Artikelen getagd met God en de menselijke maat

Atheïsme: Een religieuze wormenkuur? (aankondiging lezing)

Aanstaande woensdagavond (14 januari) zal ik in Best (bij Eindhoven) een avond verzorgen over het thema: “Atheïsme: Een religieuze wormenkuur?”

Centraal zal staan hoe in mijn optiek de religiekritiek van het atheïsme een zuiverende werking heeft op het religieuze discours, en hoe het een bepaalde kijk op geloven, met name geïnspireerd door de spiritualiteit van negatieve (apofatische) theologie, onderstreept. Atheïsme dus als behulpzaam om scherp te krijgen waar het in religieus geloof in de kern om gaat.

Uiteraard zullen ook de gewelddadigheden van de afgelopen dagen niet onbesproken blijven, omdat juist die laten zien wat de consequenties kunnen zijn als gelovigen godsbeelden al te zeer naar menselijke maat modelleren. Bovendien zal ik laten zien hoe die gewelddadigheden geen uiting van fanatiek geloof zijn, maar juist van een fundamenteel ongeloof getuigen.

Woensdag 14 januari, vanaf 20.00 uur in Zalencentrum Prinsenhof (Hoofdstraat 43, 5683 AC) in Best. Toegangsprijs: 3 euro.

, , , , ,

43 reacties

Het atheïsme van de theologie (3) (column)

In het begin van mijn vorige column, schreef ik: “Het betekent wél dat iemand accepteert dat over God niets gezegd kan worden, en dat wat wél over God gezegd wordt (om het spreken over God tenminste levend te houden en de gevoeligheid of ontvankelijkheid voor religieus geloof te cultiveren) dat al wat positief uitgezegd wordt ook en tegelijkertijd ontkend moet worden.”

Deze stellingname lijkt veel misverstanden op te roepen, gezien de reacties. Ik ga hier niet alle reacties langs. Ik merk echter wel dat de meeste reacties zich baseren op één groot misverstand, en daar wil ik hier de vinger op leggen.

Dat levert helaas een ruim dubbel zo lange column op…

Lees de rest van dit artikel »

, , , , , , , , , , , , , , , ,

21 reacties

Over mijn boek “God en de menselijke maat”

Ik krijg nog regelmatig de vraag of mijn boek God en de menselijke maat: Gods handelen en het natuurwetenschappelijke wereldbeeld uit 2006 nog ergens verkrijgbaar is. Het is al jaren uitverkocht. Er is nog een manier om eraan te komen.

Inderdaad kom je tweedehands vrijwel geen exemplaren tegen (blijkbaar hechten mensen die het boek ooit gekocht hebben aan het boek).

Toen uitgeverij Meinema het boek (in 2010, geloof ik) ophief, heb ik alle restexemplaren overgenomen. In eerste instantie had ik de boeken op Bol.com te koop staan, maar omdat Bol onacceptabel hoge provisiekosten rekent, verkoop ik de restexemplaren nu alleen nog maar via mijn Boekwinkeltje.

Om precies te zijn, je kunt nog een exemplaar (of meerdere) van God en de menselijke maat kopen via deze directe link: http://www.boekwinkeltjes.nl/singleorder.php?id=136877820.

Een exemplaar kost 12,50 euro. De verzendkosten voor één exemplaar bedragen 3,84; dat wordt 6,95 voor twee of meer exemplaren. Mocht je een exemplaar (of meerdere) willen bestellen, dan graag via de link en niet als reactie op deze blog.

, ,

Een reactie plaatsen

Jochemsen en De Vries nog een keer: Wat zijn mijn motieven in deze zaak?

Afgelopen zaterdag werd ik gebeld door een journalist van Trouw, die een artikel wilde schrijven over de dubieuze adviesfunctie van Jochemsen en De Vries bij de Stichting De Oude Wereld. Aanleiding was mijn blog van vorige week. Toen de journalist belde, wist ik al dat er deze week een balletje zou gaan rollen. Gisteren verscheen het artikel op de site van Trouw, en vandaag staat er ook een stuk in de gedrukte krant.

Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat de WUR een onderzoek zou gaan instellen (wat overigens gewoon neerkomt op: even een gesprek voeren). Ik verwacht overigens niet dat er consequenties zullen volgen. De Vries kan blijven zitten, de TU Delft lijkt het allemaal weinig te kunnen schelen. Met Jochemsen zal uiteindelijk ook weinig gebeuren, vermoed ik.

Maar wil ik dat er consequenties volgen? Ik kreeg via Twitter en Facebook allerlei vragen over wat ik er uiteindelijk mee win, met deze “heksenjacht” op “gelovige hoogleraren”. Ik had verwacht dat het wel duidelijk zou zijn. Maar niet dus. Ik zal dus nog een keer mijn best doen om het uit te leggen.

Lees de rest van dit artikel »

, , , , , , , , , , , , , ,

15 reacties

Is de bewijslast van de wetenschap tegen Gods bestaan doorslaggevend?

Vanavond ontving ik opnieuw een tweet van Volkskrant-wetenschapsjournalist Maarten Keulemans, waarin hij een poging doet om de discussie nog wat verder te helpen:

De vraag die hier in mijn ogen speelt is: wat verwacht Maarten Keulemans van de wetenschap? En het klinkt wellicht bizar, maar ik denk dat hier sprake is van hekserij… Hieronder mijn antwoord.

Lees de rest van dit artikel »

, , , , , , , , , ,

32 reacties

“God en de menselijke maat” in de winkel uitverkocht – nu actie bij Bol.com

Voor wie het gemist heeft, mijn boek God en de menselijke maat: Gods handelen en het natuurwetenschappelijke wereldbeeld (Zoetermeer: Meinema 2006, ISBN 9101141132, 242 pagina’s) is niet langer via de boekhandel leverbaar. Toch nog een exemplaar kopen? Lees dan even verder…

Lees de rest van dit artikel »

, , , ,

Een reactie plaatsen

Wetenschap en het kwaad: tijd voor een theologische herbezinning

Tijdens een college afgelopen donderdag op de Faculteit (KU Leuven) over mijn boek, kwam een zeer interessant punt ter sprake. Het onderwerp van het college was hoofdstuk 8 van God en de menselijke maat, over Gods providentie. Een heel aantal studenten raakte in de discussievragen, die ze vantevoren hadden moeten voorbereiden, aan het probleem van kwaad en lijden. Laat ik proberen de problematiek uit te leggen en vervolgens aan te geven waar ik denk dat een interessante theologische ontwikkeling zichtbaar is in deze problematiek – een ontwikkeling die wellicht voorheen nog niet zo zichtbaar was.

Providentie: algemeen en buitengewoon

In hoofdstuk 8 van God en de menselijke maat bespreek ik de christelijke leer van Gods voorzienigheid. Met het spreken over Gods voorzienigheid (providentia) wordt een aantal zaken aangeduid: (1) dat God een blik op de toekomst heeft die helderder is dan de onze, (2) dat God onze werkelijkheid met een bepaald doel geschapen heeft en dat God de wereld door zijn voorzienigheid naar dat doel leidt, en (3) dat God in bepaalde dingen zal voorzien, dat God voor bepaalde zaken kan en zal zorgen. Traditioneel wordt in het spreken over Gods voorzienigheid een onderscheid gemaakt tussen ‘algemene (of gewone)’ voorzienigheid (providentia ordinaria) en ‘speciale (of buitengewone)’ voorzienigheid (providentia extraordinaria).

In hoofdstuk 8 (130-149) ga ik allereerst in op Gods algemene voorzienigheid, waarin tot uitdrukking komt dat God de orde van onze werkelijkheid bewaart, ondersteunt en regeert door middel van de oorzakelijkheid die we in onze werkelijkheid merken. Ik bespreek derhalve het verschil tussen primaire en secundaire oorzakelijkheid (causaliteit), en de werking van de natuurwetten, en hoe dit alles raakt aan het spreken over Gods algemene voorzienigheid.

