Het atheïsme van de theologie (3) (column)

In het begin van mijn vorige column, schreef ik: “Het betekent wél dat iemand accepteert dat over God niets gezegd kan worden, en dat wat wél over God gezegd wordt (om het spreken over God tenminste levend te houden en de gevoeligheid of ontvankelijkheid voor religieus geloof te cultiveren) dat al wat positief uitgezegd wordt ook en tegelijkertijd ontkend moet worden.”

Deze stellingname lijkt veel misverstanden op te roepen, gezien de reacties. Ik ga hier niet alle reacties langs. Ik merk echter wel dat de meeste reacties zich baseren op één groot misverstand, en daar wil ik hier de vinger op leggen.

Dat levert helaas een ruim dubbel zo lange column op…

Doorgaan met het lezen van “Het atheïsme van de theologie (3) (column)”

Atheïsten blijken toch godvrezender dan gedacht

In zijn boek Het Godsinstinct beweert de atheïstische psycholoog Jesse Bering al dat bij de meeste atheïsten hun atheïsme slechts skin-deep gaat. Het atheïsme van de meeste atheïsten is een dun velletje, en als je daar even met je nagel overheen krast, zie je al gauw dat daaronder heel veel bijgeloof schuilgaat. Echt atheïsme, aldus Bering, is niets minder dan een radicaal nihilisme, en dat kunnen de meeste atheïsten gewoon niet aan. Allemaal onzin!, zo reageren de meeste atheïsten. God is een fictie, net als Sinterklaas of de Kerstman, wat Bering zegt is allemaal onzin! (Ik heb deze reacties in real life meegemaakt bij lezingen.) Berings bewering lijkt dan ook een slag in de lucht. Toch? Nee, niet meer. Berings statement heeft meer empirische verificatie gekregen. Want een aantal recente experimenten hebben laten zien dat atheïsten heel wat godvrezender blijken te zijn dan ze zelf denken…

Doorgaan met het lezen van “Atheïsten blijken toch godvrezender dan gedacht”

Waarom de vergelijking tussen God en Sinterklaas mank gaat

Wie op internet zoekt naar “God and Santa Claus” (kijk maar eens HIER), die zal zien dat deze vergelijking bijzonder populair is onder atheïsten. Ook Richard Dawkins, die claimt iets van de CSR af te weten, heeft in interviews meerdere malen deze vergelijking gemaakt, evenals Daniel Dennett.

In Nederland hoor je vaak de vergelijking dat geloof in God hetzelfde zou zijn als geloof in Sinterklaas: het is kinderachtig, je hoort het uiteindelijk te ontgroeien, je ziet dan in dat Sinterklaas/God niet bestaat, etcetera. Dat de CSR (cognitive science of religion) goede argumenten geeft waarom de vergelijking volledig de mist in gaat, dat weet bijna niemand…

Doorgaan met het lezen van “Waarom de vergelijking tussen God en Sinterklaas mank gaat”

Over wat God gemeen lijkt te hebben met Maarten Keulemans of andersom

Maarten Keulemans, wetenschapsjournalist bij de Volkskrant, deed op Twitter een interessante gevolgtrekking, die intuïtief nogal aantrekkelijk aandoet en je regelmatig bij (andere) atheïsten tegenkomt:

Klopt deze conclusie? Is God een illusie als je het mechanisme achter geloof in God snapt? Een kleine filosofische exercitie.

Doorgaan met het lezen van “Over wat God gemeen lijkt te hebben met Maarten Keulemans of andersom”

Michiel van Elk: De gelovige geest (boekrecensie)

Vandaag is mijn uitgebreide recensie van De gelovige geest van Michiel van Elk op de site van VPRO’s Noorderlicht Recensie Team geplaatst:

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2012/sept/Niet-alleen-tussen-de-oren.html

Omdat de tekst op de site wat verschilt van mijn eigen versie (en één alinea is bekort, voor zover ik dat kon zien), plaats ik voor de volledigheid hieronder mijn eigen versie integraal…

Doorgaan met het lezen van “Michiel van Elk: De gelovige geest (boekrecensie)”

De interessante correlatie tussen autisme en atheïsme

Ik ben al een aantal jaren geïnteresseerd in de cognitive science of religion, de cognitiewetenschappelijke benadering van religieus geloof. Uit dit veld van onderzoek is naar voren gekomen dat ideeën over God of goden te maken hebben met hoe de menselijke geest (mind) zich in sociale omstandigheden gedraagt. Gelovigen zien goden intuïtief als intentionele agenten met mentale toestanden die sociale relaties met mensen aangaan. Dit betekent dus dat de sociaal-cognitieve vaardigheid om over andere minds na te denken cruciaal is in religieus geloof. In het Engels wordt deze vaardigheid mentalizing genoemd, of theory of mind, of (ik ben dit minder vaak dan de voorgaande termen tegengekomen) mind perception. De cognitive science of religion lijkt dus steeds sterker het idee te bevestigen dat overtuigingen over bovennatuurlijke voortkomen geworteld zijn in normale menselijke sociale cognitie.

