Geloof en wetenschap niet in conflict vóór 2004? Een persoonlijke toelichting op mijn Nieuwwij-interview

Afgelopen week verscheen een interview met mij op de website van Nieuwwij.nl. Aanleiding daarvoor was de constatering van de webmaster van Nieuwwij.nl dat er steeds vaker tamelijk agressieve anti-religieuze reacties op de website binnenkwamen, en de vraag was waar dat vandaan kwam. Ik heb in het interview proberen aan te geven dat de situatie tamelijk complex is. In het interview zei ik ook dat ik denk dat met name sinds 2004 de algemene opinie lijkt te zijn geworden dat religie irrationeel is, mede door de discussies die toen losbraken over creationisme en Intelligent Design. Ik heb op die laatste constatering veel reacties gekregen. Ik wil die in dit weblog iets verder toelichten. Het is een lang essay geworden, daarvoor alvast mijn excuses…

Doorgaan met het lezen van “Geloof en wetenschap niet in conflict vóór 2004? Een persoonlijke toelichting op mijn Nieuwwij-interview”

Pouwel Slurink, sociobiologie, en de zinzoekende aap. (boekbespreking)

Wat voor implicaties heeft de evolutietheorie voor onze levensbeschouwing – dat wil zeggen, voor onze noties van cultuur, moraal en religie? De Nijmeegse filosoof Pouwel Slurink heeft hierover een boek geschreven dat weliswaar interessant is, tot denken aanzet, maar ook speculatief is en zeker niet bij iedereen in de smaak zal vallen.

Aap zoekt zin is een filosofieboek, geen biologieboek. Het is een boek dat vele lijnen uit de “sociobiologie” (wat vandaag de dag “evolutionaire psychologie” heet) bijeenbrengt en zo toch een aanzet tot een evolutionistische levensbeschouwing presenteert, waarin god of goden geen plaats hebben, maar waarin de zinzoekende apen die wij zijn centraal staan. Of zijn wij misschien slechts voertuigen voor onze genen?

Een bespreking…

Doorgaan met het lezen van “Pouwel Slurink, sociobiologie, en de zinzoekende aap. (boekbespreking)”

Brad Warners godloze, boeddhistische godsgeloof. (boekbespreking)

Je hoort vaak zeggen dat het boeddhisme een “atheïstische religie” is. Maar klopt dat ook? No way, zegt zenboeddhist Brad Warner in zijn boek There is no God and he is always with you dat recentelijk bij uitgeverij Asoka verscheen onder de (helaas veel minder sprekende) titel Een godloze kijk op God: Een zenboeddhist over God. Het klopt weliswaar, zegt Warner, dat het boeddhisme geen God aanbidt. Maar God speelt in het boeddhisme wel degelijk een rol. Sterker nog: Brad Warner geeft gewoon toe dat hij als zenmonnik in God gelooft. Hoe zit dat?

Een bespreking…

Doorgaan met het lezen van “Brad Warners godloze, boeddhistische godsgeloof. (boekbespreking)”

Is Dawkins debet aan het succes van creationisten in de VS?

Binnenkort krijgen Amerikaanse scholieren wellicht een creationistisch leerboek aangeboden. Creationisme lijkt in de VS, maar het is tegelijkertijd een globaal fenomeen, te groeien als kool. Hoe kan dat?

Zou het kunnen dat het militante atheïsme van Richard Dawkins, met de centrale boodschap dat geloof en wetenschap water en vuur zijn, hier wellicht iets mee te maken heeft? Even een kort stukje met zo wat gedachten…

Doorgaan met het lezen van “Is Dawkins debet aan het succes van creationisten in de VS?”

Frans de Waal: De Bonobo en de Tien Geboden (boekbespreking)

Wow, wat een boek, ik kan niet anders zeggen! Ik wist in eerste instantie niet helemaal wat ik ervan moest verwachten. Ik ken Frans de Waal lang genoeg dat ik niet verwachtte dat hij een Dawkins-achtig atheïstisch pamflet zou schrijven. Maar toen ik eenmaal aan het boek begon, werd mij al snel duidelijk dat het van een on-Amerikaanse nuchterheid is, luchtig, relativerend zonder relativistisch te worden – en dat in een tijd dat zelfs in een tolerant land als Nederland de gemoederen hoog oplopen wanneer religie in het publieke debat opduikt.