Gods ‘buitengewone’ of ‘speciale’ voorzienigheid brengt tot uitdrukking dat binnen de geschiedenis van onze werkelijkheid bepaalde, als buitengewoon gekenmerkte, gebeurtenissen als specifieke uitingen van Gods handelen worden gezien. Gebeurtenissen in onze wereld, waar we normaliter van zouden zeggen dat ze een natuurlijke oorzaak hebben, kunnen hun oorsprong in God hebben, zonder dat de natuurlijke orde doorbroken wordt en zonder dat we het merken. De categorie van providentia extraordinaria is altijd al buitengewoon moeilijk gevonden, met name omdat velen vonden (en nog vinden) dat door de werking van de natuurwetten de notie dat God bepaalde zaken zonder tussenkomst van secundaire oorzaken (dus ‘direct’) zou kunnen beïnvloeden zinloos zou zijn geworden. Ik leg echter uit dat een dergelijke voorstelling van zaken een concurrentieverhouding tussen God en wereld impliceert en dus een theologisch inadequaat beeld is. Ik leg vervolgens uit hoe over Gods buitengewone voorzienigheid gedacht kan worden zonder een concurrentieverhouding tussen God en wereld te veronderstellen.

Het onderscheid tussen beide aspecten van Gods providentie (het zijn niet twee soorten providentie, maar twee aspecten van hetzelfde proces van Gods voorzienigheid), kan ook alsvolgt geformuleerd worden: Gods algemene voorzienigheid benadrukt het aspect van Gods altijddurende, nooit aflatende betrouwbaarheid – klassiek wordt de natuurlijke orde (wetmatigheden, stabiliteit) als teken van Gods betrouwbaarheid geduid -, terwijl de buitengewone voorzienigheid benadrukt dat God ook een levende, persoonlijke, relationele God is, die reageert op wat er gebeurt.

Het kwaad: natuurlijk en moreel

Het probleem van Gods providentie raakt aan het probleem van het kwaad. Om dat duidelijk te maken, moet ik ook even het klassieke onderscheid tussen natuurlijk kwaad en moreel kwaad helder krijgen. Om bij het laatste te beginnen, van moreel kwaad wordt gesproken als er kwaad en leed veroorzaakt wordt door mensen. Mensen zijn direct verantwoordelijk voor dit kwaad, en dit morele kwaad kan niet direct op God worden afgewenteld (*). Moreel kwaad is bijvoorbeeld oorlog, hongersnood veroorzaakt door slecht landbouwbeleid, vliegtuigrampen (mensen willen immers vliegen), aangestoken bosbranden, en andere gebeurtenissen die als kwaad worden ervaren. (N.B. het begrip "kwaad" is een normatief begrip; een gebeurtenis is alleen onder de noemer van "kwaad" te bespreken, als mensen die gebeurtenis als "kwaad" ervaren.)

Van natuurlijk kwaad is sprake wanneer er bijvoorbeeld natuurrampen optreden, zoals kanker, aardbevingen, bosbranden veroorzaakt door blikseminslag, tsunami’s en andere overstromingen, hongersnoden veroorzaakt door bijvoorbeeld sprinkhanenplagen of te weinig (of juist teveel) regenval, etcetera. Dit zijn gebeurtenissen die als "kwaad" worden ervaren, die vaak veel mensen treffen, maar waar de mens in eerste instantie niet voor verantwoordelijk gesteld kunnen worden. Het zijn gebeurtenissen die ontstaan door natuurlijke processen: celdeling, onweer, plaattectonische processen, weersomstandigheden, etcetera. Nu is het natuurlijk kwaad traditioneel als probleem voor Gods providentie voorgelegd. Klassiek is het theodiceevraagstuk: als God in de werkelijkheid kan handelen (bijv. door Gods buitengewone providentie), en er vindt natuurlijk kwaad plaats, waarom verhindert God dit dan niet? Als God almachtig is, dan wil hij het blijkbaar niet – dan is hij ene tiran (en dus niet God). Als God niet almachtig is, is hij een stakkerd en had hij beter de wereld niet kunnen scheppen (ook dan is hij niet God). God en natuurlijk kwaad verdragen elkaar niet, volgens de traditionele theodicee-opvatting.

