Waarom ik lid werd van de Partij voor de Dieren

pvddverkiezingspostertk2017a3_schermresolutie-e69b4e57Ik had nooit verwacht dat ik ooit lid zou worden van een politieke partij. Maar soms heb je het gevoel dat je niet anders kunt. Dat had ik eerder deze week. De hedendaagse gevestigde partijen zijn ziek. Ze polariseren, propageren uitsluitingsdenken en in hun nieuwe partijprogramma’s zetten ze plannen uiteen die onze rechtsstaat aantasten. Gezien de impasse waarin de gevestigde politiek momenteel verkeert, voelde ik me geroepen om me te committeren aan een partij die voluit en zonder gêne haar idealen volgt en die bovendien het grotere plaatje in het oog houdt.

Dat bleek de Partij voor de Dieren te zijn. Gisteren heb ik me aangemeld als lid van deze partij.

Ik vermoed dat nu veel mensen minzaam glimlachend zullen denken dat ik nu volledig van ’t padje geraakt ben. In dit lange artikel wil ik mijn beweegredenen toelichten, in de hoop dat ik daarmee mijn motivatie en mijn visie duidelijk kan maken, maar ook in de hoop dat ik anderen daarmee kan inspireren.

(En ja, ik weet het, het is een lange tekst geworden…)

Doorgaan met het lezen van “Waarom ik lid werd van de Partij voor de Dieren”

Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 3, slot)

Vorige week las ik het boek Religie na de religie: Gesprekken over de toekomst van het religieuze van Luc Ferry en Marcel Gauchet (Kampen: Klement / Kapellen, België: Pelckmans 2005, 2e druk 2008). Ik bespreek in deze reeks van drie blogbijdragen een aantal punten uit dit boek.

Gisteren liet ik zien wat Luc Ferry verstaat onder ‘het religieuze’. In deze laatste bijdrage behandel ik de opvatting van ‘het religieuze’ bij Marcel Gauchet. Daarna probeer ik, aan het einde gekomen van de drie bijdragen, een aantal draden bij elkaar te trekken.

(Bron afbeelding: Bol.com.)

Doorgaan met het lezen van “Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 3, slot)”

Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 2)

Vorige week las ik het boek Religie na de religie: Gesprekken over de toekomst van het religieuze van Luc Ferry en Marcel Gauchet (Kampen: Klement / Kapellen, België: Pelckmans 2005, 2e druk 2008). Ik bespreek in deze reeks van drie blogbijdragen een aantal punten uit dit boek.

Gisteren heb ik het boek kort ingeleid en heb ik laten zien hoe Ferry en Gauchet ‘het religieuze’ onderscheiden van religie. Maar wat verstaan beide heren onder ‘het religieuze’? Vandaag behandel ik Ferry’s opvatting van ‘het religieuze’ zoals hij die op verschillende plekken in het boek uiteenzet. Het is dus mijn voorzichtige reconstructie van Ferry’s positie.

(Bron afbeelding: Bol.com.)

Doorgaan met het lezen van “Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 2)”

Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 1)

Vorige week las ik het boek Religie na de religie: Gesprekken over de toekomst van het religieuze van de twee eminente Franse denkers Luc Ferry en Marcel Gauchet (Kampen: Klement / Kapellen, België: Pelckmans 2005, 2e druk 2008). Het bleek fascinerende lectuur te zijn, over een onderwerp dat actueler is dan ooit tevoren, namelijk de vraag wat er overblijft als de religie volledig verdwenen is. Kan een mens zonder religie? Is een samenleving zonder religie mogelijk? Of wenselijk?

De komende dagen zal ik in drie behoorlijk filosofisch getinte blogbijdragen, die samen een lang artikel vormen, een aantal punten uit dit boek bespreken. Het is niet echt een boekbespreking geworden, maar vooral een reconstructie van posities. Vandaag het eerste deel van deze blogtrilogie: een inleiding.

(Bron afbeelding: Bol.com.)

Doorgaan met het lezen van “Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie (deel 1)”

Waldo Swijnenburg en de troost en schoonheid van het atheïsme (boekbespreking)

(Kleine aanpassing van de tekst op 19/05/2015, om 16.15 uur.)

Atheïsten zijn langzamerhand een bedreigde diersoort aan het worden. Zo begint socioloog, psycholoog en filosoof Waldo Swijnenburg zijn onlangs verschenen boek De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder god. Niet alleen zijn atheïsten wereldwijd in de minderheid en zijn ze zelfs langzaam aan het verdwijnen, als we de laatste cijfers mogen geloven, maar bovendien is hun wereldbeeld ook niet bepaald wervend. Atheïsten doen weinig moeite om hun visie met argumenten te onderbouwen, meent Swijnenburg. Ze beschuldigen gelovigen er vaak van dat die te weinig argumenten geven voor hun wereldbeeld, maar zelf ventileren atheïsten vooral onderbuikgevoelens. Daar komt nog bij dat een wereld zonder god wordt vaak als kil en koud gepresenteerd. Niet alleen moet het anders, het kán ook anders, aldus Swijnenburg.

Doorgaan met het lezen van “Waldo Swijnenburg en de troost en schoonheid van het atheïsme (boekbespreking)”

Pouwel Slurink, sociobiologie, en de zinzoekende aap. (boekbespreking)

Wat voor implicaties heeft de evolutietheorie voor onze levensbeschouwing – dat wil zeggen, voor onze noties van cultuur, moraal en religie? De Nijmeegse filosoof Pouwel Slurink heeft hierover een boek geschreven dat weliswaar interessant is, tot denken aanzet, maar ook speculatief is en zeker niet bij iedereen in de smaak zal vallen.

Aap zoekt zin is een filosofieboek, geen biologieboek. Het is een boek dat vele lijnen uit de “sociobiologie” (wat vandaag de dag “evolutionaire psychologie” heet) bijeenbrengt en zo toch een aanzet tot een evolutionistische levensbeschouwing presenteert, waarin god of goden geen plaats hebben, maar waarin de zinzoekende apen die wij zijn centraal staan. Of zijn wij misschien slechts voertuigen voor onze genen?

Een bespreking…

Doorgaan met het lezen van “Pouwel Slurink, sociobiologie, en de zinzoekende aap. (boekbespreking)”

Zijn morele oordelen objectieve feiten?

Ik weet dat het een respectabele filosofische positie is: de positie dat moraal objectief is. Maar toch voel ik me er nooit gemakkelijk bij. Het probleem is dat degenen die deze positie verdedigen (recentelijk nog door atheïsten als bijv. Thomas Nagel, Ronald Dworkin), vaak de argumentatie voor de objectiviteit van de moraal achterwege laten. Vandaag werd ik weer eens geconfronteerd met de problemen met deze positie door een column van Jeroen de Ridder op de website van ForumC. Hieronder probeer ik mijn problemen met het idee van een objectieve moraal onder woorden te brengen door een repliek te geven aan Jeroen de Ridder.

Doorgaan met het lezen van “Zijn morele oordelen objectieve feiten?”