Artikelen getagd met Ben Hobrink

Ben Hobrink revisited

Het is alweer ruim een jaar geleden dat Tjerk Muller op mijn weblog gewag maakte van het plagiaat dat Ben Hobrink in zijn boek Moderne Wetenschap en de Bijbel pleegt (zie HIER, voor het vervolg HIER, HIER en HIER). Het Nederlands Dagblad pikte dit nieuws op en het werd toch een klein relletje.

Echter, afgelopen weekend zag ik in een boekhandel het boek liggen. Toen ik er eens doorheen bladerde, schoten me die paar zinnen door het hoofd die in het Nederlands Dagblad waren afgedrukt:

De eerste druk van Moderne wetenschap in de Bijbel , verscheen in 2005. Inmiddels is de achtste druk in voorbereiding. Hobrink is gisteren in verband met het geconstateerde plagiaat op gesprek geweest bij zijn uitgever. ,,Hobrink heeft verzuimd voldoende verwijzingen te vermelden”, zegt Gerrit Hoekstra van Uitgeverij Gideon. ,,Wij wisten daar niets van. Anders hadden we hem gevraagd verwijzingen te vermelden, daar zijn we heel pinnig op.”

In de achtste druk worden de ,,onvolkomenheden” aangepakt, zegt Hoekstra. Hij benadrukt dat het niet zo is dat het hele boek van plagiaat aan elkaar hangt. ,,Het gaat slechts om een klein gedeelte van het boek.”

Maar toen ik door het boek bladerde, de laatste druk uit juni 2008, zag ik nergens “herziene druk” of “gewijzigde druk” of iets dergelijks vermeld. Het boek is klaarblijkelijk ongewijzigd herdrukt. Met andere woorden: Uitgeverij Gideon heeft helemaal niets gedaan, heeft gewoon alle commotie rond het boek van Hobrink laten overwaaien, en gaat nu rustig door met het plegen van illegale activiteiten (want dat is plagiaat namelijk). Het boek is namelijk nog altijd een bestseller.

Hier komt dus de ware aard van evangelicalen boven: ze prediken Gods woord, maar niets menselijks is hen vreemd. Was het niet Jezus zelf die dergelijke huichelaars al veroordeelde?

Bah, wat heb ik toch een hekel aan dat soort mensen, werkelijk zum kotsen…

, , ,

8 reacties

Hobrink preekt nog altijd

Ondanks alles wat er al over het plagiaat in zijn boek gezegd en geschreven is, gaat Hobrink nog altijd door met groot geld verdienen. Zo was hij op 6 december in Apeldoorn, waar hij een kudde refo’s aan zijn lippen wist te krijgen met zijn gezwets over Mozes die nog snel even wat dingen over konijnen opschreef, terwijl hij miljoenen Israëlieten door de woestijn leidde. (Hoeveel onzin kan een mens verdragen!) Ook zevert hij nog eventjes tegen evolutionisten. Van de avond zijn opnames van gemaakt, waarvan ruim 8 minuten op Youtube zijn te vinden.

Wel even een waarschuwing vooraf: in de laatste minuten worden er wat gezangen gezongen. Er is niets mis met uw computer, mocht u denken dat het geluid plotseling slow motion klinkt, dit is nu eenmaal de snelheid waarmee refo’s zingen. Het stemt niet bepaald tot vrolijkheid…



Geluidsopnamen van de avond (ik vermoed de volledige lezingen etc.), zijn in MP3-formaat HIER te downloaden. Ik heb me er nog niet toe kunnen brengen de opnames te beluisteren. Deze post is bedoeld om aan te geven dat Hobrink nog niet is uitgezwetst.

, ,

21 reacties

Hobrink: De aap komt uit de mouw!

Vandaag besteedt het Nederlands Dagblad uitgebreid aandacht aan de ‘kwestie Hobrink’. De beschuldiging van plagiaat klopt als een bus, en uitgeverij Gideon heeft nu Hobrink gedwongen het boek voor de volgende druk drastisch te wijzigen. Ik ben benieuwd waar die wijzigingen uit bestaan en in hoeverre er nog meer beschuldigingen van plagiaat boven water komen. 

