Artikelen getagd met wetenschapsfilosofie

“Analytische filosofie: Een inleiding” door Chris Buskes & Herman Simissen (red.). (boekbespreking)

Soms worden er boeken aangekondigd waar ik haast niet op kan wachten. Analytische filosofie: Een inleiding was zo’n boek. Ik wist dat er in het Nederlands geen boek verkrijgbaar was dat vergelijkbaar zou zijn met deze inleiding in de analytische wijsbegeerte, en dus was ik zeer benieuwd wat de kwaliteit ervan zou zijn.

Nu heb ik het boek. En ik heb het gelezen.

Tijd dus om het boek te bespreken om te zien of de hoge verwachtingen terecht zijn gebleken…

Lees de rest van dit artikel »

, , , , , , , , , , , ,

4 reacties

Het atheïsme van de theologie (3) (column)

In het begin van mijn vorige column, schreef ik: “Het betekent wél dat iemand accepteert dat over God niets gezegd kan worden, en dat wat wél over God gezegd wordt (om het spreken over God tenminste levend te houden en de gevoeligheid of ontvankelijkheid voor religieus geloof te cultiveren) dat al wat positief uitgezegd wordt ook en tegelijkertijd ontkend moet worden.”

Deze stellingname lijkt veel misverstanden op te roepen, gezien de reacties. Ik ga hier niet alle reacties langs. Ik merk echter wel dat de meeste reacties zich baseren op één groot misverstand, en daar wil ik hier de vinger op leggen.

Dat levert helaas een ruim dubbel zo lange column op…

Lees de rest van dit artikel »

, , , , , , , , , , , , , , , ,

21 reacties

Sociale wetenschappen: tussen retoriek en werkelijkheid?

Een opmerkelijk interview in de Volkskrant vandaag met de drie leden van de commissie-Baud, die onderzoek deden naar de wetenschappelijke fraude van antropoloog Mart Bax (pag. 21 van de papieren krant, het interview staat op dit moment (nog?) niet online). Met name de volgende opmerking van antropoloog Peter Pels viel me op:

‘Enige fictie is onvermijdelijk in de sociale wetenschap. De observatie van sociaal gedrag door een onderzoeker is altijd gebaseerd op een beperkt aantal waarnemingen, die alleen met retorische middelen – met de ficties van de statistiek of van de kwalitatieve generalisatie – tot een geheel kunnen worden gesmeed. Schaf je die af, dan schaf je de wijze waarop sociale wetenschap verhalen vertelt af.’

Ook natuurwetenschapper vertellen verhalen en gebruiken retoriek, met name wanneer ze een populair-wetenschappelijk verhaal schrijven. Daar is op zich niets mis mee. De vraag is echter hoever dat mag gaan. In een populair-wetenschappelijk discours worden retorische instrumenten gebruikt om de werkelijkheid die uit de wetenschappelijke data “opdoemt” meer contouren te geven, om die duidelijker te laten uitkomen.

Maar antropoloog Peter Pels lijkt iets veel sterkers te beweren, namelijk dat “retorische middelen” eigenlijk tot het fundament van de sociale wetenschap behoren. Die retorische middelen zijn blijkbaar de enige manieren om de fragmentarische en beperkte kennis die er is te bundelen en tot één verhaal te maken. Het lijkt erop alsof de retorische middelen binnen de sociale wetenschappen een hele andere rol spelen, namelijk dat daarmee een werkelijkheid geschapen wordt. Er wordt een eenheid in de data gesmeed die er blijkbaar van nature niet is. Vandaar ook dat binnen de antropologie – in het interview wordt het ook genoemd – soms gebruik werd (wordt?) gemaakt van literaire fictie als stijlmiddel. Zo wordt in het interview gerefereerd naar een proefschrift van ene Daniël Meijers dat een “duizend jaar levende rabbi [opvoert] om de ontwikkeling van het judaïsme te beschrijven”.

Schaf retoriek in de sociale wetenschappen af, zo stelt Pels, en de wijze waarop sociale wetenschap verhalen vertelt verdwijnt. Verdwijnt daarmee ook de sociale wetenschap zelf? Hoe wetenschappelijk is daarmee de sociale wetenschap? Is sociale wetenschap louter retoriek en heeft het maar rakelings te maken met de werkelijkheid? Dat laatste zegt Pels niet, dat besef ik ook, maar toch lijkt die conclusie tamelijk aantrekkelijk wanneer je die alinea leest.

, , , , , ,

6 reacties

Wanneer wetenschapsjournalisten gaan bepalen wat wetenschap is

Volkskrant-wetenschapsjournalist Maarten Keulemans heeft een persoonlijk antwoord geschreven op de brief van de brandbrief van de hoogleraren van gisteren. Keulemans brief is hier te vinden (en ook hier, op de site van De Volkskrant zelf). Ik weet niet precies hoe ik de brief moet interpreteren. Ik vind de brief schokkend, een wetenschapsjournalist onwaardig. Zelfs zodanig ideologisch van aard, dat ik van mening ben dat deze uitingen van Keulemans de objectiviteit van de kwaliteitskrant die De Volkskrant is, in gevaar brengt. Ik zal het uitleggen.

Lees de rest van dit artikel »

, , , ,

161 reacties

Is de bewijslast van de wetenschap tegen Gods bestaan doorslaggevend?

Vanavond ontving ik opnieuw een tweet van Volkskrant-wetenschapsjournalist Maarten Keulemans, waarin hij een poging doet om de discussie nog wat verder te helpen:

De vraag die hier in mijn ogen speelt is: wat verwacht Maarten Keulemans van de wetenschap? En het klinkt wellicht bizar, maar ik denk dat hier sprake is van hekserij… Hieronder mijn antwoord.

Lees de rest van dit artikel »

, , , , , , , , , ,

32 reacties

“Schepping, evolutie of een ‘docta ignorantia’?” Een gastbijdrage door Marc de Vries

Zojuist ontving ik van Marc de Vries een tekst die zijn positie moet verhelderen. De tekst is nu als gastbijdrage opgenomen. Alleen de kop en aanhef zijn van mijn hand, de overige tekst is volledig afkomstig van De Vries. Ik onthoud mij van commentaar, de tekst moet voor zich spreken. Ik denk wel dat de conclusie gerechtvaardigd is dat, ofschoon zijn sympathieën duidelijk in de richting van het creationisme neigen, hij geen creationist in strikte zin genoemd kan worden.  Lees de rest van dit artikel »

, , , , , ,

22 reacties