God in Nederland 1966-2015: Met zevenmijlslaarzen naar een postchristelijke samenleving met een post-theïstisch geloof

Vandaag wordt het nieuwe onderzoek God in Nederland: 1966-2015 gepresenteerd. Ik heb er al reikhalzend naar uitgekeken, en had me ook al aan een paar voorspellingen gewaagd. Maar de uitkomst is verrassender dan ik had verwacht. Ik ben me nog in het onderzoek aan het verdiepen. Er valt veel te zeggen over het onderzoek, heel veel informatie uit te halen.

In wat volgt geef ik een aantal eigen observaties, gebaseerd op het boek God in Nederland 1966-2015 geschreven door Ton Bernts en Joantine Berghuijs dat dinsdag a.s. bij uitgeverij Ten Have verschijnt. Paginaverwijzingen zijn naar dat boek.

Doorgaan met het lezen van “God in Nederland 1966-2015: Met zevenmijlslaarzen naar een postchristelijke samenleving met een post-theïstisch geloof”

400 jaar Groninger theologie in het publieke domein (boekbespreking)

Theologie wordt vaak gezien als een esoterisch, gesloten geheel dat weinig van doen heeft met het dagelijkse leven of met de maatschappij. Die visie ontstaat enerzijds door het, toegegeven, soms esoterisch-aandoende taalgebruik van theologen. Theologie is een discipline met een eigen discours, dat je je eigen moet maken om de discussies binnen die discipline te kunnen volgen. (Daarin verschilt het overigens niet van andere wetenschappelijke disciplines.) Anderzijds ontstaat die visie doordat theologen vaak weinig zichtbaar zijn in het publieke debat. Was dat vroeger anders? Of heeft de onzichtbaarheid van theologen in het publieke debat wellicht verband met de secularisatie?

In juni 2014 vond aan de Faculteit der Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen een symposium plaats over 400 jaar Groninger theologie in het publieke domein. Daaruit is een bundel voortgekomen die onlangs is verschenen en die ik hieronder bespreek. In die bundel zijn de vijf lezingen die toen gehouden werden verzameld. Aangezien ikzelf theologie in Groningen heb gestudeerd en omdat ik geïnteresseerd ben in de relatie tussen geloof en samenleving, leek het me een interessante bundel, waarbij ik bovendien de indruk had dat het boek, gezien het onderwerp – de verhouding van theologie tot het publieke domein – wellicht ook een bredere belangstelling zou verdienen.

Doorgaan met het lezen van “400 jaar Groninger theologie in het publieke domein (boekbespreking)”

Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 3, slot)

Vorige week las ik het boek Religie na de religie: Gesprekken over de toekomst van het religieuze van Luc Ferry en Marcel Gauchet (Kampen: Klement / Kapellen, België: Pelckmans 2005, 2e druk 2008). Ik bespreek in deze reeks van drie blogbijdragen een aantal punten uit dit boek.

Gisteren liet ik zien wat Luc Ferry verstaat onder ‘het religieuze’. In deze laatste bijdrage behandel ik de opvatting van ‘het religieuze’ bij Marcel Gauchet. Daarna probeer ik, aan het einde gekomen van de drie bijdragen, een aantal draden bij elkaar te trekken.

(Bron afbeelding: Bol.com.)

Doorgaan met het lezen van “Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 3, slot)”

Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 2)

Vorige week las ik het boek Religie na de religie: Gesprekken over de toekomst van het religieuze van Luc Ferry en Marcel Gauchet (Kampen: Klement / Kapellen, België: Pelckmans 2005, 2e druk 2008). Ik bespreek in deze reeks van drie blogbijdragen een aantal punten uit dit boek.

Gisteren heb ik het boek kort ingeleid en heb ik laten zien hoe Ferry en Gauchet ‘het religieuze’ onderscheiden van religie. Maar wat verstaan beide heren onder ‘het religieuze’? Vandaag behandel ik Ferry’s opvatting van ‘het religieuze’ zoals hij die op verschillende plekken in het boek uiteenzet. Het is dus mijn voorzichtige reconstructie van Ferry’s positie.

(Bron afbeelding: Bol.com.)

Doorgaan met het lezen van “Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 2)”

Naar een nieuwe opvatting van theologie? Een verdiepend commentaar.

De afgelopen dagen heb ik op de website van Nieuwwij.nl een discussie gevoerd met theoloog Hendro Munsterman over de vraag of een ongelovige theoloog ook en theoloog is. (Mijn voorzet. Vervolgens de reactie van Hendro Munsterman.) Mijn derde brief van gisteren bevat in een nutshell mijn idee van hoe theologie aan een universiteit nog mogelijk is, terwijl het tegelijkertijd iets meer is dan godsdienstwetenschap. (Terwijl ik dit schrijf, is de vierde brief, de afsluitende van Hendro, nog niet gepubliceerd.)

Ik geef toe dat daarmee de discussie daarmee wat verschoven is van de vraag of een ongelovige theoloog ook echt een theoloog kan zijn, maar ik denk ook dat het min of meer een logische consequentie is van mijn betoog dat een ongelovige wel degelijk theoloog kan zijn. Uit de voorzet van mij en de reactie van Munsterman bleek dat het antwoord op de vraag afhangt wat je onder “theologie” verstaat. Zoals ik betoog denk ik dat theologie opgevat als “gelovig denken over geloof” niet langer kan aan de manier waarop vandaag de dag aan universiteiten wetenschap wordt bedreven. Wil theologie dus een plaats aan de universiteit willen behouden, dan zal het zich opnieuw moeten legitimeren of herdefiniëren. In feite ben ik bezig met die doordenking, dat is ook de kern van mijn derde brief.

Maar ik kan me ook voorstellen dat mijn verhaal vraagtekens oproept, vandaar dat ik hier een aantal ideeën nog wat verder toelicht. Ik doe dat door een aantal alinea’s uit mijn brief te herhalen en verder uit te werken.

Doorgaan met het lezen van “Naar een nieuwe opvatting van theologie? Een verdiepend commentaar.”