Er is nu naar boven gekomen dat hij in ieder geval uit één van de vele door Hobrink in voetnoten genoemde boeken integraal stukken zijn overgenomen. Hobrink geeft bovendien toe ook stukken uit Amerikaanse blaadjes te hebben overgeschreven, die niet als bron vermeld zijn. Dit roept op zijn minst de vraag op of hij nog meer heeft zitten overtikken… Wordt vervolgd…?

Dit is de link naar het voorpagina-artikeltje in het Nederlands Dagblad.

Dit is de link naar het uitgebreide artikel in het Nederlands Dagblad.


Wegwijzer naar de stukken van Tjerk Muller op deze weblog:

  1. Mullers eerste bijdrage, waar het allemaal mee begon: HIER.
  2. Mullers tweede bijdrage, met meer voorbeelden: HIER.
  3. Mullers persoonlijke conclusies: HIER.

, , ,

3 reacties

Tjerk Muller over Hobrink – een inhoudelijke beschouwing

Hieronder nogmaals een gastbijdrage van Tjerk Muller: een uitgebreide inhoudelijke en persoonlijke beschouwing over Hobrinks ondeugdelijke werkwijze. 

N.B.! Morgen – zaterdag 17 augustus 2007 – zal het Nederlands Dagblad (onder voorbehoud) aandacht schenken aan het plagiaat van Hobrink.

 


 

 

De oppervlakkigheid van Hobrinks Moderne Wetenschap in de Bijbel

Tjerk Muller 

Waarom is het van belang dat Ben Hobrink zijn ideeën en zelfs hele alinea’s in Moderne Wetenschap in de Bijbel klakkeloos heeft overgenomen van andere auteurs? Omdat het symptomatisch is voor de oppervlakkigheid van zijn werk. 

Hobrink stelt dat de Bijbel de wetenschap 3.500 jaar vooruit is. Zijn argument hiervoor is dat de bijbel regels bevat inzake voeding, hygiëne en quarantaine, die de wetenschap pas duizenden jaren later heeft ontdekt. 

Dat bevestigt orthodoxe gelovigen in hun overtuiging dat de bijbel een bovennatuurlijke oorsprong heeft, hetgeen de populariteit van Hobrinks werk verklaart. Het is echter baarlijke nonsens. Hobrink projecteert moderne medische kennis terug op de taboe- en heiligheidswetgeving van een antiek Oud-Oosters werk. 

Anachronismen en inlegkunde

Voorbeeld van zo’n anachronistische interpretatie: volgens Hobrink mag je het vet van een dier niet eten omdat dit hart en vaatziekten veroorzaakt. Maar dat is niet wat de bijbel erover zegt. Daar is het ‘vette’ juist het beste deel van het dier (Gen. 41:2; 45:18; 49:20; Ez. 34:3). Jesaja 25:6 “Op deze berg richt de HEER (…) een feestmaal aan .. rijk aan merg en vet” is toch echt een aankondiging van zegen. Het vette deel moest als beste stuk dan ook aan de HEER worden gewijd (Lev. 3:16). We mogen toch aannemen dat de bijbelschrijvers hun God geen hart- en vaatziekten toewensten. 

Volgens Hobrink waren hazen en konijnen onrein omdat ze vreselijke ziekten konden overbrengen. Maar de bijbeltekst zegt heel iets anders: “Ook de haas, omdat die wel herkauwt, maar geen gespleten hoeven heeft; onrein zal die voor u zijn” (Lev. 11:6). Probleem is volgens de bijbel niet dat het diertje ziekten overbrengt, maar dat hij ‘niet uit één stuk’ is, net zoals het veld dat met tweeërlei zaad ingezaaid is en de jas uit twee verschillende soorten materialen dat niet zijn. Dat druist in tegen het zuiverheidsideaal van de Levitische wetgeving. 

Kortom: Hobrink leest de bijbel niet nauwkeurig, en bezondigt zich aan de lopende band aan inlegkunde. 

