of veel minder omdat ze van nature veel meer ervaringsgericht zijn en weinig irrationele of dogmatische onderbouwing kennen. Daardoor zijn ze ook beter inpasbaar bij het wetenschappelijk empirische wereldbeeld, zelfs als de eventuele bijbehorende kosmologien nauwelijks overeenkomen met de wetenschappelijk-empirische manier van denken.

    De Indiase filosoof en ziener P. R. Sarkar kwam in de jaren ’80 met een zogenaamde microvitawetenschap-theorie, die volgens hem de kloof tussen de objectieve wetenschap en het begrip van de relatie met God of het Kosmisch Bewustzijn in de toekomst zal weten te overbruggen.
    Microvita vormen volgens Sarkar (ik omschrijf het ongeveer, ik las er lang geleden over) een soort brug tussen leven en materie, maar tevens tussen bewustzijn en materie en alle materie in het universum zou er uit opgebouwd zijn. Je zou ze in verschillende categorien hebben, de meeste te klein nog voor waarneming, maar de grootste zouden zich uiten in de vorm van virussen die nog net zichtbaar zijn te maken.
    Uiteindelijk zouden ze kunnen gaan verklaren hoe ziekte, gezondheid en genezing “werken”, hoe de evolutie plaats vindt (niet volgens enkel toevalsprocessen, maar ook via de inbouw van virussen in het te veranderen genoom), hoe materie ontstaat, wat precies leven is, hoe collectieve paradigmawisselingen en andere omslagen in het denken plaats kunnen vinden en zelfs hoe je kunt verklaren dat tweelingen op grote afstand elkaars gevoelens kunnen waarnemen, om wat dingen te noemen.

    De menselijke beschaving bestaat nog relatief kort, niet veel langer dan een jaar of 10.000 en is nog tamelijk primitief. Dus is het helemaal niet gek dat onze religies deels nog geworteld zijn in de prehistorische bijgelovig-mythische manier van denken en nog bijna geen dwarsverbindingen hebben met de wetenschap. Ik denk dat dit in de toekomst sterk zal verbeteren, als de wetenschappelijke kennis zelf ook steeds subtieler en dieper wordt.

  5. #5 door Bert Morriën (@bertmorrien) op 12 mei 2016 - 11:56

    Andries,

    Dat geloof en wetenschap vóór 2004 niet in conflict waren geloof ik niet, daarvoor zijn er teveel tegenvoorbeelden.
    Dat de discussie daarover na 2004 toegenomen is geloof ik best, daar zijn vele aanwijzingen voor en de opkomst van de nieuwe media heeft daar veel mee te maken.
    Persoonlijk denk ik dat het te maken heeft met het toenemende besef dat er buiten de menselijke maat ook grotere en kleinere zijn.
    Van de natuurlijke fenomenen waren er altijd al die het bevattingsvermogen van de mens overstegen. De sterren waren onbereikbaar en dat gold ook voor wat er onder de oppervlakte van allerhande levende en dode dingen zat die ons onder ogen kwamen.
    De menselijke maat is volstrekt willekeurig. Dat geldt voor tijd ruimte en massa, voor seconde, meter en gram.
    Voor sommige processen gelden tijdmaten van miljarden jaren, voor andere gelden femtoseconden, van 30000000000000000 tot minder dan 1/1000000000000000 seconden en afmetingen en massa kennen ook dergelijke gigantische bereiken.
    Traditioneel was alles buiten de menselijke maat voor God gereserveerd, maar die heeft er dus al vèr voor 2004 een concurrent bijgekregen, namelijk de wetenschappelijke maat. Die wetenschap is echter niet voor iedereen toegankelijk en dus is er een conflict tussen mensen die nog menen dat er ruimte is voor God voor zaken die buiten de menselijke maat liggen en mensen die claimen dat God een vergissing is.

  1. Truth business – Ineffable
%d bloggers op de volgende wijze: