Waarom ik lid werd van de Partij voor de Dieren

pvddverkiezingspostertk2017a3_schermresolutie-e69b4e57Ik had nooit verwacht dat ik ooit lid zou worden van een politieke partij. Maar soms heb je het gevoel dat je niet anders kunt. Dat had ik eerder deze week. De hedendaagse gevestigde partijen zijn ziek. Ze polariseren, propageren uitsluitingsdenken en in hun nieuwe partijprogramma’s zetten ze plannen uiteen die onze rechtsstaat aantasten. Gezien de impasse waarin de gevestigde politiek momenteel verkeert, voelde ik me geroepen om me te committeren aan een partij die voluit en zonder gêne haar idealen volgt en die bovendien het grotere plaatje in het oog houdt.

Dat bleek de Partij voor de Dieren te zijn. Gisteren heb ik me aangemeld als lid van deze partij.

Ik vermoed dat nu veel mensen minzaam glimlachend zullen denken dat ik nu volledig van ’t padje geraakt ben. In dit lange artikel wil ik mijn beweegredenen toelichten, in de hoop dat ik daarmee mijn motivatie en mijn visie duidelijk kan maken, maar ook in de hoop dat ik anderen daarmee kan inspireren.

(En ja, ik weet het, het is een lange tekst geworden…)

Doorgaan met het lezen van “Waarom ik lid werd van de Partij voor de Dieren”

Waldo Swijnenburg en de troost en schoonheid van het atheïsme (boekbespreking)

(Kleine aanpassing van de tekst op 19/05/2015, om 16.15 uur.)

Atheïsten zijn langzamerhand een bedreigde diersoort aan het worden. Zo begint socioloog, psycholoog en filosoof Waldo Swijnenburg zijn onlangs verschenen boek De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder god. Niet alleen zijn atheïsten wereldwijd in de minderheid en zijn ze zelfs langzaam aan het verdwijnen, als we de laatste cijfers mogen geloven, maar bovendien is hun wereldbeeld ook niet bepaald wervend. Atheïsten doen weinig moeite om hun visie met argumenten te onderbouwen, meent Swijnenburg. Ze beschuldigen gelovigen er vaak van dat die te weinig argumenten geven voor hun wereldbeeld, maar zelf ventileren atheïsten vooral onderbuikgevoelens. Daar komt nog bij dat een wereld zonder god wordt vaak als kil en koud gepresenteerd. Niet alleen moet het anders, het kán ook anders, aldus Swijnenburg.

Doorgaan met het lezen van “Waldo Swijnenburg en de troost en schoonheid van het atheïsme (boekbespreking)”

Pouwel Slurink, sociobiologie, en de zinzoekende aap. (boekbespreking)

Wat voor implicaties heeft de evolutietheorie voor onze levensbeschouwing – dat wil zeggen, voor onze noties van cultuur, moraal en religie? De Nijmeegse filosoof Pouwel Slurink heeft hierover een boek geschreven dat weliswaar interessant is, tot denken aanzet, maar ook speculatief is en zeker niet bij iedereen in de smaak zal vallen.

Aap zoekt zin is een filosofieboek, geen biologieboek. Het is een boek dat vele lijnen uit de “sociobiologie” (wat vandaag de dag “evolutionaire psychologie” heet) bijeenbrengt en zo toch een aanzet tot een evolutionistische levensbeschouwing presenteert, waarin god of goden geen plaats hebben, maar waarin de zinzoekende apen die wij zijn centraal staan. Of zijn wij misschien slechts voertuigen voor onze genen?

Een bespreking…

Doorgaan met het lezen van “Pouwel Slurink, sociobiologie, en de zinzoekende aap. (boekbespreking)”

“Analytische filosofie: Een inleiding” door Chris Buskes & Herman Simissen (red.). (boekbespreking)

Soms worden er boeken aangekondigd waar ik haast niet op kan wachten. Analytische filosofie: Een inleiding was zo’n boek. Ik wist dat er in het Nederlands geen boek verkrijgbaar was dat vergelijkbaar zou zijn met deze inleiding in de analytische wijsbegeerte, en dus was ik zeer benieuwd wat de kwaliteit ervan zou zijn.

Nu heb ik het boek. En ik heb het gelezen.

Tijd dus om het boek te bespreken om te zien of de hoge verwachtingen terecht zijn gebleken…

Doorgaan met het lezen van ““Analytische filosofie: Een inleiding” door Chris Buskes & Herman Simissen (red.). (boekbespreking)”

Zijn morele oordelen objectieve feiten?

Ik weet dat het een respectabele filosofische positie is: de positie dat moraal objectief is. Maar toch voel ik me er nooit gemakkelijk bij. Het probleem is dat degenen die deze positie verdedigen (recentelijk nog door atheïsten als bijv. Thomas Nagel, Ronald Dworkin), vaak de argumentatie voor de objectiviteit van de moraal achterwege laten. Vandaag werd ik weer eens geconfronteerd met de problemen met deze positie door een column van Jeroen de Ridder op de website van ForumC. Hieronder probeer ik mijn problemen met het idee van een objectieve moraal onder woorden te brengen door een repliek te geven aan Jeroen de Ridder.

Doorgaan met het lezen van “Zijn morele oordelen objectieve feiten?”

Dirk Verhofstadt: Atheïsme als basis voor de moraal (boekbespreking)

Onlangs besprak ik een recent boek van de Dalai Lama, waarin hij een moraal predikt die losstaat van godsgeloof. Ik vond dat een buitengewoon sympathiek boek. Ik ben er niet van overtuigd dat moraal zonder religie verwordt tot barbarij. Recentelijk las ik echter een ander boek, het nieuwe boek Atheïsme als basis voor de moraal van de Vlaamse filosoof en voorman van het Vlaamse “vrijdenken” Dirk Verhofstadt (ja, inderdaad, de broer van). Het boek van Verhofstadt is totaal iets anders dan het atheïstische betoog van de Dalai Lama.

Zoals reguliere bezoekers van mijn weblog wellicht wel zullen erkennen, ben ik niet tegen atheïsme. Ik ben wél allergisch voor een houding die “zeker weten” uitstraalt. En die allergie geldt zowel jegens gelovigen die het zeker weten, als jegens atheïsten die het zeker weten.

Helaas moet ik steeds vaker constateren dat veel atheïsten niet uitblinken in epistemologische bescheidenheid. Het boek van Verhofstadt vormt hierop geen uitzondering – integendeel.

Ik accepteer het risico dat onderstaande bespreking met een verzameling ad hominems wordt afgeserveerd, maar kan toch niet anders dan concluderen dat dit boek behoort tot het droeve dieptepunt van wat Nederlandstalige uitgeverijen op het gebied van atheïstische manifesten in het afgelopen jaar hebben geproduceerd.

Doorgaan met het lezen van “Dirk Verhofstadt: Atheïsme als basis voor de moraal (boekbespreking)”

De Dalai Lama pleit voor een universele ethiek zonder religie (boekbespreking)

Boeken recenseren heeft soms veel weg van het ondernemen van een reis. De verschillende boeken die je leest en waarover je kritisch reflecteert, zijn als het ware tussenstations waar je even blijft hangen om het uitzicht te bekijken.

Zo stond ik onlangs stil bij het boek van Maarten Wisse, dat, zo concludeerde ik, voor mij uiteindelijk niet overtuigt, omdat het mensbeeld dat hij hanteert mij uiteindelijk te duister is. Volgens Wisse is het uiteindelijk niet mogelijk om een goed mens te zijn zonder gestorven en opgestaan te zijn met Jezus Christus.

Maar daarna las ik het boek Vrij van religie van de Dalai Lama. Dat bleek (niet geheel verrassend overigens) een volstrekt ander boek dan dat van Wisse. Een boek dat veel resoneert met mijn eigen mensbeeld én met inzichten uit de moderne wetenschap. Een boek waar ik in deze bespreking even bij wil stilstaan.

Heeft de mens religie nodig om moreel goed te kunnen leven? Nee, stelt de Dalai Lama. Om moreel goed te kunnen leven moeten we onze innerlijke waarden cultiveren, waarden die als het ware in de mens zijn ingebakken, met als fundamentele waarde: compassie. Volgens de Dalai Lama is de mens ten diepste een goed wezen, aangelegd op compassie en empathie. Het gaat erom die innerlijke waarden te ontdekken en te cultiveren.

Een boek vol hoop, en dat zonder religie…

Doorgaan met het lezen van “De Dalai Lama pleit voor een universele ethiek zonder religie (boekbespreking)”