Het ontbreken van medische kunde in de bijbel

Een kritische geest had Hobrink hiervoor kunnen behoeden. Wat moet je met een quarantainewet die volkomen ongevaarlijke psioriasispatiënten uitstoot (Lev. 13), maar tubercoloselijders niet? 

Wat moet je met een hygiënewetgeving die het aanraken van een dode of een zaadlozing/geslachtsziekte tot taboe verklaart, maar niets zegt over het wassen van je handen wanneer je in contact komt met het bloed of braaksel van een patiënt? En nee, “enige vloeiing uit het vlees” (Lev. 15) omvat niet ook zweet, pus, braaksel, bloed en traanvocht, aangezien “vlees” hier een eufemisme is voor penis/ schede. 

Het gaat om taboewetgeving waarin een magisch ontzag tot uitdrukking komt voor zaken die met leven en dood, voortplanting en sterven te maken hebben; niet om medische regels. Vandaar de ‘onreinheid’ bij menstruatie, geslachtsverkeer, zaadlozingen en uitscheidingen. Wat is bijvoorbeeld de medische reden dat een vrouw als ze een zoon baart zeven dagen onrein is, en als ze een dochter ter wereld brengt, veertien dagen? (Lev. 12:1-5). 

Een beetje kritische geest zou de volgende vraag toch stellen: als het eenvoudig wassen van de handen voldoende was in het ziekenhuis van Semmelweis om de kraamsterfte uit te bannen; waarom dan een quarantaine van zeven dagen als je een dode muis hebt verwijderd? De uitvaartbranche kan wel stoppen als we de Levitische wetgeving gaan toepassen, evenals de milieudienst en het ziekenhuis. En als de bijbel de wetenschap werkelijk duizenden jaren vooruit is, waarom dan niet het recept voor zeep erin vermeld, en de kennis hoe je antibiotica maakt? Dat had werkelijk miljoenen doden gescheeld. 

Maar feit is dat we in de bijbel helemaal geen medische wetenschap aantreffen: geen aanwijzingen hoe je zalfjes moet maken, hoe je een been spalkt, hoe je ziektebeelden moet herkennen en hoe je operaties moet uitvoeren. Wel vinden we in de bijbel wetten over huiduitslag, uitscheiding uit het geslachtsdeel en de lakmoesproef om een overspelige vrouw te herkennen: men neme wat stof van de vloer van het heiligdom; menge dat met water, en geve dat de vrouw te drinken. Als dan haar buik opzwelt is ze vreemdgegaan (Num. 5). Dat is het niveau van de ‘medische kennis’ van de bijbel. 

Wens en werkelijkheid 

Taede Smedes noemt het verontrustend dat christenen (met name in de orthodoxe hoek van de kerk) zo met het boek van Hobrink weglopen. Dat is het inderdaad, aangezien een beetje kritisch denken en kennis van zaken Hobrinks boekje doorprikt als een aaneenschakeling van argumentatieve ballonnetjes, gevuld met weinig meer dan lucht. Maar kennelijk is de wens, tastbare bewijzen te hebben dat de bijbel een bovennatuurlijke Oorsprong heeft, sterker dan de rede.

Tjerk Muller zit vlak voor zijn afstuderen in de Godgeleerdheid, hoofdvak Oude Testament.

 


 

N.B.! Morgen – zaterdag 17 augustus 2007 – zal het Nederlands Dagblad (onder voorbehoud) aandacht schenken aan het plagiaat van Hobrink.

, , ,

5 reacties

Hobrinks plagiaat nog verder toegelicht

Hieronder staat een vervolg-gastbijdrage van Tjerk Muller over de ‘zaak Hobrink’. De vorige bijdrage van Muller is HIER te lezen.


Taede Smedes verzocht me met meer voorbeelden te komen van plagiaat in het werk van Ben Hobrink Moderne Wetenschap in de Bijbel (Gideon, 5e druk, 2006).