Doorgaan met het lezen van “Frans de Waal: De Bonobo en de Tien Geboden (boekbespreking)”

Nogmaals atheïsme, religie en geweld (gastbijdrage door Steven)

Het draadje over atheïsme en religie groeit uit zijn voegen. Met name Eelco en Steven discussiëren volop over de vraag hoe atheïsme en geweld zich tot elkaar verhouden, met name onder invloed van het denken van Richard Dawkins. Vandaag echter reageerde Steven (op Sander) met een zeer interessante bijdrage, die ik zo sterk vind en die naar mijn mening de discussie verder brengt, dat ik zijn reactie hierbij “promoveer” tot gastbijdrage op mijn blog.

Doorgaan met het lezen van “Nogmaals atheïsme, religie en geweld (gastbijdrage door Steven)”

Recensie John Cornwell, Darwins Engel

Recensie van John Cornwell, Darwins engel: Een repliek op “God als misvatting”. Nieuw Amsterdam Uitgevers 2008. 175 pp. Hardcover met stofomslag. ISBN 978-90-468-0410-0. € 16,95.

Blijkbaar raken voor- en tegenstanders niet uitgesproken en -geschreven over het boek van Richard Dawkins, The God Delusion uit 2006. De belangrijkste criticasters van Dawkins komen uit het Engelstalige gebied. Belangrijke kritieken zijn bijvoorbeeld Alister McGrath, The Dawkins Delusion? Atheist Fundamentalism and the Denial of the Divine (geschreven samen met zijn vrouw Joanna Collicutt McGrath; London: SPCK 2007) en uit de VS John Haught, God and the New Atheism: A Critical Response to Dawkins, Harris, and Hitchens (Louisville/London: Westminster John Knox Press 2008). Maar dit zijn de big names. Vrijwel niemand kent John Cornwell, van wie zijn ‘angelische brief’ aan Richard Dawkins, Darwin’s Angel: An Angelic Riposte to “The God Delusion” (London: Profile Books 2007) nu in het Nederlands is verschenen bij Nieuw Amsterdam Uitgevers als Darwins engel: Een repliek op “God als misvatting” (2008).

Het boek is werkelijk prachtig uitgegeven, en de uitgever heeft moeite gedaan om een replica van het Engelse origineel te maken. Dat is subliem gelukt. Eindelijk weer eens een uitgever die zich ook bekommert om het uiterlijk van een boek, zo dacht ik meteen. Het boek heeft een zeer leesbare bladspiegel, is duurzaam ingebonden en is heerlijk leesbaar vertaald door Jaap de Berg. Dat is geen gemakkelijke klus geweest, want Cornwell bedient zich in het Engels nogal eens van spreektaal-achtige constructies, die zich niet altijd even vloeiend laten vertalen. Nee, qua uiterlijk is dit boek al een juweeltje – maar hoe staat het met de inhoud?

Wat Cornwell in dit boek doet, is Dawkins’ boek punt voor punt bespreken. Nee, dat is geen vermoeiende exegetische oefening en de ene samenvatting na de andere. Cornwell gaat iedere keer meteen naar het hart van de zaak: één citaat om Dawkins’ punt helder te maken, waarna Cornwell met een filosofisch fileermes de argumenten van Dawkins analyseert. Cornwell heeft zich niet tot doel gesteld om Dawkins met de grond gelijk te maken. Nee, hij geeft vaak toe dat Dawkins een punt heeft. Toch is Cornwell vlijmscherp, hoewel hij nergens vilein wordt; zijn scherpste instrument is de ironie.

Cornwell heeft niet een eigen positie die hij tegenover die van Dawkins zet. Hij analyseert Dawkins’ argumenten, weegt ze, maar trekt er vaak uiteindelijk geen conclusies uit – die vrijheid wordt aan de lezer overgelaten. Toch is – met name uit de laatste twee hoofdstukken – duidelijk dat Cornwell religieus is, hoewel ik vermoed dat Cornwell niet een orthodoxe gelovige is. Cornwell speelt hier echter niet een religieuze apologeet. Hij laat simpelweg Dawkins’ bekrompenheid en vooral onwetendheid wat betreft religieuze zaken zien.

