Vrijzinnig geloven: Geloof zonder zekerheid (boekbespreking)

De kerken in Nederland lijken steeds behoudender te worden, en daardoor ontstaat er ook een tegenbeweging. Ineens lijkt vrijzinnig geloven weer helemaal in. ‘Vrijzinnigheid’ staat daarbij tegenover fundamentalistisch, bekrompen geloven.

Vrijzinnig gelovigen hebben weinig op met de traditionele kerkelijke dogma’s. Ze flirten met humanisme en atheïsme. Menselijke autonomie, persoonlijke ervaring en de menselijke rede staan centraal.

Vrijzinnig gelovigen geeft het ‘zeker-weten’ op om te experimenteren met ruimte voor twijfel. Maar dat wil niet zeggen dat die gelovigen niets meer geloven.

Doorgaan met het lezen van “Vrijzinnig geloven: Geloof zonder zekerheid (boekbespreking)”

400 jaar Groninger theologie in het publieke domein (boekbespreking)

Theologie wordt vaak gezien als een esoterisch, gesloten geheel dat weinig van doen heeft met het dagelijkse leven of met de maatschappij. Die visie ontstaat enerzijds door het, toegegeven, soms esoterisch-aandoende taalgebruik van theologen. Theologie is een discipline met een eigen discours, dat je je eigen moet maken om de discussies binnen die discipline te kunnen volgen. (Daarin verschilt het overigens niet van andere wetenschappelijke disciplines.) Anderzijds ontstaat die visie doordat theologen vaak weinig zichtbaar zijn in het publieke debat. Was dat vroeger anders? Of heeft de onzichtbaarheid van theologen in het publieke debat wellicht verband met de secularisatie?

In juni 2014 vond aan de Faculteit der Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen een symposium plaats over 400 jaar Groninger theologie in het publieke domein. Daaruit is een bundel voortgekomen die onlangs is verschenen en die ik hieronder bespreek. In die bundel zijn de vijf lezingen die toen gehouden werden verzameld. Aangezien ikzelf theologie in Groningen heb gestudeerd en omdat ik geïnteresseerd ben in de relatie tussen geloof en samenleving, leek het me een interessante bundel, waarbij ik bovendien de indruk had dat het boek, gezien het onderwerp – de verhouding van theologie tot het publieke domein – wellicht ook een bredere belangstelling zou verdienen.

Doorgaan met het lezen van “400 jaar Groninger theologie in het publieke domein (boekbespreking)”

Hans Achterhuis en Maarten van Buuren over de relevantie van de tien geboden (boekbespreking)

Filosoof Hans Achterhuis en letterkundige en publicist Maarten van Buuren komen beide uit een gelovig milieu. Dat steken ze niet onder stoelen of banken. Ze hebben er ondertussen afscheid van genomen, maar van enige rancune is niets te bespeuren. In hun recent verschenen boek Erfenis zonder testament: Filosofische overwegingen bij de tien geboden buigen ze zich over de Bijbel, of beter gezegd: over de tien geboden. Als nu seculiere denkers vragen Achterhuis en Van Buuren zich dan af: Hebben de tien geboden ons vandaag nog iets te zeggen?

Doorgaan met het lezen van “Hans Achterhuis en Maarten van Buuren over de relevantie van de tien geboden (boekbespreking)”

Nee, God is niet gehandicapt. Contra Reinier Sonneveld.

Eerder deze week had ik een fikse aanvaring met Reinier Sonneveld over een verhaal dat hij op de weblog Zinvloed had geschreven. De titel van het stuk was “De dag dat God gehandicapt werd”. Ik vond en vind het nog altijd een stuk dat bij mij heel veel vraagtekens oproept en wat ik een theoloog onwaardig vind. Ik wil hier mijn redenen uit de doeken doen.

Doorgaan met het lezen van “Nee, God is niet gehandicapt. Contra Reinier Sonneveld.”

Naar een nieuwe opvatting van theologie? Een verdiepend commentaar.

De afgelopen dagen heb ik op de website van Nieuwwij.nl een discussie gevoerd met theoloog Hendro Munsterman over de vraag of een ongelovige theoloog ook en theoloog is. (Mijn voorzet. Vervolgens de reactie van Hendro Munsterman.) Mijn derde brief van gisteren bevat in een nutshell mijn idee van hoe theologie aan een universiteit nog mogelijk is, terwijl het tegelijkertijd iets meer is dan godsdienstwetenschap. (Terwijl ik dit schrijf, is de vierde brief, de afsluitende van Hendro, nog niet gepubliceerd.)

Ik geef toe dat daarmee de discussie daarmee wat verschoven is van de vraag of een ongelovige theoloog ook echt een theoloog kan zijn, maar ik denk ook dat het min of meer een logische consequentie is van mijn betoog dat een ongelovige wel degelijk theoloog kan zijn. Uit de voorzet van mij en de reactie van Munsterman bleek dat het antwoord op de vraag afhangt wat je onder “theologie” verstaat. Zoals ik betoog denk ik dat theologie opgevat als “gelovig denken over geloof” niet langer kan aan de manier waarop vandaag de dag aan universiteiten wetenschap wordt bedreven. Wil theologie dus een plaats aan de universiteit willen behouden, dan zal het zich opnieuw moeten legitimeren of herdefiniëren. In feite ben ik bezig met die doordenking, dat is ook de kern van mijn derde brief.

Maar ik kan me ook voorstellen dat mijn verhaal vraagtekens oproept, vandaar dat ik hier een aantal ideeën nog wat verder toelicht. Ik doe dat door een aantal alinea’s uit mijn brief te herhalen en verder uit te werken.

Doorgaan met het lezen van “Naar een nieuwe opvatting van theologie? Een verdiepend commentaar.”