Hieronder vindt de lezer het voorbeeld dat me op het spoor zette van plagiaat. Ik wilde nagaan of Hobrinks gegevens klopten bij zijn bewering dat de besnijdenis beschermt tegen penis- en baarmoederhalskanker en dat het juist op de achtste dag het beste uitgevoerd kan worden omdat er dan de meeste stollingsfactor in het lichaam van de baby aanwezig is (Hobrink, 2006, 5e druk, 75-81). Tijdens het zoeken naar medische data stuitte ik op dit essay van de hand van S. I. McMillen, waarin deze exact dezelfde claims doet als Hobrink. Er ging een belletje rinkelen.

Vergelijk deze betooglijn over baarmoederhalskanker:   

McMillen

 

Hobrink

“In 1954, in a vast study of 86,214 women in Boston, it was observed that cancer of the cervix in non-Jewish women was eight and one half times more frequent than in Jewish women. (…)[*]

 

“Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwen van Joodse, dus besneden mannen 9 á 10 keer zo weinig baarmoederhalskanker krijgen als vrouwen van niet-besneden mannen.[*]

 

A number of recent studies have borne out the fact that freedom from cancer of the womb is not due to factors such as race or food or environment, but wholly to circumcision. Other convincing studies were made in India. (…)

 

 

Dat geldt niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in andere landen. Dit resultaat is niet afhankelijk van ras, voedsel of omgeving.

An editorial in the American Journal of Obstetrics and Gynecology, notes that both Jewish women and Indian Moslem women have a low incidence of cervical cancer, and observes that these two otherwise dissimilar people, have only one pertinent common denominator in their backgrounds-circumcision of the males. The editorial further records that in the Fiji Islands the cervical cancer rate is definitely lower among those people who practice circumcision.”

 

 

Ook bij vrouwen van moslims

 

 

of van besneden mannen op de Fuji eilanden komt 10 keer zo weinig baarmoeder-halskanker voor als normaal.”

 

 

 

[*]Beide auteurs verwijzen hier naar hetzelfde artikel: W. B. Ober, and L. Reiner, “Cancer of Cervix in Jewish Women,” New England Journal of Medicine. Alleen heeft McMillen hier op volgens: “(November 30, 1954, pp. 555-559)”; en Hobrink: “Vol. 251 (30 september 1954, blz. 556)”.

Dat is zonder bronverwijzing al dubieus, maar het gaat nog veel verder dan dat, zoals ik in een vorige bijdrage al liet zien: hele alinea’s worden door Hobrink bijna woord-voor-woord overgenomen. In Hobrink’s betoog waarom God de achtste dag uitkoos voor de besnijdenis (Hobrink, 2006, 5e druk, 77), volgt hij McMillen op de voet. Ik heb het betoog van beide auteurs hier in stukjes geknipt en per alinea onder elkaar gezet.

McMillen: “L. Emmett Holt and Rustin McIntosh report that a newborn infant has “peculiar susceptibility to bleeding between the second and fifth days of life….Hemorrhages at this time, though often inconsequential, are sometimes extensive; they may produce serious damage to internal organs, especially to the brain, and cause death from shock and exsanguination.”

Hobrink: “De bekende kinderarts L. E. Holt schrijft dat baby’s de eerste vier levensdagen bijzonder vatbaar zijn voor bloedingen: “Bloedingen in die tijd zijn soms zeer hevig; ze kunnen ernstige schade toebrengen aan de inwendige organen, speciaal aan de hersenen, en de dood veroorzaken door shock of leegbloeden.” Uit de verslagen van Holt blijkt dat de besnijdenis het beste kan plaatsvinden op de achtste dag.”

McMillen: “It is felt that the tendency to hemorrhage is due to the fact that the important blood-clotting element, vitamin K, is not formed in the normal amount until the fifth to the seventh day of life. If vitamin K is not manufactured in the baby’s intestinal tract until the fifth to the seventh day, it is clear that the first safe day to perform circumcision would be the eighth day, the very day that Jehovah commanded Abraham to circumcise Isaac. A second element which is also necessary for the normal clotting of blood is prothrombin. A chart based on data discussed in Holt Pediatrics reveals that on the third day of a baby’s life the available prothrombin is only thirty per cent of normal.”[**]