Ten eerste dat Dawkins niet vies is van zelfverheerlijking. Met onderkoelde humor gaat Cornwell in op de vele anekdotes die Dawkins over zichzelf vertelt. Eén voorbeeld kan ik de lezer niet onthouden. Het gaat hier over Dawkins die praat over religie als hersenspoeling. Dit is de wijze waarop Cornwell te werk gaat, een directe dialoog met Dawkins:

‘Ik [schrijft Dawkins] ben mijn ouders er dankbaar voor dat ze vonden dat kinderen niet zozeer moest worden geleerd wat, maar hoe ze moesten denken.’ Meen je nou werkelijk dat je kinderen kunt instrueren zonder hun wat mee te geven? Wat deden je ouders dan? Lieten ze je meteen kennismaken met de symbolische logica? ‘Geen enkele A is een B en sommige A’s zijn C’s; daarom zijn sommige C’s geen B’s.’ Het is me natuurlijk niet ontgaan dat je zo’n wonderkind was dat je moeder een schrift bijhield waarin ze je uitspraken optekende (zoals je je lezers op pagina 376 laat weten). En nog steeds ben je nogal in je schik met de buitengewone manier waarop je als kind ‘je gevoelens uitspeelde’. Het was je te min om je alleen maar in te leven in zulke simpele rollen als die van ‘Babyloniër’ of ‘gaspedaal’; je leefde je uit, als kind, in wat je ‘spelletjes met een tweede laag’ noemt, zoals ‘nu ben ik een uil die doet alsof ie een waterrad is […] waarbij ik soms mezelf nadeed […] nu ben ik een jongetje dat doet alsof ie Richard is’. Ik krijg de indruk dat de volwassenen in je leven zich rondom je verzamelden als pelgrims rondom de tombe van een heilige. (p. 102-103)

Ten tweede laat Cornwell goed zien dat Dawkins totaal geen kennis van zaken heeft waar het religie betreft. Dat doet Cornwell door Dawkins’ bronnen na te gaan. Zo bespreekt hij in hoofdstuk 11 Dawkins’ uitleg van Jezus’ boodschap als ‘altruïsme die alleen in de eigen Joodse kring geldt’. Cornwell laat zien dat de enige bron die Dawkins bij die uitleg hanteert een artikel is van John Hartung. Niet alleen laat Cornwell duidelijk zien dat de exegese van Hartung (die arts en parttime sociaal antropoloog was) makkelijk omvergehaald kan worden. Maar bovendien laat Cornwell goed zien dat Hartungs uitleg ideologisch geladen is. Hartung was namelijk een prominente verdediger van de Holocaust-ontkenner David Irving tijdens het proces uit 2000. Volgens Hartung was het antisemitisme uit de geschiedenis “te verwachten … gezien de aard van menselijke groepsrivaliteit en het prestatiegerichte karakter van het jodendom” (geciteerd op pagina 81). Cornwell laat dus enerzijds zien dat de bron die Dawkins als autoriteit hanteert zeer besmet is. Daarmee wordt duidelijk dat Dawkins zijn huiswerk niet goed gedaan heeft.

Maar Cornwell laat ten derde ook zien dat Dawkins’ ideeën (met die van Dennett) zelf ook fundamentalistische trekken vertoont en gevaarlijk zijn voor de samenleving. Opruiend is teveel gezegd, maar Cornwell laat goed zien dat de vergelijking tussen religie en een virusinfectie zeer gevaarlijk is, en ook door bijvoorbeeld Hitler en kornuiten gebruikt werd. Zo bijvoorbeeld in hoofdstuk 12, waar ‘Dawkins’ utopie’ wordt besproken: een wereld zonder religie. Dawkins wil een wereld gestoeld op wetenschap, waarna Cornwell hem de duimschroeven aandraait door Stalin en Hitler ten tonele te voeren als personen die wetenschap als ideologie gebruikten in combinatie met een militant atheïsme:

Het is een ziekelijke paradox: van de wetenschap werd levensredding en verlossing verwacht, maar degenen die te koop liepen met de pretentie het leven te beschermen, waren cynische toeleveranciers van de dood. Ik werd hieraan herinnerd toen ik in je boek stuitte op het slimme idee om de religie te kenschetsen als een cultureel virus, een ‘meme’. Het is me niet ontgaan dat sommigen onder je meest vurige discipelen de religie al getypeerd hebben als een soort virusinfectie, een hiv van de geest, dat om drastische en definitieve oplossingen vraagt – quarantaine, liquidatie. (p. 87)

En in hoofdstuk 19 bespreekt Cornwell uitgebreid de metafoor van religie als bacil, waarbij hij Dawkins waarschuwt voor de verstrekkende gevolgen die een dergelijke metafoor kunnen hebben. Cornwell trekt hier verrassenderwijs wel een conclusie uit: “Je laat er bij je lezers echter weinig twijfel over bestaan dat, mocht je ooit politieke invloed of werkelijke macht krijgen, je beleid onvermijdelijk bepaald zou worden door je opvatting van geloof als een ziekte” (p. 144-145). Vrijwel door het hele boek heen suggereert Cornwell dat Dawkins’ en Dennetts ideeën over de relatie tussen biologie en cultuur zeer veel verwantschap vertonen met het sociaal-darwinisme en de eugenetica-politiek van de VS en Groot Brittannië van het begin van de twintigste eeuw. Cornwell beschuldigt niet, maar zijn suggestieve manier van schrijven is genoeg. Normaliter ben ik wars van het gebruik van een argumentum ad nazium waarvan ook ID-aanhangers en creationisten zich graag bedienen, maar ik zal niet ontkennen dat Cornwell in dit boek terecht wijst naar trekken die wijd verbreid lijken te zijn onder militante atheïsten als Dawkins, Hitchens, Harris en Dennett en die inderdaad parallellen vertonen met Hitlers en Stalins motieven.

Cornwell wijst uiteraard verder nog op Dawkins gebrekkige filosofische kennis, dat wil zeggen de vele drogredenen die hij in zijn boek begaat. Cornwell laat bovendien onder verwijzing naar Dawkins andere boeken zien, dat Dawkins zichzelf op punten tegenspreekt.

Het is een prachtig boek wat Cornwell geschreven heeft, waarin hij zonder zelf militant te worden Dawkins’ zwakheden briljant aantoont. Daarbij laat Cornwell zien dat hij wel degelijk besef heeft van waar het in religie om gaat, dat theologie een eigen discours heeft (p. 33), dat atheïsten het religieuze en wetenschappelijke taalspel met elkaar verwarren (p. 152), dat God niet een verlengstuk is van het universum of een object onder objecten (“God kan geen object zijn dat met andere objecten in het universum wedijvert om de aandacht van mensen. De rekensom ‘God + universum = 2’ gaat niet op”; p. 151, vgl. p. 61), en dat de God van de filosofie niet met de persoonlijke God van de religie verward moet worden (p. 154vv). De verwerping van een al te antropomorf godsbeeld door Dawkins wordt door Cornwell dubbel onderstreept, maar “Als iemand een atheïst moet heten omdat hij, met jou, dat godsbestaan loochent, dan kunnen ook de meeste christelijke theologen, Thomas van Aquino, pater McCabe en ondergetekende incluis, als atheïst worden bestempeld” (p. 152).

Als er één puntje van kritiek op dit boek gegeven kan worden – maar het is geen kritiek die de uitgever of de vertaler aangerekend kan worden – is dat Cornwell veel literatuur citeert, maar er geen bronverwijzingen bij geeft. Ook in het Engelse origineel staan die verwijzingen helaas niet. Dat is jammer, omdat veel citaten prachtig to the point zijn en (mij in ieder geval) aanzetten tot verdere bestudering.

Mijn conclusie: Cornwells boek is op dit moment de beste en meest effectieve, maar tevens licht verontrustende repliek op het boek van Dawkins. Prachtig vertaald en uitgegeven is dit een juweeltje dat het verdient door een breed publiek gelezen en vooral bediscussieerd te worden.

(Met dank aan Nieuw Amsterdam Uitgevers voor het toesturen van het boek.)

P.s.: Voor de echt geïnteresseerden is er nu zelfs een Wikipedia-artikel gewijd aan het boek, zie HIER.