Ook voor Gods algemene providentie is het kwaad een probleem. De natuurlijke orde werd traditioneel gezien als een uiting van Gods betrouwbaarheid. De ordening van de natuur, de natuurwetten – wie iets uit de natuurlijke theologie heeft gelezen, kent deze argumentatie maar al te goed. Echter, natuurlijk kwaad zoals hiervoor beschreven, is een gevolg van die natuurlijke processen die onderdeel zijn van de natuurlijke orde. Die processen zijn blind en houden geen rekening met mensen, dieren en planten. Dezelfde processen die God in zijn algemene voorzienigheid in stand houdt om deze wereld tot een "kosmos" (lett. sieraad) te laten blijven, zijn ook de processen die dood en verderf onder mensen kunnen zaaien. Had God niet een wereld kunnen scheppen die deze ellendige effecten niet had? (Leibniz antwoordde dat dit de beste van alle werelden was en dat God dus geen betere wereld had kunnen scheppen. Voltaire daarentegen, die de gevolgen van de aardbeving in Lissabon had gezien, antwoordde dat God in dat geval een knoeier en een prutser was.)

De kwestie door de studenten aangeroerd

In het licht van het kwaad in de wereld is er dus een behoorlijk grote existentiële spanning met Gods voorzienig handelen. De zeer interessante kwestie die nu tijdens het college door de studenten werd aangeroerd, komt eigenlijk op het volgende neer: Kunnen we het onderscheid tussen moreel en natuurlijk kwaad eigenlijk nog wel handhaven? Laat me dit uitleggen.

Wanneer het natuurlijk kwaad betreft, betreft het natuurlijke processen. Moreel kwaad betreft consequenties van menselijke handelingen. Echter, wetenschappers beweren vandaag de dag dat veel natuurrampen een sterk menselijk element hebben. Veranderingen in het klimaat komen bijvoorbeeld door een atmosfeer die verandert onder invloed van de menselijke CO2-uitstoot. Al Gore geeft hiervan in zijn film An Inconvenient Truth sterke (doch ook omstreden) voorbeelden. Overstromingen komen over de hele wereld meer voor omdat de zeespiegel stijgt, onder invloed van een opwarmend klimaat. Door ontbossing ontstaan er gauw modderlawines wanneer het hard geregend heeft. Door menselijke bebouwing ontstaat een verstoorde waterhuishouding in het grondwater (bijvoorbeeld in het Westland), zodat gau
wer kelders e.d. blank komen te staan na regenval. Door te intensieve bebouwing worden op plekken in Afrika en Azië stukken landbouwgrond onvruchtbaar, zodat ze minder oogst opleveren. Onder invloed van allerlei straling en chemicaliën in ons eten, komt kanker (strikt gesproken is kanker slechts het onophoudelijk verder delen van cellen) steeds vaker voor. En zo zijn er nog een legio aantal voorbeelden te geven, die de menselijke invloed op natuurlijke processen aangeven.

Juist door die nog altijd toenemende invloed van mensen op natuurlijke processen (denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen op het gebied van genetische modificatie van gewassen, waarvan de lange-termijn consequenties nog niet bekend zijn), wordt steeds duidelijker dat kwaad en leed dat door die procesen veroorzaakt wordt, niet louter meer beschreven kan worden onder de noemer van natuurlijk kwaad. Want veel natuurlijk kwaad heeft een menselijke component. Daardoor wordt het onderscheid tussen natuurlijk en moreel kwaad door de toenemende kennis van de invloed van de mens op haar natuurlijke omgeving steeds meer im Frage gesteld.