Hobrink: “Dat baby’s de eerste dagen zo gemakkelijk leegbloeden, komt doordat de belangrijke bloedstollingselementen pro-trombine en vitamine K niet voldoende aanwezig zijn. De hoeveelheid pro-trombine die de baby de eerste dagen heeft, is overgebleven van de moeder en is op de derde dag nog slechts dertig procent van normaal. En vitamine K is bijna helemaal afwezig. Dat komt omdat het lichaam van de baby geen vitamine K van de moeder heeft gekregen en het ook nog niet zelf heeft kunnen aanmaken. Vitamine K wordt namelijk door bacteriën in onze darmen aangemaakt, maar omdat een baby steriel wordt geboren duurt het enkele dagen voordat de bacteriewerking goed op gang komt en voldoende vitamine K wordt aangemaakt.”

McMillen: “Any surgical operation performed on a baby during that time would predispose to serious hemorrhage.”

Hobrink: “Daarom zal tussen de tweede en de vijfde dag elke operatie of verwonding de baby ernstig in gevaar
brengen. (…)”

McMillen: “From the chart we also see that the prothrombin skyrockets on the eighth day to a level even better than, normal – 110 per cent. It then levels off to 100 per cent. It appears that an eight-day-old baby has more available prothrombin than on any other day in its entire life.

Thus one observes that from a consideration of vitamin K and prothrombin determinations the perfect day to perform a circumcision is the eighth day.”

Hobrink: “Vanaf de derde dag vliegt de hoeveelheid bruikbare pro-trombine omhoog en bereikt op de achtste dag een bovennormaal niveau van 110 procent. Daarna daalt de hoeveelheid tot normaal en blijft gedurende het hele leven op de standaardwaarde van 100 procent. Op de achtste dat heeft een baby dus meer bruikbare pro-trombine dan op enige andere dag in zijn leven! Dat wil zeggen dat op de achtste dag een bloeding sneller stopt dan op enig ander moment in zijn bestaan. Met andere woorden: de perfecte dag voor de besnijdenis is de achtste dag.”

McMillen: “We should commend the many hundreds of workers who labored at great expense over a number of years to discover that the safest day to perform circumcision is the eighth. Yet, as we congratulate medical science for this recent finding, we can almost hear the leaves of the Bible rustling. They would like to remind us that four thousand years ago, when God initiated circumcision with Abraham, He said, “And he that is eight days old shall be circumcised. . . .Abraham did not pick the eighth day after many centuries of trial-and-error experiments. Neither he nor any of his company from the ancient city of Ur in the Chaldees had ever been circumcised. It was a day picked by the Creator of vitamin K.”

Hobrink: (…) “Na jaren van onderzoek is ontdekt waarom besnijdenis belangrijk is en op welke dag die het beste kan worden uitgevoerd. We willen de medische wetenschap daar hartelijk mee feliciteren, maar we kunnen bijna de bladzijden van de Bijbel horen ritselen. Zij roepen ons toe dat God al 4.000 jaar geleden de besnijdenis heeft ingesteld en meteen daarbij gezegd heeft op welke dag dat moest gebeuren (Genesis 17:12). Die feiten zijn niet door Abraham of Mozes ontdekt na een leven lang onderzoek, maar ze zijn vastgesteld door de Schepper van pro-trombine en vitamine K.”

[**] Hobrink heeft in navolging van McMillen het volgende statistiekje opgenomen, ontleend aan een werk van Holt & McIntosh. McMillen verwijst in ons essay echter naar: L. Emmett Holt, Jr. en and Rustin McIntosh, Holt Pediatrics, twelfth edition (New York, Appleton-Century-Crofts, Inc., 1953), pp. 125-126; Hobrink naar: L.E. Holt en R. McIntosh: Holt’s Diseases of Infancy and Childhood, 11th edition, Appleton-Century Co. New York, 1940, 102, 103. 

Het essay is te vinden op http://www.trosch.org/the/circumcision-cancer.pdf . Ik heb contact gezocht met de auteur van de website, father Trosch, om erachter te komen of dit hoofdstuk nu uit het hoofdwerk van McMillen komt (daar lijkt het op) of een bewerking daarvan is, en komt uit een werk van meerdere auteurs. Hoe het ook zij: duidelijk is wel dat iemand heeft zitten overschrijven, en aangezien McMillens werk teruggaat tot 1963 met een laatste druk in 2000, en dat van Hobrink in 2005 het licht heeft gezien, lijkt de richting van dat overschrijfwerk wel duidelijk.