Recentelijk zijn de resultaten van een studie door Ara Norenzayan en anderen gepubliceerd, waarin de hypothese was getoetst in hoeverre een gebrek aan de sociaal-cognitieve vaardigheid van mentalizing het geloof in God beperkt of zelfs teniet doet. Uit eerdere studies was al bekend dat autisten een sterk verminderd en soms zelfs vrijwel afwezig vermogen tot mentalizing hebben. Zij hebben moeite om met andere mensen om te gaan vanwege een gebrek aan inlevingsvermogen, etc. Uit de studie is gebleken dat inderdaad autisten veel minder in God geloven. Er is dus een correlatie tussen autisme en atheïsme, die vermoedelijk te maken heeft met het verminderde sociaal-cognitieve vermogens. Met andere woorden, gelovigen hebben een normale of sterker ontwikkelde vaardigheid tot mentalizing dan autisten, die daardoor ook vaker atheïst zijn (en als ze zich wel als gelovig beschouwen, dan denken ze vaker over God/goden in mechanistische termen – als een onpersoonlijke kracht etc. – dan gelovigen, die vaker over God/goden denken met behulp van persoonachtige kernmerken).

Uiteraard roept dit onderzoek interessante vragen op die schreeuwen om vervolgonderzoek. Interessante vragen zijn bijvoorbeeld: Als autisten vaker atheïst zijn, geldt dan ook dat atheïsten gemiddeld autistischer zijn dan gelovigen dat atheïsten autistischer zijn dan gemiddeld? En verklaart de correlatie tussen autisme en atheïsme ook het verhoogde atheïsme onder met name natuurwetenschappelijke academici (eerder onderzoek heeft al aangetoond dat bij deze groep autisme gemiddeld meer voorkomt)?

Een andere implicatie, die te maken heeft met het feit dat er ook autisten zijn die wél gelovig zijn (maar wel anders dan traditionele gelovigen), zou kunnen zijn dat verschillende godsopvattingen (dus verschillende vormen van geloof) gerelateerd zijn aan verschillende cognitieve mechanismen of processen.

Er is dus nog heel wat onderzoek te verrichten, maar interessant is het zeker.

De studie van  Norenzayan et al. is hier te vinden en te downloaden: http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0036880.

Een interessante blogbijdrage die de gegevens van de studie duidt is die van Matthew Hutson: http://magicalthinkingbook.com/2012/05/are-atheists-more-autistic-than-believers/.

Een seminar over “Cognitive Science of Religion and Christianity”

Terwijl ik dit bericht zit te typen, zit ik ook voortdurend na te denken wat ik allemaal nog moet inpakken. Ik vertrek namelijk over twee dagen naar de Verenigde Staten. Aan Calvin College in Grand Rapids, Michigan, ga ik een seminar volgen van twee weken, waarvoor ik ben uitgenodigd, nadat ik in juli vorig jaar daarvoor een klein projectvoorstel schreef. (Ik heb het onderzoeksvoorstel geschreven en ingediend terwijl ik zo’n 30 graden koorts had, het bleek later stikvol tikfouten te zitten, ik was toen behoorlijk ziek, maar het voorstel is gelukkig goed genoeg bevonden.)

Het seminar dat ik ga volgen is getiteld Cognitive Science of Religion and Christianity en wordt geleid door prof. Justin Barrett. Ik ga me twee weken intensief bezighouden met de cognitive study of religion onder leiding van één van de toonaangevende onderzoekers op dit terrein. Ik heb Barrett vorig jaar al gesproken op de ESSSAT-conferentie in Edinburgh, en kijk al uit naar de interessante gesprekken die ongetwijfeld zullen volgen. Ik heb een stapel boeken toegestuurd gekregen en een reader van zo’n 600 pagina’s vakartikelen, dus ik vermoed dat ik daar wel even zoet mee ben. Gelukkig is er ook genoeg tijd om te genieten van de mooie omgeving. En uiteraard hoop ik tijd te vinden om af en toe wat te bloggen. Ik hoop dan ook wat dieper op mijn onderzoeksplannen in te gaan.

In ieder geval zal dit voor de vaste blogbezoeker enigszins duidelijk maken waarom ik de laatste tijd zoveel aandacht aan de cognitief-evolutionaire benadering van religie heb gegeven…

Het seminar in 2011 zal het eerste zijn van een serie van drie. Volgend jaar ben ik weer op Calvin College uitgenodigd om een seminar van één week te volgen (waar de tussenresultaten van ons onderzoek tot dan gepresenteerd zullen worden). In 2013 zal een grote conferentie worden gehouden in Seattle, waar de deelnemers zullen worden uitgenodigd om de uitkomsten van hun onderzoek te presenteren.

Ik kan hier dus met een gerust hart over schrijven: wordt vervolgd…