De studenten wezen mij er nu interessanterwijs op, dat dit ook consequenties heeft voor het denken over de relatie tussen Gods voorzienigheid en het kwaad. Immers, we kunnen God niet direct verantwoordelijk stelen voor het morele kwaad wat mensen veroorzaken. Tenminste niet als we ervan uit gaan dat de mens een vrije wil heeft en dus zelf de verantwoordelijkheid voor zijn handelingen draagt. God werd wel vaak verbonden met het natuurlijk kwaad. Echter, als blijkt dat we niet langer een strikt onderscheid tussen natuurlijk en moreel kwaad kunnen maken, betekent dit dat we Gods voorzienigheid niet meer zo makkelijk ter verantwoording kunnen roepen voor natuurlijk kwaad. De hele problematiek van God en het kwaad (het theodiceeprobleem) komt zo door de toenemde wetenschappelijke kennis in een heel ander daglicht te staan en moet opnieuw bereflecteerd worden.

Uiteraard is het probleem niet geheel nieuw. Denk bijvoorbeeld aan de ondergang van Pompeii. Een uitbarsting van de Vesuvius zorgde ervoor dat de stad Pompeii in een relatief kort tijdsbestek met een dikke laag as bedekt werd en dat veel inwoners een gruwelijke verstikkingsdood stierven. Nu kun je zeggen: dit was een natuurramp, en dus kunnen we twijfelen aan Gods goedheid. Maar dit is te makkelijk. Er wonen veel mensen in de buurt van vulkanen. (Denk bijvoorbeeld aan de werelstad Napels op de helling van de Vesuvius.) De grond rond vulkanen is vaak vruchtbaar en goed voor landbouw. Vandaar dat veel mensen het risico nemen om vlakbij een vulkaan te gaan wonen. Bovendien komen grote vulkaanuitbarstingen relatief weinig voor. Hetzelfde geldt voor gebieden waar veel tektonische activiteit is (aardbevingen dus). Daar komen vaak geisers voor en vulkanische activiteit. De grond daar is vaak vruchtbaar en trekt dus mensen aan. Maar juist op die plekken komen aardbevingen voor. Zware aardbevingen zijn relatief schaars, en dus wordt over het risico om er dichtbij te wonen weinig nagedacht. Zo werkt de psyche van mensen nu eenmaal. Moeten we dan zeggen dat het Gods schuld is dat er door zware vulkaanuitbarstingen en aardbevingen veel slachtoffers vallen? Zo makkelijk kan dat dus niet. Mensen verkiezen het risico. Net zoals mensen het risico verkiezen om te gaan vliegen – voor mensen een onnatuurlijke vorm van mobiliteit. Als een vliegtuig neerstort, kunnen we ook daar God de schuld niet van geven.

Maar hoewel het probleem niet geheel nieuw is, is het wel door de toenemende wetenschappelijke kennis van natuurlijke processen en de menselijke invloed daarop dat het onderscheid tussen moreel en natuurlijk kwaad nog prangender onder spanning komt te staan. Het was altijd al een ingewikkeld vraagstuk hoe God en het kwaad zich tot elkaar verhouden. Maar nu wordt het probleem nogmaals gecompliceerd.

Interessanterwijs is sprake sprake van een beïnvloeding van theologisch denken door de wetenschap.

Theologen hebben er dus weer een klusje bij. En dat terwijl ze al zo’n lange to do lijst hebben…

—————

(*) God kan weliswaar niet direct voor het morele kwaad verantwoordelijk gesteld worden, maar het is indirect wel mogelijk. Moreel kwaad komt voort uit (soms onvoorziene) handelingen van mensen die in vrijheid gedaan worden. De menselijke vrije wil is hier dus in het geding. Nu zou iemand kunnen zeggen: Misschien zou het beter zijn geweest dat God de mens geen vrije wil zou hebben gegeven. God wordt dan voor moreel kwaad verantwoordelijk gesteld omdat God de mens heeft voorzien van een vrije wil. Het is uiteraard de vraag of het werkelijk zoveel beter was geweest als mensen geen vrije wil zouden hebben gehad. Bovendien: stel dat neurowetenschappers inderdaad vast zouden stellen dat de mens geen vrije wil heeft – zoals sommige neurowetenschappers nu al beweren -, zou God dan off the hook zijn? Nee, want in dat geval zou moreel kwaad omgezet worden in natuurlijk kwaad, en zou God hier direct voor verantwoordelijk gehouden kunnen worden. De zaak is dus redelijk complex.

 

 

, , , , , , , , , ,

28 reacties