Het gaat dus om beduidend meer dan een enkel zinnetje. De ideeën, argumenten en hele alinea’s in Moderne Wetenschap in de Bijbel zijn voor een flink deel overgenomen uit werk van anderen.


Tot zover Tjerk Muller – binnenkort volgt meer!!

, , ,

2 reacties

Ben Hobrink plagieert!

AANVULLING, 17 augustus 2007: zie HIER voor een vervolg op het onderstaande stuk.


Edit, 5 augustus 2007: Op verzoek van Tjerk Muller heb ik een aantal stilistische verbeteringen en correcties in de tekst aangebracht. Ook volgt er onderaan nog een toevoeging van Muller zelf.


Ik ben niet iemand die normaliter gastbijdragen toelaat, maar dit keer kan ik het niet laten. Na de recente rel over de EO, kreeg ik gisteravond een zeer verontrustende reactie op mijn weblog van Tjerk Muller over vermeende plagiaat-praktijken van Ben Hobrink. De argumenten van Muller lijken me zo sterk en relevant bovendien, omdat Hobrinks boek een enorme bestseller is, dat ik Tjerks hele reactie tot een hoofdbijdrage heb gepromoveerd. De tekst hieronder is van Tjerk Muller.


Gastbijdrage van Tjerk Muller:

Over die Ben Hobrink: ik heb de stellige indruk dat zijn boek Moderne Wetenschap in de Bijbel van plagiaat aan elkaar hangt.

Zijn werk vertoont uitzonderlijk veel gelijkenis met een in de VS zeer populair apologetisch boek van S.I. McMillen None of these Diseases (1963 en vele herdrukken). In het boek beweert McMillen dat de bijbel de wetenschap al ver vooruit was in maatregelen betreffende hygiëne om ziekten tegen te gaan. Hij zet de Egyptische medische wetenschap met belachelijke voorbeelden neer als achterlijk, argumenteert dat Mozes als Egyptenaar niets van deze wetenschap heeft overgenomen, en betoogt dat de Levitische spijs- en reinheidswetten de medische wetenschap zo’n 3.500 jaar vooruit waren. De Eberus papyrus, quarantaine, latrines, trichinen in varkensvlees, stress en de Sabbat – in None of these Diseases valt het allemaal terug te vinden.

Op het web zijn tal van artikelen te vinden die zich baseren op het werk van McMillen. Hier is een voorbeeld:
http://www.apologeticspress.org/rr/pdfs/0612.pdf

Het gaat zelfs zover, dat hele alinea’s in het boek van Hobrink (tot en met zinsopbouw en voetnoten toe), McMillen op de voet volgen.

Neem nu die aansprekende schets van Ignaz Semmelweis, in Hobrinks boek te vinden op p.60-62). Ik vond een lang citaat uit McMillens boek (welke editie werd er niet bijvermeld). Het is vrijwel identiek aan Hobrinks pagina’s. Ik zal het per alinea naast elkaar zetten.

McMillen: “Vienna was also famous as a medical center. Let us look in on one of the famous teaching hospitals of that day, Allegemeine Krakenhaus. In the maternity wards of this celebrated hospital, one out of every six women died, and this frightening mortality rate was similar in other hospitals around the world. The obstetricians ascribed the deaths to constipation, delayed lactation, fear and poisonous air.
When the women died, they were wheeled into the autopsy room. The first order of each morning was the entrance of the physicians and medical students into the morgue to perform autopsies on the unfortunate victims who had died during the preceding twenty-four hours. Afterward, without cleansing their hands, the doctors with their retinue of students marched into the maternity wards to make pelvic examinations on the living women. Of course no rubber gloves were worn.”

