Nee, God is niet gehandicapt. Contra Reinier Sonneveld.

Eerder deze week had ik een fikse aanvaring met Reinier Sonneveld over een verhaal dat hij op de weblog Zinvloed had geschreven. De titel van het stuk was “De dag dat God gehandicapt werd”. Ik vond en vind het nog altijd een stuk dat bij mij heel veel vraagtekens oproept en wat ik een theoloog onwaardig vind. Ik wil hier mijn redenen uit de doeken doen.

Doorgaan met het lezen van “Nee, God is niet gehandicapt. Contra Reinier Sonneveld.”

Anselmus, de diepgelovige twijfelaar

Eén van de belangrijkste teksten uit de rijke theologische geschiedenis, is het Proslogion van de middeleeuwse monnik Anselmus van Canterbury (1033-1109). Iedere keer als ik Anselmus’ Proslogion herlees, raak ik opnieuw onder de indruk van de diepgang ervan. Bij vrijwel al mijn filosofische en theologische schrijverijen zijn Anselmus’ ideeën zoals verwoord in deze tekst, op de achtergrond aanwezig.

Anselmus brengt met een elegante en trefzekere formulering God ter sprake. Een formulering waarmee Anselmus enerzijds verheldert wie God voor gelovigen is, terwijl hij anderzijds ook tegelijkertijd diepgaand worstelt met Gods onkenbaarheid en verborgenheid.

Hoewel het Proslogion vaak wordt beschouwd als een filosofisch godsbewijs, is de tekst geen filosofisch betoog, maar een uitgeschreven gebed. Het is een ‘pros-logion’, een ‘aan-spraak’. Anselmus spreekt God aan, hij dankt God en verzoekt God om zijn verstand te verlichten: ‘ik verlang er naar Uw waarheid, die mijn hart gelooft en bemint, tot op zekere hoogte in te zien. Ik zoek immers niet in te zien om te geloven, maar ik geloof om in te zien’, aldus Anselmus in de befaamde vertaling van Carlos Steel (verschenen bij Het Wereldvenster in Bussum in 1981).

Doorgaan met het lezen van “Anselmus, de diepgelovige twijfelaar”

Godsbewijzen en de dood van God (column)

Argumenten voor het bestaan van God – binnenkort verschijnt een boekje waarin Jeroen de Ridder en Emmanuel Rutten een aantal argumenten de revue zullen laten passeren. Onlangs werd er in de media al fel over gediscussieerd.

De discussie gaat vooral over de argumenten, of het gebrek eraan, of de houdbaarheid ervan. De vraag die daarbij voortdurend vermeden werd is de vraag waarom we übehraupt argumenten voor het bestaan van God zouden willen. Wat zouden die argumenten precies moeten doen? De rationaliteit van godsgeloof waarborgen? En wat zouden gelovigen ermee moeten? Of moeten gelovigen zich er juist verre van laten?

Doorgaan met het lezen van “Godsbewijzen en de dood van God (column)”

Joël De Ceulaer wil God niet (helemaal) kwijt. (boekbespreking)

Joël De Ceulaer is in België een bekende journalist die o.a. voor Knack werkt. Hij is ook een atheïst die dus niet in God gelooft. Toch spreekt hij in zijn boek Gooi God niet weg zijn waardering uit voor godsgeloof en stelt hij zelfs expliciet dat hij God niet helemaal kwijt wil, want “het lijkt mij een verdedigbare stelling om te beweren dat godsdienst al meer goed dan kwaad heeft aangericht in deze wereld” (194). Is De Ceulaer nu eigenlijk een gelovige? Wat bedoelt hij met dat hij God niet kwijt wil?

Een bespreking…

Doorgaan met het lezen van “Joël De Ceulaer wil God niet (helemaal) kwijt. (boekbespreking)”

Is God stilte? (column)

Brad Warner, in zijn boek Een godloze kijk op God, schrijft het volgende:

“In het boek van 1 Koningen, 19, vers 11 en 12 staat: “Toen trok de Heer voorbij. Er ging een zeer zware storm voor de Heer uit die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte stem.”
Volgens mij ging de auteur van het boek van Koningen nog niet ver genoeg. Misschien heeft God helemaal geen zachte stem. Misschien heeft hij helemaal geen stem. Misschien is God stilte.” (209)

Is God als de stilte? De stilte is overal aanwezig. Want wat is stilte meer dan de totale afwezigheid van geluid?

Overal waar geluid is, is dus ook stilte aanwezig, alleen wordt die stilte gemaskeerd, verborgen, door het geluid. Warner schrijft verder: “De enige manier die ik ken om God te ontmoeten, is door heel, heel stil te zijn” (208).

Stilte is dus alomtegenwoordig aanwezig, maar de stilte verbergt zich voor ons, vooral wanneer wij spreken in plaats van luisteren. En dat spreken hoeft niet eens hardop te gebeuren. Ook wanneer wij zwijgen, zijn onze gedachten vaak zo aanwezig dat we de stilte nog altijd niet bemerken.

Dat we de stilte niet bemerken, dat we zelfs bang zijn geworden voor stilte en die zo snel mogelijk weer ontvluchten met geluid, en daarmee dus God niet langer kunnen waarnemen, zodat sommigen zelfs menen te moeten stellen dat God er niet is – dat alles is dan ook wellicht niets minder dan onze eigen schuld. Wat zonde toch…

Brad Warners godloze, boeddhistische godsgeloof. (boekbespreking)

Je hoort vaak zeggen dat het boeddhisme een “atheïstische religie” is. Maar klopt dat ook? No way, zegt zenboeddhist Brad Warner in zijn boek There is no God and he is always with you dat recentelijk bij uitgeverij Asoka verscheen onder de (helaas veel minder sprekende) titel Een godloze kijk op God: Een zenboeddhist over God. Het klopt weliswaar, zegt Warner, dat het boeddhisme geen God aanbidt. Maar God speelt in het boeddhisme wel degelijk een rol. Sterker nog: Brad Warner geeft gewoon toe dat hij als zenmonnik in God gelooft. Hoe zit dat?

Een bespreking…

Doorgaan met het lezen van “Brad Warners godloze, boeddhistische godsgeloof. (boekbespreking)”