Hobrink: “Rond 1840, in de tijd dat de notabelen van de stad walsten op de prachtige muziek van Johann Strauss, stond in Wenen het beroemde ‘Allgemeine Krankenhaus’. In dat ziekenhuis stierf 17 procent van alle kraamvrouwen, hoewel ze geen enkele operatie hadden ondergaan. In andere ziekenhuizen stierf tot 25 van de kraamvrouwen. De artsen schreven de sterfgevallen toe aan aanhoudende verstopping, uitgesteld zogen, buitensporige angst, vergiftigde lucht, enzovoort. Als de vrouwen stierven, werden ze naar het lijkenhuis gebracht. ’s Morgens begonnen de artsen en hun studenten hun dagtaak met lijkschouwingen van de ongelukkige slachtoffers die de vorige dag waren overleden. Na deze lijkschouwing marcheerden ze met hun hele gevolg – zonder hun handen te wassen – de kraamkamers binnen, onder andere om de baarmoedermonden van de aanstaande moeders te controleren.”

McMillen: “In the early 1840’s… a young doctor named Ignaz Semmelweis was given charge over one of the obstetrical wards. He observed that it was particularly the women who were examined by the teachers and students who became sick and died. After watching this heartbreaking situation for three years, he established a rule that, in his ward, every physician and medical student who had participated in the autopsies of the dead must carefully wash his hands before examining the living maternity patients.”

Hobrink: “In 1844 kreeg de Hongaarse dokter Ignaz Semmelweiz (1818-1865) de leiding over één van de kraamkamers. Hij zag dat vooral díe vrouwen ziek werden en stierven, die door de artsen en hun studenten werden onderzocht. Na drie jaar vaardigde hij de regel uit dat artsen en studenten na een lijkschouwing eerst hun handen in een schaal met water moesten wassen, voordat ze hun patiënten op de zaal mochten onderzoeken.”

McMillen: “In April, 1847, before the new rule went into effect, fifty-seven women had died in Dr. Semmelwies’ ward. Then the rule of washing the hands was instituted. In June, only one out of every forty-two women died; in July, only one out of every eighty-four. The statistics strongly indicated that fatal infections had been carried from corpses to living patients.”

Hobrink: “In april 1847, voordat de regel van kracht werd, stierf 17 procent van de kraamvrouwen op de afdeling van dr. Semmelweis. Na de instelling van het handen wassen, stierf binnen drie maanden minder dan twee procent. Een tienvoudige daling binnen drie maanden. Een duidelijk bewijs dat de dodelijke infecties werden overgebracht van de lichamen in het lijkenhuis naar de levende patiënten op de zaal.”

McMillen: “One day, after performing autopsies and washing their hands, the physicians and students entered the maternity ward and examined a row of beds containing twelve women. Eleven of the twelve women quickly developed temperatures and died.”

Hobrink: “Op zekere dag kwamen de artsen en hun studenten een kraamafdeling binnen, na hun handen gewassen te hebben, en onderzochten ze een rij bedden met twaalf kraamvrouwen. De vrouw op het eerste bed had hoge koorts door een ontsteking aan haar baarmoeder. Vervolgens kregen alle andere vrouwen op de afdeling hoge koorts en stierven.”

McMillen: “Another new thought was born in Semmelweis’ alert brain: some mysterious element was evidently carried from one living patient to others, and with fatal consequences. Logically, Semmelweis ordered that everybody should wash his hands carefully after examining each living patient. Immediately howls of protest were raised against the ‘nuisance’ of washing, washing, washing – but the mortality rate went further down.”

Hobrink: “In het alerte brein van Semmelweis kwam een nieuwe gedachte op: Blijkbaar werd er één of ander geheimzinnig iets overgebracht van de ene levende patiënt naar de andere – met dodelijke afloop. Daarom beval Semmelweis dat iedereen telkens opnieuw zijn handen moest wassen na het ondeerzoeken van een patiënt. Onmiddelijk kwamen er enorme protesten tegen de overlast van dit handen wassen – maar het sterftecijfer ging verder omlaag!”

McMillen: “Was Semmelweis acclaimed by his fellows? On the contrary, lazy students, prejudiced obstetricians, and jealous superiors scorned and belittled him so much that his annual contract was not renewed. His successor threw out the wash
basins and up shot the mortality rate to the old terrifying figures. Were his colleagues convinced then? Not at all! We mortals might as well face it – the human mind is so warped by pride and prejudice that proof can rarely penetrate it.”

Hobrink: “Denk niet dat Semmelweis werd toegejuicht door zijn kameraden en collega’s. Luie studenten, eigenwijze collega’s en jaloerse superieuren verachtten en kleineerden Semmelweis. Zijn jaarcontract werd niet vernieuwd. In 1850 werd hij ontslagen, zijn opvolger gooide de wasbekkens de zaal uit en … het sterftecijfer schoot weer omhoog tot het oude niveau. En nog waren zijn collega’s niet overtuigd.”

Citaat McMillen te vinden op:
http://www.transfired.org/articles/theneed.html

Omdat er zoveel verschillende herdrukken zijn geweest van McMillens boek, zou het best wel eens kunnen zijn, dat de parallellen nog groter zijn, wanneer je de versie van 1984 van None of These Diseases naast Moderne Wetenschap in de Bijbel legt. Hobrink verwijst namelijk naar deze versie in de éne (!) melding die hij van het werk maakt: in een voetnootje (hoofdstuk 3, noot 4).

Precies hetzelfde doet zich voor bij Hobrinks betoog over de besnijdenis. Vergelijk p74-79 van Moderne wetenschap in de Bijbel maar eens met Hfst. 3 van McMillens None of these Diseases. Hier te vinden:
http://www.trosch.org/the/circumcision-cancer.pdf

Het hele hoofdstuk is nagenoeg identiek. Tot en met de grafiek aan toe. Maar bij Hobrink geen bronverwijzing naar McMillen.

En Hobrink plundert m.i. niet alleen het werk van McMillen: Voor zijn zondvloedgegevens leunt hij vrijwel geheel op John Woodmorappe Noah’s Ark: A feasibility study en zijn paragrafen waarin hij de profetieën over Tyrus, Sidon en Edom bespreekt, zijn ontleend aan Josh McDowell Evidence that demands a Verdict.

Nergens geeft Hobrink aan dat hij hele hoofdstukken overneemt uit andere boeken. Hij verwijst naar Woodmorappe en McDowall ‘voor verdere studie’ (alsof dat nog nodig zou zijn na het lezen van zijn vertalingen). McMillen, waar Hobrink zijn halve boek uit heeft gehaald, krijgt één luizig voetnootje.

Gerdien de Jong gaf haar blog-entry over de EO de titel mee: “Gij zult geen vals getuigenis afleggen.” Bij Hobrink zou “Gij zult niet stelen” wel eens van toepassing kunnen zijn.


 

Toevoeging van Muller (uit e-mail):

Ook leuk: Amazon gunt lezers een inkijkje in de meest recente druk (2000) [van het boek van McMillen, T.S.]. Er valt zelfs in die druk nog duidelijk te herkennen waar Hobrink de literaire vondst vandaan heeft, een paar voorbeelden van Egyptische geneeskunst te geven en daartegenover het gebrek van zulke knoeierij in de boeken van Mozes te zetten.


 

Tot zover Tjerk Muller. Ik vind bovenstaand stuk buitengewoon overtuigend, maar ook verontrustend. Verontrustend namelijk, omdat het blijkbaar niemand is opgevallen dat Hobrink zo te werk gaat. Niet alleen citeren zwakken van geest dit boek graag als een wetenschappelijk standaardwerk, en laten velen zich jammerlijk misleiden door de retoriek en onzin die Hobrink in dit boek tentoonspreidt, maar hij komt er blijkbaar nog mee weg ook!

Reacties zijn uiteraard welkom.

Meer links naar besprekingen, interviews, etc.:

http://www.vergadering.nu/boekhobrinkmoderne.htm

http://www.eo.nl/portals/programs/episode.jsp?episode=6384731 (radio-uitzending, online te beluisteren)

http://christenboek.blogspot.com/2006/04/moderne-wetenschap-in-de-bijbel-ben.html

http://www.frieschdagblad.nl/artikel.asp?artID=25418.

, , ,

25 reacties